Scroll door je tijdlijn, en het lijkt wel alsof héél Nederland op dit moment het tweede seizoen van Mocro Maffia aan het bingen is. Verrassend: in de keiharde misdaadserie zijn heel wat glansrollen weggelegd voor Nederlandse hiphop. In gesprek met drijvende kracht Achmed Akkabi, rapper Josylvio en manager Mo Fouradi (no spoilers!).

(Kijk hierboven de video)

Kleine jongen, ik wil geld verdienen.
Wou niks horen van m'n ouders, moest het zelf verdienen.
Neem een kijkje in m'n leven, net een helderziende.
En dan zie je dat ik struggle met dezelfde vrienden.
Ik kan wel rappen over dingen die ik doe, maar de dingen die ik doe ik omdat ik geen keus heb.
Ik kan wel rappen over dingen die ik push, maar…

Het is oh zo triest: je ziet hoe de vier piepjonge jongens uit Mocro Maffia steeds verder wegzakken in het moeras van de Amsterdamse onderwereld totdat ze uiteindelijk kopje onder gaan, en ondertussen klinkt keihard ‘Strijders’ van rapper Lijpe. Die tune verwoordt perfect de tragische worsteling van de personages.

Zo zit er hiphop op heel wat sleutelmomenten in de hitserie van Videoland: van Mocro Maniac tot Yung Nnelg, van een Crooks & Hef-classic tot de drill van Qlas & Blacka, en dan ook nog behoorlijk wat Franse en Marokkaanse trap.

Achmed Akkabi stopt de serie vol met zijn favoriete tunes

‘Ik luister al mijn hele leven naar Nederlandse hiphop’, zegt Achmed Akkabi. Hij speelt niet alleen een van de hoofdrollen in de serie – de wrede maffiabaas Paus – maar is ook medebedenker en creative producer van de serie. ‘Ik ben de drijvende kracht achter dit seizoen. Zowel het adviseren bij cast, uitkiezen van cast, het uitkiezen van de tracks.’

In een ver verleden gaf gaf Akkabi vijf jaar lang feesten in een Haagse club, vertelt hij. ‘Hiphop en R&B stond daar elke week centraal. Ik dj’de af en toe omdat ik zo van die muziek hield. Ik was heel erg in tune met de laatste hypes en artiesten, en heb dat altijd volgehouden. Daarom hoor je in Mocro Maffia tracks voorbij komen waarvan je denkt: óóóh…. jaja! Dat is een goede! Ik heb een serie en ik kan daarin al mijn favoriete muziek kwijt.’

Het uitzoeken van die muziek vindt Akkabi een van de leukste dingen die er is. Hoe dat in zijn werk gaat? ‘We zitten in de edit met een fantastische editor en de regisseur. Ik kom daar bij zitten en kijk wat ze ervan gebakken hebben. Dan heb ik een hele rits aan tracks waarvan ik weet: dit ga ik ooit in een serie gooien want dit is een keihard nummer, dit is een ondergewaardeerde classic. Die ga ik een voor een af, de beste die werkt, die wint gewoon.’ En ere wie ere toekomt: ‘Ik was niet voor alle muziek verantwoordelijk, die Lijpe-track kwam van regisseur Mustafa Duygulu. Maar de regisseurs met wie ik werk – zeker voor Mocro Maffia – die moeten wel een soort affiniteit met de hiphopwereld hebben. Mustafa heeft dat, Victor Ponten heeft dat ook vanuit Habbekrats.’

Acterende rappers en Sevn op z’n stilst

Ook opvallend in Mocro Maffia: heel wat Nederlandse rappers spelen kleinere en grotere gastrollen. In het eerste seizoen zag je Woenzelaar en Sevn Alias, in het tweede ook Kalibwoy, BKO, ICE en als je goed kijkt zie je nog veel meer bekende koppen langsflitsen. ‘Artiesten doen het supergoed op camera’, aldus Akkabi. ‘Dat zag ik al met Ice Cube bij Boys in tha Hood. In American Gangster speelt T.I., ik geloof dat Snoop Dogg een klein rolletje heeft in Training Day, in een rolstoel. Acterende artiesten, dat heb ik altijd normaal gevonden. Artiesten kunnen heel goed hun teksten onthouden en op een filmset moet je heel goed je teksten kunnen onthouden. Artiesten schieten veel videoclips, dus zijn al gewend om op een set te staan en te zien wat het setleven is – ook al is het draaien van een serie totaal anders dan het draaien van een videoclip. En artiesten kunnen zich heel goed verplaatsen in een ander karakter, want je schrijft ook vaak vanuit een ander perspectief.’

In dit 3voor12-interview uit 2016 vertelde Sevn Alias al hoeveel indruk het gelijknamige boek Mocro Maffia al op hem maakte. ‘In de krant lees je alleen maar over de incidenten: er is weer eens iemand doodgeschoten, maar je leest niet wat eraan vooraf gaat. Je leest niet hoeveel mensen erbij betrokken zijn, je leest niet dat er een hele structuur omheen zit, dat het allemaal om een paar sleutelgebeurtenissen draait.’

Logisch dus dat hij wilde meewerken aan de serie en van alle artiesten de grootste rol krijgt. Akkabi: ‘Ik had een karakter geschreven dat nauwelijks sprak. Sevn heeft altijd al een terughoudendheid van zichzelf, wat geen negatief ding is. Ik heb dat zelf ook, ben kat uit de boom kijkend. Ik heb het gepitcht, en hij wilde het wel proberen. Het scheelde dat we een karakter hadden geschreven waar hij geen rare kapriolen voor hoeft uit te halen, we houden het best wel dicht bij hemzelf. Ik denk dat dat ook het spannendst werkt.’

Zitten op kratjes en buurthelden uit heel Nederland

Voor de grotere artiesten is het wel effe wennen op een filmset. ‘Ik moest wel duidelijk maken dat filmen vooral wachten is. Je filmt in Nederland, dus het is niet:  hier is je privé-trailer. Het is: ga op een kratje zitten, hier heb je een bekertje water, en ik zie je over drie kwartier. De payoff komt als het op tv is, dan krijg je pas te horen: “Yo, zit je in die serie? Je was fantastisch.” Tijdens het draaien denk je vooral: what the fuck ben ik hier aan het doen? Dit duurt lang. Ik moest hier om 10 uur zijn, heb al in de make-up gezeten en moet nu alsnog een uur wachten voordat ik wat kan doen? Ik had nu vier verses kunnen schrijven in de studio. Gelukkig ging iedereen er goed mee om.’

Sterker nog: de animo om in Mocro Maffia te spelen is groter dan ooit. Voor dit tweede seizoen explodeerde de mailbox van Akkabi werkelijk. ‘Bizar is het. Iedereen en z’n moeder wil in de serie. Dat is natuurlijk het grootste compliment dat je kunt krijgen.’

Natuurlijk kan Akkabi niet iedereen die kans gunnen. De acteurs moeten passen in het verhaal. ‘De serie wordt in heel Nederland gekeken, ik vind het interessant om helden voor allerlei buurten te creëren. Kalibwoy is een jongen uit de Bijlmer, die nu een voorbeeld is voor jongens uit zijn wijk. Als je ook daarvandaan komt, lees je vooral dat het een uitzichtloze situatie is. Wat natuurlijk onzin is. Kalibwoy made it. Hij laat zien dat je ook je leven kunt wijden aan het acteren. ICE is ook zo’n plaatselijke held uit Rotterdam, en Djaggoe is een boy uit Venlo. Een vriend van Jiri11 die een Turkse hitman speelt. Heel Venlo gaat naar hem kijken!’

Een soundtrack vol sterren en nieuwe helden

Oké, je hoort muziek op sleutelmomenten en er figureren heel wat rappers in Mocro Maffia. Maar de Nederlandse hiphop speelt op nog een derde manier een rol in de serie: bij beide seizoenen verschenen ambitieuze soundtrackalbums. ‘Ik vind het een nobrainer om muziek te koppelen aan je serie, ik snap niet dat het niet vaker wordt gedaan’, aldus Akkabi. ‘Black Panther heeft een soundtrack, alle toffe series en films hebben een soundtrack. Het is allereerst een promotool waarmee ik de serie onder de aandacht kan brengen bij een specifieke doelgroep. En ten tweede creëeren we nog een platform waar je jong talent de kans kunt gunnen, net zoals ik met beginnende acteurs in de serie doe.’

‘De hiphopscene kan de vertaling met de straat heel makkelijk maken. Ze kunnen zich heel makkelijk in bepaalde personages inleven, en dat heel goed verwoorden in hun muziek’, zegt Mo Fouradi. Samen met zijn broer Brahim is manager van onder andere Sevn Alias en Josylvio, en hij begeleidde het maken van beide soundtracks. Daarop staan naast Sevn en Josylvio ook bekende namen als Ashafar, Kevin, Hef en Qlas & Blacka, naast veel opkomend talent.

Tijdens de writing camps bekeek hij met de artiesten alvast een aantal afleveringen van de serie. ‘Achmed was ook aanwezig om aan de jongens te vertellen wat de serie inhoudt, voor wie ‘m nog niet gezien hadden. Maar we willen niet teveel richtlijnen geven. Oké jongens, cool, dit is het verhaal, jullie hebben Mocro Maffia gezien, ga maar de studio in en kijk wat voor gevoel je erbij krijgt, wat jij zou willen vertellen.’

Akkabi lacht. ‘Nu een bar over dit! Nu een bar over dat. Geef me drie bars over cocaïne! Nee nee nee. Je kunt niet zomaar zeggen: hee kom eens hier, kom eens even zitten, hier heb je twee afleveringen MocroMaffia en aan de hand hiervan ga jij eens even zestien bars schrijven, pikkie. Het gaat er improvisatorisch aantoe.’

Josylvio schreef voor de twee soundtracks welgeteld zeven nummers, waaronder de track ‘Marijuana’. Daarin rapt hij over straatjongens die niet op zoek zijn naar drama. ‘Maar die drama zit er toch bij’, vertelt hij. ‘Dat is wat de serie Mocro Maffia wil laten zien. Niemand is een winnaar. Al leg jij 35 mensen om, de helft wordt ook bij jou omgelegd. Het is zo groot, zoveel gangs, zoveel geld, maar niemand gaat winnen. Dat zie je ook in het echte leven als je te ver in die dingen gaat. Niemand gaat winnen.’

Josylvio is groot fan van de serie en heeft ‘m al verslonden, vertelt hij. ‘Ik ben er al doorheen, man. We zitten hier in quarantaine niks te doen, dus ik heb elke avond lekker met mijn vrouwtje een aflevering gekeken.’ Maar zou hij ook niet een rolletje spelen in de serie? Hij grinnikt. ‘Ik zou eigenlijk al een rol spelen in seizoen twee, maar daar moest ik helaas van afzien. Dat wil niet zeggen dat alle rollen gespeeld zijn. Laten we het daarop houden!’