In de nachtelijke uurtjes van 22 juni 2023 heeft de gemeenteraad van Utrecht de Utrechtse Nachtvisie vastgesteld. Daarmee kan wethouder Eva Oosters formeel beginnen met het uitvoeren van de ambities die daarin zijn geformuleerd.

Vier maanden geleden presenteerde wethouder Eva Oosters in Club BASIS de Utrechtse Nachtvisie 2030 aan een gehoor van mensen uit de sector, gemeenteraadsleden en andere geïnteresseerden. In de Nachtvisie heeft de gemeente Utrecht de ambities vastgelegd die ze de komende jaren heeft met nachtcultuur in de stad. De belangrijkste ambities in de Nachtvisie zijn kort samengevat:

  • De Utrechtse nachtcultuur is volwaardig onderdeel van de culturele sector;
  • Iedereen die dat wil, voelt zich welkom in de Utrechtse nachtcultuur;
  • De Utrechtse nachtcultuur heeft ruimte voor experiment en ontwikkeling;
  • De stad is levendig en leefbaar.

In ons verslag van de presentatie in Club BASIS gaan we wat dieper op de ambities in.

Na die presentatie is de raad in debat gegaan met elkaar en wethouder Oosters over de Nachtvisie en de ambities die daarin zijn opgenomen. In de gemeenteraadsvergadering van afgelopen donderdag 22 juni heeft het college van burgemeester en wethouders de raad gevraagd om de Nachtvisie en de bijbehorende beleidsnota Nachtcultuur vast te stellen en zo te laten weten of de wethouder door kan met haar plannen. Met een volle agenda én het zomerreces op komst werd het een lange vergadering, die pas ver na middernacht klaar was.

Moties voor aanscherping of aanpassing
Voor de gemeenteraad is deze vergadering niet alleen de mogelijkheid om te laten horen of ze met de plannen in wilden stemmen, maar ook om moties in te dienen. Van die mogelijkheid om aanscherpingen of veranderingen aan te brengen wordt driftig gebruik gemaakt. Maar liefst elf moties werden ingediend, waarvan het grootste deel ook door meerdere partijen wordt ondersteund. “Ik had een aantal jaar geleden niet durven dromen dat we zo uitgebreid en met zoveel moties over de nachtcultuur zouden praten”, begint wethouder Oosters haar reactie op de ingediende moties.

Daarin verwijst ze niet alleen naar het feit dat het onderwerp door de gemeenteraad serieus wordt genomen, maar ook naar het feit dat ze in 2019 zelf - toen nog als raadslid - één van de indieners was van een motie waarin wordt gepleit voor een impuls aan het Utrechtse nachtleven. Die motie ligt mede aan de basis van de Nachtvisie zoals die er nu ligt en vier jaar later mag ze, nu als wethouder, reageren op de moties.

(tekst gaat verder onder de foto)

De moties vallen grofweg uiteen in drie categorieën: meer aandacht voor sociale veiligheid, inventariseren/veranderen van vergunningen en zoeken naar én het behoud van fysieke locaties.

Sociale veiligheid
Zowel het CDA als BIJ1 vroegen de wethouder om de sociale veiligheid in het nachtleven te bevorderen. Het CDA wil dat er een norm wordt gesteld, en BIJ1 dat de wethouder samen met de nachtesctor en gemarginaliseerde gemeenschappen een plan van aanpak maakt voor sociale veiligheid in het Utrechtse nachtleven. BIJ1 vroeg de wethouder daarnaast om meer safe spaces voor de queer gemeenschap te creëren.

Vergunningen
Ook werd de wethouder gevraagd om te inventariseren hoeveel zogenaamde A1-vergunningen (locaties die 24 x 7 open mogen zijn) er zijn in de stad en in het verlengde daarvan eventuele ‘slapende’ A1-vergunningen - vergunningen die niet voor het nachtleven worden gebruikt - ‘wakker te maken’. Tegelijkertijd werd de wethouder opgedragen om te kijken of het mogelijk is om de ‘lichtere’ B-vergunningen (voor cafés etc.) uit te breiden, zodat die ook meer mogelijkheden bieden voor het nachtleven.

Zoeken naar én het behoud van fysieke locaties
Daarnaast ging een aantal moties over fysieke locaties voor het nachtleven. Die varieerden van ‘in het stadse leven is overal ruimte voor de nacht’, oftewel een oproep aan de wethouder om geen wijken uit te sluiten voor nachtcultuur, tot de vraag om bij het verkennen van mogelijke opties voor nachtcultuur in de binnenstad ook te kijken naar het eigen gemeentelijke vastgoed en oude ‘nachtlocaties’.

D66 stelde voor om van de zoekopdracht naar drie nieuwe locaties een ‘vindopdracht’ te maken en daar meer resultaatverplichting aan te hangen met ook expliciete jaren waarin een nieuwe locatie zou moeten zijn gevonden. Daarop wilde wethouder Oosters zich echter niet vastleggen. Een interessante motie was om ‘Nachtcultuur ook als een bestemming’ te zien. De indieners willen daarmee dat een wijziging van de bestemming van een pand, die mogelijk gevolgen heeft voor de bedrijfsvoering van een nachtclub in de buurt, ook expliciet in het nieuwe bestemmingsplan wordt opgenomen. Omdat een bestemmingsplan in de raad komt, kunnen de raadsleden dan ook over mogelijke consequenties voor zo’n nachtclub oordelen. Dan kan dus een weloverwogen keuze worden gemaakt of een locatie voor nachtcultuur moet verdwijnen of andere maatregelen moet nemen, wanneer grond of panden in de buurt ‘opeens’ de bestemming ‘woningen’ krijgen. 

Overige moties
Het college werd ook gevraagd om ‘Meer diversiteit in het nachtelijk aanbod te creëren bij invulling nieuwe locaties’. Daarvan gaf wethouder Oosters aan dat ze die overneemt maar ook dat ze niet te veel kan en wil sturen op het aanbod van (commerciële) partijen. Ook een motie om de gemeentelijke U-Pas - de gratis meedoen-pas voor mensen met een laag inkomen -  uit te breiden voor de nachtcultuur werd overgenomen. Hier gaat het overigens om een uitbreiding. De U-Pas kan nu namelijk al bij verschillende poppodia gebruikt worden. 

De meeste van deze moties neemt wethouder Oosters, namens het college, over. Over een drietal moties wordt later op de avond door de raad gestemd.

Nachtvisie aangenomen
“Zijn nachtelijke raadsvergaderingen ook nachtcultuur?”, vraagt Pepijn Zwanenberg, die vergadering voorzit, grappend als ver na middernacht over de Nachtvisie en de moties wordt gestemd. De Utrechtse Nachtvisie 202 en Beleidsnota Nachtcultuur wordt met veertig stemmen voor en vier tegen aangenomen. Ook de drie overgebleven moties worden aangenomen. Daarmee heeft Utrecht als tweede gemeente na Amsterdam een Nachtvisie en - misschien wel belangrijker - laat de raad zien dat ze de Nacht als een volwaardig onderdeel van de culturele sector beschouwt. De bal ligt nu weer bij wethouder Oosters en haar ambtenaren om de ambitieuze plannen uit te werken en te realiseren. Het mandaat daarvoor is er.