Met een 40-urige weekender vliegen de deuren van de piepkleine Amsterdamse club Garage Noord open. Het blijkt vooral een grootschalige reünie van een scene die staat te popelen om van start te gaan. Maar ook een voorbode van de geweldige tijd die de club tegemoet gaat, nu het eindelijk gebruik kan maken van zijn 24-uursvergunning.

Het is zondagmiddag, een uur of drie. Boven staat upsammy te draaien in de piepkleine nieuwe bovenzaal, waar een kluwen mensen in clubtenue danst op een glazige electroplaat waar ze speelse struikelpercussie induwt. Op het aangrenzende terras deinen vers aangekomen clubgangers mee, al dan niet met een peuk of een biertje in de hand. Het terras is tot aan de randen gevuld. Ieder zitplekje is bezet. In de hoek duikt een jongen met een kaalgeschoren hoofd op een bankhanger af. Of hij alsjeblieft ruimte kan maken, hij wil zo graag effe zitten. Naast hem zit een groepje dansers dat al sinds de vorige nacht in de club is blijven plakken. Pas de nacht hierop zullen ze uitgeteld de club uit sjokken.

Het geluid van allerlei door elkaar heenlopende gesprekken, dat is de klank van een club die weer tot leven komt. De eerste weekender in Garage Noord (ooit!) speelt zich net zo goed af op de dansvloer als daarbuiten. En dus is de uitbreiding van de club een gouden zet. Het boventerras staat de hele avond ramvol met clubbers die naar frisse lucht snakken, en ook het terras vóór de club wordt dit weekend benut, overdekt met een stuk zeil. Daar kun je je verschansen voor een verkwikkende gado gado of een saotosoepje, maar het is vooral de ideale speelplaats voor een massale reünie van het Amsterdamse nachtleven. Het hele weekend zie je dj’s de club doorkruisen. Zoals Parrish Smith, die op vrijdagnacht al bij mad miran en Identified Patient opduikt terwijl hij zondag pas zal afsluiten. Of Job Sifre, die vrijwel continu op de dansvloer lijkt te staan. En er zijn ook dj’s zoals Elias Mazian, KI/KI en Job Jobse, die dit weekend elders draaien maar alsnog naar Amsterdam-Noord zijn getogen.

Garage Noord in lockdown, 2020

Je merkt het ook aan de druk op de kaarten. Tickets in de pre-sale waren binnen seconden uitverkocht, en dus wagen hordes clubgangers de avond zelf een kansje bij de deurverkoop. Niet te doen, vertellen twee dansers later op de avond. Ze kwamen op de valreep de club in, omdat het groepje voor hen na vier uur wachten begon te vechten en werd weggestuurd. Gek eigenlijk, want binnen blijft het verrassend lang best leeg. Dansers druppelen binnen met een mix van onwennigheid en opwinding, alsof ze voor het eerst op een middelbare schoolfeest staan. Dat is wel verdwenen bij Mark Knekelhuis, de Amsterdamse dj die op zijn eigen label wonderlijke platen uitbrengt uit alle hoeken van de wereld. Gqom uit Tokyo, industrial uit China, melancholische trance, het soort platen dat hij vanavond verweeft in een behoorlijk eclectische set. Hij heeft drie weken de tijd genomen om zich erop voor te bereiden, en dat hoor je aan de intentie waarmee hij de dansvloer begroet. Zijn eerste plaat is Moby’s ‘Go’ in de Woodtick Mix. Wanneer die melancholische synths over de dansvloer suizen, spreiden een paar dansers hun armen alsof ze nu pas beseffen: verdomd, ik sta in de club.

Door dat gevoel is het knap lastig om je los te scheuren van de dansvloer. Dat blijkt die avond ook bij de afsluitende b2b van Identified Patient en mad miran, die zoekend beginnen en met deze acidtrance plaat grip krijgen op het publiek. Daarna draaien ze de hele avond aangenaam ongezellig. Soms schakelt het duo terug, zoals met een uitstapje naar half-time drum ’n bass, dan weer landen ze bij een felle shygirltrack of een etherische hardcoreplaat. Het ochtendlicht schijnt al pesterig via de zijdeur van de club naar binnen, en de dansvloer staan mensen met bezwete bovenlijven en knalrood aangelopen hoofden. Eerlijk? Zo bekeken is die Summer of Love misschien toch wat minder romantisch dan gedacht. Na anderhalf jaar niks zou je haast vergeten dat dansvloermanie een behoorlijk plakkerige bedoening achterlaat, maar aan het einde van de weekend kun je het niet meer negeren. Zaterdagavond draaide Herrensauna-resident CEM de tent plat met een hysterische set, aldus een enthousiaste clubganger in de tuin. De sauna-geur slaat je in het gezicht als je de club instapt. Wam. Ok, het behoort tot de romantiek van de weekender, maar misschien hebben we het zweet van onze mede-clubbers de afgelopen anderhalf jaar iets teveel geromantiseerd.

Natuurlijk is dit weekend een thuiswedstrijd voor residents en dj’s die al eerder in de club hebben gedraaid, maar er zijn ook een paar verrassingselementen. Zoals een live-show van Raven Artson, de voormalig Mozes en the Firstborn-drummer die nu autotune-pop brengt met flarden breaks. Hij staat op de houten verhoging die, lekker houtje-touwtje, in het midden van de zaal is geplempt en podium wordt genoemd. Het hout wordt woest door Ray Fuego naar de zijkant gesmeten. Meer ruimte voor de pit, wil die. Grappig om de Amsterdamse rap-punker op een line-up met allerlei techno-dj’s te zien staan. Wanneer hij over zijn publiek heen raast besef je eigenlijk dat hij helemaal niet zóver verwijderd is van een dj als Parrish Smith. Beiden eigenzinnig, beiden met de sloopkracht van een bulldozer. Dat is ook precies waar dit weekend behoefte aan is. De dj's die no-nonsense keihard draaien worden het hardste beloond, en de loeizware kicks van Smith worden met veel gefluit en armen in de lucht ontvangen. Hij sluit op de zondag af met een mix van electro-industrial en donderende techno, maar ook uitstapjes als een Nirvana-tune of deze coole N.E.R.D.-remix van industrial-icoon Trent Renzor.

Nog zo’n verrassingselement is GiGi FM, een Frans-Italiaanse dj die in de namiddag haar set diep en hypnotisch begint, en aan het einde van de avond juist veel snijdende breaks draait met een vette knipoog. Te gek om te zien hoezeer ze in controle is, met snelle maar strakke mixen en veel speelse tempowisselingen. Zijlings kijken een paar dansers haar nauwlettend op de vingers, dj Tammo Hesselink danst in opperste concentratie voor de booth, en naast haar gunt Interstellar Funk haar wat extra tijd voor hij aan zijn eigen set begint. Eigenlijk is dit precies waar je naar snakt: even ondersteboven zijn van iets wat je nog niet kent. Zéker na een jaar waarin muzikaal maar weinig verschoven lijkt te zijn, vanwege het gebrek aan broeiplaatsen als deze. Een nieuwe ontdekking kan in een klein hoekje zitten. En laat dat nou precies zijn waar Garage Noord zo goed in is.