Niet lapzwansen maar ploeteren: Benny Sings is de anti-troubadour Niet lapzwansen maar ploeteren: Benny Sings is de anti-troubadour

‘Als er mensen zijn die plees schrobben en stront opruimen, dan ga ik niet zomaar af en toe een liedje schrijven'

, Cécile van Wijnsberge

Is Benny Sings de hardst werkende songwriter van Nederland? Hij benadert muziek in ieder geval als een vak, een ambacht: structuur en productiviteit zijn van levensbelang. Zeker als je het ‘wat zwaarder in het hoofd’ hebt, zoals hij het zelf noemt. Zijn nieuwe album City Pop is nu uit op het Amerikaanse label Stones’ Throw Records. De man met het zware hoofd schreef juist een plaat vol uitgesproken lichte liedjes. 3voor12 bezocht Benny in zijn persoonlijke oase, zijn studio met idyllisch uitzicht op een Amsterdamse gracht. Een gesprek over overleven, veranderen, en vooral keihard ploeteren.

Ik ga heel eerlijk tegen je zijn: ik heb een beetje een kater… 
‘Oh ja? Lekker!’

Ik was gisteravond voor het eerst op de uitreiking van de Edisons. Dat was wel effe wat heftiger dan ik had verwacht.
‘Aha! Vandaar. Waar was het dit jaar?’

In de Gashouder. Het was enorm, met vuurwerk, confetti, LED-schermen, tafels vol drank… Ik voelde me net Drake. Jij bent er ook wel eens geweest toch? Toen je genomineerd was in 2015?
‘Ja, dat was wel wat knulliger. In de Harbour Club, met een heel klein podiumpje. Dat sloeg eigenlijk helemaal nergens op.’

Zo’n feest met al die industriemensen, hoe ervaar jij dat?
‘Ik ken daar niemand. Ik ben een outlaw. Maar ik hou er wel van hoor. Ik zou me ook helemaal de tierelier hebben gezopen.’
 

Jouw banden met de Nederlandse muziekindustrie zijn niet heel nauw. Je gaat heel erg je eigen gang.
‘Ik heb een manager die heel erg in de business zit, die kent iedereen daar. Dat is mijn connectie. Ik vind dat juist heel fijn. Sinds ik vader en veertigplusser ben, ben ik best wel Steady Eddy, maar ik was altijd vrij socially awkward. Didn’t fit in everywhere. Ik hield het liever op mijn veilige clubje vriendjes en mijn eigen paradijsje dat ik los van de wereld had gecreëerd.’

Je zit nu bij een Amerikaans label, Stones’ Throw Records. Hoe is dat tot stand gekomen?
‘Ook weer via mijn manager. Hij zei “We moeten daar langs!”. Dus toen we in LA waren, heeft hij ze gewoon net zo lang lastig gevallen tot we langs mochten komen bij het kantoor. Daar handjes geschud en een T-shirt gekregen, dat soort dingen. Ik heb ook wel wat demo’s laten horen. Ik dacht dat het daar wel bij zou blijven, “dat zal wel een vriendelijkheid zijn”. Maar toch, een jaar later was het album af en toen reageerden ze dus toch van “Ja, we willen het wel doen”.’

Hoe ziet het eruit als je daar binnen loopt?
‘Het is totaal relaxed. Daar zijn die Amerikanen als geen ander zo goed in, in gewoon heel low-key zijn. Alles relaxed. Iedereen loopt zo ongeveer in zijn onderbroek, zo basic zijn die kleren. “Hi! Oh, great, man.” Echt totaal het tegenovergestelde van wanting to make an impression. Ook gewoon dozen opgestapeld in de hoek en zo.’

Je had het net over je eigen paradijsje. Bedoel je dan deze studio? 
‘Ja, dat is echt mijn jeugddroom. Ik had een paar dromen: een gezinnetje, en songwriter worden met een studiootje. Wat mij betreft onmogelijke dromen, waarvan ik echt niet had gedacht dat ze zomaar waarheid zouden worden. En nu zijn ze dat wel. Ik ben wel veertigplusser, dus het is redelijk laat. Maar ik heb het gewoon gehaald wat mij betreft. Even afkloppen. Nu moet ik het zien te behouden. En dat is ook een onnoemelijk grote opdracht.’

Ik las ooit een verhaal over Nick Cave, die iets zei in de categorie van: ‘Mensen denken altijd dat ik mijn liedjes midden in de nacht schrijf als ik een hele fles drank op heb, maar dat is helemaal niet zo. Ik heb gewoon een kantoor. Daar ga ik elke ochtend naartoe om te schrijven, en rond etenstijd ga ik weer naar huis.’
‘Precies! Het is gewoon work ethic. Dat heb ik ook totaal! Ik heb zelfs een beetje een hekel aan de troubadour. Ik denk dan van “kom op, gewoon meedoen, gewoon werken”. Iedereen werkt hard. Dat is misschien heel ouderwets of zo. Maar luister, als er mensen zijn die plees schrobben en stront van bejaarden opruimen, dan ga ik niet onder een brug slapen en zomaar af en toe een liedje schrijven. Nee, dan wil ik ook gewoon keihard werken. Ik heb al zo’n mooie uitzonderingspositie. Ik wil gewoon iets maken dat relevant is voor de samenleving.’

Dat klinkt bijna als een soort missie.
‘Het is gewoon trying to survive. Je wordt geboren in zo’n samenleving, en je weet: oké, ik heb jullie nodig. Je voelt dat altijd goed als je in een vliegtuig zit, hoe onherbergzaam de wereld is. Al die duistere vlaktes, als je daar in je eentje zit ben je gewoon verloren. Waar die lichtjes zijn, daar zijn de mensen, dat is veilig. Je hebt die samenleving heel erg nodig. Ik voel dan heel erg van: ik moet daar aan meedoen.’

Dat staat wel ver af van het geromantiseerde idee van de creatieve geest die niet kan werken zonder magische inspiratie. 
‘Er zit ook wel iets magisch aan. Je kunt een goed liedje niet bestellen. Het enige wat je wel kunt doen is zo productief mogelijk zijn, zodat je de kans verhoogt dat er wel iets op je pad komt. Niemand weet wanneer goeie kunst ontstaat. Maar dat betekent niet dat als je maar spontaan leeft en vaart op de golven van de inspiratie, je dan betere kunst maakt. Het enige wat je wel kan zeggen is: hoe groter de productiviteit, hoe hoger de kans.’

Heb je dat van huis uit, die werkethiek?
‘Weet ik eigenlijk niet. Mijn vader was gewoon huisarts, mijn  moeder huismoeder, een heel normaal gezinnetje. Niet per se hele harde werkers. Het waren levensgenieters. Ik denk dat die werkethiek voortkomt uit een soort paniek, een gevoel van “hoe ga ik het allemaal schaffen”, zeg maar. Als je een vrij beroep kiest, is er heel weinig structuur. Dat ervoer ik als onprettig. Dus heb ik mijn eigen structuur eraan gegeven.’

Dat is niet erg rock ’n roll, natuurlijk.
‘Ik heb een heel dubbele verhouding met rock ‘n roll. Een deel van mij is juist heel erg van het uit de band springen en heftig doen en raar doen, een ander deel van mij heeft juist heel erg normaliteit en rust en regelmaat nodig.’ 

'Het komt voort uit een soort paniek: hoe ga ik het allemaal schaffen?'

Tekst loopt door onder de foto.

En wat gebeurt er dan met dat losbandige deel als je kinderen krijgt?
‘Oh, dat verdwijnt. Kijk, ik zuip nog steeds graag, ik vind het nog steeds fantastisch. Maar die echte excessen, dat was echt baltsen. Vrouwtjes zoeken en indruk maken, dat hele circus. Fantastisch, genieten geblazen. Je maakt jezelf mooi, je zet je veren op en je gaat gewoon los. Je spierballen laten zien. En als je je dan voortgeplant hebt, in mijn geval, denk je van “dat hoef ik niet meer te doen”.’

Dus je nieuwe plaat, City Pop, is tot stand gekomen in die rustigere periode?
‘Dat is dus totaal niet zo! Het voelde als een totale rollercoaster. Ik ben heel snel getrouwd, toen snel een huis gekocht en kinderen gekregen. Dat is allemaal ongeveer in drie maanden gebeurd, terwijl ik daarvoor nog single was. Dit album is juist in een hele roerige tijd gemaakt.’

‘Daarvoor had ik mijn leven best wel op orde. Mijn business liep best wel goed, ik had mijn vrienden, ik had mijn feestjes, mijn dingetjes. Ik had niet eens een relatie. Dus het was écht heel gestructureerd. Van werk, naar huis, koken, stad in, uitslapen. Dat kwam echt mijn neus uit. Het was echt heel saai. Ik was echt toe aan een nieuw avontuur, en dat is keihard gekomen. Ik ben er nog steeds aan aan het wennen. Het leven blijft voor mij altijd een extreem vreemd gebeuren.’

Hoor je die chaos ook op het album?
‘De vorige albums waren allemaal heel erg op het autistische af, heel erg nine to five, heel erg gefocust. Dit album is wat meer fragmentarisch, toch wat meer op die wave of inspiration geschreven. Daarom is het misschien wel iets vrijer, iets soepeler. Maar waar het over gaat, de lyrics, dat blijft bij mij eigenlijk altijd een beetje hetzelfde. Het gaat gewoon over de liefde.’

Ben je eigenlijk streng voor jezelf in de studio?
‘Ik denk wel dat ik streng ben, ja. Schrijven schrijven schrijven en alles slecht vinden, en dan eindelijk op iets komen waarvan ik denk “dit vind ik geloof ik wel goed genoeg”.’

Je werkt veel samen met anderen, met bijvoorbeeld Mayer Hawthorne en Faberyayo op je eigen plaat, of een liedje als ‘Loving is Easy’ met Rex Orange County dat de hele wereld over gaat. Hoe gaat dat in z’n werk?
‘Dat is vooral mijn manager die me af en toe naar buiten schopt, want ik wil dat eigenlijk helemaal niet. Ik ben er wel heel blij mee, dat-ie dat doet. En ik vind het ook altijd heel leuk als het gebeurt uiteindelijk. Maar in mij zit niet die drang.’

Als je geen manager had zou het er niet echt van komen?
‘Nee, ik denk het niet. Ik denk al heel snel dat ik mezelf aan het opdringen ben. Ook als mensen zeggen dat ze met mij willen werken, dan heb ik eerst altijd zoiets van “ja maar past dat nou wel bij elkaar?” En dan zegt mijn manager: “Gewoon doen!”.’

Als je naar je plaat luistert, zou je kunnen denken dat je een hele vrolijke, ongecompliceerde kerel bent. Je muziek is juist heel… ‘Licht’ is misschien een raar woord.
‘Licht is de perfecte term. Omdat het zowel licht versus zwaar is, als licht versus donker. Ik ben niet van het donkere en het zware. Juist omdat ik het wat zwaarder in mijn hoofd heb. Ik zie vaak jongens in van die duistere, harde gitaarbands, en dat zijn dan hele makkelijke gasten. Grapje hier, lolletje daar, en dan gaan ze het podium op en dan “raaaaah!”. Terwijl, ik zit helemaal in mijn hoofd, voorovergebogen te steunen, en dan ga ik het podium op en doe ik van “la la la!”.’ 

Ik heb het idee dat het maken van muziek voor jou helemaal niet zo licht aanvoelt.
‘Dat vergeten mensen als het gaat om lichte kunst, zoals comedy of lichte muziek. Dat is echt heel erg moeilijk om te maken. Dramatische of zwaardere kunst is, vind ik, wat makkelijker om te maken. Daar zit je veel sneller in, daar kun je sneller mensen mee raken.’

Doe je dat wel eens, een dramatisch liedje maken?
‘Ik heb het nog nooit gedaan. Nee. Ik heb nog nooit echt iets donkers gemaakt.’

En je draait ook niks zwaars? Als je thuis komt en je denkt ‘godverdomme, wat een klotedag’? Effe iets van Nick Cave?
‘Nee, totaal niet. Ik heb daar echt helemaal niks mee. Terwijl ik natuurlijk de kunstenaar Nick Cave heel hoog heb zitten. Maar zijn specifieke smaakje, nee.’

Terwijl jullie het best eens zijn over werkethiek. 
‘Ik vind dat echt een tof voorbeeld, van Nick Cave. Omdat hij juist de belichaming lijkt van de troubadour, onder een brug met een gitaar, tot laat in de kroeg. Werkethiek wordt gewoon beloond. Met de meritocratie waarin we nu leven, moet je de allerbeste zijn.’ 

‘Ze zijn er vast wel hoor, de mensen die het gewoon zo uit hun mouw schudden. Dat zijn dan misschien wel de echte genieën. Die kunnen een beetje lapzwansen zijn, en het dan in de studio keihard nailen. Neem een Amy Winehouse bijvoorbeeld. Of mensen zoals Michael Jackson, die het al vanaf hun zesde perfect kunnen. Maar er zijn ook mensen zoals Nick Cave: ook de ploeteraars behoren tot de groten der aarde.’
 

'Lichte kunst is heel erg moeilijk om te maken'

Benny Sings' nieuwste album City Pop is nu uit via Stones' Throw Records. 

advertentie
#nieuws
Laatste nieuws en artikelen van 3voor12