Legowelt is er voor de weirdo’s Legowelt is er voor de weirdo’s

De Haagse synthtovenaar komt Lowlands tot pulp beuken

, Timo Pisart

Synthtovenaar, dj, outsider: de Haagse Legowelt heeft over de afgelopen dertig jaar gebouwd aan een wereldwijde cultstatus. Op Lowlands doet hij een liveset onder zijn keiharde Gladio-alias. ‘Mensen komen nu speciaal voor de verwarring, ze willen hun hersenen masseren met die verwarring.’

De website van Legowelt is een van de mooiste plekken in dit universum. Echt waar. Het is een soort labyrint, een overblijfsel uit de jaren negentig vol ASCII-kunst, lichtkranten en gifjes, een digitale variant van de stoffige tweedehandswinkel waar je op de meest wonderlijke snuisterijen stuit.

Klik maar eens op de hyperlink, en wordt steeds dieper in de wereld gezogen van de enigmatische Haagse synthesizertovenaar, producer en dj. Op de voorpagina pronkt nu prominent een ‘space synth trip mix’, een uur aan ambient die zeer geschikt is voor zowel boswandelingen als drugstrips, voor zowel picknicks als ‘je slaapkamer in een ruimtestation veranderen’. ‘Not for shallow normies or minimal techhouse wankers!’, schrijft hij erbij.

Klik door en je komt terecht op zijn onmetelijk grote discografie, een oeuvre dat van hem de meest prolific artiest uit de ‘west coast of Holland’-golf maakte, met nogal hardcore fans van over de hele wereld. Begin bij de electro-plaat die hij en Orgue Electronique in 1999 op Bunker Records uitbrachten. Ga via de classic ‘Sturmvogel’ en gigantische dansvloerhit ‘Disco Rout’ die zowaar op het label van Sven Väth verscheen langs het door Ethiopische muziek geïnspireerde Nacho Patrol. Kom uit bij op een spookachtig krakende ambientplaat met trautonium en orgel, spacejazz, house voor weirdo’s en industriële keldertechno. De lijst aan releases die Legowelt onder tientallen aliassen uitbracht is schier oneindig. Zijn muziek is soms genadeloos hard, soms dromerig en lichtvoetig, maar altijd licht uit focus, met angstaanjagend mooie melodieën en een spookachtige nagalm. De albumtitels spreken al evenzeer tot de verbeelding als de muziek: Legendary Freaks in the Trash of Time, The Paranormal Soul, Crystal Cult 2080. Dat hadden ook hele weirde scifi-films kunnen zijn.

Inmiddels zit je diep in het digi-doolhof van Legowelt, hè? Denk je dat je de uitgang nog weet te vinden? Je bent er in ieder geval nog lange niet doorheen. Kijk maar eens bij de berg aan samplepacks, tientallen synthdemonstraties en de heerlijke radioshows die hij voor Intergalactic FM maakt. Voor je het weet luister je een uur naar een radiodocumentaire vanuit de regenachtige bossen van North Carolina, waarin Legowelt zichzelf voorstelt als Smackos van het ‘Astro Unicorn Report Team’ en voor een interview aanschuift bij het illustere label FrequeNC.

En dan hebben we het nog niet eens gehad over de schat aan Shadow Wolf Cyberzines, digitale tijdschriftjes vol ASCII-kunstwerkjes, interviews met new age-muzikanten, Vlaamse mayonaise-recensies door David Vunk, tips voor field recordings, ambient platen die uitermate geschikt zijn om mee te trippen, een ronkend betoog van I-F voor een discomix van Peter Slaghuis, ga zo maar door.

Echt, heb je ooit zo’n plek op het internet gezien? En dat is dan de officiële website van een van de meest toonaangevende elektronica-muzikanten van Nederland! Alles wat aan het brein van Legowelt ontspruit, herbergt een maf soort humor en gekte, maar vooral ook heel veel liefde, lol en tijd. Die website is zo’n aanstekelijk rariteitenkabinet, je kunt er uren verdwaald raken. Maar wat drijft de man erachter? Is hij net zo maf als zijn werk?

Shadow Wolf Cyberzine

(Tekst gaat verder onder de foto)

Van computerfetisj naar elektronica-obsessie

‘Ja, het is natuurlijk ook de bedoeling dat je er uren in kan verdwalen’, zegt de 42-jarige Danny Wolfers (zo heet Legowelt echt) gniffelend in de achtertuin van zijn North Sea Institute for the Overmind. Oftewel: zijn huisje vlak achter de duinen van Scheveningen. Het huis is zo’n beetje wat je verwacht. Er staat een totempaaltje, overal liggen kleine curiosa, verderop staan een paar bescheiden wietplantjes, er hangen nog slingers vanwege de verjaardag van zijn vriendin, er staan stokoude spelcomputers en natuurlijk heel veel platen, cassettebandjes en synthesizers.

Wat een weirdo, denk je misschien nadat je uren op die website hebt doorgebracht. Danny haalt er zijn schouders bij op. Hij profiteert wel van de cultus die er rondom Legowelt is ontstaan en bouwt er graag aan mee. ‘De Endemol van de gefreakte scene’, zegt hij vrolijk over zijn eigen ‘mediaimperiumpje’.

Als tiener in Den Haag was hij het buitenbeentje van de klas, de jongen die stilletjes achterin zat en geen fuck om school gaf. ‘Ik ben altijd een outsider geweest. We hadden een hecht groepje van nerds die bij elkaar klikten. Mijn hobby was elektronische muziek, iemand anders hield van games en de derde verzamelde dingen over de brandweer. Daar moest je dan mee hangen in de pauze. Nam hij foto’s mee van brandweerauto’s. Dat vond ik op die leeftijd een beetje kinderachtig, maar ik heb er nog altijd een fascinatie aan overgehouden. Als ik er eentje zie rijden denk ik: “Ah, leuk.” Ik zwaai ook altijd naar de brandweer.’

Er liepen ook heel wat gabbers rond op school – ‘daarmee kon je tenminste over een 909 praten, maar zij vonden Unit Moebius maar vage muziek’ – en natuurlijk waren er de jongens die zichzelf drive in dj’s noemden. ‘Een extreem onromantisch beeld, en zulke sukkelige dj’s. Met aankondigingen en afkondigingen.’ In de pauze mochten die jongens op het omroepsysteem van de school plaatjes draaien met twee brakke platenspelers en een hele crappy mixer. Dat vroegen ze ook eens aan Danny. Kwam hij aanzetten met de keihard knetterende ‘Acid Planet’ van Unit Moebius. ‘Na vijf minuten kwam er al een leraar binnen: “WAT IS DIT?! STOP ERMEE!”’

Legowelt

Eigenlijk was Danny meer een computernerd. Nog voordat het internet bestond spookte hij wat rond op Bulletin Board Systems, eind jaren tachtig en begin jaren negentig. Op die BBS kon je inbellen en berichtjes sturen, maar ook illegale games en cracks downloaden én er waren kleine digitale magazines te vinden. Zijn eigen Shadow Wolf zine is direct op die vroege BBS geïnspireerd. ‘Computers waren nog een subcultuur in die tijd, voor de mensen die graag binnen zaten en het zonlicht zo weinig mogelijk zagen. De outcasts van de society. Het was een soort escapisme, het was een vrije cyberwereld.’

En omdat het allemaal om computers ging, waren er ook veel mensen into elektronische muziek op het vroege internet. ‘Aphex Twin, techno en intelligent dance music, dat was natuurlijk cyber cutting edge culture. Ik kan me nog herinneren dat ik een text file had gevonden met de discografie van Underground Resistance. Alleen de titels, hè? Maar dat sprak zo tot de verbeelding. Die BBS en computers waren nog echt magisch. Als tiener dook ik daar helemaal in, en langzaam veranderde dat in een liefde voor elektronische muziek, synthesizers en muziek maken. Dat komt allemaal voort uit die…’ Gniffel. ‘…computerhobby.’

Teutoonse raves leegdraaien

Zo begon Danny zelf aan te klooien met synthesizers. Via het VPRO-radioprogramma van Edwin Brienen hoorde hij vervolgens dat in zijn eigen stad Den Haag een paar van de coolste elektronische muzikanten rondliepen: Ferenc van der Sluijs alias I-F én Guy Tavares van Unit Moebius. Met de bevriende Orgue Electronique maakte hij een cassettebandje dat hij bij een show in Paard van Troje aan Guy gaf, en voor hij het wist maakte hij onderdeel uit van de hechte Bunker Records-kliek.

Zelf zag hij de muziek die hij maakte nooit als ‘dance’. ‘Nee, ik heb nooit gedacht: ik ga hier eens lekker op dansen, ik heb het nooit gezien als een product om je te bewegen. Het rare gefreak vond ik gaaf, dat masseert mijn hersenen. Dance, dat vind ik zo’n verschrikkelijke term.’ Hij sputtert een beetje. ‘Eh, het is wel cool om te dansen, hoor. Laatst in Finland hing ik nog aan een trap, als een aapje te juichen. Daar speelde Kasko, een Fins duo dat exacte covers maakt van italo- en disconummers. Ze zingen echt precies hetzelfde, maar dan in het Fins. De hele tent ging los, supergaaf om te zien.’

Via Bunker begon Legowelt rond de millenniumwisseling aardig op stoom te raken, maar een echte hit scoorde hij per ongeluk met ‘Disco Rout’, in 2002 uitgebracht via Ghostly International en gelicenseerd op Cocoon, het label van Sven Väth. Voor Danny er erg in had, sloot Väth de gigantische Love Parade af met ‘Disco Rout’ en werd het uitgeroepen tot Track of the Year bij het toonaangevende Duitse blad Groove Magazine. Legowelt speelde het liefst in kraakpanden en de Haagse scene was juist rauw, punky, DIY, dus dat botste wel even. ‘Werden we met het Bunker-team uitgenodigd om voor veel geld te komen spelen op zo’n grote Duitse techno-rave, best wel professioneel. Maar we konden helemaal niks, of we draaiden alleen italo. Guy kwam met ‘The Message’ van Grandmaster Flash aanzetten, maar dat kun je niet doen op zo’n Teutoonse technoparty. De tent was meteen helemaal leeg. Of ik daarvan baalde? Nee joh, dat vonden we supercool. Punk-style: “Fuck you! Hahaha, zie je wel!” Het interesseerde me geen reet. Zo werden we een paar keer uitgenodigd, daarna nooit meer.’

Legowelt

Trollen op het synthforum en komen voor verwarring

Ja, Legowelt vond het wel leuk om mensen op het verkeerde been te zetten. Op het synthforum, waar hij sinds oktober 2002 inmiddels 6271 berichten heeft geplaatst (gemiddeld meer dan 1 per dag), trolde hij heel wat af. Vroeg iemand hem wat hij voor muziek maakte, dan beweerde hij stellig louter satanische Noorse blackmetal te spelen, en dan alleen op Zweedse synths. Plaatste iemand een klef gedichtje over techno, dan antwoordde hij: ‘Bwurg het klinkt als een reclame voor een of ander nieuw yoghurt merk. Zo verschrikkelijk njjjggg..tenekrommend gewoon.’

‘Niet dat die website echt belangrijk was… Het was meer een hangplek’, zegt–ie nu. ‘Digitale synth-hangjongeren waren we, heel baldadig ook. Zeker in het begin: het was de transitie van die oude hackerscultuur naar het mainstream internet. Ik had een bepaald soort elitisme: wat doen al die burgerlijke mensen op het internet?’

Dat etteren deed hij wanneer nodig ook tijdens dj-sets. ‘Ik kan me nog herinneren dat we in Leiden speelden op een electronight. Ik had juist allemaal Afrikaanse platen meegenomen, hi-life en muziek uit Congo. De volgende dag las ik op internet: “Legowelt moest het weer verpesten met zijn rare platen.” Ik werd zó blij toen ik dat las. Yes! Als die gast er niet voor open staat, en ik heb daardoor zijn avond verknald? Dat maakte me wel een beetje gelukkig.’ Maar vergis je niet. ‘Ik deed dat alleen als de mensen het verdienden, hè? Uiteindelijk kwam dat etteren natuurlijk voort uit het gevoel dat ik mijn eigen ding wilde laten zien, maar ik wist dat de mensen dat niet leuk vinden.’ Hij grinnikt. ‘Dan moeten de mensen lijden.’

Nu hoeft hij nog maar zelden mensen te ‘straffen’. ‘Ik draai gewoon wat ik zelf gaaf vind, en zie dat het publiek veel opener is geworden voor allerlei soorten muziek. In Engeland kun je gewoon Afrikaanse muziek mixen met Robert Hood, je kunt alles laten samensmelten en mensen gaan compleet uit hun dak als je een Arabische track opzet. Mensen komen nu speciaal voor de verwarring, ze willen hun hersenen masseren met die verwarring.’

Legowelt op Synthforum

Legowelt op Synthforum

Een Romeinse slaaf en new age mumbo jumbo

Verwacht op Lowlands ook de nodige verwarring. Daar staat Legowelt met een liveset onder zijn Gladio-alterego, zogenaamd een Romeinse slaaf die hij nu nieuw leven heeft ingeblazen met een EP op het coole New Yorkse label L.I.E.S., met veel hardere bijna industriële house dan zijn afgelopen platen. ‘Harde muziek moet nu, er is alleen maar ellende in de wereld!’ Hoe hij besloot dat het tijd was om muziek te maken als Gladio? ‘Dit project is eh… op bestelling gemaakt. Ik kreeg van L.I.E.S. de vraag of ik een Gladio-plaat wilde maken. “Zo snel mogelijk graag! We kunnen hem meteen persen!” Dus ik heb hem in een week gemaakt, opgestuurd en toen is hij meteen gedrukt. Maar ik was heel erg geïnspireerd. Het is een vet label, ik had carte blanche.’

De originele Gladio-plaat Slave of Rome uit 2003 werd een ‘darkroom classic’, aldus Danny. ‘De Gladio-sound was vrij sloom, er zaten geluiden van zweepslagen in, en een bepaalde erotische sensualiteit. Dat exploiteer ik wel een beetje op de nieuwe plaat, natuurlijk. ‘Fist of Gladio’, ja, dan weet je al hoe laat het is.’ Tracktitels zijn sowieso heel belangrijk voor hem. ‘Dat is de helft van de track. ‘Gladio is Free’ is een goed voorbeeld: die track begint vrij hard, een beetje geketend. In het midden verandert hij compleet, dan komen de open space chords, dan is–ie vrij.’

Wie door zijn tracktitels heen gaat en vervolgens zijn Shadow Wolf Zine nog eens openslaat, ziet tal van verwijzingen naar het bovennatuurlijke en buitenaardse. Is dat met een knipoog, serieus, of een beetje van beiden? ‘Ik ben wel door een fase gegaan om mijn hersenen een beetje te prikkelen. Maar uiteindelijk is het meer de romantiek ervan, ik creëer graag een fictief narratief voor mezelf.’ Zo experimenteerde hij bijvoorbeeld wat met electronic voice phenomena: het opnemen van stilte in een ruimte, en die vervolgens zo hard afspelen dat je vanzelf stemmen gaat horen. ‘Ja, dat heb ik wel eens geprobeerd natuurlijk, zelfs op een begraafplaats.’ Hij gniffelt zijn karakteristieke gniffel nog eens. ‘Dat is new age mumbo jumbo natuurlijk, maar stemmen zijn er altijd, omdat je hersenen dat automatisch willen horen.’

De creativiteitsspier en content creëren

Uiteindelijk doet hij het vooral om de creativiteitsspier te trainen, zoals hij ook binaural beats gebruikt en daar weer verslag van doet op zijn zine, of naar San Francisco trekt om new age music-pionier Iasos te interviewen. ‘Vaak denk ik: dít is een leuk onderwerp, maar dan weet ik er helemaal niks vanaf en ga ik research doen. Het is een soort therapie, een training voor de hersenen. En uiteindelijk creëer je met zo’n zine toch ook een soort kunstwerkje, hè?’

Zo is Danny eigenlijk continu bezig met creëren. ‘Ik heb ook ouwe computers waar ik op programmeer, dat is echt een hobby van me. Je hersenen komen dan in een soort zenstaat, in een deep focus. Het enige wat er dan nog bestaat is het programma, de code. Het is een kwestie van wiskundig puzzelen, maar dan in het framework van iets leuks zoals een spelletje maken. Zo heb ik een spel gemaakt op de Commodore 64: Bunker Tour Simulator. Dat is een simulatie, een soort RPG waarmee je de Bunker Tour in Amerika simuleert die we in 2003 hadden gedaan. Het was heel oldschool punk, we gingen met een klein busje door heel Amerika, langs hele kleine steden zoals Fargo, waar niemand kwam opdagen. In het spel kom je in een stad aan, moet je promotie doen, maar ook eten, naar een hotel om te slapen en fans bezoeken. Die kunnen je eten geven, of ze kidnappen je omdat ze gek zijn. Afhankelijk van de hoeveelheid promotie die je hebt gedaan kun je de gig spelen, maar dat hangt ook af van het weer. Het is een soort puzzel hoeveel benzine je nodig hebt, een test van je geografische kennis. Het zijn een stuk of zeventien steden, daarna vlieg je weer terug naar Nederland.’

Wanneer hij dit zo vertelt, vraag je je toch af wáárom hij zo’n drang heeft continu te creëren? Waarom hij bijvoorbeeld ook samplepacks maakt en voor noppes aanbiedt op zijn website? Zelfs grote producers als Four Tet en Novelist zweren erbij, de hele eerste EP van upsammy staat vol met geluiden van Legowelt. ‘Natuurlijk vind ik het cool dat bepaalde mensen mijn sounds gebruiken in hun muziek, dat dat overal in doorsijpelt. En toen ik net begon vond ik het ontzettend gaaf om zulke informatie te kunnen vinden op internet. Waarom zou je het níét delen? Daar schiet je toch ook niks mee op?’

Is dat de reden? Wil hij vooral mensen inspireren? ‘Misschien. Er zijn natuurlijk veel redenen voor te bedenken, maar misschien ben ik helemaal niet zo mensenlievend. Het kan ook veel simpeler zijn: dat ik content heb voor mijn website. Dat is misschien wel de basisreden.’

Stills uit de Bunker Tour Simulator

#nieuws
Laatste nieuws en artikelen van 3voor12