50 jaar Paradiso: Arnold Scheepmaker is de ongenuanceerde vader van de indiedisco 50 jaar Paradiso: Arnold Scheepmaker is de ongenuanceerde vader van de indiedisco

De man achter Noodlanding over zijn 'kutje-nat-kutje-droog'-techniek

, Cécile van Wijnsberge

Al sinds 1997 een vaste waarde in Paradiso: Noodlanding, de donderdagavonddisco waar dj's Arnold Scheepmaker en Willem Bollen alles draaien dat je ook maar een beetje 'alternatief' zou kunnen noemen. In die twintig jaar is veel veranderd: de gitaarhits maakten plaats voor hiphoptracks, de bezoekcijfers stegen en daalden. Maar de excentrieke Scheepmaker staat nog altijd achter de draaitafels klaar om je verzoekjes aan te nemen.

Arnold Scheepmaker wil het graag even rechtzetten: zijn Noodlanding is de langstlopende alternatieve clubnacht van Nederland. ‘We zijn begonnen op 21 mei 1997. Ik las onlangs een artikeltje over de Pop-O-Matic in Utrecht, waarin dat de “langstlopende clubnacht” werd genoemd. Toen dacht ik, “nee nee!”’ De Amsterdamse dj lacht: ‘Voor wat tegengif: wij zijn een jaar voor Pop-O-Matic in Tivoli begonnen met Noodlanding in Paradiso. Toen ik het las begreep ik het ook wel, want het is een beetje een Utrechts stronghold aan het worden. En wij zijn Amsterdam, dus ja.’

In de woonkamer van het appartement van Scheepmaker (1973, 'gevoelsleeftijd 1998'), midden in het centrum van Amsterdam, reiken planken met CD's tot het plafond. De glazen salontafel ligt vol met nog meer CD’s, papierwerk, kabeltjes. Her en der zwerft wat kinderspeelgoed. Arnold is de man achter Noodlanding, de indiedisco die hij al twintig jaar elke donderdag in Paradiso draait. Hoeveel jonge kids hebben hun allereerste danspassen in het Amsterdamse uitgaansleven gezet op de platen van Arnold en zijn compagnon Willem Bollen? Naast Noodlanding draait Scheepmaker ook al jaren op grote festivals als Lowlands, Pinkpop en Down The Rabbit Hole. Ook Fangs en Kiss All Hipsters zijn van hem, clubnachtconcepten die hij ook zo’n twee keer per maand meeneemt naar Berlijn.

Dit gesprek had een interview moeten worden, maar Arnold heeft nauwelijks vragen nodig. Hij zet het op een praten zodra ik mijn eerste stap in zijn keuken heb gezet, terwijl hij de afwas nog in staat te ruimen, en de komende twee uur houdt hij niet meer op. Half geformuleerde gedachten over muziekkeuze en uitgaanscultuur laat hij overlopen in ideeën over politiek, de multiculturele samenleving en zijn ongemak rondom ‘het MeToo-fenomeen’. En zo nu en dan, bijna verontschuldigend: ‘Ik stem altijd links van het midden, hoor!’

Maar eerst nog even over die andere dansavond op de donderdag. De verhouding tussen hemzelf en dj St. Paul, de man achter Pop-O-Matic, ziet Scheepmaker als ‘een soort Damon Albarn en Liam Gallagher-achtig ding’ (wie precies wie is in deze vergelijking wordt nooit helemaal duidelijk). ‘Hij draait ook alweer jaren mee. Hij is op zich heel eloquent en spitsvondig in de manier waarop hij het brengt, maar ook wat stuurser. Ik denk dat ik op mijn eigen manier ook wel uitgesproken ben, maar ik ben volgens mij iets grover en seksistischer.’ Hij is even stil, corrigeert zichzelf: ‘Of nou ja, iets. Zeg maar gerust een boel. Dat is wel ook weer mijn handelsmerk, denk ik. Maar ik denk ook dat ik me iets makkelijker aanpas of zo.’

(Tekst gaat door onder de Spotify-player)

Dat is dan ook de kern van Arnolds visie voor Noodlanding: aanpassen, evolueren, een ‘doorgeefluik’ zijn voor muziek. ‘We hebben altijd gezegd, we gaan alle genres incorporeren. Wat er speelt gaan we draaien. Als we het zelf verschrikkelijk vinden niet, maar als we denken dat we er wel wat mee kunnen, dan doen we er wat mee.’

Noodlanding begon ooit als naprogramma voor de show van Supersub, de band waar Moke later uit voortkwam. Toen bleven de bezoekers na een concert nog gerust tot twee of drie uur drinken en dansen, dus had je sowieso een volle dansvloer. 'We dachten: die band staat er al, dus laten we er iets na zetten. Een bijna prehistorische gedachte,’ vertelt Arnold. ‘De concerten waren ook later. Nu denken de bedrijfsleiders, het barpersoneel, maar ook het publiek, veel meer van “Hmm, half elf, morgen moet ik om acht uur op, wegwezen.” Het publiek, niet alleen in Paradiso maar overal, is minder rock ’n roll geworden. En dat vind ik ergens wel jammer. Het was in die zin een hele andere wereld.'

De hoogtijdagen van Noodlanding qua bezoekersaantallen schat Scheepmaker zo tussen 2003 en 2013; dezelfde periode dat gitaarbands als Arctic Monkeys, The Strokes, The Killers en The Wombats hits scoorden. ‘Op een gegeven moment gingen we heel snel van zeshonderd naar twaalfhonderd man per avond. In die periode hoefden we eigenlijk helemaal niets te doen: het was gewoon altijd op donderdag boem, uitverkocht.’ Daar zaten ook wel nadelen aan: ‘Op een gegeven moment vond ik het publiek minder leuk worden. Omdat mensen niet meer gericht gingen, maar gewoon kwamen omdat iedereen kwam. Toen we op zes-, zevenhonderd man zaten, zei ik: “Wow, er lopen echt heel veel mooie meiden rond!” En toen wist ik ook: een jaar later loopt elke Sjonnie van het Leidseplein hier binnen. Die weten ook dat er mooie meiden zijn.’

'Het publiek is minder rock 'n roll geworden'

 

 

 

Het imago dat Noodlanding kreeg als, laten we maar zeggen, gemakkelijke ontmoetingsplek, was hem niet ontgaan. 'Toen wij op onze piek waren qua drukte, waren we ook een behoorlijke vleesmarkt. Die term viel wel eens. Ik was me er terdege van bewust dat er jongens van twintig waren die dachten: "Daar kun je wel makkelijk meisjes van achttien oppikken." Maar ik weet nou niet of het nou een correctere tijd is geworden, of dat ik het gewoon niet meer hoor. Zou het een correctere tijd zijn geworden? We hebben ook geen vechtpartijen meer, en een stuk minder comazuipers.'

De beweging naar een 'correctere' tijd vindt hij duidelijk niet al te makkelijk. Als hij praat over het open deurbeleid van Noodlanding – 'Ik vind het prima dat de toeristen die bij De School geweigerd worden daarna bij mij naar binnen komen' – maakt hij halverwege zijn antwoord een wending. 'Ik vind dat in Nederland een klimaat hangt dat een beetje over z'n toeren is, waarin elke dag een nieuw relletje is. Serieus, ik stond gisteren te draaien en er kwamen twee Franse tienermeisjes. Die kwamen iets aanvragen, en ze stonden echt nadrukkelijk, eh…'

Hij staat op van de bank, komt een stap dichterbij en neemt een kokette pose aan, de hand op de heup. 'Ik kan het niet echt nadoen, maar gewoon heel erg zo...' Hij slaakt een soort verliefde zucht. 'Ik dacht toen: "Ja, als ik dit nu doe..." Ik ben me er wel meer van bewust van dat, nou, als je het doet moet je er wel honderd procent zeker van zijn. Want het is niet echt meer het klimaat waarin je het zomaar even kunt proberen. Snap je wat ik bedoel? Wat op zich wel goed is, maar het is, eh…'

Een lange pauze, een zucht. 'Ja, that’s me. Ik weet het niet. Nogmaals, ik ben altijd voor gelijkheid geweest. Maar ik ben een heel klein beetje bang dat er nu zo veel verschillende minderheden zijn die schreeuwen om gelijkheid, dat er helemaal geen meerderheid meer is.' Haastig vult hij aan: 'Er hoeft ook geen meerderheid te zijn! Maar ik denk bijna van: het duurt nog drie jaar en dan zijn witte heteroseksuele mannen de minderheid. Die kunnen alleen niet om een subsidiepotje vragen.'

(Tekst gaat door onder de foto.)

'Nog drie jaar, en dan zijn de witte heteroseksuele mannen in de minderheid'

'Ik noem het de kutje-nat-kutje-droog-theorie'

Soms is duidelijk dat hij dat soort uitspraken grappig bedoelt, soms is de grens tussen mening en grap vager. Scheepmaker wordt er wel zenuwachtig van: na elke botte uitspraak wil hij zijn woorden nuanceren. In bijna ieder antwoord maakt hij ineens een scherpe bocht naar een totaal ander onderwerp. Volkomen bizar, maar ergens past het ook wel bij de manier waarop hij zijn muziek uitkiest.

'We hebben altijd zoiets gehad van: alles kan gedraaid worden. Soms vinden mensen mij daarin te hink-stap-sprong, maar ik kan gek genoeg niet in hokjes denken. Ik kan het niet. Ik snap dat mensen me daarom heel irritant kunnen vinden. Het kan voor mij echt van Sean Paul naar Fidlar gaan of zo, en dat vind ik heel normaal.' Hij valt weer stil. Hij twijfelt.

'Jezus, oh wat erg is dit. Nu wil ik een voorbeeld noemen, maar we hadden het al even over dat seksisme-ding gehad, en nu word je heel boos als ik dit ga zeggen.'

Roep maar, antwoord ik. Waag het erop.

'Oké, oké. Ik noem het de kutje-nat-kutje-droog-theorie. En daar bedoel ik mee: ik weet precies wat ik ze geef, ja? Bij die track hoor ik heel veel mensen joelen. En dan denk ik, nu draai ik het terug. Dan zie ik meisjes op de vloer echt kijken alsof ik ze in het gezicht heb gespuugd. Maar dan weet ik ook dat ik ze met de volgende plaat – metaforisch – weer naar een hoogtepunt ga begeleiden. Snap je wat ik bedoel? Daarom noem ik het ook de kutje-nat-kutje-droog-theorie. Er zit absoluut een gedachte achter. De gedachte is bijna zo van: “Oh ik vind je zo mooi, oh wat ben je geweldig, dit en dat. Maar je bent wel fucking dom.”' Een soort muzikale negging, dus.

'Als je alleen maar een house-dj bent of alleen maar een hiphop-dj, dan glij je de hele avond door. Maar ik doe eigenlijk continu dit: tsjak tsjak tsjak!' Hij beweegt erbij met zijn handen van links naar rechts. 'Het is bijna schizofreen. Dat vind ik ook het spannende eraan. Dat is wat wij doen.'

'We hadden het al over dat seksisme-ding gehad, nu word je heel boos als ik dit ga zeggen'

En zo houden Arnold en Willem hun Noodlanding al jaren in stand. Ziet Arnold dat binnenkort nog veranderen, nu de bezoekcijfers weer lager liggen en de alternatieve hits niet meer de impact hebben van een ‘Mr Brightside’? 'Ik heb me ook wel eens afgevraagd, hoe lang gaan we dit nog doen? Maar als het aan mij ligt... Ik zou het prima vinden om het tot mijn 65e te doen en dan dood te gaan. Ik heb niet zoiets van: ik moet stoppen en een echte baan gaan zoeken. Af en toe heb ik natuurlijk wel fysieke pijntjes. Als ik vier nachten op rij heb gestaan, dan voel ik dat in mijn onderbenen. Dat was twintig jaar geleden wel effe anders.'

Het publiek van Noodlanding is wel jong gebleven. 'Ik weet dat Noodlanding altijd heel erg achttien tot twintig is. Willem is weer acht jaar ouder dan ik, die is in de vijftig. Ik heb wel eens dat er een jongen op ons afstapt met een verzoekje, en die dan begint met "Meneer!". Maar ik heb nog nooit gehad dat iemand ons stond uit te lachen, zo van: “Haha! Moet je die zien, in de veertig en in de vijftig!” En dat had ik eigenlijk wel verwacht. Het publiek is niet met me mee gegroeid, maar daar ben ik niet zo rouwig om.'

Na twee uur loopt het gesprek op z’n einde. ‘Had jij nog onderwerpen?’ vraagt Scheepmaker. ‘Ik zag je wel af en toe een wenkbrauw optrekken,’ zegt hij nog. ‘Ik kan misschien wat, eh, ongenuanceerd uit de hoek komen... Maar dat komt denk ik omdat, eh, het uitgaansleven je een beetje afstompt. Snap je wat ik bedoel?'

Rectificatie: In een eerdere versie van dit stuk werd Willem Bollen per abuis 'Willem van Bollen' genoemd. Ook werd vermeld dat Scheepmaker op Best Kept Secret festival draait; dit had Down The Rabbit Hole moeten zijn.

advertentie
#nieuws
Laatste nieuws en artikelen van 3voor12