De krankzinnige verhalen van dancepionier Duncan Stutterheim De krankzinnige verhalen van dancepionier Duncan Stutterheim

Oprichter van ID&T bezoekt 3voor12 Radio voor de DJ Shortlist

, Redactie 3voor12

Duncan Stutterheim besloot uit ID&T te stappen na een ayahuasca-ceremonie, zat in de bak voor het plakken van posters en zag als twintigjarig jochie 120.000 gulden in cash voor zich liggen. In de DJ Shortlist vertelt de dancepionier een paar van zijn krankzinnige cowboyverhalen.

In de DJ Shortlist had Roosmarijn vandaag de Nederlander te gast die de grootste invloed heeft gehad op de internationale dance-industrie. Nee, niet Tiësto of Armin van Buuren. Überhaupt geen dj zelfs, maar Duncan Stutterheim, de grote man achter ID&T die de wereld liet kennismaken met gigadancefeesten als Thunderdome, Sensation, Mysteryland en Welcome to the Future. 

ID&T werd in 2013 natuurlijk met een miljoenendeal overgenomen door het enorme Amerikaanse bedrijf SFX. Duncan stapte er in 2015 uit, en kort daarop stortte het hele bedrijf in elkaar. Deze week verschijnt Celebrate Life, het tweede boek over ID&T geschreven door Gert van Veen. Het staat vol bizarre verhalen over afterparties in de suite van Michael Jackson, vechtpartijen, onderhandelingen vol bluf met grote bobo’s en feestjes met Roemeense maffia. ‘Ik zal je eerlijk zeggen: ik heb wel stukjes gelezen, maar heb de pocket pas sinds vanochtend en het dikke boek pas een paar dagen’, bekent Stutterheim. ‘Ik wilde me ook niet met het schrijven bemoeien, zodat mensen hun verhaal oprecht kwijt konden. De tegenstellingen zijn juist zo mooi. Ik vroeg Gert hoeveel foto’s hij heeft bekeken. 1,6 miljoen, dus. Ongelooflijk, hè?’

Er staan zoveel bizarre verhalen in het boek. Is er een verhaal dat je was vergeten, waarvan je nu denkt: dat zou ik nu niet meer aan kunnen?
‘Nou, ik was ooit natuurlijk de grote baas, ik werd zelfs de dictator genoemd. De ruzies die mijn partner Wouter Tavecchio en ik hadden.. We konden heel fel zijn, maar hadden ook met motto: geen wrijving, geen glans. Die ruzies hadden wel impact op de mensen om ons heen. En door de overnames van SFX merkte je op de vloer dat er veel teveel mensen waren, ik zag hoe mensen huilend wegliepen.’

Het boek begint met je afscheid, op Sensation 2015. De beslissing om weg te gaan nam je al eerder, lees ik in het boek. Sterker nog, je kwam tot het inzicht tijdens een ayahuasca-trip?
‘Nou ja, een beetje wel. Ayahuasca is een drankje uit Zuid-Amerika, uit de Amazonen, dat al duizenden jaren wordt gebruikt in stammen en redelijk in opkomst is in Nederland. Ik noem het een goed gesprek met jezelf, waarbij je wordt begeleid. Ik heb nu twee mensen gevonden waar ik het heel fijn mee heb: ’s avonds begin je, ’s ochtends ben je klaar. Ik doe het nu zo’n twee keer per jaar. 
‘Er was een periode dat ik het zwaar had met SFX, het liep niet hoe ik wilde en ik voelde dat het de verkeerde kant op ging. Ik had er een dubbele baan bij gekregen: ik probeerde SFX op te bouwen en had tegelijkertijd overname-gesprekken. Tijdens een ayahuasca-ceremonie merkte ik dat ik meest slecht voelde over mijn werk. Ik liep naar voren en vertelde dat. Toen vroeg de begeleider: “Heb je er wel eens over nagedacht om te stoppen?” Die vraag had ik mezelf nooit gesteld, en die kwam heel hard binnen. Bam! ’s Ochtends voelde ik vervolgens een soort opluchting, de weken erna ging ik erover nadenken. Ik was een tijdje later op ons nieuwe concept AMF, met allemaal EDM-dj’s. Het was de eerste editie en helemaal uitverkocht. Een waanzinnig succes dus, maar zo voelde het voor mij helemaal niet. Ik vond het niet leuk, ben na 2 uur al weggegaan naar de Elementenstraat, een andere locatie van ons. Ik wilde goede muziek horen. Niet dat EDM dat niet is, maar het is niet mijn muziek.’

Voelt dat afscheid nog als de juiste beslissing?
‘Voor mij persoonlijk enorm. Het was een mooie afronding voor me. Ik heb het bedrijf altijd vanuit mijn eigen passie gerund, maar dat was bij mij opgeraakt. Had ik het nu anders gedaan? Nou, TomTom vind ik een mooi bedrijf in Nederland, dat zelf naar de beurs is gegaan. Misschien hadden we dat moeten doen, maar met ID&T zaten we vast, we konden niet meer groeien en konden festivals internationaal niet meer financieren. Ik zou nu meer in de lead willen zijn, niet afhankelijk van Robert Sillerman [de baas van SFX]. Hij heeft ons plan een beetje verkwanseld. Hij meldde bijvoorbeeld trots dat we een minderheidsbelang hadden gekocht in Rock in Rio, maar dat had niets te maken met onze visie om een elektronisch muziekbedrijf te bouwen. Voor hem was het een spel, en er was een groot cultuurverschil tussen hem in Amerika en ons in Europa.’

Duncan Stutterheim met Celebrate Life

ID&T in het kort

Juni 1992: ID&T opgericht door Irfan van Ewijk, Duncan Stutterheim en Theo Lelie. Eerste feest, The Final Exam, een 'examenfeest' in de Jaarbeurs
Oktober 1992: Eerste Thunderdome, in Thialf, Heerenveen
Juli 1993: Eerste Mysterieland, in Lelystad
Februari 1999: Eerste Innercity, trancefeest in de RAi, Amsterdam. Dankzij een reportage van RTL 4 ook de doorbraak voor Tiësto.
Juli 2000: Eerste Sensation, in de Arena, Amsterdam. De witte dresscode kwam bij de tweede editie, een jaar later.
2000: ID&T koopt New Dance Radio, doopt het in 2001 om tot ID&T Radio en verkoopt het de zender in 2005, als het inmiddels Slam FM heet
Juli 2005: ondanks financiele problemen opent ID&T een kleine club in Amsterdam: Studio 80
Oktober 2013: SFX koopt ID&T
April 2015: Duncan Stutterheim vertrekt bij SFX
December 2015: Duncan Stutterheim verkoopt Studio 80
Februari 2016: SFX vraagt uitstel van betaling aan
December 2016: SFX gaat door onder de naam Livestyle
April 2017: Oude eigenaren van o.a. ID&T, Awakenings, Q-Dance en B2S kopen belang terug in hun bedrijven en festivals
Juli 2017: Allerlaatste Sensation in Amsterdam. ID&T zegt in 2018 met een nieuw concept te komen. 

 

 

'Er lag 120.000 gulden in cash voor ons, terwijl we net twintig waren'

Laten we het hebben over het begin van je carrière: voor jou begon het allemaal met The Final Exam, op twee weken na precies 25 jaar geleden, in de Jaarbeurs van Utrecht. Weet je nog hoe dat allemaal begon?
‘Ik heb inmiddels wel 1000 feesten gegeven, maar heb nog zoveel onthouden van die avond. We hadden een keer een feestje gegeven voor 300 man met Oud en Nieuw, ik had ondertussen mijn eigen koerierbedrijf, was dat op mijn achttiende begonnen. We vonden housemuziek te gek, en gingen graag naar IT. Na dat ene feestje wilden we iets groters organiseren: een loods of sporthal voor 2000 man. Dat was niet te vinden. Irfan, mijn partner toen, was een telefonische verkoper en belde met zijn grote mond de Jaarbeurs: ‘We willen een examenfeest geven.’ Hij had het expres weggehouden bij het woord rave of houseparty, en we kregen te horen: ja hoor, dat kan wel. Hang maar een doek op en kijk hoever je kan komen. In plaats van 3000 of 5000 kaarten ging het steeds gekker, en verkochten we uit met 12.000 kaarten. Het was toen het grootste feest van Nederland, met een groot momentum. Utrecht was een uur reizen vanuit heel Nederland, dus hebben we vijf maanden lang in elk dorpje in Nederland geflyerd en geplakt. Er was geen internet, hè? We hebben zelfs nog in de bak gezeten voor het plakken! Echt hilarische verhalen.’

Met 12.000 man op je feest moet je opeens ook al je vrienden bellen of ze kunnen komen helpen, kan ik me voorstellen!
‘Ja, we zijn totaal bestolen door de security. Er ging een heleboel fout: de garderobe ook. Niemand in Nederland was erop ingericht, maar voor ons heeft het in ieder geval de toon gezet. We moesten na afloop zelfs langs alle platenzaken om de kaartverkoop op te halen. Toen bleek dat we 120.000 gulden hadden verdiend. Dan ben je twintig, en dat geld lag in cash voor ons. Dan word je echt… Een jaar later hebben we nog zo’n feest gegeven in de Jaarbeurs, toen ging alles mis bij de garderobe en kregen we van alle kanten de schuld. Ik moest toen zelfs huilen, toen was ik 21. Iedereen bleef tot het eind, om een uur of 7 ’s ochtends was het feest afgelopen en wilde iedereen in één keer weg. De garderobe was daar helemaal niet op ingericht, dus mensen moesten een uur wachten. Een groepje besloot over de balie heen te springen en zelf jassen te pakken. Al die andere mensen dachten hetzelfde, er waren honderden jassen weg. We hebben er maanden ellende van gehad.’ 

Welke track hoorde bij dat eerste feest?
‘Ik weet nog dat ik hier in Hilversum was, Robin Albers deed zijn show For Those Who Like To Groove op 3FM. Dat was eigenlijk het enige programma [voor dance], wij waren supertrots dat we daar meerdere malen mochten komen, en hadden hem ook geboekt: we wisten dat we dan veel aandacht kregen. ‘Plastic Dreams’ was toen dé hit, maar toch ook wel een undergroundplaat.’

'We hebben zelfs nog in de bak gezeten voor het plakken! Echt hilarische verhalen.'

 

 

 

Op de flyer van het eerste feest stond The Wizard al, het mannetje met de baard dat later hét symbool werd van Thunderdome. Ik denk dat er weinig grote feesten zo legendarisch zijn. Er zijn mensen met tatoeages, er worden nog steeds fandagen georganiseerd, en sterker nog: 28 oktober wordt er weer een Thunderdome georganiseerd in de Jaarbeurs!
‘Kijk!’ Duncan laat zijn The Wizard-tatoeage zien. ‘Ik mag ook gratis naar binnen.’

Er waren ook heel veel mensen die met een viltstift mannetjes tekenden, hè?
‘Ja, bij het 20-jarig bestaan dat uitverkocht was. Mensen gingen in de laatste week nog naar de tattoo-shop. Toen heb ik gezegd: dat telt niet meer. Meer dan 2000 mensen hebben zo’n poppetje gezet, in totaal.’

Het was een enorm invloedrijk feest, mede dankzij de cd’s. Weet je nog wanneer jullie besloten het imperium uit te breiden met al die merchandise?
‘Die cd’s kwamen door Arcade, het eerste bedrijf dat het gat van de cd en de verzamel-cd’s zag, ook in de housemuziek. Ze zagen dat Thunderdome populair was, en dachten: wij maken er een cd van. Ze hadden nooit verwacht dat wij – jongens van 21 – het merk hadden gedeponeerd. Wij kwamen aankloppen: hallo, het is ons feest. “Je kunt een dubbeltje krijgen”, zei de manager. “Een dubbeltje is heel weinig”, vonden we. De eerste cd hadden ze al heel goed verkocht, ook zonder ons al. We hadden er nooit van wat teruggezien. We zijn gaan onderhandelen, en zijn eruit gekomen: van een dubbeltje naar een kwartje naar een gulden.’

Wanneer kwam je erachter dat die fanbase zo trouw is?
‘Die cd’s begonnen belachelijk goed te verkopen: ze stonden op nummer 1 in Duitsland en Nederland, heel Europa ging goed. In de toptijd verkochten we 500.000 cd’s van een editie. In totaal hebben we 4,5 miljoen verkocht. Bij de tweede of derde zijn we er een klein boekje in gaan doen waarmee je een t-shirt kon kopen. Mijn broer was toen 16, klaar met zijn Mavo en hij wilde een vakantie-baantje. Er kwam vervolgens niet een bestelling of tien, maar er kwamen er honderd per dag, van 25 gulden tot 100 gulden. Dus we kregen gerust 10.000 euro aan orders binnen in een dag. Wij zaten dat met de hand op te schrijven. Voordat we het doorhadden, werd het steeds gekker. We begonnen de realiteit te verliezen, we dachten gekker en gekker. We hadden zelfs het bestbekeken tv-programma, een half jaar lang, op TMF. Toen kwam die kentering met Gabber Piet, Party Animals deden het ook niet goed. Binnen een halfjaar was het gedaan: cd’s werden niet meer verkocht, iedereen liet snel zijn haar weer groeien en wij moesten 25 mensen ontslaan in de loods.’ 

Heb je nog een nummer dat je doet terugdenken aan een specifieke Thunderdome, waarbij de rillingen je over de rug lopen?
‘Ja, Put Your Hands Against The Speaker. We hadden iets bedacht: we hadden drie kooien gebouwd in de zaal. Tijdens de avond lieten we langzaam de kooien naar beneden zakken, je kon als publiek kiezen om in die kooien te gaan staan. Ze waren 10 bij 10, dus er stond 200 a 300 man in een kooi. In die kooien zat een lichtinstallatie, de rest van de zaal werd helemaal donker, en toen deden we die track aan. Het was een heel gaaf gezicht: in die kooien ging iedereen helemaal uit z’n dak. We hadden de speakers laag, dus je kon ook echt je hadden tegen de speaker houden. Ik krijg er nu weer kippenvel van.’

In het boek wordt beschreven hoe ID&T steeds groter wordt en dat het om steeds grotere en grotere bedragen ging, richting miljoenen, én dat het bedrijf in 2005 bijna failliet ging. Maar in 2005 openden jullie ook Studio 80: een piepkleine club in Amsterdam. Waarom deed je dat terwijl het zo slecht ging en in andere takken van ID&T moest worden gesneden?
‘Het gebeurde eigenlijk iets eerder. House en techhouse hadden mijn grote voorkeur, en ik vind het altijd belangrijk om tegenwicht te bieden: doe ik iets groots, dan ook iets kleins. Doe ik iets commercieels, dan doe ik ook iets goeds terug voor de wereld. Het zijn mijn yin en yang. Dat heb ik ook met Studio 80 gedaan. Niet met de intentie om eraan te verdienen, het heeft me zelfs veel geld gekost, maar dat vond ik helemaal niet erg. Voltt is er begonnen, Dekmantel heeft er feesten gegeven en Gert van Veen [aangetrokken als programmeur van Studio 80] heeft nieuwe muziek er echt een podium gegeven. Daar is de Amsterdamse housesound ontstaan.’

Je verkocht Studio 80 pas een paar jaar nadat je uit ID&T stapte.
‘Dat klopt. Het voelde voor mij heel raar: ik had alles verkocht en ging niet meer uit, maar had Studio 80 nog steeds. Toen heb ik het te koop aangeboden.’

Wat was jouw mooiste avond daar?
‘De weekenden van 24 Hour Party People waren legendarisch. We gingen 24 uur door, alle dj’s in de stad stonden er, om 11 uur ’s ochtends stonden er nog hele rijen. Voor mij hoort Tropical Mellons van 2000 and One daar echt bij: Dylan Hermelijn was dat, hij wilde zichzelf echt opnieuw ontdekken, net zoals bijvoorbeeld Steve Rachmad.’

Het boek beschrijft ook uitgebreid de onderhandelingen met SFX. Dan valt op wat voor een bizarre man de baas daar was: Robert Sillerman. Dat-ie jullie pas een hand wil geven als hij op tafel staat, zodat hij langer lijkt.
‘Of dat hij Wouter bij zijn ballen pakt tijdens de kennismaking! Ik had dat nog nooit meegemaakt. Moesten we nou lachen? Was het aso? Moest je ‘m op zijn bek slaan? Het was heel raar, en hij kwam er nog mee weg, ook.’

Gaan je alarmbellen dan niet direct rinkelen?
‘Nou, nee. Ik had vooraf een paar mensen gesproken. Die zeiden: “Die man is knettergek. Het wordt dus een gigantisch succes, of het wordt niets.” Bij ons is het het laatste geworden. Ik heb ongelooflijk veel gelachen met hem, maar hij heeft ook dingen gedaan die echt niet kunnen. Dat filmpje dat hij uit het vliegtuig kwam en zijn middelvinger liet zien vlak na de beursgang, ik kon daar wel om lachen, maar Wall Street dacht er anders over: ben je wel goed bij je hoofd? Tegelijkertijd heeft hij Live Nation neergezet, dat is wel een succesvol bedrijf geworden.'

De overname zorgde er ook voor dat jullie iets legendarisch hebben kunnen doen: Mysteryland op het bijna heilige Woodstock-terrein. Vijfendertig jaar na Jimi Hendrix stond daar Joris Voorn.
‘Goed hè? We hadden een jaar lopen lobbyen bij dat terrein, waarom wíj daar moesten zitten. Wij waren de eerste met een feest daar, na al die jaren. Het verbaasde me: het leeft hier in historisch perspectief meer dan in Amerika zelf. We kregen volle tegenwerking van Amerikaanse organisatoren, politieke spelletjes met artiesten, dat was niet gemakkelijk. Internationaal hebben bijna al die evenementen niets opgeleverd: EDC niet, Tomorrowland niet, Mysteryland niet. De originele feesten doen het goed, maar je verplaatst niet zomaar een festival naar een ander terrein. Kennelijk is het toch niet zo gemakkelijk om zulke concepten te exporteren.’

Welke track hoort er bij Mysteryland op het Woodstock-terrein?
‘Een klein geheim: ik kon niet wegens privé-omstandigheden. Ik baalde als een stekker, maar heb gevraagd aan mensen die er waren: wat was nou dé track die bij dat evenement hoort? Disclosure in de Flume-remix. Met die muziek wilden we Amerika wel veroveren, en Amerikanen begrepen dat heel erg goed: een elektronische act, gemengd met vocalen en die energie. Echte goede house of techhouse is klein in Amerika.’

Je bent inmiddels echt teruggetrokken uit de dancewereld, maar in de allerlaatste alinea van het boek zeg je dat je nooit gaat rentenieren, omdat er nog zoveel te doen is. 
‘Dat vind ik ook. Ik heb twee jaar rustig aan gedaan, maar merk dat ik een bezige bij ben in mijn hoofd. Alleen maar sporten, je kinderen en vrouw… dat is wel heel leuk, maar soms heb je ook wel een creatieve ingeving. Ik ga niet meer het nieuwste techno-feest geven, maar ben wel in gesprek met jongens die dat wel willen doen. Ik kan hen helpen. Na de zomer kom ik met een of twee projecten, het liefst nog voor ADE, na de zomervakantie.’

Speelt muziek nog een belangrijke rol in je leven? Weet je nog wat er speelt?
'In mijn ID&T-tijd heb ik dat altijd willen weten, maar nu ik even uit het nachtleven ben gestapt ben ik al twee jaar niet meer echt op de hoogte. Wauw, zo rap gaat het dus: ik ken nu al de helft van de line-up niet meer. Ik heb twee kinderen van 15 en 13, dus luister wel enorm veel popmuziek en Nederlandse acts. Ik ken alle platen van Ronnie Flex, maar ook popmuziek in bredere zin. Ik speel zelf piano, mijn oudste dochter zingt, dus we spelen samen ook soms popliedjes. Ik was laatst voor het eerst op Coachella, als bezoeker, en kwam daar Glass Animals tegen. Radiohead stond er ook, dat is nooit echt mijn materie geweest, dat vind ik iets te down. Maar toen kwam Future, die blies echt het hele festival op. Bizar! Ik ben dat thuis gaan luisteren, blijkt die jongen vijf albums te hebben gemaakt, ik had geen idee.’

'Ik ken alle platen van Ronnie Flex'

nu op 3voor12