black midi: plotse wendingen en een doodenge fietstocht black midi: plotse wendingen en een doodenge fietstocht

Bassist van sensationele band springt achterop de bagagedrager

, Timo Pisart

Zoals hun sensationele muziek alle kanten op schiet, zo neemt ook de Nederlandse persdag van black midi een onverwachte wending. Een angstaanjagend ritje door Amsterdam achterop de fiets, en daarna in de trein naar een Nederlandse opa.

‘Oh my…’ Eerst fluistert hij nog stilletjes, vervolgens bromt hij harder. ‘Oh my… oh my god!’ Cameron Picton, de 20-jarige bassist van black midi (zonder hoofdletters), slaakt doodsangsten uit. Voor het eerst van zijn leven zit hij achterop een fiets, scheurend door de straten van Amsterdam. Hij had geen flauw idee dat daar enige vaardigheid voor nodig is, weet nauwelijks in balans te blijven, durft zich toch ook niet aan me vast te houden en hangt veel te ver naar achteren terwijl het verkeer om hem heen raast. ‘Hoe doe ik dit?!’

Nadat hij eindelijk kan afstappen – we zijn op station Muiderpoort aangekomen – zucht hij. ’Ik zal niet liegen: ik vond het doodeng.’ Met de rug van zijn hand veegt hij het zweet van zijn voorhoofd. ‘Maar na een tijdje ging het wel beter… Toch?’

Even terugspoelen. Met black midi maakte Cameron een sensationele debuutplaat: Schlagenheim, een schurend gitaaralbum dat alle kanten op duikelt, van postpunk naar noise en mathrock. Je zou er de vroege kraut van Can in kunnen terughoren, Captain Beafheart misschien, de freeform-experimenten van The Fall en uit elkaar vallende grooves van Pere Ubu, maar je hoort vooral vier jongens die de eindeloze mogelijkheden van hun gitaar, drums en bas verkennen. Een stel mega-virtuoze gasten die hun talent inzetten voor de rafelrandjes, en hun luisteraars meesleuren in die opwinding.

Om die plaat te verkopen, zijn hij en drummer Morgan Simpson naar Amsterdam getrokken voor een rondje pers. Dat is juist een wat saaie bedoening. Allereerst krijgen de uitgenodigde journalisten al een onaangename verrassing: de band is opgesplitst. Frontman Geordie Greep en gitarist Matt Kwasniewski-Kelvin zitten in Berlijn, wij Nederlanders moeten het doen met de drummer en bassist. Knap vervelend. Die drummer is dan wel de vlammende blikvanger van de band en de bassist neemt ook heel wat zangpartijen voor zijn rekening, maar het blijven toch… nou ja, de drummer en de bassist.

Vragen over de veelal cryptische en angstige teksten wuiven de twee inderdaad weg (‘Geordie legt de lyrics zelfs niet aan ons uit, hij wil ze open laten voor interpretatie’), songs worden geboren uit improvisaties waar ze niet zo bewust over nadenken en de supercoole ‘bandfoto’, een digitaal gegenereerd beeld van de vier in motorpakken gestoken bandleden op een uit elkaar vallende zandgrond tussen de katten? ‘Daar moet je niet teveel achter zoeken, we vonden het gewoon een cool beeld.’

black midi

(Tekst gaat verder na de video)

Maar zoals hun muziek telkens weer ontspoort, zo neemt ook deze dag een verrassende wending. Aan het eind van het officiële interview vertelt Cameron over zijn opa. ‘Hij komt uit Rotterdam, en is na de Tweede Wereldoorlog naar Engeland vertrokken. Toevallig zijn hij en mijn vader deze week in Nederland om wat vrienden te bezoeken, maar gisteren is hij gestruikeld. Niets ernstigs, hoor, maar omdat hij 87 is ligt hij nu in het ziekenhuis in Hilversum en eigenlijk wil ik wel even langs…’

Hij heeft mazzel: ik ga direct na het interview met de trein naar Hilversum en wil hem best even begeleiden. Of hij het oké vindt om de weg naar het station achterop mijn fiets te overbruggen? Prima hoor, zo belandt Cameron zwetend op mijn bagagedrager en na die dodemansrit ontdooit hij helemaal. ‘We hadden zo’n perstrip door Europa nogal onderschat’, verzucht hij. ‘We dachten dat we maximaal vier interviews per dag zouden doen, maar het zijn er telkens acht, en dat dagen achter elkaar. Je wordt vooral steeds beter in een en hetzelfde antwoord steeds bondiger te formuleren. Soms geef ik het antwoord dat Morgan de vorige keer gaf. Zo proberen we het een beetje af te wisselen, om het leuk te houden.’ In die zin lijkt zo’n perstour wel op een net iets te lange familiedag: de eerste verre oom vertel je nog vrolijk en vol passie wat je precies studeert, de vierde wimpel je kort af met ‘muziek’. Een goede muziekjournalist probeert daar rekening mee te houden, bereid een paar onverwachte vragen voor om de muzikant mee te kietelen en vraagt altijd (!) om de eerste plek van de dag. Maar zelfs dan heb je soms interviews die maar geen gesprek willen worden.

Dit is echter nauwelijks nog een interview te noemen. Cameron vertelt over de paar woorden Nederlands die hij kan (‘ja’, ‘nee’, ‘dankjewel’, ‘lekker’ en ‘opa’) en grapt over de BRIT School for Performing Arts and Technology. Op de prestigieuze middelbare school voor muzikale jongeren van 14 tot 19 jaar zaten talloze bekende artiesten (Sam Smith, Adele, Amy Winehouse, Kate Nash, Jessie J, ga zo maar door). Black MIDI ontstond er ook en krijgt er elk interview weer vragen over. Zijn standaard antwoord is dan: ‘Heel handig: we hebben er geleerd hoe we onze belasting kunnen doen.’ Nu erkent hij hoe belangrijk die school is. ‘Hij wordt flink door de overheid gesubsidieerd, dus als je eenmaal bent aangenomen hoef je geen schoolgeld te betalen. In tijden dat muzieklessen bijna onbetaalbaar zijn, is dat geweldig. Als je talent hebt, krijg je daar de kans om dat verder te ontwikkelen. Tegelijkertijd overschatten mensen graag de invloed van die school. Ik ken zat bands die om die reden liever verzwijgen dat ze van de BRIT komen.’

(Tekst gaat verder na de foto)

De eerste show die black midi buiten de BRIT School deed, was in de Windmill, een plek die hun geluid veel meer zou vormen. Het is een piepkleine Ierse pub in Brixton waar – als je een beetje propt – maximaal 150 man in past en wekelijks coole undergroundbands spelen, van Zuid-Koreaanse punk tot lokale hiphop en Amerikaanse folk. ‘Geordie had alle clubs in Londen gemaild, de Windmill was de enige die reageerde. Ik mocht er eigenlijk nooit in omdat ik te jong was, maar sloop tijdens de soundcheck van bevriende bands binnen en bleef plakken.’ Vervolgens kreeg de band er een residentie aangeboden, uiteindelijk speelden ze er een dikke twintig optredens (!) over de loop van een kleine twee jaar: veel shows waarbij ze simpelweg hun songs aanscherpten, maar ook wat bijzonderdere projecten. Een anderhalfuur durende improvisatie met Damo Suzuki, de zanger van de legendarische krautrockgroep Can, bijvoorbeeld. ‘Hij gaf maar een enkele instructie, twee minuten voordat we moesten optreden: “Ik maak zo een grote sprong op het podium, en wanneer ik weer op de grond terecht kom, wil ik dat jullie een gigantisch lawaai maken.”’ Ze deden ook eens een country-optreden, en gaven een aanklooi-kerstshow in de Windmill, waarbij ze op banjo, fluit en accordeon computerspelletjessoundtracks coverden.

Voordat we afscheid nemen op station Hilversum, probeer ik toch nog wat dieper te graven. Ik had al ontcijferd dat ’Near DT, MI’ over de watercrisis in het Amerikaanse plaatsje Flint gaat, waarbij lood in het water werd aangetroffen. ‘Je bent de eerste die dat opmerkt. Meestal zeg ik er iets vaags over, maar het gaat erover dat een eerste wereldland als Amerika zijn inwoners niet kan voorzien van schoon drinkwater. Dankzij fracking wordt dat – over de hele wereld, overigens – de komende jaren alleen nog maar erger. Ik ben erg geïnteresseerd in Amerikaanse en internationale politiek, en dan niet zozeer in Trump.’

De toekomst is behoorlijk onzeker voor jongeren die nu in Engeland opgroeien. Of de angst die in hun muziek weerklinkt daarmee te maken heeft? Tijdens het interview eerder vandaag bleef Cameron nog op de vlakte met een ‘misschien, maar we voelen ons vooral bevoordeeld dat we ons met muziek kunnen bezighouden’. Nu reageert hij veel serieuzer. ‘Man, we weten niet eens waar ons land over een maand staat. Er zijn zoveel mensen die niet eens weten of Labour vóór of tegen de Brexit is, de vier mogelijke scenario’s zijn ook onmogelijk uit te leggen. Het onderwerp Brexit is in de ban gedaan aan heel veel eettafels, dat kan ik je wel zeggen. Maar het engste? De partij die na de Brexit aan de macht komt, die kan bepalen hoe het land er voor de komende honderd jaar uit gaat zien. Engeland moet helemaal worden hervormd zodra we uit de Europese unie treden. Er is veel angst en onzekerheid, zeker onder jongeren zoals ikzelf.’ Hij valt eventjes stil. ‘Als je wil kun je je de hele dag zorgen maken.’

black midi

black midi speelt in juli op het Valkhof Festival en augustus op Lowlands.

#nieuws
Laatste nieuws en artikelen van 3voor12