Het eerste weekend van augustus barst Castlefest weer los op Kasteel Keukenhof in Lisse. "Een muziekfestival met alles wat een fantasyfan behaagt", vat perscoördinator Femke van Hilten samen. Het evenement loopt al sinds 2005, en is in die tijd uitgegroeid tot een fenomeen dat tienduizenden bezoekers op de been krijgt. Op een zompige zaterdag reisden we door tijd en ruimte op deze reusachtige renfair.

Van alle markten thuis

Het sleutelwoord sfeer valt vele malen in het interview met Femke, en is eigenlijk iets dat moeilijk in woorden te vatten is als je het zelf niet proeft op het festival. Ondanks dat een kostuum geen verplichting is, valt het op hoeveel mensen in toepasselijke kleding over het terrein lopen. Femke benadrukt dat het niet alleen Lord of the Rings en Harry Potter is: "Er zijn ook zat karakters te zien uit science fiction of mangaJapanse strips."

Uit voorgaande edities weet ik dat de cosplayers graag vertellen over de uren werk die ze in hun kostuum steken, en het resultaat mag er zijn. Ridders die de hele dag in harnas lopen, en jonkvrouwen met hoeden die twee keer zo groot zijn als hun hoofd, geen offer is te groot voor de pracht en praal. Aan het weideveld zit een tent waar men werkt aan bodypaint en speciale effecten, van simpele elfenoren tot aan een verflaag van top tot teen. In de namiddag is er een parade waarin de figuranten goed uit de verf komen.   

Langs de wandelpaden staan vele marktkraampjes met sinisterse snuisterijen en snacks uit het verre verleden (zoals bijvoorbeeld vleestaartjes, een recept dat al tienduizend jaar meedraait). Met voedsel in de hand aanschouwen we een heuse zwaardvechtdemonstratie, een filmisch gevecht waarbij de winnaar een enkele reis naar Valhalla krijgt als offer aan de goden. Het heet grappig genoeg HEMA (Historical European Martial Arts).  

Folkbands en balfolk

Ďyvina is de eerste act die we aanschouwen, en de programmering is dit jaar diverser dan ooit. "Waar voorheen bands meerdere keren tijdens dezelfde editie speelden, hebben we dit jaar ervoor gekozen om elke act maar één keer op te laten treden", legt Femke uit. "Er is meer te zien, maar het betekent ook dat je keuzes zal moeten maken." 

"Ook uniek is dat dit jaar op de vrijdag vier balfolk bands samen één programma vormen," gaat ze verder. "Balfolk is een verzameling volksdansen die vroeger gedanst werden door de lagere klassen, in contrast tot bijvoorbeeld de wals, een dans die meer bij de adel hoorde." De dansen zijn veelal in groepsformaat, en zijn simpel en toegankelijk genoeg dat je de basis binnen een korte workshop onder de knie hebt. En mocht je geen poging durven wagen, dan blijft het leuk om naar de kijken. We konden nog net het staartje meekijken van de workshop in de ochtend, waarbij een heus huwelijksaanzoek plaatsvond te midden van meer dan honderd dansers. 

Terug naar Ďyvina. Plechtige zang en bezwerende gebaren kenmerken deze neofolknomaden uit Tsjechië. Het is een primeur, want dit is de eerste keer dat ze hun Slavische fabels in het buitenland vertolken. Vooral de draailier is doordringend tijdens de betoverende set, met zangkunsten die uitmonden in zielsdiep kermen die de tragiek overbrengt, zelfs als je de taal niet machtig bent. Het contrasteert mooi met een wat subtieler nummer dat een gefluisterde zang combineert met een fluitspel als een vogelvlucht; de zanger speelde afwisselend op twee fluitsoorten. 

Maar de muziek bestaat niet alleen uit volwaardige bands: er lopen ook hobbyisten rond, en tijdens een spijtige stortbui schuilen er genoeg onder een tent met zitplek om een heuse tavernesfeer te scheppen onder de bezoekers. Op een andere plek geeft een gilde aan instrumentalisten een korte jamsessie om het evangelie van hun hobby verder te verspreiden. Ze zetten zelfs een daadwerkelijke doedelzak in, en dan komt er waarachtig schot in de dansbenen van de toeschouwers.  

Keigaaf

Dan gaan we door naar The Dolmen, vaste prik op Castlefest, en de Britse barbaren brengen een legioen aan fans naar hun podium. De drums krijgen er stevig van langs, maar de fluit houdt de boel vrolijk. De band maakt een mix van genres, met hier en daar een vleugje folkpunk. Bij vele nummers neemt zangeres Kayleigh het voortouw (ze heeft naast de act ook een solo-carrière), met als hoogtepunt het veel verzochte 'Dead cats don't meow', een duister nummer over de belangrijkste les die een piraat leert (laat niemand in leven). 

Het publiek kan hier natuurlijk niet stil bij zitten, en opvallend in de dansende meute zijn hoelahoepers die werken aan hun wasbordje, en de iconische puntmutsen van een groep kabouters met knaldrang. Van evergreens die men uit het hoofd mee kan zingen tot tracks waarbij de voeten gaan stampen als een marcherend leger, The Dolmen drijven iedereen dol. Of ze nou een rockende memento mori ten gehore brengen of een carpe diem-canon over kansen pakken, elk nummer bruist van de vitaliteit. We sluiten af met een suikerzoet liedje waarbij men de schouders van de buurman dient te pakken, wat eindigt in een paar danscirkels.   

Tussen optredens moeten we af en toe adempauze nemen. Bij verdere verkenning stuiten we op heuse holbewoners die een workshop fikkie steken faciliteren op een manier zoals oermensen dat ook deden, ideaal voor de liefhebber van de marshmellowvariant s'mores. Ook is er een boekenhoek vol met fantasy van Nederlandse bodem, en ook de auteurs zijn aanwezig voor een eventuele signeersessie. Wat opvalt, is dat sommige van de reeksen langlopers zijn met al vijf of meer delen. Is er immers ooit een toverrijk waarin lang en gelukkig stand houdt in plaats van een tussenstop te zijn naar de volgende crisis? 

Tussen alle ridders met zwaarden bestaat er ook de mogelijkheid om boogschieten te beoefenen voor iedereen die zich deelnemer aan de Slag bij Agincourt waant. De koters kan men kwijt in het Kinderrijk, waar naast allerlei amusement de kleintjes ook worden voorbereid op een heuse veldslag tegen de volwassenen. Femke wijst erop dat de kinderen tot nu toe nog geen enkel jaar verloren hebben.  

Dolletjes met trolletjes

Trolska Polska is een Deense folkgroep die vrolijke liedjes maakt over trollen in alle soorten en maten. Met vele violen en een humeur dat de wolken verdrijft vragen ze de toeschouwers naar het podium toe te stormen. Liedjes zijn frivool en koddig: het verzoek om te dansen als een vrouwelijke trol met flinke voorgevel wordt braaf opgevolgd, en we krijgen zelfs een stukje scat op z'n trols kado. Wat sommige nummers missen aan tekst wordt gecomponseerd door de slapstick die tussen de bandleden plaatsvindt, en er ontstaan spontane slingers van dansers in de crowd. 

Elke nieuwe trol krijgt een eigen introductie, van een bazige heerser tot een exemplaar ter grootte van een berg. Bij een lied over de magische kracht van een zomernacht klimt er een man op het podium die trucjes doet met een toverbal. Bij het nummer 'Eufori' moet het publiek een trollface trekken, en de viool is als een massage op je trommelvlies. Een plezante polka leidt tot een hoop hossen, en op een gegeven moment worden de festivalgangers verdeeld in delicate elfjes en stoere trollen, die respectievelijk liefelijk en imponerend mogen dansen. 

Na de tocht door het trollenrijk brengen we een bezoekje aan de Academy, waar we een praatje bijwonen over de kracht van woorden en de Wet van Aantrekking, en hoe je open kunt staan voor je omgeving. Over aantrekkingskracht gesproken: het valt op dat er lui kaartjes met een cijfer aan hun kostuum of wapen hebben hangen. Femke licht toe dat dit voor Offline Tinder is. Doe je mee, dan krijg je een kaartje en kan je ook het nummer doorgeven van die dryade of satyr die je zelf wel ziet zitten. Bij een match wissel je contactgegevens uit. Op de vraag of dat in rela's eindigt is het antwoord ja, en er zijn zelfs Castlefestkoppels die later met kroost terugkeren naar het festival. 

(Boven)natuurlijk

Jonathan Hultén is een opvallende verschijning in zwart gewaad met lijkbleke schmink, en treedt op omringd door bloemstukken. De solo-artiest heeft een esoterisch geluid dat op het randje zit tussen elegisch en euforisch. Met gitaar, synths en echoënd stemfilter maakt hij van zichzelf een koor, en gaat van goth naar garage in één en hetzelfde lied. Tussendoor klinken er natuurgeluiden, wat de set een zalvende werking geeft. Soms bestaat de zang slechts uit woordeloze keelklanken, en zo blijft elke track zijn eigen experiment (alhoewel ook folk zonder fratsen de revue passeert).  

Het nummer dat er tussenuit springt begint als country, maar gaat dan van het Wilde Westen naar het Midden-Oosten met mysterieuze toonaarden, die ontkiemen in een kakofonische breakdown. Het duurt even voordat het publiek een dansritme gevonden heeft bij de gevarieerde sound, maar dan dansen de toeschouwers langzaam en meditatief mee. Teder tokkelt de gitaar mee bij deze sereniteit. Jonathan geeft ook een intiem kijkje op de eerste track die hij ooit heeft opgenomen, die qua talent niet onderdoet voor de overige nummers in zijn repertoire. 

Moeders mooisten

In de schemering, op de valreep tussen dag en nacht, is het tijd voor de traditionele wickerverbranding, dit jaar in het teken van de Moeder. Femke benadrukt dat het ritueel voor iedereen een persoonlijke betekenis mag hebben en voor verandering staat. Je kan dingen (meestal briefjes) in de wicker leggen om iets symbolisch in vlammen op te laten gaan - een wens voor de toekomst of juist een last uit het verleden die men van zich af wil zetten. Voor sommige mensen sluit het ritueel aan bij een geloofsovertuiging, voor anderen draait het puur om het gevoel van saamhorigheid dat de ceremonie geeft.

Een hymne over de oermoeder en hoe wij haar kinderen zijn schalt over de duizenden deelnemers die voor het podium verzameld zijn. Fakkels worden aangestoken terwijl we de energie van de elementen ontketenen door te fluiten, te trappen, te brullen en met de vingers te knippen. Met pantheïstische inslag worden moederfiguren van Gaia tot Maria aangeroepen, waarna het gevlochten figuur opgaat in een vuur dat hoog boven het publiek stijgt. Koppels knuffelen, vrienden omhelzen elkander en velen zijn tot tranen geroerd. Het geheel laat een diepe indruk achter.   

Intens heidens

Sowulo mag na het wickerritueel de magische sfeer voortzetten. Dit Nederlandse project sluit aan bij de voorgaande rites omdat de cyclische natuur van het leven ook hier een motief is. Een man en vrouw verzorgen de zang, en ze worden versterkt door onder andere een harp, drums en dikke troms, viool, cello en een lange strijdhoorn. Het festivalterrein gaat nu schuil onder een donkere mantel, en je waant je door de onwerkelijke belichting vanaf het podium in een andere wereld. De grote troms worden door de drummer als in trance afgerost, en de strijksectie neemt het stokje over tijdens de bridge van enkele nummers. Dan vallen de lampen helemaal uit en zijn de bandleden alleen als silhouetten te zien, die een unheimlich gevoel van spanning geven van wat er nu toch komen zal.

Het antwoord daarop is een bijzonder snaarinstrument dat zanger Faber gebruikt om de toeschouwers nog dieper te bedwelmen. Verschillende heerschappen beginnen oerkreten te slaken alsof het de vooravond van een oorlog is. Het licht op het podium verandert naar een bloedrode kleur, en de vocals nemen een prevelende toon aan. De sissende zang loopt niet met een sisser af, maar culmineert in treurende kreten en krijnende klanken van de instrumenten. Dan treden de meeste bandleden even terug, behalve Faber, die de strijdhoorn van zijn rek pakt en het meterslange instrument hoog in de lucht heft voor een strijdbare solo. Daarna komt de rest van de act twee keer zo heftig terug, en dat heeft z'n werking: elke tromslag wordt een headbang of een geheven vuist. Kort samengevat: pagan pracht en praal. 

Noorse teneur

SKÁLD weeft lagen aan sagen uit het hoge Noorden aan elkaar. Deze act brengt verhalen van de Vikingen tot leven op traditionele zangswijze, maar blijkbaar hebben ze iets gedaan om Thor te ontstemmen, want tijdens de act komt het helaas met bakken uit de hemel. 

Gelukkig heeft het publiek poncho's geplunderd, dus trotseert men dapper het waterballet om een act te zien met belichting als bliksem en drums als donder. Bijna alle optredens op Castlefest werden trouwens gestreamd voor de thuisblijvers, dus ook als je toch was gaan schuilen, valt een deel van de performance later terug te kijken.   

Reis naar de realiteit

Met grote passen begeven we ons naar de pendelbussen: alhoewel het nog doorgaat op de zondag, zit de editie van dit jaar voor ons erop. Op weg naar het station trekken een paar onuitputtelijke troubadours nog hun instrumenten voor een paar laatste liedjes, en dan zijn we terug in de echte wereld. Campinggasten kunnen nog doorgaan bij een silent disco tot in de late uurtjes, maar hoe elfjes de koptelefoons op hun oren krijgen zal voor ons een mysterie blijven. 

Femke vertelde dat waar voorheen de organisatie ook een wintereditie had, de focus nu ligt op een goed lopende zomereditie, puur vanwege capaciteit. We weten niet wat de toekomst zal brengen, maar de kans dat ons lot weer zal leiden naar deze escapistische ervaring is groot. Vraag naar vrijwilligers is er natuurlijk altijd, dus dat blijft ook een mooie manier om alvast een plek te garanderen voor volgend jaar. Als het goed is, bestaat de tap met energiedrank in de keet nog steeds.