Unknown Mortal Orchestra en de kunst van het ontsnappen Unknown Mortal Orchestra en de kunst van het ontsnappen

Ruban Nielson reisde de wereld over, anders was hij gek geworden

, Cécile van Wijnsberge

Als jouw privéleven door een gesprek met een journalist overhoop was gegooid, zou je dan nog happig zijn om met de pers te praten? Ruban Nielson, de man achter Unknown Mortal Orchestra, stond altijd bekend als een open boek. Die openheid kwam hem duur te staan, dus nu beschermt hij zichzelf voor de buitenwereld. Voor zover hem dat lukt, tenminste.

Ruban Nielson wilde overal over praten. De moeizame relatie met zijn familie, zijn drugsgebruik, zijn liefdesleven: als Unknown Mortal Orchestra verwerkte hij het in zijn funky, psychedelische liedjes, dus wanneer journalisten ernaar vroegen was hij nooit te beroerd om eerlijk te antwoorden. Maar het verhaal achter vorige plaat Multi-Love wilde hij eigenlijk voor zichzelf houden. Toen het toch naar buiten kwam, was dat een klap voor de relatie waar hij het album over schreef.

Nu, met nieuwe plaat Sex & Food op zak, is het weer tijd voor een perstour. Dat album is nog altijd persoonlijk: het zoete 'Hunnybee' gaat over zijn dochter, in 'If You're Going To Break Yourself' spreekt hij zijn oude vrienden toe die hij achter heeft moeten laten nu hij clean is. Unknown Mortal Orchestra is dus nog steeds openhartig, maar Ruban Nielson wil niet langer alles blootgeven.

De interviews rondom Multi-Love hebben je leven behoorlijk beïnvloed. Heeft dat de manier waarop je nu met pers praat veranderd? Ben je terughoudender?
‘Ja – tenminste, niet terughoudender. Nu ik weer met interviews over dit album bezig ben, besef ik me dat ik tijdens de perstour voor Multi-Love eigenlijk helemaal niet gepraat heb over de relatie die uiteindelijk alle stukken over die plaat overnam. Totdat die Pitchfork-journalist naar mijn huis kwam en een tijdje bleef voor zijn stuk. Hij kwam ineens met zijn theorie, dat het album over een relatie ging, dat hij het album had ontcijferd. Toen dacht ik: of ik kan het nu ontkennen, en hem gewoon op laten schrijven wat-ie wil, of ik kan een beetje uit proberen te leggen wat er gebeurd was en waar het over ging.'

'Ik ben heel lang kwaad op mezelf geweest, omdat ik te veel over mijn leven had gepraat. En het was niet alleen mijn leven, het ging ook om andere mensen. Ik voelde me twee jaar lang schuldig omdat ik mijn muziek voorrang had gegeven op de privacy van anderen. Maar nu ik weer met deze perstour bezig ben, besef ik me dat ik dat verhaal eigenlijk maar een keer heb verteld. Ik heb niet aan de lopende band mijn hele persoonlijke leven blootgegeven.’

Unknown Mortal Orchestra

2011 Unknown Mortal Orchestra
2013 II
2015 Multi-Love
2018 Sex & Food

Tekst loopt door onder de video.

Dat Pitchfork-verhaal kwam heel dichtbij: Nielson vertelt openhartig over de driehoeksrelatie die hij met zijn vrouw Jenny en een anonieme jonge vrouw had. Door visumproblemen moest de vrouw, in het stuk 'Laura' genoemd, Amerika uit, wat ook voor persoonlijke spanningen zorgde. Op Multi-Love is haar aanwezigheid duidelijk voelbaar: ‘It’s not that this song’s about her; all songs are about her’.

Laura wilde na de publicatie van het artikel niet meer met Ruban praten (iets waar hij vervolgens weer heel open over sprak met The Guardian). Ze zag na het lezen van dat artikel pas in hoe diep Ruban zich door de relatie had laten beïnvloeden. Daar was ze van geschrokken. Daarnaast was ze niet gediend van het feit dat hij hun verhaal zo openlijk naar buiten had gebracht, ook al is ze anoniem gebleven.

‘Ik heb ergens wel spijt van hoe het gelopen is. Maar aan de andere kant kan ik me niet echt een manier bedenken waarop ik het anders had kunnen doen. Ik had van tevoren besloten dat ik mijn privéleven privé ging houden, en dat heb ik ook gedaan. Dat doe ik nu ook.’ Lachend: ‘Het probleem was, ik had gewoon nooit ja moeten zeggen tegen dat Pitchfork-artikel.’

Nog altijd is hij een makkelijke prater. Hij maakt grapjes over zichzelf, stelt een geïnteresseerde wedervraag, vertelt bedachtzaam over zijn werk en ideeën. Maar zo veel weggeven als hij ooit deed, dat wil hij niet meer. Ook al voelt het soms alsof dat wel zou moeten.

‘Ik heb zo’n geluk gehad dat ik mezelf kan onderhouden met creatief werk. Daarom heb ik soms het gevoel dat ik alles moet teruggeven wat ik heb aan de cultuur die me die kans verschaft. Maar ik heb me gerealiseerd dat het ook om de levens van anderen gaat. Dat is wat privacy betekent: niet het beschermen van de artiest, maar de mensen er omheen. Die hebben zichzelf niet vrijwillig in een of ander artistiek project gestopt. Het is een skill die ik moet leren: sommige deuren open doen, terwijl andere gesloten blijven.'

'Ik lees veel interviews met romanschrijvers, die bevinden zich veel vaker in de situatie waar ik in zat. Die krijgen ruzie met mensen, familieleden, omdat personages in hun boeken duidelijk op hen gebaseerd zijn. Dat de vader in het boek een klootzak is, en de vader van de schrijver denkt dat het over hem gaat. Dan krijg je van die reacties als “Oh, dus dit is hoe je echt over me denkt?” Songwriters hebben daar iets minder last van, lijkt het.’

'Dan krijg je van die reacties als “Oh, dus dit is hoe je echt over me denkt?”'

 

 

 

Dat wordt moeilijker naar mate je meer bekendheid krijgt, toch? Je hebt nooit met reacties te maken als er niemand naar je werk omkijkt. Dan kun je al je diepste zielenroerselen er gewoon in gooien.
‘Ja, en dat is ook wel goed. Toen ik met deze band begon had ik dat gevoel ook bij de eerste liedjes die ik maakte. Ik dacht: niemand gaat dit tof vinden. Als iemand dit ooit hoort is dat echt heel gênant. Niemand heeft zin in op breakbeat gebaseerde, slecht opgenomen funk met gitaarsolo’s. Het klonk gewoon zo dom. Je weet nooit echt wat je werk waard is buiten je eigen ervaring. Dat is best gek om mee te dealen.'

Hoe was het om erachter te komen dat mensen wel op je muziek zaten te wachten?
‘Het is raar – ik voelde me er minder eenzaam door. Ik dacht niet dat mijn muziek slecht was. Ik dacht: ik vind dit cool, ik maak dit voor mezelf, ik vind het tof om naar te luisteren. Maar ik weet dat verder iedereen het gaat haten, dus daar hoef ik me geen zorgen om te maken. Langzaam werd ik er zelfverzekerder over en ontsnapte het de wereld in, en toen ik erachter kwam dat andere mensen het ook goed vonden besefte ik me: oh, ik ben toch niet zo anders dan andere mensen.’

Nielson lacht: ‘Het is niet zozeer dat ik minder suf ben dan ik dacht. Maar misschien zijn alle andere mensen gewoon net zo suf als ik, en vinden ze mijn liedjes tof omdat ze houden van belachelijke muziek of zo.'

Volgens mij voelt iedereen zich alleen. ‘Alle andere mensen kunnen gewoon met het leven dealen, en ik ben de enige sukkel die het niet lukt.’
‘En dan kom je erachter dat mensen dat juist over jou denken – dat jij capabeler overkomt dan je jezelf inschat.’

Muziek heeft daarin wel een bijzondere positie: jij voelt je minder alleen als je erachter komt dat mensen je liedjes mooi vinden, iemand anders voelt zich minder alleen als hij zichzelf herkent in jouw teksten.
‘Dat is mijn voornaamste motivatie denk ik. Soms vragen mensen, “Waarom ben je overal zo eerlijk over?” Maar als ik heel eerlijk ben, kan het misschien wel iemand helpen. Als ik opschrijf hoe ik echt over dingen denk, dan hoort misschien op een dag iemand het die denkt: “Ja. Dit is het. Dit is wat ik wilde zeggen.” Ik heb het idee dat als ik ermee ophoud, mensen misschien nergens anders terecht kunnen voor dit specifieke type eerlijkheid.’

Hij grinnikt. Het is een soort grapje, maar dat gevoel van verantwoordelijkheid zit er echt. ‘Ik blijf het doen omdat het me het gevoel geeft dat ik iets bijdraag. Iets kleins, maar bruikbaars.’

Dat is nogal een verschil met toen je dacht dat er niemand luisterde. Het idee dat je iets doet wat mensen nodig hebben.
‘Het gekke is, om de muziek een beetje hetzelfde te houden moet ik allerlei mentale toeren uithalen om te doen alsof niemand het gaat horen en het alleen voor mezelf is. Soort van mijn eigen brein hacken, zodat ik me geen zorgen maak over wat het label gaat zeggen, of hoe de muziek op de radio nu klinkt. Ik moet mezelf weer datzelfde gevoel aanpraten: iedereen gaat dit vreselijk vinden. Ik ben de enige die dit leuk vindt, deze cheesy ridiculous distorted nonsense. Ik houd ervan en niemand anders vindt het cool. Dit is zelfmoord voor mijn carrière. Dat moet ik denken, anders denk ik niet dat ik the real stuff zou maken.’

Tekst loopt door onder de foto.

Je hebt voor Sex & Food wel een andere aanpak gekozen ten opzichte van je vorige albums. Die heb je allemaal thuis opgenomen, voor deze plaat ben je juist de hele wereld over gevlogen.
‘Voor deze plaat had ik mezelf anderhalf jaar gegeven om hem te maken, en ik wist gewoon: nog anderhalf jaar in mijn eentje thuis in die studio, hele nachten werken en overdag slapen… Dan word ik gek. Ik ben een soort kluizenaar geworden; ik kom het huis niet echt uit tenzij het moet. Maar dat is ook wel weer gevaarlijk, snap je? Ik kan nu een plaat maken voor nagenoeg niks. Dat album kan ik gewoon thuis in mijn kelder opnemen en het opnamebudget in mijn zak steken. Maar op een gegeven moment dacht ik: als ik toch een budget heb, kan ik ook wel ergens heen reizen. En dat hoeft niet naar een studio in LA te zijn.’

Dus boekte hij van dat opnamebudget geen slicke studio in Londen, New York of Los Angeles, maar nam hij zijn plaat op in Seoul, Hanoi, Reykjavik en Mexico Stad.

‘Het voelt belachelijk om te zeggen “Oh mijn god, ik moet naar Hanoi gaan, anders heb ik geen inspiratie!” Dat is het ook niet per se. Ik kan heus wel thuis dat album maken, maar als ik naar een interessante plek ga, zie ik nieuwe inspirerende dingen. En als ik naar New York ga, krijg ik daar geen inspiratie van. Als ik naar Londen of Parijs ga ook niet. Dat zijn gewoon Westerse steden. In Hanoi zie ik een hele andere manier van leven. Daar krijg ik ideeën van.'

'Zo veel hebben we er niet eens van gezien; we hebben helemaal geen toeristische dingen gedaan, we hebben niks van het nachtleven mee gekregen. We hadden een appartement en een studio, en daartussen liepen we heen en weer. Het was in het regenseizoen. Die wandeling ging langs heel veel boerderijen, een meer met vissers, dat soort dingen. Dat was allemaal nieuw voor mij. Mensen die leven in een communistische maatschappij, wars van Amerikaans imperialisme. Dat geeft nogal stof tot denken.’

Op wat voor manier?
‘Niet zozeer intellectueel, maar – nou ja, eigenlijk intellectueel en emotioneel. Soms zag ik iemand, en dan dacht ik: diegene heeft naar Amerikaanse maatstaven helemaal niets, en toch ziet hij er gelukkiger uit dan iedereen die ik ken. Iedereen om me heen zit in zo’n diep existentieel gat, en je ziet gewoon aan die persoon dat hij meer voldoening uit zijn leven haalt. Dat dwingt je wel tot de conclusie dat de manier waarop onze maatschappij werkt niet echt gezond is.’

Dat is het zeker niet.
‘Nee, en er is ook geen oplossing, want wat doe je eraan? “Oh, ik verhuis naar Hanoi en ga daar schoenen repareren!” Maar hoe zou ik dat in godsnaam moeten doen? Die optie bestaat niet voor mij. Ik ben opgegroeid met de kans om een zogenaamd hogere kwaliteit van leven te bereiken, maar op een bepaalde manier heb ik minder geluk dan iemand die opgroeide in een derdewereldland. We hebben geen toegang tot elkaars leven; we hebben allebei niet de optie om te ruilen.’

'Ik ben een soort kluizenaar geworden; ik kom het huis niet echt uit tenzij het moet'

Maar denk je dat die Vietnamese boer er hetzelfde over denkt? Dat die jou ziet lopen of je op tv ziet, en denkt ‘Het is maar goed dat ik hier in mijn rijstveld sta, en niet in Amerika woon met een platencontract en zo’n vervelende existentiële crisis’?
‘Nee, natuurlijk niet. Er is ook niemand in de ghetto in Auckland die zijn leven vergelijkt met het mijne en denkt “Nou, ik ben blij dat mijn opties zo veel simpeler zijn.” Niemand denkt dat. Maar tegelijkertijd ken ik ook niet veel mensen die echt gelukkig zijn in relatieve rijkdom.’

‘Ik ben in Nieuw-Zeeland in een heel arm gezin opgegroeid. Als kind zou ik dolblij zijn geweest als er iemand terug in de tijd was gegaan om me te vertellen wat ik nu allemaal doe. “Je maakt muziek, je verdient er veel meer geld mee dan je ouders ooit hebben gehad, je haalt overal best veel voldoening uit”. Dan zou ik vol blijdschap hebben geroepen: “Oh, that’s awesome!”. Maar tegelijkertijd is er ook zo veel… malaise, of zoiets.'

Hij grinnikt terwijl hij het zegt, zich bewust van hoe dramatisch hij het doet klinken. Willen ontsnappen aan de Westerse malaise is een ultiem first world problem, dat weet hij zelf ook wel. Maar dat was niet het enige dat Nielson uit de weg ging .

‘Ik moest het huis uit om ervoor te zorgen dat ik niet helemaal gek werd. Dat thuis zitten, daar ben ik een beetje klaar mee. Het gewicht van de platen die ik daar heb gemaakt hangt er in de lucht. Dat is ook wel prima, want als ik dan thuis kom kan ik er in mijn eigen studio voor zorgen dat alles klinkt zoals het moet.'

En dan, heel even, sluipt zijn persoonlijke leven toch het gesprek in. Nielson valt stil, kijkt naar zijn handen, draait wat aan zijn koffiekopje. 'Maar er zitten veel herinneringen in dat huis. Alles wat daar gebeurd is, spookt door mijn hoofd. Dan is het goed om te ontsnappen.'

nu op 3voor12