De kunst van de dj met Kölsch De kunst van de dj met Kölsch

'Ik heb een anti-Shazam mapje op mijn usb-stick'

, Atze de Vrieze

In aanloop naar ADE een superserie in de reeks De Kunst van de DJ. Vijf DJ's, die allemaal volgende week in Amsterdam draaien. Vandaag: Kölsch, de hitmachine van de tech-house scene. Vorige maand verscheen alweer zijn derde album voor Kompakt, vandaag deelt hij zijn visie op breaks, Shazam op de dansvloer en het draaien van je eigen hits.

Rune Reilly Kölsch loopt al langer mee dan je denkt. Je kent hem waarschijnlijk van hits als 'Loreley' en 'Grey', waarvan de laatste zelfs de radio haalde. Maar in een grijs verleden maakte de Deen ook al eens een meer commercieel succes met 'Calabria' onder de naam Rune RK. Misschien verklaart dat wel waarom hij beter dan wie ook in de credible Kompakt-familie in staat is echte hits te maken. Ook in Nederland is hij er een graag geziene gast mee, komende ADE ondere andere op Awakenings met Joris Voorn, met wie hij een soort geheim techhouse verbond gesloten heeft. In deze aflevering van De Kunst van de DJ geeft Kölsch zijn geheimen prijs.

Hoeveel tracks van je nieuwe album heb je op de dansvloer getest?
‘Ongeveer tachtig procent, in verschillende fases. Zo’n beetje alle tracks die op de dansvloer kunnen werken, en ook een heleboel tracks die het album uiteindelijk niet gehaald hebben. Sommige daarvan heb ik weg gegooid, andere draai ik nog wel maar zullen nooit uitkomen. Vaak pas ik na de testfase nog van alles aan, met name in de arrangementen, soms de mix. In de demo versies heb ik vaak strijkers uit synths, pas in latere fase vervang ik ze dan voor een orkest. En naar mijn idee worden tracks daar over het algemeen alleen maar beter van, dus als het in de demo-versie al werkt, doet het dat in de uiteindelijke versie sowieso.’

Denk je altijd aan de dansvloer als je produceert?
‘Nee, ik probeer daar zelfs steeds verder vandaan te gaan. Veel mensen zijn bedwelmd door de kickdrum, waardoor ze graag overweldigd willen worden, terwijl wat de muziek interessant maakt juist al het andere in een track is. Denk aan de oorspronkelijke rock ’n roll, die niet voor niets beat music genoemd werd, gebaseerd op het ritme. Gaandeweg werd dat element steeds minder belangrijk, en werden andere aspecten van de muziek ontwikkeld. Het is ook niet zo dat house en techno altijd alleen maar op de beat gefocust waren. Bij de vroege Detroit producties van mensen als Mad Mike Banks zaten super muzikale dingen, die veel verder gaan dan de dansvloer.’

De beste manier om een bijzonder moment te creëren op de dansvloer - zeker in jouw stijl - is natuurlijk ook de beat weg te halen. Jij bent dol op breaks. Hoe kies je die?
‘Puur op intuïtie. De manier waarop ik draai is puur gebaseerd op emotie, voor mij is het geen intellectuele vorm van muziek. Wat ik vaak doe, is speciaal a-ritmische tracks gebruiken voor de breaks. Vioolstukken, koren, jazz, dat soort dingen. Die gebruik ik in tracks die meer beat-gericht zijn. Zo kan ik zelf controleren wanneer een break begint en hoe lang ie duurt.’

Wacht even, dus je maakt de break dan helemaal zelf, in plaats van dat je uitgaat van de originele track die je draait?
‘Precies, ik vind het ook interessant om daarmee de sfeer in een set helemaal om te gooien.’

Wat vind je een goed voorbeeld van een verrassende break?
‘Ik ben gek op de Deep Musique track van Pasta Boys, geremixt door Rampa, een van die Duitse jongens. Die break is heel clever, omdat er een soort omgedraaide snare roll in zit, die eerst weg fadet en dan nog eens terug komt. Heel origineel, terwijl veel breaks tegenwoordig vaak juist voorspelbaar zijn. Zeker nu EDM langzaam maar zeker uit het festivalcircuit verdwijnt en naar de techhouse dj’s gekeken wordt om dat gat te vullen. Veel dj’s grijpen dan naar voorspelbare tracks, omdat het EDM-publiek gewend is voortdurend te krijgen wat het verwacht.’

Mijn favoriete break van de afgelopen tijd is de Four Tet remix van Eric Prydz’ ‘Opus’. Dat is een soort parodie op een break, omdat ie echt belachelijk lang duurt. Ik heb wel eens jongens een sitdown zien doen, terwijl je weet dat je nog rustig twee keer op en neer naar de bar kunt voor de drop eindelijk komt.
‘Die break is te gek, ja. Ik vind het ook nog eens grappig omdat Eric Prydz zelf ook al bekend staat om zijn non-breaks. Build-ups die nergens heen gaan, anti-climaxen. Geweldig om te zien, zeker als hij voor een mainstream publiek draait. De break is voorspelbaar geworden, we moeten ermee fucken!’

Je bent zelf om op zijn minst 1 reden geschikt om het gat van de EDM te vullen: je hebt hits. Hoeveel eigen tracks draai je gemiddeld in een set?
‘Dat hangt natuurlijk van de lengte van de set af, maar zeg een standaard festivalset: twee of drie, soms ook nog wat eigen producties die niet uitgebracht zijn. De belangrijkste reden dat ik het doe is dat ik gelyncht word als ik het niet doe. Ik vind dat wel raar hoor, want ik doe nooit live sets. Ik ben geen Gui Boratto, en toch verwachten mensen het van me. Maar veel mensen weten het verschil tussen een dj-set en een live-set niet.’

Is dat een probleem?
‘Nou ja, een probleem niet per se, want ik draai mijn eigen tracks ook wel graag, maar soms past het niet echt in de richting waar ik op wil. Daarom is het natuurlijk ook leuker om zeven uur te draaien, zodat ik alle kanten op kan. Dan komt er vanzelf wel een moment dat mijn eigen tracks passen.’

Maar niet alleen rekenen mensen op je eigen hits, ze zijn daarmee ook automatisch het hoogtepunt in je set. Kun je dan nog wel andere tracks als piek gebruiken?
‘Jawel hoor. Ik vind het nog steeds een van de belangrijkste taken van dj’s om tracks te breken. ‘Swim’ van Danny Daze bijvoorbeeld heb ik het hele Ibiza-seizoen gedraaid, voor ie uitkwam. En Patrice Baumel’s ‘Surge’ had ik ook ruim van tevoren. Ik zou je willen zeggen dat het niet uitmaakt dat ik goede connecties bij Kompakt heb, maar dat is natuurlijk heel belangrijk. Iedere dj wil graag dingen draaien die nog niemand kent. Dat is ook waar ik vandaan kom. Vroeger, in de jaren negentig, had ik van geen enkele plaat een idee wat het was. Van sommige weet ik het nog steeds niet, en dat heeft iets moois. De overdreven documentatie van het leven stoort me heel erg. Ik hou van het romantische idee een bijzonder moment echt te beleven in plaats van het te Snapchatten. Maar goed, ik ben veertig, wat weet ik er nou van.’

Een wapen dat je hebt is dus het spelen van niet-Shazamable tracks.
‘Ik heb ook echt een mapje op mijn usb-sticks dat zo heet: the anti-Shazam playlist. Er staan alleen eigen tracks in die ik nooit zal uitbrengen.'

Ben je nu een andere dj dan tien jaar geleden?
‘Absoluut, een veel slechtere dj. Vroeger kon ik tenminste nog wat met vinyl, dat ontleer je echt. Ik was super snel, geïnspireerd door de mix-stijl van Jeff Mills. Snel mixen is nu veel minder belangrijk voor me dan toen.’

Joris Voorn zegt juist wel dat jij snel mixt. Hoeveel tracks gebruik je in een uur?
‘Ik denk 20 a 25, vroeger 35 a 40. Ik ben snel verveeld.’

Dat is nog steeds maar 2,5 minuten per track.
‘Ja, maar daar moet je wel bij bedenken dat ik van sommige tracks alleen delen gebruik of dat ze door elkaar lopen. Ik werk met vier CDJ’s en maak thuis met mijn 909 nog eenvoudige drumpatronen die ik extra toe kan voegen. Ik probeer altijd drie tracks vooruit te kijken. Het is net schaken.’

Neem je die 909 op? Waarom neem je hem niet mee?
‘En dan gooit iemand zeker bier over mijn baby! No way!’

Jeff Mills doet dat wel, toch?
‘Jeff Mills zet gewoon op zijn rider dat ie er een wil hebben. Voor zijn set gaat ie daar vijf minuten op zitten programmeren. Het mooie is: de 909 die ik gekocht heb is een keer door Jeff Mills gebruikt op een event in Copenhagen. Er zat ook nog een patroon in geprogrammeerd dat overduidelijk van hem was.’

Je noemt jezelf een slechtere dj, maar dit klinkt toch allemaal tamelijk complex. 
‘Aan de ene kant wel, maar het is toch ook op veel vlakken makkelijker. Met vinyl is het veel moeilijker om tracks te vinden die goed bij elkaar passen, sonisch, muzikaal. Maar in the end is het eigenlijk niet zo belangrijk welke technieken je nu precies gebruikt. Kijk naar Sven Vath. Die gebruikt in feite niet meer dan twee draaitafels en een mixer, en daarmee maakt hij magische dingen. Ongelofelijk wat een sterke connectie die man met zijn publiek kan maken. Als ik dat niveau ooit kan bereiken…’

Heb je wel eens een andere dj een geweldige track zien draaien die in jouw set compleet mislukte?
‘Ja, Derrick May draaide lang geleden een keer een track van zijn project Digital Justice, een adembenemend ambient-stuk genaamd ‘It’s All Gone Pear Shaped’, prachtige melodieën. Hij liet het wel zeven minuten lopen, om er volgens iets in te mixen en de zaal volledig op zijn kop te zetten. Toen ik dat jaren later ook eens probeerde ruïneerde het de dansvloer. Iedereen ging drinken halen. Maar dat is waar het vak van de dj om draait. Het gaat om je persoonlijke expressie en om het lef om risico’s te nemen.’ 

nu op 3voor12