Multigroove: toen boeven en kunstenaars nog hetzelfde waren Multigroove: toen boeven en kunstenaars nog hetzelfde waren

Nieuw boek over de cowboytijd van de house

, Atze de Vrieze

Na de biografie van gabbericoon Dano was het wachten op het grote verhaal van Multigroove, de feestorganisatie die de basis legde voor de harde stijlen in Amsterdam. Het is al net zo’n ruig verhaal als dat van Dano, en de auteur is opnieuw Arne van Terphoven. 3voor12 ging in gesprek met de man die hij aan ons voorstelde: Ilja ‘Multigroove’ Reiman.

De magie van een dichte deur, het liefst een waar je voor moet graven. Ilja Reiman kan zich de mooiste van allemaal nog goed voor de geest halen. Hij was te vinden achter de RAI en je had er wat historische kennis van de stad Amsterdam voor nodig. Ooit, minstens een decennium eerder, was daar de Ring A10 verbreed, omdat iedereen zo nodig ineens een auto moest. Onder het oude gedeelte van de Ring liep een fietstunnel, die dood liep op een stuk beton van de nieuwe weg. De moeite om dat dicht te maken had de gemeente nooit genomen. Ja, er zat een deur voor. ‘Een oudere vriend van me wist daarvan, hij had er ooit een graffiti in gezet. Verder was het echt zo’n plek waar je nooit kwam. Nu is het een mooi aangeharkt plantsoen waar omwonenden hun hond uitlaten, maar toen was het echt een ruig stukje stad.’

Je zag het ook nauwelijks vanaf de weg. Het was half dichtgegooid, er was een inham. En de deur? Die zat vast. ‘Wij een beetje met onze vingers eraan wroeten, geen beweging. Maar wel spannend, zo’n deur. En dus zijn we begonnen met graven, tot wel een halve meter diep. En wat bleek: de deur zat helemaal niet op slot. Het was gewoon open! Wij naar binnen: pikzwart. We zijn met aanstekers naar binnen gegaan. Die jongen is meteen naar de plek toe gerend waar zijn graffiti moest staan. Stond er nog! Dan loop je daar en denk je: dit wordt hem!’

Afgeluisterd en bespioneerd

Het wordt de locatie van The Underground Party, een van de eerste raves van Multigroove, een door en door Amsterdamse party organisatie die een cruciale rol speelde in de eerste jaren van de house. 1500 mensen pasten er in de fietstunnel. 1500 man, een dj en een laser, dat was het. Naar hedendaagse maatstaven volstrekt onverantwoord, maar in die tijd ging het gewoon onder het motto: ‘Nooduitgang, er zit een hele grote deur in toch? Wat kan er nou branden in zo’n loods?’ Het waren de jaren die bekend stonden als ‘de cowboy tijd’, en Ilja Reiman en zijn team waren er een schoolvoorbeeld van. ‘De autoriteiten schrokken zich wezenloos van ons. Ik snap dat wel. Alleen al die muziek en al die wild dansende mensen op gekke plekken. Dat waren ze helemaal niet gewend. Ze waren druk met ons bezig, we werden continu afgeluisterd en bespioneerd.’

Zo zagen de Multigroovers af en toe het gordijntje van het leegstaande pand tegenover hun coffeeshop verschuiven en hoorden ze een ‘klik’ als ze de telefoon opnamen. Die coffeeshop bevond zich in de Pijp, in het hart van Amsterdam. Hij gaat daar zo’n beetje elke avond uit na sluitingstijd. Naar de Mazzo bijvoorbeeld, een van de eerste clubs waar house gedraaid wordt. De eerste keer dat 'ie het ontdekt, is in de Melkweg bij dj Per. ‘Ik vond het hele rare muziek, begreep er helemaal niks van.’ House is dan alles behalve salonfähig. Je vindt het op de vrijplaatsen van de stad. En daar is Ilja Reiman goed thuis, hij is een echte jongen van de straat. Een beer van een vent die op zijn vijftiende alleen in de Bijlmer rondzwierf en die begin jaren negentig zijn oog laat vallen op alles wat leeg staat. Amsterdam stond nog vol met kraakpanden. ‘Nu heeft alles een bestemmingsplan en staat overal een camera op’, zegt Reiman. ‘Dat was toen helemaal niet zo. Er stond zat leeg. Ik kwam niet echt uit de krakersbeweging, maar heb wel veel gekraakt. Mijn compagnon Jasper ook. Als wij een loods kraakten voor een feest, en er zat een huisje bij, dan zaten daar nog jarenlang vrienden van ons in. Dat moest ook eigenlijk wel, want de kraakwet zei dat je een ruimte alleen mocht betrekken als er een tafel, een stoel en een bed stond.’

Zo'n hal die deint en gaat

Een van die rafelige plekken in de stad was achter de Oostelijke Handelskade. ‘Dat was een plek waar mensen leefden die als het ware buiten de maatschappij leefden. Er stonden een paar boten op het droge, een paar caravans. Het was een hele commune van zwervers en kunstenaars. Ik was daar ook op de avond dat ik voor het eerst een pil nam. Mijn broer had die gekregen van een vriend van hem die bij de Baghwan zat.’ De Baghwan was een internationaal actieve sekte rond een Indiase goeroe, die er een bizarre mix van Oosterse spiritualiteit en Westers kapitalisme op na hield. En: ze hadden als een van de eersten de kracht van xtc door. ‘Dus ik kom daar aan bij een open geknipte stadsbus, en mijn nekharen gaan recht overeind staan. De muziek kwam over me heen. Ik dacht: doe mij nog zo’n pil!’

Multigroove groeit uit tot een underground fenomeen dat steeds groter en groter wordt. Het is een plek waar advocaten en stukadoors samen de nacht doorbrengen op beats van onder meer Dano, Buzzfuzz, Per en Dimitri. Waar je zomaar voorgesteld kunt worden aan een Heineken ontvoerder, maar ook aan een kunstenaar. Het is simpelweg hetzelfde. Duncan Stutterheim van ID&T loopt er rond, net als Rocco Veenboer van Awakenings. En langzaam maar zeker begint zich iets te ontwikkelen wat hardcore heet. ‘Het werd steviger en steviger’, zegt Reiman. ‘Dat stond me op zich wel aan, maar op een gegeven moment werd het wel erg platte hardcore. Dat vond ik wel jammer, we raakten de controle daarover kwijt. Ja, je kunt wel heel eigenwijs met 300 man blijven doen wat jij wilt, maar op een gegeven moment ontstaat zoiets gewoon. Dj’s gaan het draaien, het publiek schreeuwt erom. En ik moet je zeggen: thuis vind ik gabber maar tyfusherrie, maar in zo’n loods vol mensen die de hele week hard gewerkt hebben… bam! bam! bam! Zo’n hal die deint en gaat, prachtig om te zien, man!’

In die wilde jaren negentig maakte Reiman alles mee. Hij ontdekte een grote hal aan de Elementenstraat, die tegenwoordig ook weer in gebruik is voor grote feesten. Hij verdiende geld en verspeelde het, zag talent opkomen en concurrenten hem voorbij steken. Hij boekte internationale artiesten, maar zijn concepten rustten vooral op eigen talent. ‘Internationale artiesten boekten we altijd vroeg op de avond, omdat ze niet altijd onze scene begrepen. Veel liever bracht ik dan een talent als Partyraiser. Wat zijn kracht was? Hij was een enorm goede dj met een gigantische drive. Snel draaien, gewaagde keuzes, hij draaide als een Spartaans leger, schilden vooruit, twee stappen naar voren. En dan die uitstraling van hem: goeie kop, stekels, brede schouders. Fenomenaal.’

Ground Zero festival 2016

Meer een binge gebruiker

Ondertussen ontwikkelde Reiman wel een stevige coke verslaving, die hem tot amper een paar jaar geleden op de been hield. Je zou haast zeggen dat zonder die destructieve drugs Multigroove nooit de bravoure en het lef gehad zou hebben dat nodig was om zo te werken. ‘Drugs heeft mij veel goeds gebracht, maar op een gegeven moment beet het me toch in mijn kont’, zegt Reiman. ‘Coke was mijn ‘drugs of no choice’, vanaf het eerste moment dat ik het nam. Lange tijd had ik niet echt door dat ik verslaafd was. Ik had een huis in de Jordaan, een paar boten. Ik ben ook nooit zo iemand geweest die elke dag een gram weg snuift, meer een binge gebruiker. Als het me te veel werd ging ik naar Thailand. Dan denk je niet: junk. Maar als ik eenmaal begin ben ik zes gram, acht pillen en drie dagen verder. Op een gegeven moment dacht ik: ik moet minder drinken. Of: pas na vier uur snuiven. Alles om niet aan jezelf toe te geven dat je een probleem hebt.’

Dat heeft ie inmiddels wel, mede dankzij zijn vriendin Catherine. Een prachtvrouw noemt hij haar. Ze is degene die Ground Zero - Multigroove’s grootste evenement anno 2018 - naar de moderne tijd hielp te brengen, en tegelijk Ilja Reiman’s leven. ‘Dat vind ik dus ook het mooiste hoofdstuk uit het boek’, zegt Reiman. Het laatste hoofdstuk. Als ik het boek lees denk ik vaak: goh, wat een leven zeg hey. Als ik lees hoe ik als jonge jongen op mezelf aangewezen was, hoe ik uit internaten vluchtte. Maar ik kan ook naar dezelfde verhalen kijken en zeggen: God, wat heb ik een leuke jeugd gehad. Wat een leuke tijd was het. Een romantische tijd. Ik was 21 en dacht: zoek het lekker uit. Geld verdienen, vrouwen om me heen, de politie achter me aan. Het was vaak op het randje, maar wel spannend!’

Multigroove van Arne van Terphoven ligt nu in de winkel.

nu op 3voor12