"Ik ben er trots op Syriër te zijn, maar ik kies er nu voor om Nederlands te zijn" "Ik ben er trots op Syriër te zijn, maar ik kies er nu voor om Nederlands te zijn"

Het jaar van Gharib, deel 5: De klarinet van Ghaeth Almaghoot

, Tekst: Jelle Talsma | Foto's: Raymond Dekker

Ghaeth Almaghoot (25) is een klarinetspeler die studeert aan het Codarts conservatorium in Rotterdam. Hij behoort tot een generatie veelbelovende jonge Syrische muzikanten die de laatste jaren naar Nederland vluchtten. Je ziet hem in Utrecht met enige regelmaat in TivoliVredenburg op evenementen als het Dwarslopers Festival. Maar ook met Gharib – met wie hij onlangs optrad voor VPRO’s Vrije Geluiden. Sinds kort is hij de grenzen van zijn geluid aan het verleggen door te spelen met de klezmerband l’Chaim, waarmee hij door Europa toert. Ghaeths artiestenbestaan in Nederland staat in scherp contrast met zijn leven in Syrië en de vlucht naar Nederland die hij ondernam in 2014. Om te begrijpen waar hij vandaan komt en wat hem beweegt, schetsen we een beeld van zijn leven in Syrië en zijn vlucht naar Nederland.

advertentie

Het was Ghaeths eerste poging om van Izmir in Turkije naar Griekenland te vluchten. Er zouden nog vier pogingen volgen voordat het zou lukken. De maffia bracht hem met een grote groep vluchtelingen midden in de nacht naar de zee. Ze moesten een piepklein bootje in. Toen Ghaeth het bootje zag, wist hij dat het een gegarandeerde verdrinkingsdood betekende. Maar leden van de maffia hielden hem onder schot en dwongen hem in de boot te stappen. Op zee liep de boot meteen vol. Vrouwen en kinderen begonnen te huilen. Hij en een aantal vrienden besloten overboord te springen. Toen hij dit deed was het eerste waar hij aan dacht zijn klarinet. Zou zijn instrument de zee overleven?

Kleine bovenwoning, drie hoog, in Rotterdam Zuid. Penetrante geur van wierook. "Anders ruikt het hele appartement naar vieze sokken", legt Ghaeth ons uit. Boven het aanrecht lopen donkergele vochtplekken van het plafond naar beneden. Aan de muur hangen foto’s van familieleden. Hij loopt onrustig door zijn appartement. Ghaeth is een knappe verschijning: lang, gelijkmatig gezicht en een hagelwitte grijns. Hij is vlug, sociaal geolied en pareert elke vraag eerst met een geintje voordat hij er serieus op ingaat. Hij is vriendelijk genoeg om je het gevoel te geven dat je welkom bent – en tevens bijdehand genoeg om ervoor te zorgen dat je niet helemaal op je gemak raakt in zijn bijzijn.  

Ghaeth en een aantal vrienden besloten overboord te springen. Zou zijn klarinet de zee overleven?

Zijn muzikale carrière begon een half jaar nadat de oorlog uitbrak in Syrië. Hier begint ook ons gesprek. "Ik deed auditie voor de muziekschool. Ze accepteerden me omdat er geen studenten waren." Studenten waren dun gezaaid door de kersverse oorlog. Hij wist niks van muziek, oefende drie dagen op een simpel pianowijsje en ging de auditie in. “Ze zeiden dat ik totaal niet verbonden was met de piano en accepteerden me als fagotspeler”. Hij lacht bij deze herinnering. Hij had geen leraren, want die waren allemaal gevlucht voor de oorlog. Daarom onderwees hij zichzelf met Youtube. Zijn huisgenoot Ihab vertelde hem over de klarinet. In eerste instantie vond hij het instrument niks, maar na verloop van tijd werd hij verliefd. In een bijzin vertelt hij het schokkende verhaal van Ihab, die omkwam in de oorlog.

“Het verhaal van Ihab is een fucked up verhaal. Ze stopten hem zonder reden in de gevangenis. Daar werd hij ziek en stierf. Maar tot op heden is het niet officieel bevestigd dat hij is overleden. We weten van zijn dood door een andere vriend die ook in de gevangenis zat. Die had op zijn beurt weer iemand ontmoet die in dezelfde cel als Ihab zat. Zijn familie heeft zijn dood geaccepteerd. Behalve zijn moeder. Moeders houden altijd hoop.” Fucked up verhalen, die als een soort voetnoot worden verteld en gepaard gaan met een bitter lachje, zijn een terugkerend fenomeen in ons gesprek.

Foto’s van Ghaeths familieleden en zijn bij de vlucht te water geraakte klarinet.

Over deze serie

Je zou kunnen zeggen dat Gharib zijn hele leven heeft gewijd aan het helpen van (Syrische) vluchtelingen. Naast zijn baan als professioneel hulpverlener vraagt hij met zijn Gharib Band aandacht voor de oorlog in Syrië en pleit hij voor een humaner Westers vluchtelingenbeleid. Ook is hij betrokken bij allerlei muzikale projecten die zijn bedoeld om de ‘vreemdelingen’ en Nederlanders bij elkaar te brengen. Voor 3voor12 Utrecht volgen wij (fotograaf Raymond Dekker en schrijvers Wilke Wittebrood en Jelle Talsma) hem een jaar lang bij al zijn activiteiten. Zo leren we niet alleen hem, maar ook de Syrische gemeenschap in Nederland beter kennen. Waarom nu? Omdat we de indruk hebben dat de polarisatie in Nederland toeneemt, het maatschappelijk debat verhardt en er minder contact is tussen de verschillende bevolkingsgroepen. Mede dankzij zijn muziek is Gharib een belangrijke verbindende schakel tussen de twee werelden. Als je op de links hieronder klikt kun je de voorgaande delen in deze serie lezen.

Revolutie met een 'Hollywood ending'
Hoe voelt het als een oorlog uitbreekt in je land? Ghaeth herinnert zich vooral de opwinding. “Ik verheugde me op het einde van het dictatorschap, een ‘Hollywood-movie-ending’”, zegt hij. “Toen er revoluties uitbraken in Tunesië, Egypte en Jemen zei ik tegen mijn vader dat ik hoopte dat het zou beginnen in Syrië – dat mensen zouden stoppen met pussies zijn. Mijn vader zei dat hij hoopte dat er niks zou veranderen. Dat een revolutie er alleen maar voor zou zorgen dat extremisten aan de macht komen. Ik lachte hem uit. Je bent gehersenspoeld, zei ik”. De demonstraties begonnen. Salamiyah, de stad waar Ghaeth woonde, was qua religie liberaal in vergelijking met andere steden: gebeden en gezichtsbedekkingen werden niet strak nageleefd, en hij en zijn leeftijdsgenoten gingen niet naar de moskee of naar de kerk. “We waren de derde stad in Syrië waar de demonstraties begonnen. Dit waren vreedzame protesten, we gingen met kaarsen en bloemen de straat op. Als de politie kwam zongen we het volkslied voor ze”.

Toen werd Hama, de grootste stad in de buurt van Salamiyah, ingenomen door het Syrische leger. Veel vluchtelingen uit Hama kwamen naar Ghaeths stad en deden mee aan de demonstraties. Volgens hem brachten de nieuwe demonstranten meer stemgeluid, maar ook een grimmigere sfeer naar de protesten. Ze waren grover, streng religieus en wilden een islamitische staat. “Toen begon ik me terug te trekken uit de revolutie. Ik protesteerde tegen de dictatuur, tegen het feit dat de politie je elk moment zonder reden in de gevangenis kon gooien. Ik kon me steeds minder identificeren met de protesten”. Ghaeth leefde op dit moment in Homs, in een deel van de stad dat in handen was van de regering. Er werden vanuit andere delen van de stad dagelijks raketten op ze afgevuurd door de oppositie. Wekelijks gingen autobommen af. Eén keer kwam een raket op het dak van het gebouw waarvan Ghaeth op de eerste verdieping woonde.

"Toen revoluties uitbraken in Tunesië, Egypte en Jemen zei ik tegen mijn vader dat ik hoopte dat het zou beginnen in Syrië – dat mensen zouden stoppen met pussies zijn"

De nood om te vluchten 
“Ik woonde dichtbij een school voor kinderen jonger dan twaalf jaar”, vertelt hij. “Op een keer hoorde ik een explosie. Ik rende naar de school. Toen ik daar aan kwam renden de kinderen naar buiten. Er was een motherfucker van ISIS die een bom had geplaatst bij de voordeur. Hij wachtte tot de kinderen naar buiten waren gegaan en toen bracht hij hem tot ontploffing. Vervolgens ging hij naar de nooduitgang en blies zichzelf op. Bij die aanslag [Akrameh School, red.] kwamen 62 kinderen om. Het pijnlijkste van dat moment waren de ouders die naar hun kinderen zochten. Ik hielp ze door in de schooltassen van de dode kinderen te kijken en de namen op te zoeken die op hun boeken geschreven stonden. Dat was de meest vreselijke dag voor mij in Syrië.”

Het was deze gruwelijke gebeurtenis die samen met een aantal vergelijkbare voorvallen de nood creëerde om te vluchten. Dit was overigens niet Ghaeths keuze: zijn moeder drong erop aan dat hij vertrok. Ze verkocht haar huis zodat ze geld had om zijn vlucht naar Europa te bekostigen. In juli 2015 vertrok hij. Hij nam de bus naar Libanon, van daaruit vloog hij naar Turkije. “Ik bleef een maand in Istanbul en speelde klarinet op straat voor geld. In het begin was ik alleen, na verloop van tijd kwamen een aantal vrienden achter me aan”. Eén van deze vrienden was zijn beste vriend Mustafa, die hij bestempelt als broer. Hij vluchtte met een groep van in totaal dertig leeftijdsgenoten die steeds veranderde qua samenstelling. Soms vielen mensen af omdat ze naar een ander land wilden vluchten, een andere route wilden nemen, of geen geld hadden om door te gaan. De constante factor was Mustafa, met wie Ghaeth uiteindelijk alleen overbleef.

De samenwerking tussen Ghaeth en Gharib

Gharib speelt een belangrijke rol in het begeleiden van Syrische muzikanten in de Nederlandse muziekwereld. Vanuit het Rabo Next Stage coachingstraject van TivoliVredenburg begeleidde hij een half jaar klarinettist Ghaeth Almaghoot. Voor Ghaeth was dit een mooie kans: “We leren hoe je als zelfstandig muzikant werkt en we doen dingen op muzikaal gebied die ik leuk vind, zoals eigen composities maken”. Gharib zegt: “Ik heb dit vijfentwintig jaar geleden allemaal meegemaakt en vanuit die ervaring kan ik hem verder helpen”. Ghaeth heeft hier veel aan: “Gharib spreekt mijn moedertaal, weet over ondernemerschap en heeft ruime ervaring in de muziekwereld”.

Hanno Tomassen is programmeur bij TivolVredenburg en coördinator van dit coachingstraject voor jonge muzikanten. Hij vertelt waarom juist voor Ghaeth is gekozen: “Hij sprong er echt uit als muzikant, heeft artistiek talent en veel kwaliteit. Ik zag hem spelen en ik hoorde een specifiek geluid dat ik niet eerder had gehoord. Bovendien is hij leergierig en wil op muzikaal, sociaal en zakelijk gebied beter worden”. Tijdens de Culturele Zondag op 3 juni 2018 in Utrecht, werd het traject afgerond met twee optredens. Ghaeth en Gharib speelden samen voor VPRO's Vrije Geluiden in Sociëteit de Vereeniging op de Mariaplaats en in Dom Under. Het optreden in Sociëteit de Vereeniging luister je hier terug.

Vlucht door Griekenland
Ze deden pogingen om naar Griekenland te vluchten. Ghaeth legt uit dat vluchten zich van moment tot moment afspeelt: er is geen lange termijnplan. Het is een kwestie van het volgen van de gigantische mensenstroom die Europa in wil. Na een paar mislukte pogingen – waaronder de hierboven beschreven – lukte het hem en zijn vrienden om op Kos te komen. Vanaf dit Griekse eiland ging er een gigantische boot naar Athene, geregeld door de Europese Unie en de Griekse regering, die gratis zou zijn en langs andere eilanden voer om vluchtelingen op te halen. Toen de boot begon te varen werd er een bericht omgeroepen in verschillende talen. “Ze zeiden: ‘het volgende eiland is een militair eiland. Als je geen ticket koopt, zetten we je daar af en beland je in de gevangenis”. Verbitterd: “Ik heb het ticket – wat me zestig euro kostte – nog steeds”.

Ze arriveerden uiteindelijk in Athene en van daaruit namen ze de bus naar Thessaloniki. Daar werden ze door de maffia naar de grens gebracht. De maffia vormt een rode draad door Ghaeths vluchtverhaal. Waar overheden ze overal in de kou lieten staan, was de georganiseerde misdaad nooit ver verwijderd om voor astronomische bedragen vaak totaal onbetrouwbare hulp aan te bieden.

Door Macedonië, Servië en Hongarije
De grens naar Macedonië was dicht en werd bewaakt door het leger. “Daar sta je dan. Geen water, geen voedsel. Naked earth. Het regende vreselijk. Als je water wilde waren er Macedoniërs die je voor twintig euro een flesje water verkochten. Ze wisten dat je het nodig had”. Ghaeth en zijn vrienden wachtten vier dagen en sliepen waar ze konden. De derde dag arriveerden mensenrechtenorganisaties, gevolgd door een mediacolonne. “Ze laadden twee busjes uit met melk en luiers, zorgden ervoor dat de media het filmden en toen ze hun reclamefilmpje hadden opgenomen vertrokken ze weer”. Cynisch: “Good luck guys”. Uit wanhoop begon de groep vluchtelingen te vechten met de militairen die de grens bewaakten. “Ik ben een grote pussy als het aankomt op dit soort dingen. Ik en Mustafa hadden gelukkig mazzel, we stonden tegenover een oude soldaat. We zagen dat hij ons wilde doorlaten en geen zin had om te vechten. We zijn snel langs hem gerend en konden zijn elektrische stok ontwijken”.

"Mensenrechtenorganisaties laadden twee busjes met melk en luiers uit, zorgden ervoor dat de media het filmden en vertrokken weer..."

Ze renden Macedonië in en liepen twee volle dagen verder. Zonder kaart, met als enig kompas de sporen van andere vluchtelingen. Op een gegeven moment werden ze opgepikt door de maffia, die ze in bussen naar Servië bracht. Daar moesten ze van het leger in een dorpje wachten tot ze verdere instructies kregen. Het was verboden om verder het land in te trekken. Er stonden weer bussen op ze te wachten: wederom van de maffia. “Er was een buschauffeur die iedereen vijftig euro liet betalen om mee te rijden. Toen zei hij dat hij de bus zou keren. Hij stapte in zijn bus en reed weg”. Ghaeth lacht sardonisch en herbeleeft de verontwaardiging die hij toen voelde.

Ze namen een andere bus en arriveerden in Belgrado. Na twee dagen in Servië geweest te zijn, begon wat hij noemde het gevaarlijke deel van zijn vlucht: Hongarije. Vier dagen lang wisten ze de politie te ontlopen door zich te verstoppen in graanvelden. De vijfde dag ging het mis en werden Ghaeth met zijn vriend Mustafa gepakt door de politie. Ze werden vastgezet in een tent die fungeerde als gevangenis, met een bed zonder matras erin. Ze werden ondergespoten met een chemisch soort desinfectant en al hun spullen werden afgepakt. Hij lag een aantal dagen op een houten vloer te wachten. Uiteindelijk moest hij een officiële stempel zetten op zijn reisdocument, waardoor hij in Hongarije zou moeten blijven en in geen enkel ander Europees land meer welkom zou zijn.

"We renden zo hard als we konden de korenvelden in. Toen de kust veilig was stuurden we onze locatie via Whatsapp door aan de maffia"

“We stonden in de rij voor de stempelmachine en hoorden dat we de volgende dag terug moesten komen omdat deze kapot was”. Dit bleek een geschenk uit de hemel. “Ik vroeg aan Mustafa: zullen we nu rennen? Ik durfde niet, omdat we allebei pussies zijn. Opeens begon iemand anders in de rij te rennen. Toen zijn wij ook gegaan, de korenvelden in, zo hard als we konden. We hebben daar uren gezeten, zonder te praten, zonder op onze telefoon te kijken”. Toen de kust veilig was, zochten ze contact met een nummer dat ze hadden gekregen van de maffia en stuurden hun locatie door via Whatsapp. Ze werden opgehaald door een vrouw. Voor driehonderd euro per persoon was ze bereid hen naar Boedapest te brengen. Onderweg stopte ze plotseling bij een politiebureau. “We moesten tweehonderd euro per persoon extra betalen, anders gooide ze ons daar eruit. Natuurlijk deden we dat”.

Ghaeth met bandleden Alexander Chrysotomides en Karel van der Eijk in de Zadelstraat tijdens Culturele Zondag

Afscheid van Mustafa
Vanaf Boedapest werd de reis makkelijker. Ze kregen een lift naar Wenen. Daar hadden ze de keuze: of naar een vluchtelingenkamp gaan en meer tijd verliezen, of naar de maffia en meer geld kwijt zijn. Ze kozen voor de maffia en reisden naar München. Daar kocht Ghaeth een ticket naar Brussel. Op dat moment was zijn beoogde doel België. “Toen ik op het punt stond de trein in te stappen, zag ik Duitse politie mensen controleren in de trein. Dat ging dus niet. Ik vroeg snel iemand waarvan ik wist dat hij Arabisch sprak om me te helpen. Hij raadde me aan om naar Nederland te gaan. Ik wist niks van dit land”. Ghaeth besloot de trein te nemen naar Amsterdam. Mustafa bleef in Duitsland. “Dat was een emotioneel moment. Ik had alleen de kapotte kist van de klarinet bij me en wat rotzooi. Mustafa haalde zijn spullen uit zijn eigen tas en gaf me de tas”.

In de trein was Ghaeth als de dood dat hij gecontroleerd zou worden. Naast hem zaten drie Nederlandse jongens bier te drinken. Ze boden hem aan dat hij bij ze mocht komen zitten. Hij kreeg een biertje. Toen er gecontroleerd werd zeiden ze hem dat hij moest doen alsof hij sliep. Het werkte: hem werd niet om zijn paspoort gevraagd. Hij kwam aan op Utrecht Centraal. Omdat dit het land was waar hij wilde blijven, ging hij op zoek naar politie om zich te melden. Bij het politiebureau kreeg hij een dagkaart en uitleg over hoe je incheckt bij NS. Toen begon een lang traject van verhuizen tussen verschillende AZC’s. Hij zat in Ter Apel, Veenhuizen, Zwolle, Doetinchem en Luttelgeest. Uiteindelijk belandde hij bij een gastgezin in Utrecht, dat erop aandrong dat hij auditeerde voor het conservatorium. Daar werd hij in 2016 toegelaten.

"Ik ben mijn geloof in de goedheid van de mens niet kwijtgeraakt. Wat ik vooral kwijtraakte is mijn geloof in overheden en de media"

Terugdenken aan Syrië
Het is nu ruim drie jaar geleden sinds hij aankwam in Nederland. Smerig, zonder spullen, zonder enige kennis van de Nederlandse of de Engelse taal. Hoe tekende de vlucht hem? Raakte hij door de maffia, door keer op keer bedrogen of slecht behandeld te worden, zijn geloof in de goedheid van de mens kwijt? “Dat niet. Ik voel me juist meer verantwoordelijk. Ik snap beter hoe het is om de hele wereld tegen je te hebben, en hoe hard je anderen nodig hebt. Wat ik vooral kwijtraakte is mijn geloof in overheden en in de media”. Het is opvallend – soms een beetje bevreemdend – hoe Ghaeth vertelt over zijn vlucht. Iets wat voor een buitenstaander klinkt als een nachtmerrie, beschrijft hij als een avontuur. Als een middelbare schoolreis waar hij en zijn vrienden de enfant terribles waren, of als de spion Jason Bourne die Europa doorkruist en zijn achtervolgers steeds te slim af is. Het is niet te zeggen of dit een vertekening is van een gruwelijke werkelijkheid. Ghaeth legt het als volgt uit: “Wat je moet snappen is dat als je vlucht voor een oorlog, alles beter is dan de situatie waar je uit komt. Hoe moeilijk het soms ook was, het was beter dan Syrië”.

Terugdenken aan Syrië is een pijnlijk onderwerp. “Dat is complex. Ik heb vaak dat ik wakker word en niet weet waar ik ben. Of ik word wakker en ik ben teleurgesteld omdat ik hier ben, in dit appartement, in Rotterdam. In mijn dromen ben ik weer kind en speel ik in mijn oude buurt. Rationeel weet ik dat ik het hier beter heb. Dat dit een betere plek is om je kind op te voeden dan het Midden-Oosten….” Zijn stem ebt weg. Komt er ooit een dag dat hij terug zal keren? Resoluut: “Nooit. Ik zal er op bezoek gaan, of op vakantie. Maar ik ga nooit terug. Over twee jaar heb ik de Nederlandse nationaliteit. Ik ben er trots op Syriër te zijn, maar ik kies er nu voor Nederlands te zijn. Zo lang er olie is in het Midden-Oosten, is het leven daar fucked up”. Ghaeth staart even uit het raam en zoekt naar woorden. “Als je wil begrijpen hoe ik Syrië zie, moet je het zien als een meisje dat jou vreselijk slecht behandelt. In je hoofd weet je dat je het uit moet maken. Maar in je hart kan je alleen maar van haar houden”. Plotseling ziet hij er vreselijk moe uit. Zit onderuitgezakt, is even minder spraakzaam en zijn ogen zijn glazig.

Ghaeth in zijn appartement in Rotterdam

We vragen hem wat te spelen. Hij pakt zijn klarinet en speelt het eerste couplet van het Nederlandse volkslied. Hij grijnst om dit geintje en zijn gebruikelijke guitigheid is weer terug. Dan speelt hij iets ‘echts’. Iets beeldschoons. Hoe liep het af met de klarinet waarmee hij te water raakte? Die ging kapot, want zoveel zout kan zo’n ding niet hebben. Hij hangt aan de muur naast de foto’s van zijn familie. Hij haalt hem van de muur, daagt ons uit onze tong tegen het instrument te houden en als we dat doen, proeven we het zout van de Middellandse zee.

Dan moet hij plotseling weg – hij is te laat voor zijn Nederlandse les. Hij is al half zijn appartement uit als hij tegen ons zegt: “Trek de deur goed achter je dicht als je vertrekt!” Maar we hebben niks te zoeken in een leeg appartement in Rotterdam Zuid en volgen hem de straat op. “Waar is mijn auto?”, zegt hij terwijl hij gejaagd de straat over tuurt. Dan springt hij vrolijk op een aftandse fiets die hij zijn auto noemt, geeft ons een knuffel en verdwijnt. Een beetje bedeesd lopen we naar de metro. In de dagen erna denk ik vaak terug aan hoe Ghaeth over Syrië sprak. “Alles: films boeken en liederen gaan over de relatie tussen personen en hun vaderland. Ik ken Syriërs die al lang hier wonen en nog steeds geobsedeerd zijn door het land waar ze vandaan komen. In hun huis hebben ze alleen maar spullen, meubels en eten uit Syrië. Ik snap dat. Maar ik leef maar één keer – en ik leef nu hier. Ik heb geen tijd voor dat soort dromen”.

Te zien

14 oktober: Mini-expo Het Jaar van Gharib tijdens de Atelier Route in Utrecht. Klik hier voor meer informatie.

#nieuws
Laatste nieuws en artikelen van 3voor12 Utrecht