Gitaarmuziek dood? Niets ervan. Anno 2024 trekt de onverslaanbare combinatie van twee gitaren, bas en drums gewoon nog volle zalen. Zo is ook de grote zaal van de Nobel vanavond tot de nok gevuld tijdens het concert van de indieformatie Elephant. Met hun ontspannen “dad-indie” gooit het viertal al een jaar of twee hoge ogen binnen de Nederlandse muziekscene. Na een goed ontvangen debuut in 2022 volgde vorig jaar al snel ‘Shooting for the Moon’ en speelde de band in ongeveer elke popzaal die ons land rijk is. Vanavond heeft de band het olifantenpaadje van Rotterdam naar Leiden genomen, en mag de Nobel aan het rijtje worden toegevoegd.

Josephine Odhil

Eerst staat ons een bijzonder aperitiefje te wachten: Josephine Odhil was als zangeres van de psychedelische rockband The Mysterons verantwoordelijk voor 'Meandering', een meesterwerk van een album uit 2017, en stond met die groep al eens op Lowlands. Tegenwoordig is de ongekroonde psych-koningin van Nederland solo, en heeft ze met 'Volatile' ook onder haar eigen naam een prima album uit. Vanavond mag ze samen met haar vaste muzikale compagnon Joost van Eck de avond openen.

Normaal gesproken staat Odhil met een voltallige band op het podium, maar speciaal voor dit voorprogramma presenteert ze uitgeklede versies van haar liedjes. En jemig, wat werkt dat goed. Uitgevoerd op alleen akoestische gitaar en bas veranderen haar nummers in etherische psych-folk miniatuurtjes, die stilletjes door de ruimte zweven voordat ze in rook opgaan, zoals de muziek van Linda Perhacs of Vashti Bunyan dat doet. De mysterieuze stem van Odhil lijkt soms bijna het timbre van een Indiaas instrument aan te nemen door de manier waarop ze van noot tot noot glijdt, en versmelt prachtig met de stem van bassist van Eck. De mystiek wordt versterkt door de vaak opmerkelijke harmonische wendingen, waardoor nummers zoals ‘Wildfire’ zich nooit helemaal gronden, maar aangenaam in het luchtledige blijven.

Een schitterend voorprogramma – dat lijkt ook het publiek te vinden, want de langzaam volstromende zaal hangt muisstil aan haar lippen.

Elephant

Een tedere driekwartsmaat en de vederlichte stem van zanger Frank Schalkwijk, dat is waar Elephant hun set mee opent. Met het nummer ‘Post-Punk’ zet de band zich af van de stroom aan Nederlandse post-punkbandjes die zich blijven aandienen. “I hate your post-punk pretensions // your fake English accents // maybe I’m jealous I don’t get attention”. Met die aandacht zit het, gezien het aantal bezoekers vanavond, wel goed, maar het nummer is typerend voor de instelling van Elephant. In een indiescene die gedomineerd wordt door puntige en gefrustreerde muziek zijn de jongens van Elephant gewoon een stelletje dropjes, die liever zachtaardige liedjes zingen over hun kopje koffie in de ochtend.

Die liedjes maken ze op een manier waarop het al vijftig jaar goed gaat: ronde akkoordenschema’s, een compacte ritmesectie, luxe samenzang en hier en daar een goed geplaatste gitaarsolo. En waarom zou je het anders doen? De kracht van Elephant zit hem niet in het avontuur, maar in de hoge mate van professionaliteit waarmee ze hun muziek maken. Live staat het als een huis – tegen de tijd dat we bij het derde nummer ‘Only Love’ zijn aangekomen, is het duidelijk dat we vanavond geen verkeerd gespeelde noot gaan horen. Alle, soms toch behoorlijk complexe, gitaarpartijen worden foutloos gespeeld, en de driestemmige samenzang is loepzuiver.  

De band heeft geluk met stemmen die zo mooi bij elkaar passen. Schalkwijk heeft misschien de beste stem, maar ook bassist Bas Vosselman en gitarist Michael Broekhuizen nemen zo nu en dan, niet onverdienstelijk, de leadzang voor hun rekening. Instrumentaal is het ook een vloeibaar geheel – zo krijgt Vosselman op ‘The Morning’ de ruimte om te laten zien dat hij naast een smaakvolle bassist ook een begenadigd gitarist is. Elephant heeft geen duidelijke frontman, en alle vier de bandleden spelen beheerst en in dienst van de muziek. Dit gebrek aan ego maakt de band ontzettend sympathiek, maar heeft wel als keerzijde dat de interactie met het publiek een beetje vlak is.

Elephant grossiert dus in ontspannen, mid-tempo liedjes – muziek die goed werkt op een zonnige nazomerdag met een kleedje in het park. Maar werkt het ook op een kille winteravond in een donkere popzaal? Nummers met een sterk refrein, zoals ‘The Morning', 'Calling', ‘Medicine’ en ‘Hometown’, doen het altijd en overal goed, maar op andere punten is de set wel wat weinig dynamisch. Dit moet de bandleden zelf ook zijn opgevallen – als oplossing wordt hun grootste hit ‘Calling’ ruw verstoord met een atonaal intermezzo. Een elegantere uitkomst zijn de twee goed geplaatste Grateful Dead-covers, die gelijk een mooie ode zijn aan de jaren zeventig invloeden van de band. De bandleden kennen elkaar immers uit een Fleetwood Mac-tributeband. 

Het publiek, soms gekleed in Elephant shirts en petjes, deint gemoedelijk mee op de muziek, en een enkeling zingt de nummers zelfs woord voor woord mee. De 750 man in de Nobel hebben het duidelijk uitstekend naar hun zin vanavond. Als slotnummer van de reguliere set speelt de band ‘Bird’s Eye View’, een zeldzaam kwetsbaar moment waarin zanger Schalkwijk zijn leeftijd bezingt – “I’m getting older // it’s always happening”. De jongens van Elephant zijn inderdaad allemaal zo rond de dertig, en hebben lang moeten wachten op hun succes. Het is ze van harte gegund. Met hun weelderige niets-aan-de-hand muziek verheft Elephant het niemendalletje tot een kunstvorm. En die luchtigheid is precies waar de wereld op dit moment meer van kan gebruiken