Het is zover: coronajaar nummer twee is, eindelijk, voorbij. In 2021 gingen festivals niet door, toen weer wel door, toen heel even wel en toen helemaal niet meer. Een rollercoaster aan emoties en frustraties. Gelukkig werd daar wel het garantiefonds in het leven geroepen, met de belofte dat afgelaste evenementen hun kosten vergoed kregen. Deze werd al ruim een jaar geleden aangekondigd en inmiddels hebben de eerste festivals het geld op hun rekening gekregen. De regeling houdt de sector overeind, maar niet zonder slag of stoot.

Eigen afspraken

Een storm, een overstroming? Prima! Maar een pandemie? Nee, daar hoef je als festivalorganisator niet mee aan te komen bij je verzekeraar. Geen denken aan. Je staat er misschien als bezoeker niet bij stil, maar aan de achterkant is het afsluiten van een goede verzekering een essentiële basis onder een festival. En dus kwam de sector met een noodkreet aan het kabinet. We hebben een garantiefonds nodig, een soort steunpakket dat alleen ingezet wordt als een festival niet doorgaat. Een financiële stimulans om de voorwaartse beweging in de festivalsector te houden. 

Het kwam er, die reddingsboei. Een jaar geleden, in december 2020, zei minister Ingrid van Engelshoven voor het eerst dat er een garantiefonds moest komen voor de evenementensector. De vraag was alleen: hoeveel geld zou ermee gemoeid zijn, wanneer en onder welke voorwaarden zouden organisatoren er aanspraak op kunnen maken. Dat bleek niet zo eenvoudig te zijn: het duurde vervolgens nog dik een half jaar - tot 17 juni - voordat die regeling er ook daadwerkelijk kwam. 

De eerste zomerfestivals waren al achter de rug - of beter: waren al gecanceld - voor de regeling er kwam, en al die anderen moesten toch maar stug doorwerken. Een festival organiseer je immers niet in een week. Dus begonnen organisaties zo goed en kwaad als het ging zelf maar afspraken te maken met artiesten en leveranciers. Iets wat vanuit goede bedoelingen voortkwam, maar soms later voor problemen zorgde. 

Ook bij Lowlands troffen ze dergelijke afspraken. In de eerste versie van het fonds zou de overheid tachtig procent van de kosten dekken. Op basis van die informatie sprak het festival met artiesten af dat zij zestig procent uitbetaald zouden krijgen, mocht Lowlands afgeblazen worden. ‘Eerst moesten we twintig procent zelf betalen, wat een enorm bedrag is’, vertelt festivalbaas Eric van Eerdenburg. ‘Maar toen was er op 26 juni het foutje van meneer de Jonge: Dansen met Jansen. Toen heeft de overheid meteen de voorwaardes veranderd en gezegd dat ze honderd procent zouden vergoeden. Alleen hadden wij toen de contracten nog niet aangepast. We proberen die zestig procent nu naar honderd te tillen.’

Bij kleinere festivals zoals fijnproevers-festival Grasnapolsky liepen ze ook tegen problemen aan. Directeur van het festival Mariska Berrevoets: ‘We hadden een clausule in de contracten ingebouwd waarin stond dat we niet zouden kunnen uitbetalen, als het festival niet door zou gaan. Want dat zou het einde van Grasnapolsky betekenen. Die clausule hebben we aangehouden. Niet wetende dat dat het doodvonnis van het fonds schetste. Want die facturen kunnen we nu niet meenemen. Het had moeten zijn: bij een cancel betalen we niet uit, indien we geen garantiefonds krijgen.’ Alleen, dat stond er dus niet en daarom kreeg het festival de geboekte artiesten niet vergoed. Berrevoets: ‘Het is echt niet te verkroppen, maar er is niks aan te doen. Ze houden hun poot stijf in Den Haag, ik heb het met man en macht geprobeerd maar het is niet gelukt.’

Lowlands en Grasnapolsky zijn zeker niet de enigen die zulke afspraken maakten. Mede-eigenaar van boekingskantoor Friendly Fire, Rense van Kessel, kan het beamen: ‘Niemand wist wat de regels van dat fonds zouden zijn, dus mensen veranderden hun afspraken steeds. Vervolgens kwam de tekst van de garantieregeling: als je er kosteloos onderuit kan, dan gaan we dat niet vergoeden.’ En zo werd een fonds dat is bedoeld om de hele keten van een festival organisatie in stand te houden, opeens niet meer toegankelijk voor de mensen op het affiche: de artiesten. ‘Sommige artiesten hebben dan alsnog een goed jaar gehad, maar er zijn ook mensen die huilend vertellen dat ze de huur niet meer kunnen betalen’, aldus van Kessel. 
 

Artikel gaat verder onder de foto
 

Reddingsboei

Dat klinkt allemaal pijnlijk en zuur, maar in beginsel is het natuurlijk een goed idee, zo’n garantiefonds. Een reddingsboei voor de sector zelfs. ‘Heel veel organisaties zouden in een normaal jaar snoeihard failliet zijn gegaan’, vertelt Berend Schans van het VNPF. Eric van Eerdenburg noemt het fonds een ‘enorme pleister op de wond’ en ook Mariska Berrevoets van Grasnapolsky is optimistisch: ‘De positieve dingen moeten ook benoemd worden: het is goed dat het er is gekomen. Anders kunnen we helemaal niks. Het heeft wat voeten in de aarde, maar het houdt uiteindelijk wel een deel van de keten in stand.’

Het idee is dus goed, de uitvoering stroperig. Dat komt onder meer doordat het kabinet het wiel hier volledig uit moest vinden. Een dergelijk steunfonds van zo’n groot formaat kenden we voor de corona-pandemie nog niet. Zoiets op touw zetten, kost dan ook de enige moeite. ‘De garantieregeling is redelijk innovatief, zoiets was nooit eerder voorgekomen’, legt Berend Schans uit. Daarnaast moest de regeling langs Brussel. Een lang, bureaucratisch proces dat de nodige vertraging met zich meebrengt. 
 

Administratieve rondslomp

De regeling kwam met het nodige gemor op gang, maar inmiddels zijn organisaties bezig met de afwikkeling van de fondsaanvraag. Lowlands zag al een voorschot van vijftig procent op de bankrekening kletteren. Maar echt gerustgesteld is van Eerdenburg nog niet: ‘de controlerende accountants vinden de instructies vanuit de overheid met betrekking tot wat wel en niet gehonoreerd kan worden, niet duidelijk genoeg. Maar hopelijk zijn we er eind januari, begin februari uit met iedereen. Er zijn altijd interpretatieverschillen, maar als er een verschil is van tien procent is dat al snel een paar miljoen. Het zal wel goedkomen, maar je wordt er zenuwachtig van.’

Pakweg vierhonderd evenementen staan nog in de wachtstand voor het fonds, slechts een handjevol festivals is inmiddels volledig uitbetaald. Grasnapolsky is daar één van. Maar voordat dat rond was, waren ze een aantal grijze haren rijker. ‘Je moet een Excel maken met elk fucking bonnetje. En dat is echt heel veel werk’,  vertelt Berrevoets. ‘Normaal kost je afronding van je festival een paar maanden. Nu moet je dat versneld zien te verzamelen en ook nog eens veel uitgebreider. Je bent daar als organisatie ook weer tijd mee kwijt en daar krijg je geen geld voor. Terwijl je eigenlijk ook alweer moet beginnen aan de komende editie.’
 

Het oog op de toekomst

Goed, de blik vooruit dus. Naar 2022, hopelijk het jaar waarin het wel allemaal weer mag. Onlangs werd aangekondigd dat het garantiefonds verlengd wordt, tot ten minste het derde kwartaal 2022. Veel is nog onduidelijk, en hoewel het jaar 2021 nagenoeg op is kun je je als organisator nog niet melden voor het nieuwe jaar. Wel weten we dat er een belangrijk verschil is met de huidige regeling: er komt een verhoogd eigen risico voor organisatoren. Er zou maar negentig procent vergoed worden in de eerste twee kwartalen en in de zomer slechts tachtig procent. Totaal onbegrijpelijk vindt Rense van Kessel van Friendly Fire. 

‘Hoe kan je nou een organisator achterlaten met twintig procent van de kosten? Het is niet alsof ze het geld hebben. Als klein festival heb je al snel een budget van één miljoen en als je dan met tweehonderdduizend euro kosten blijft zitten heb je een groot probleem’, legt van Kessel uit. ‘Het is een onwerkbare schijnoplossing. Iets dat op tv en in de krant goed klinkt. Eigenlijk wordt er met deze verlenging gesuggereerd dat de maatregelen nog lang zullen doorgaan. Elke organisator met een evenement in die periode denkt: wat moet ik hier nou weer mee.’ 

In Flevoland zijn de voorbereidingen voor Lowlands  2022 al volop bezig, al zij het met enige buikpijn. Eric van Eerdenburg: ‘Ik durf niet meer zo optimistisch te zijn. Waar ik vorig jaar nog vol goede moed was, hebben we nu wel een flinke deksel op onze neus gekregen. De verlenging neemt wel een stukje stress weg, maar we krijgen er een hoop gedoe bij. De details moeten eerst maar eens komen.’

Berend Schans ziet de verlenging ook slechts als een tijdelijke oplossing: ‘Het moet verduurzaamd worden. Wij zijn naar de overheid toegestapt en gezegd: “we hebben een miljard nodig, in de vorm van een lening.” Dan kunnen we met de sector zelf een garantiefonds oprichten en daarvoor hebben we meteen vermogen nodig. Zodat als dit nog een keer gebeurt, we niet direct weer meteen in zak en as zitten. Wat we nu hebben noem ik gekscherend de zes weken economie, met steeds een perspectief van een paar weken. Ik kan me niet voorstellen dat we straks helemaal geen covid meer hebben. We moeten ermee leren leven, en ons er dus ook tegen beschermen.’