De zaterdag van ITGWO18: Het eiland laat zich moeilijk overschaduwen De zaterdag van ITGWO18: Het eiland laat zich moeilijk overschaduwen

Jonge hiphopacts en grijze indierockdinosaurussen zegevieren

, Cécile van Wijnsberge en Dirk Baart. Foto's: Rick Slagter

Eerlijk, Into The Great Wide Open heeft een fantastisch programma dit jaar, maar van drie goede dagen (en een halve) is de tweede op papier toch het minst interessant. En dan heeft het festival ook nog te kampen met twee internationale afzeggingen: Tshegue en The Vaccines komen niet. Toch wordt het uiteindelijk een voorbeelddag, waarop twee typische eigenschappen van het festival overduidelijk waarneembaar zijn: de samenkomst van oud en jong (en dan bedoelen we écht jong), en de macht van het eiland.

De macht van Vlieland

Eigenlijk moet elke act op Into The Great Wide Open, hoe groot ook, het afleggen tegen de echte headliner van het festival: Vlieland. De invloed van het eiland is levensgroot. Dat is juist wat dit festival bijzonder maakt, maar het zit soms ook in de weg. Dat merk je het meest op het hoofdpodium op het Sportveld: op deze verzamelplaats blijken de shows toch vaak ondergeschikt aan de sfeer. Een oester, een cocktail, de zeelucht, het strand: je moet flink hard werken wil je de aandacht daar van afpakken, of juist muziek brengen die de eilandsfeer kan bevorderen.

Dat laatste doet pianist Hauschka aan het begin van de zaterdag behoorlijk goed. Wat zou Reinbert de Leeuw, die een dag eerder in de duinen met tedere hand stukken van Satie vertolkte, vinden van Volker Bertelmann? De Duitse componist en pianist heeft zijn vleugel vol met troep gegooid: rollen tape, stukjes karton, houten stokken, een kleine plastic tamboerijn. Ze laten de tonen vreemd rinkelen en schuren. Soms worden ze bijna volledig gedempt zodat alleen een doffe bons overblijft, waar hij dan weer een spaarzame, stuwende beat van bouwt. Ondanks de frutsels in zijn instrument is er niks fröbeligs aan Hauschka's muziek. Geometrisch is het juist, met constant herhalende motieven en subtiel gebruik van elektronica. Het effect is een soort trance, met ontlading in de dynamiek van licht naar zwaar en terug naar licht.

Ook Emiliana Torrini & The Colorist Orchestra passen goed op het hoofdpodium. De IJslandse zangeres, gekleed in sprookjesachtige jurk, vertelt verhalen met haar heldere stem, terwijl het Belgische poporkest haar begeleidt met lichte tred en een hele bak exotische percussie-instrumenten. Moeilijker wordt het later op de dag, bij acts die zich niet ondergeschikt kunnen of willen maken aan het eiland, maar juist vragen om de hoofdrol. De Malinese ster Oumou Sangaré en haar band spelen een opzwepende show, die helaas niet verder komt dan de eerste tien rijen van het Sportveld. En hoofdact Django Django lukt het pas het laatste kwartier om het veld in vervoering te brengen met hun electrogitaarpop. De Schotten en hun Ierse frontman doen geregeld pogingen om contact te maken met het publiek, dat niet veel meer doet dan een beetje heen en weer hupsen. Die extase die in hun liedjes zit, slaat pas over op het veld als de hits worden gespeeld.

Omou Sangaré op Into The Great Wide Open 2018

Oumou Sangaré op Into The Great Wide Open 2018

Sfeer op Into The Great Wide Open 2018

Django Django op Into The Great Wide Open 2018

Ruimte en focus

Maar goed, de leukste dingen op een festival vind je dan ook meestal op de kleinere podia. Dat geldt des te meer voor Into The Great Wide Open. Het podium op de Open Plek en het nieuwe Strandpodium zijn toch een flink eind lopen (één keer die duin over klimmen naar het strand en je begint meteen 'symptomen van acute hartstilstand' in te tikken op Google). Als je daar eenmaal staat bevind je je dus tussen liefhebbers en oprecht geïnteresseerden, in tegenstelling tot het Sportveld, waar mensen toch ook vaak gewoon effe komen kijken. Van die focus op de Open Plek maakt Canshaker Pi goed gebruik. We kennen de jonge Amsterdammers als een stel hyperactieve rouwdouwers, net zo waanzinnig als de vaak totaal ontsporende noise in hun garagerockliedjes. Maar in het Vlielandse bos krijgt ineens ook een stiller nummer als 'What You're Trying To Say' de ruimte om te ademen, en valt ineens op hoe volkomen prachtig dat liedje is. Ze spelen ook nieuw werk: 'My Way', een pijlsnelle hardrocker met meer dan een vleugje Judas Priest, en 'Firefighter', dat in de inmiddels typische Canshaker-stijl ingetogen begint en vervolgens van de rails af rijdt.

Ook de discopop van Agar Agar doet het goed in het bos. In het donker werpen de neonlampen roze en paarse schaduwen tussen de bomen, alsof we op een illegale rave zijn in de Droomvlucht. Het Franse duo, beide achter de knoppen en zij op zang, gebruikt synths in de Moroder-traditie om dansbare liedjes te smeden, ergens tussen pop, warme techno en disco in. Zangeres Clara Cappagli bezweert het vol gestroomde dal. Als ze halverwege de set ook nog eens zomaar in de microfoon begint te huilen als een wolf, huilt de Open Plek met haar mee.

Into The Great Wide Open 2018

Wanneer: 30 augustus - 2 september 2018
Waar: Oost-Vlieland
Jaargang: 10e editie
Het publiek: Van héél jonge kinderen tot festivalveteranen, met daar tussenin een boel pubers die met ITGWO groot zijn geworden
Hoogtepunten: Ray Fuego die punkles geeft in de Bolder, en de intense indierocktriomf van Yo La Tengo

Agar Agar op Into The Great Wide Open 2018

Canshaker Pi op Into The Great Wide Open 2018

Hiphopgeneratiekloof

De tweede dag van ITGWO 2018 wordt ook gekenmerkt door veel hiphop, met een zichtbare generatiekloof. Bij indierockdino's Yo La Tengo staan vooraan de grijze duiven nog gezellig samen met twintigers met halfzachte baardjes te knikkebollen, maar op het strand bij Joost staat het vol met blonde kids, die nog het meest lijken op een kleine versie van het internetfenomeen. Hij begon zijn carrière weliswaar op YouTube, maar maakt nu furore met absurdistische hiphoptracks vol meta-humor. De 'twintigjarige met een pens' is een van de beste entertainers van Vlieland. Cabaret is het bijna, hoe hij zijn toch al absurde eigen tracks (over meeuwen en MILFs met veel melk) afwisselt met nog absurdere stukjes Crazy Frog ('gedowload via LimeWire') en Skrillex. De Frenchcore van Dr. Peacock wordt zelfs ontvangen met een heuse circlepit. De allerkleinsten – toch te jong voor al die referenties aan Totally Spies en Kim-Lian – klimmen voor de veiligheid op het podium, iedereen van tien jaar of ouder stort zich in het gedruis. Inclusief Joost zelf natuurlijk. De zelf betitelde 'blanke Eminem' lapt alle regels van een popshow aan zijn 'Domme Patta', sluit af met ABBA en laat zelfs de ouders langs de lijn schaterlachend achter.

Aan de andere kant van de duin (allejezus, die klim!) zet tienersensatie Leafs binnen no time de Bolder in de fik. Een beetje een platte hiphopshow is het, waarin tracks steeds worden afgekapt, we continu worden gevraagd om some noise te maken en de luchthoornknop overuren draait. Tegelijkertijd heeft het iets aandoenlijks en ontzettend vrolijks, hoe de dolenthousiaste Leafs (volledig in kanariegeel gehuld) over het podium stuitert en af en toe naar z'n dj en MC gebaart dat ze best mee mogen doen. De ouders aan de zijkant kijken goedkeurend toe (net als Ray Fuego!). Woord voor woord zingen de kids met hun nieuwste idool mee: zo leuk waren schoolfeestjes vroeger toch helemaal niet?

Vergelijk dat met Rico & Sticks, hiphopgrootheden van het eerste uur: hier moeten juist de kinderen aan de zijkant op het picknickkleed blijven zitten, want papa moet even met de handen omhoog. Je kunt er inmiddels de klok op gelijk zetten: de twee Zwolse rappers doen op het Sportveld precies wat ze beloven. Ze komen pas net van de boot af, zegt Sticks, maar dat geeft niks: hij en Rico kunnen dit inmiddels in hun slaap. Ze landen hier op Vlieland ook recht in de doelgroep: alle vroege dertigers met hippe sneakers aan staan ademloos ieder woord mee te rappen.

Publiek op op Into The Great Wide Open 2018

Een lesje punk

Het allermooiste feestje van de dag is voor rekening van Ray Fuego. Van de drie jonge hiphopacts zou je denken dat hij het misschien het moeilijkst heeft met al die kinderen in het publiek: zijn teksten zijn kwader dan die van Leafs en Joost, en zijn beats duisterder. Maar hij blijkt juist een uitstekende kinderoppas. Als je het niet erg vindt dat je kinderen een beetje punk worden, tenminste. Geduldig legt hij in de Bolder uit aan de haag van kinderen op de voorste rijen waarom hij soms woorden gebruikt 'die je van je ouders niet mag zeggen': 'Soms ben je ergens heel boos over, en dan moet je dat ergens in kwijt. Je wil dat ook niet uiten door stomme dingen te gaan doen. Ik gebruik dus mijn kunst om die boosheid te uiten.' Dat snappen mensen niet altijd, zegt hij. 'Dan zeggen ze: maar je schreeuwt altijd zo. En ja, dat vind ik gewoon kut.' En gelijk heeft-ie.

Dat je ook zonder circlepits vol kinderen een publiek kunt vervoeren, bewijst juist de ouwelulligste band van de hele dag. Yo La Tengo doet al bijna 35 jaar precies waar ze zin in hebben. De eerste zin van hun Wikipediapagina is treffend: 'De albums van Yo La Tengo zijn altijd gekenmerkt door lovende recensies gecombineerd met lage verkoopcijfers.' Een liefhebbersband dus. Die liefhebbers zijn nog behoorlijk gemengd qua leeftijd, maar niet qua houding: tussen de bomen op de Open Plek staan ze licht voorover gebogen, compleet gefocust, intens te genieten – eigenlijk net als het trio op het podium. De eerste helft van de show spelen Georgia Hubley, Ira Kaplan en James McNew zacht en lieflijk, de leadzang en instrumenten onderling afwisselend.

Nineties klassieker 'Autumn Sweater' is in al z'n kleine romantiek een blauwdruk voor een perfect indierockliefdesliedje. Het tien jaar jongere 'Black Flowers', met bassist McNew op zang, is zo breekbaar en volledig pretentieloos. Halverwege de set kondigt Kaplan een getijdenwisseling aan: 'Doe die koptelefoon maar weer op,' zegt hij lief tegen een kindje op de voorste rij. 'Je vader wil denk ik niet dat je hem af doet bij dit volgende stuk.' Met 'Big Day Coming' van doorbraakalbum Painful (1993) sleept de band het publiek een waanzinnige tweede helft in, vol piepende gitaren, grommende versterkerruis, vlakke handen die op het keyboard worden geduwd zonder enige achting voor toon of maat, met als sluitstuk de uitzinnige, net-niet-funky, zeker een kwartier (!) durende groove van 'Pass The Hatchet, I Think I'm Goodkind'.

Publiek bij Ray Fuego op Into The Great Wide Open 2018

Ray Fuego op Into The Great Wide Open 2018

Yo La Tengo op Into The Great Wide Open 2018

Yo La Tengo op Into The Great Wide Open 2018

advertentie
#nieuws
Laatste nieuws en artikelen van 3voor12