Interview: Wouter Mol grijpt je met ongrijpbare liedjes Interview: Wouter Mol grijpt je met ongrijpbare liedjes

“Als je je relatie echt wilt testen, ga dan samen in een band spelen!”

, Cisly Burcksen | foto's: Fraukje Vonk

Singer-songwriter Wouter Mol won in 2016 de Grote Prijs van Rotterdam en bracht afgelopen april zijn eerste EP uit, ‘Out of Skin’. Samen met zijn band is hij veel op Leidse podia te zien. Hun optredens in Sijthoff en tijdens de Hofjesconcerten liggen nog vers in het geheugen en op 8 juli spelen ze tijdens het Amuse Festival in de Nieuwplaatz. Tijd voor een nadere kennismaking.

De band is pas sinds september bij elkaar, maar er is nu al een EP. “Toen ik de Grote Prijs won, was dat een stimulans om snel iets te maken,” zegt Wouter. Hij had de nummers al geschreven toen hij bedacht dat hij er wel een paar muzikanten bij wilde. “Ik wilde niet alle partijen apart opnemen. Dan mis je iets. Het zijn allemaal snaarinstrumenten en het is mooi als de klanken daarvan goed mengen. Daarvoor moet je samen spelen, alles live opnemen.” Hij benaderde violiste Margot Kersing, die hij kende van een eerdere band waarin hij had gespeeld. Ook een harpiste was snel gevonden: Maartje Gilissen is zijn vriendin. Ze leerden elkaar kennen bij de opleiding Muziektherapie aan de Hogeschool Leiden. “Als je je relatie echt wilt testen, ga dan samen in een band spelen!” adviseert Wouter lachend. Zelf speelt hij gitaar en zingt hij en de drie bandleden wisselen elkaar af op de drums. Hoewel de band Wouter Mol heet, willen ze de sound van de band echt met z’n drieën verder ontwikkelen. In hun bedompte, donkere repetitieruimte in de Nieuwplaatz proberen ze van alles uit. Meer elektrisch spelen bijvoorbeeld, met een kleine elektrische harp met effecten.

"Gaandeweg merkten we dat de kippen telkens op bepaalde stukken reageerden"

Kippen

Op de Hofjesconcerten spelen vonden ze geweldig. “Ik vind het een heel leuk concept,” zegt Maartje. “Het publiek wisselt steeds en de mensen luisteren aandachtig. ‘Buiten spelen’ is wel gevaarlijk voor onze muziek: het waait snel weg. Maar de hofjes zijn knus en stil en de akoestiek is er prima.” “In één hofje zaten kippen,”vult Wouter aan. “We speelden er vier sets en gaandeweg merkten we dat de kippen telkens op bepaalde stukken reageerden. Maar met die omgevingsgeluiden kun je spelen. Ook als er een vliegtuig over vliegt bijvoorbeeld: je kunt je toon even laten meegaan of even stilvallen en daar ruimte aan geven.” Verder bleek het een fijne setting omdat het publiek dicht op de muzikanten zit, en er tegelijkertijd juist gelegenheid was om met de ruimte te spelen. “Onze violiste Margot speelt bij het nummer ‘Human’ telkens alleen maar een Fis. We ontdekten tijdens de Hofjesconcerten wat het toevoegt als ze rondloopt terwijl ze dat speelt: dan weer is de Fis dichtbij, dan weer ver weg. Dat geeft een extra dimensie aan de muziek.”

Ruimte is één van de drie kernwoorden waarmee Maartje en Wouter hun muziek omschrijven. Dat slaat op het spel met de fysieke ruimte, maar ook muzikaal gezien: liedjes die groots moeten klinken of stiltes die je laat vallen. De andere twee kernwoorden zijn ‘ongrijpbaar’ en ‘ontvouwen’. Het ongrijpbare slaat op de menselijke psyche. “Je kunt niet zien wat zich van binnen in iemand afspeelt. Daar proberen we met onze muziek een inkijkje in te geven,” legt Maartje uit. “Iemand dichtbij ons kreeg kanker. Diegene voelt zich gezond en ziet er gezond uit, maar je ziet niet wat er van binnen gebeurt. Daar hebben we een nummer over gemaakt. Het ongrijpbare slaat ook op psychische ziektes, waarbij je iemand niet kunt volgen. Dat proberen we in muziek te vertalen. Ook bij onze liedjes heb je niet direct in de gaten wat erachter zit. De luisteraar moet moeite doen om het te begrijpen.” Het ontvouwen slaat op het uiten van emoties. “Van passief naar passie,” zegt Wouter. “Veel van onze nummers gaan over je passie volgen en innerlijke processen die mensen doormaken.”

"dan weer is de Fis dichtbij, dan weer ver weg. Dat geeft een extra dimensie aan de muziek”

Zonder harmonie

Op hun website noemt de band Remy van Kesteren, Radiohead en Jeff Buckley als inspiratiebronnen. Dat blijkt een vrij willekeurige greep uit alle muzikale invloeden, maar het creatieve spel van Remy van Kesteren is wel echt een voorbeeld. “Remy zet een bepaalde sfeer neer, een ‘bubbel met dynamiek’. Hij gebruikt gekke maatsoorten en werkt ook met een elektrische harp met effecten. De harp heeft vaak een lieflijke sfeer om zich heen, maar hij maakt er ook gewoon een horror-instrument van. Hij maakt het gewoon vet. Het is zo creatief wat hij doet en hij kan bizar goed spelen. Jeff Buckley heb ik vooral genoemd omdat hij ook een singer-songwriter is met een hoge stem. En Radiohead vinden we allemaal erg tof: ze hebben heel veel platen gemaakt, waarbij ze zich enorm hebben ontwikkeld,” vertelt Wouter. Maar de band laat zich door allerlei muziekstijlen beïnvloeden. “Door Margot kwamen we in contact met experimentele muziek, zonder maat en zonder harmonie. Bizarre, vage shit. Ik wist niet dat zoiets bestond, maar vond het wel boeiend om dat te ontdekken. Margot komt uit de klassieke wereld en ik speelde hiervoor altijd in bands met gitaren en drums. Dat geeft een bijzondere wisselwerking.” De kruisbestuiving van stijlen gaat verder en na hun optreden op het Amuse Festival richt de band zich vooral op het ontwikkelen van nieuwe muziek; het verder samen uitwerken van ideeën en opname van de clip Modern Cavemen, die in de herfst moet verschijnen.

"Bizarre, vage shit"

nu op 3voor12