Dekmantel 2018: hoogtepunt na hoogtepunt op zaterdag Dekmantel 2018: hoogtepunt na hoogtepunt op zaterdag

Van jaloersmakende dansers tot Four Tet die alle regels breekt en de mainstage laat opstijgen

, Ralph-Hermen Huiskamp, Timo Pisart en Atze de Vrieze

De zaterdag is er een van Dekmantel op zijn best. Zo’n festivaldag waar je niet weet waar je het zoeken moet, omdat het werkelijk overal aan de hand lijkt te zijn: Carista die de Boiler Room in de fik zet met zwetende house, Baris K die met zijn band niet wil stoppen met spelen, Four Tet die zijn eigen moeder en de rest van het festival laat zien dat regels er zijn om gebroken te worden. Stuk voor stuk sets waar je normaal gesproken een hele festivaldag op kan teren. Nu hoor je ze allemaal op de dezelfde dag.

De Boiler Room blijft een gekke plek op het festival. Sets duren meestal een uurtje, het is eigenlijk maar een ongemakkelijk klein huisje waar iedereen zich in moet wurmen, en grotere verschillen tussen acts die er staan zie je op geen ander podium. Bovendien is het ook nog eens de plek waar dansers vaak vooral bezig zijn met de camera’s. Maar het is ook de plek waar de vlam finaal in de pan kan slaan. De set van debutant Carista is daar het beste voorbeeld van. Met een gigagrijns pompt ze de temperatuur nog even verder op. Kleine uistapjes naar garage (die rewind bij 'Hyperfunk'!), Martyn’s dubby house en wat Italiaans spul, maar bovenal house zoals je house wil horen. Afwachten of iemand daar dit weekend nog over heen kan gaan.

Zoals ‘s middags de energie tegen de plinten klotst bij Carista, zo traag komt de dag op gang. De vrijdag eist zijn tol en voor de gekken die alle dagen gaan: die woensdag en donderdag begin je nu ook wel te voelen. Het is overal leeg vroeg op de middag. Mafalda staat gezellig voor een lege Greenhouse te draaien, Skatebärd draait lekker luchtig met wat cheesy grapjes op de main. De enige die geen boodschap aan de leegte heeft, is DJ Nobu in de grote en donkere UFO-tent. Wie luchtig wil beginnen moet echt niet hier zijn. Als je een uur na het begin van zijn set binnen loopt voelt het alsof hij al voluit gaat, maar als je een paar minuten binnen staat voel je dat de Japanner zich inhoudt. Hij draait intense techno waarin voortdurend een element ontbreekt, en dan meestal de snare. Hij roert en trekt in het laag, en pas na ruim anderhalf uur geeft hij voor het eerst alles. Dat doet-ie prachtig met een plaat die een halve seconde volledige stilte laat vallen voor hij knalt. Er valt net genoeg licht op de dj om een volle grijns op het stoïcijnse gezicht te zien vallen.

En toch, de kick waarmee An-I aansluitend aanrukt in de UFO is nog drie keer zo hard. Echt, het lijkt wel alsof-ie je hersenpan wil opensplijten met die sloopkogels. Lee Douglas, de man achter An-I, geeft vandaag een liveset op het snijvlak van techno en EBM. Af en toe gilt hij opzwepend en onverstaanbaar in z’n mic, als een hondsdolle Duitse herder die bloed ruikt. Dan weer laat-ie weirde glitches horen, of mept op een samplepad. Het is veel te raar en intens voor die grote UFO-tent, maar wel heel cool.

Gehoord op Dekmantel 2018

In deze alsmaar groeiende playlist voegen we alle coole tracks toe die we horen op Dekmantel 2018. Veel luisterplezier!

The Advent

Als je denkt dat een grote naam als Nobu als opener de grootste verrassing is, kijk dan nog even wat beter naar het blokkenschema. Mariel Ito staat namelijk ’s middags in de kleinste tent van het festival verstopt. Mariel Ito? Ja, het alias van Maceo Plex als-ie eens wat anders wil dan draaien voor mega-discotheken met VIP-tafels in Ibiza. Hij mixt punchy electro met iets ruimtelijkere IDM classics van LFO en Future Sounds Of London. Scherp, maar niet superspannend. Gelukkig, moet die fan vooraan gedacht hebben, die de hele show vooraan staat met een cd van Plex om te laten signeren. Grappig hoe Maceo Plex de massa euforie die hij normaal gesproken opwekt verliest als hij wat meer de diepte in gaat. Helemaal als Errorsmith na hem laat zien dat dat toch echt wel kan. Het is de gestoordste set van het weekend. Totaal onnavolgbaar futuristisch, hoe stotterende en vervormde vocals de strijd aan gaan met opgeknipte dancehallritmes, hiphopsnares en bubbelende synths. In eerste instantie is het een gek gezicht, hoe de graatmagere nerdy Duitser met zijn armen slingert. Alsof hij op zoek is naar iemand die met hem de polonaise wil lopen. Maar na tien minuten valt bij iedereen het kwartje: gillend en joelend wordt elk nieuw ritme ontvangen, slingeren tientallen armen de lucht in en rammelen de eerste rijen aan de hekken. Stervensheet is het ondertussen, zo heet dat tien minuten voor het einde Errorsmith z'n laptop crasht. Juichend en klappend kan iedereen weer zijn shirt aantrekken en op adem komen.

De enige die het niet warm heeft in de UFO II, is The Advent, die iets later gewoon in zijn windjack een best wel flauwe liveset geeft. Of wacht. Moet je je voorstellen hoe Detroit legende DJ Stingray zich in de mini-ravetunnel moet voelen. Als altijd draagt hij weer een bivakmuts die vrijwel zijn hele gezicht bedekt. Stik- en stikheet, zeker door de massahysterie waarmee zijn electro wordt ontvangen. Schijnbaar draait hij zo veel platen in een uur, omdat hij door die muts niet kan drinken, roken of echt gezellig een praatje kan maken. De snelheid waarmee hij doormixt naar bronstige Miami Bass en techno lijkt nog het meest op de techniek van een hiphop-dj, en de hardste klap geeft–ie met de track ‘Submit X’ van Gesloten Cirkel, de mysterieuze Russische producer die morgen in dezelfde tent staat.

Maar de zaterdag is het mooist op podia die niet overdekt zijn. Kijk eens bij Selectors, zo’n plek waar Dekmantel vaak dj’s terughaalt die eerder op het festival stonden. Sinds 2016 is Sassy J er zo eentje, een dj uit Zwitserland die vaak ook op affiches verschijnt naast Antal en Hunee. In die hoek is ze ook wel te plaatsen, maar dan met iets minder drive. Iets lomer, zwoeler en als het even kan met een weirde afslag. Zo ook vandaag tijdens het opschakelmoment op het Selectors-podium: ze draait bedwelmende afrobeat, maar ook spacey housetracks, om uiteindelijk te eindigen bij Aretha Franklin. Anderhalf uur is eigenlijk te kort, zie je iedereen kijken. Zelfs de jongen die met twee piemelballonnen in de boom hangt, is teleurgesteld wanneer ze plaats moet maken voor de volgende act. Die teleurstelling verdwijnt echter weer snel. Alleen al om te kijken zijn Max Abysmal en Gilb’r een genot. Die eerste wild dansend als een pink in de wei, Gilb’r de rust zelve, met een leesbril op zijn neus die pas af gaat als hij in de verte naar iemand wil zwaaien. Ze besluiten de hele wereld om te gaan. Van rinkelende gamelan naar Zuid-Amerikaanse junglegeluiden en vogelgefluit, dan weer naar een Arabische kraker. Wat de richting ook is die ingeslagen wordt, de ander stuurt het telkens naadloos mixend een andere kant op. Je leert er ook wat van: sinds vandaag weet een paar honderd man dat er zoiets bestaat als doedelzaktechno.

Maar het meeste plezier spat vandaag van het Greenhouse podium. G-Funker Dâm-Funk zingt mee met de slicke platen die hij opzet, wisselt tijdens de show van zonnebril en laat het publiek meespelen op zijn keytar. Het is nog een geluk dat hij op tijd aan zijn show kan beginnen, voor hem weet Insanlar van geen ophouden. Een uur lang spelen ze non-stop bezwerende Turkse folk met sitar en vervormde zang, en gaan een drummer en percussionist constant te de strijd aan met de crispy elektronica van bandleider Baris K. De climaxen komen in bescheiden golven, maar op het eind is er geen houden meer aan. Baris K is zelf nog het hardst op zijn vingers aan het fluiten tijdens het kolkende hoogtepunt. Als de stagemanager hem komt zeggen dat het uur er op zit, moet die dat vervolgens ook nog los aan alle andere bandleden gaan vertellen. Zo diep zit iedereen erin.

Sassy J

Dâm-Funk

De meest opmerkelijke liveact van vandaag is Ndagga Rhythm Force. Techno/dub-gigant Mark Ernestus (Hard Wax, Basic Channel) formeerde de groep nadat hij verslingerd raakte aan het Gambiaanse genre mbalax, een combinatie van traditionele muziek en jazz, rock en latin aan de andere kant. Van mijlenver hoor je al welk instrument daarin het belangrijkst is: dat kleine Sabar-trommeltje dat de frontman tussen z’n oksel en biceps heeft geklemd. Spant hij z’n spieren aan en mept hij erop, dan klinkt–ie opeens veel hoger. ‘Ploing! Ploooing!’ Geloof het of niet, maar met die trommels kun je elkaar dus op vijftien kilometer afstand nog horen. Ernestus zelf is nergens te bekennen, maar niemand die daarom maalt bij deze vreugdevolle act. De zangeres blaast sensueel kusjes naar de meisjes vooraan, die al de hele tijd euforisch naar haar staan te lonken, en vooral de danseres is fenomenaal: expres houterig maar supersnel beweegt ze haar knokige lichaam op die waanzinnige polyritmes. De ene keer speelt de bassynthesizer met het ene tempo mee, dan weer met het andere, waardoor je als ongetrainde danser werkelijk de hele tijd struikelt.

Mark Ernestus' Ndgga Rhythm Force

Tegen het einde van de dag zijn er twee keuzes als je de kleine stages voor gezien houdt. Je kan kaarsrecht rechtdoor vlammen bij LSD, de supergroep van Luke Slater, Steve Bicknell en Function. Niks geen verrassingen, alleen maar overweldigd worden door een steeds grotere kick. Maar als je echt iets fenomenaals wil, dan moet je vanavond bij de mainstage zijn. Er was al best wat moois te zien, maar het  podium kende nog geen moment waar het echt opsteeg. Wellicht ligt het aan het vernieuwde ontwerp. Nog steeds een gigantische halve ring aan LED-schermen, maar nu in plastic wit. Een combinatie tussen Star Trek en een futuristisch beeld uit een Leen Bakker-folder uit de jaren zeventig. Een gekke combinatie van steriel en wat gammel. 

Terwijl hij zelf nog maar net zijn hoofd in de booth steekt en wat Haribo’s snackt, zit de moeder van Four Tet er al klaar voor. Een goed teken dat ze mee is, weet iedereen die er een paar jaar geleden in Trouw bij was. Dat blijkt als je iedereen na twee uur verbaasd om zich heen ziet kijken. Als je erover nadenkt, slaat het nergens op wat de Britse producer en dj net heeft gedaan. Of beter: je zou nooit bedenken dat het zo ongelooflijk mooi zou zijn, en ook nog eens als afsluiter op het hoofdpodium zo perfect op zijn plek zou zijn. Net als je denkt dat die Destiny’s Child-edit het beste is wat je vandaag hoorde, vallen om klokslag tien uur alle kicks uit zijn detailrijke house weg en klinkt er alleen een gitaar. Iets later een kurkdroge drum en een bas die bijvalt: ‘Long Division’, een van de meest poppy nummers die post-hardcoreband Fugazi ooit opnam. Primetime op het hoofdpodium van Dekmantel, en het werkt ook nog. Razende drum and bass van DJ Hype, een Indiase fluisterballad als opener, zijn eigen ‘Lush’ die voor zomeravonden als deze gemaakt is, subtiele techno van Matthew Johnson en vergeten jaren tachtig reggae zijn dit weekend nog niet zo vanzelfsprekend samengegaan. En kwartier voor het eind, midden in de grote finale  van de Dekmantel-zaterdag doet ie er doodleuk een schepje bovenop. Voor Four Tet zijn remix van Bicep's MDMA-anthem inzet, hoor je Don Cherry op zijn gemak uitleggen hoe een Ornette Coleman-compositie in elkaar steekt. Met geneuriede voorbeelden legt hij uit hoe Coleman harmonie en melodie omwisselt, en dat dat zijn grote kracht is. Het klinkt zo logisch, en toch begrijp je er helemaal niets van. Met de monoloog van deze freejazzlegende lijkt Four Tet een kijkje in zijn brein te geven. Dat hetzelfde fragment in zijn recente Essential Mix zo goed werkt is tot daar aan toe, maar dat hij het hier voor een paar duizend man die aan het pieken zijn durft en dat het voelt als een climax, is zonder meer het grootste mirakel van de dag.

Four Tet

advertentie
#nieuws
Laatste nieuws en artikelen van 3voor12