De School en Subbacultcha, een cultuur-UFO die in de buurt landde De School en Subbacultcha, een cultuur-UFO die in de buurt landde

Maand van de Underground: Luc Mastenbroek (De School) en Leon Caren (Subbacultcha)

, Sjoerd Huismans

De School en Subbacultcha, een cultuur-UFO die in de buurt landde

Maand van de Underground: Luc Mastenbroek (De School) en Leon Caren (Subbacultcha)

Sjoerd Huismans ,

Klein tipje van de sluier in onze verkiezing voor belangrijkste undergroundlocatie van Nederland: de Amsterdamse club De School - gevestigd in een donkere fietskelder - wordt vaak genoemd. Bovendien heeft de hofleverancier van de underground binnen (en tegenwoordig ook buiten) de hoofdstad een kantoor in het gebouw: Subbacultcha. Tijd voor een dubbelgesprek. “Er gebeurt hier iets dat voor een groot deel van de stad onbekend is.”

Meer dan Trouw voelt de officieuze opvolger als een rauwe undergroundclub: een lage fietskelder met zwartgeverfde muren en een minimaal lichtplan. De nieuwe club De School is nu sinds begin dit jaar bezig. De aanvankelijke hype is er een beetje af - niet elke avond is meteen binnen een half uur uitverkocht – maar de club lijkt al een vaste waarde in Amsterdam. Programmeur Luc Mastenbroek staat bekend als dj van het avontuurlijke soort, draaide geregeld in Trouw en kan nu zijn netwerk inzetten om in De School iets moois neerzetten. Het voormalige schoolgebouw heeft nog veel meer functies dan alleen de club in de kelder: er wordt gekickboxt in het Gymlokaal, het restaurant kreeg onlangs een 9 van het Parool en het café is de hele dag open.

Nog interessanter: platform Subbacultcha heeft een kantoor in het gebouw. En een belendend concertzaaltje, waar je naar bands kijkt met het drukke verkeer dat over de ringweg raast als achtergrond. Na dik tien jaar is Subbacultcha nog altijd hofleverancier van de underground in Amsterdam, met shows in OT301, OCCII en nu dus De School. Maar mede-oprichter Leon Caren (samen met compagnon Bas Morsch vormt hij ook de band The Moi Non Plus en hij was frontman van Blues Brother Castro) verkent inmiddels ook de top van de kunstensector. Na het Subbacultcha-lidmaatschap introduceerde hij We Are Public, een cultuurpas waaraan ook schouwburgen meedoen. De uitgelezen kans voor een gesprek over de underground met Mastenbroek en Caren: vertegenwoordigers van twee totaal verschillende instituties, die eerder al samenwerkten aan clubavond Somewhere Else, maar tegenwoordig slechts een klaslokaal van elkaar verwijderd zijn.

Luc Mastenbroek geeft zelf aan: maar al te vaak wordt de underground uitsluitend geassocieerd met gitaarmuziek, bijna “als synoniem voor punk”. Is De School - ook al zit het in een fietskelder - dan eigenlijk wel een undergroundclub? “De muziek niet”, zegt Mastenbroek meteen. “Dat is een harde nee. Maar de cultuur, hoe mensen zich tot elkaar verhouden: dat kun je wel underground noemen. De club zit letterlijk onder de grond, het is een plek met een deurbeleid. Niet iedereen voelt zich er thuis, niet iedereen komt binnen. Er gebeurt iets dat voor een groot deel van Amsterdam onbekend is, iets dat ze zich niet kunnen voorstellen, zich ook niet comfortabel bij zullen voelen en wat ze waarschijnlijk idioot zullen vinden. Dat alles bij elkaar is wel een soort underground-cultuur.”

“Iedereen luistert nu housemuziek via Soundcloud”
Muzikaal ligt dat anders, denkt Mastenbroek. "Dit wordt een wat technisch antwoord, maar ik heb er wel serieus over nagedacht. Het heeft te maken met het format waarop mensen house luisteren. Het waren ooit platen op vinyl, relatief lange nummers. Het grote publiek kocht eerder een album, geen 12'' met een housetrack erop. Die waren eigenlijk gemaakt om te mixen. Dus je moest twee platenspelers hebben en een mixer om er iets mee te kunnen. Houseliefhebbers kwamen dus vanzelf terecht in een kleinere groep; Chicago-house werd ook niet veel gedraaid op de radio. Het was geen popmuziek, het waren vaak instrumentale tracks. Hetzelfde geldt voor techno.”

Het internet zette dat op zijn kop, “in het bijzonder Soundcloud. Daardoor luisteren mensen nu mixen online. Dat is ook zo iets, <zet een geaffecteerde stem op> 'heb je dat mixje al gecheckt?'. House is nu veel vriendelijker om te luisteren. Die nummers duren geen 10 minuten meer, je hoeft ze niet meer op plaat te kopen. Ik zit veel in de Universiteitsbibliotheek te werken. Op al die computers zie ik kids naar mixen op Soundcloud luisteren tijdens het studeren, van dj’s die bij ons staan of op DGTL. Met een online mix krijg je die verbeelding erbij, van het festival waar het is opgenomen. Dat scheelt allemaal. Door dat format bereikt die muziek - Job Jobse, Tom Trago, Young Marco - een heel groot publiek. Als een mix van een jongen uit Amsterdam 150.000 keer is geluisterd, kun je het geen underground noemen."

Local Area Network: van Bonne Aparte tot Ronnie Flex
Subbacultcha heeft de term ‘underground’ bewust ingezet, bijvoorbeeld tijdens de ‘Sound of the Dutch Underground’-avonden die de hele scene samenbrachten in de Melkweg. "Dat werkte supergoed”, zegt Caren. “Je merkt dat mensen denken: ah ja, de underground, daar kan ik wel wat mee, dat is edgy, daar wil ik wel wat meer van weten." Toch liet Subbacultcha de noemer Sound of the Dutch Underground los, om het te vervangen voor het misschien wel veel modernere en bredere Local Area Network (L.A.N.), waarbij artiesten andere artiesten tippen. Caren: “Er ontstond een vertakking, een soort stamboom van 200 namen, daar hebben we een krant van gemaakt. mensen noemden weer artiesten die eerder genoemd zijn. Zo ontstaat een staalkaart. Nu zijn we bezig met de volgende stap. Zo is er al een aantal workshops geweest en zijn er plannen voor een festival.” Dj’s als I-F, Orlando Voorn en Robert Bergman staan in de stamboom gebroederlijk naast bands als Wolvon en Bonne Apparte. En Ronnie Flex. “Volgens mij is Ronnie Flex er zelfs door Robert Bergman op gezet”, roept Mastenbroek. “Hij is groot fan.”

De splitsing tussen mainstream en underground vindt Caren kortom “niet meer zo interessant”, immers: “alles staat op z’n kop”. Het gaat om netwerken. “Ik ben altijd heel geïnspireerd geweest door het boek Our Band Could Be Your Life van Michael Azerrad. Dat gaat over de Amerikaanse punkscene eind jaren ‘80, begin jaren ‘90. De scene rondom Black Flag, in het Amerika van Raegan met superveel werkloosheid. Op het gebied van de muziekindustrie was alles commercieel, maar daaronder begon langzaam maar zeker een netwerk te ontstaan. Niet eens heel gecoördineerd, maar overal waren mensen bezig met DIY shows organiseren, zines drukken, labeltjes beginnen. Langzaam maar zeker kwam dat samen, die bands gingen op tour en vonden overal een plek om te slapen. Dat kreeg uiteindelijk heel veel impact; er zijn grote bands uit voorgekomen. Met Nirvana ontplofte het. Dat vind ik een interessante manier om na te denken over wat underground eigenlijk is: het kan punkmuziek zijn, maar ook groene energie of iets anders. Het gaat om de wil het anders te doen en daar de mensen bij te zoeken.”  

Toen hij begon met Subbacultcha, vond Caren de Amsterdamse underground versplinterd. “Ik vond dat er veel toffe bands in Amsterdam waren. Die kenden elkaar allemaal via via, maar er was niet echt een scene-gevoel: geen plekken waar al die bands speelden, geen radiostations die het draaiden, geen mensen die erover schreven. Als wij met Blues Brother Castro een nieuwe EP hadden deden we een releaseshow en kwamen onze vrienden. Een week later stond een andere band voor hún vrienden te spelen. Mensen aan elkaar koppelen was het idee van Subbacultcha.”

Yuko Yuko

UFO
Mastenbroek is Subbacultcha-lid van het eerste uur en wilde heel graag dat het platform in De School kwam zitten. “Een nieuwe club is bijna een soort UFO die landt in de buurt. Je bent een soort invader. Ineens komen daar allemaal vreemde mensen waar de buurt niets mee heeft. Maar de club is twee nachten open, het hele gebouw zeven dagen. Als als mensen uit de buurt nu binnenkomen, voelen ze zich volgens mij meteen welkom: er zitten mensen te ontbijten, een krantje te lezen, er staan jongens te koken. Ook de club is toegankelijk, alleen niet als je met tien dronken vrienden arriveert vanuit je studententoko, waar je gescheiden van de vrouwen hebt moeten indrinken omdat het anders uit de hand loopt. Zo zijn er nog een paar voorbeelden, maar het zijn uitzonderingen."

Moet De School een exclusieve club blijven? "Ik weet niet of exclusief het goede woord is, het is niet alleen toegankelijk voor een exclusieve groep mensen. Als je in je eentje nuchter aankomt word je niet geweigerd. Er zijn mensen die zeggen dat je geen deurbeleid moet voeren, ik denk dat het voor ons niet zonder kan. De club is óók voor mensen die het niet altijd makkelijk hebben in de gemiddelde dorpskroeg. Ik kom zelf uit een klein dorp, die kroegen heb je in heel Nederland en zijn voor veel mensen verschrikkelijk. Plekken waar groepen dronken mannen de dienst uitmaken. Nu hebben we - hopelijk - een plek waar dat niet zo is, dat is het hele achterliggende idee.” 

Opera, dans en theater
Bovendien is De School een plek waar veel meer gebeurt, waardoor niet alleen clubpubliek zijn weg vindt naar het gebouw. Het restaurant noemde Mastenbroek al. “Ook concerten horen daarbij” zegt hij. “En ze zitten er natuurlijk niet alleen met Subbacultcha maar ook met We Are Public.” Lachend: “Je kan dus niet alleen naar underground-popmuziek, maar ook naar underground-theater en -dans." Zo was er vorige week al opera in het gebouw, in het kader van het Opera Forward Festival.

We Are Public is het nieuwe platform van de mensen achter Subbacultcha dat zich meer richt op verbreding en ‘high culture’. “Ik denk dat Nederland een unieke traditie heeft als het gaat om cultuurpassen”, zegt Caren. Wij hebben de Museumkaart, we hebben CineVille (film-abonnement, red.). In de rest van de wereld is dat heel onbekend.” Zelf luisterde Caren “altijd alleen maar bands. Toen ging ik een paar keer naar moderne dans, dat was echt een eye opener. Jonge mensen die met theater bezig zijn, hebben best veel raakvlakken met al die bands waar ik vroeger altijd naar luisterde. Het zijn mensen die kunst willen maken en daar een vorm voor vinden.”

Tegenover tweeduizend Subbacultcha-leden zijn er inmiddels drieduizend mensen met een We Are Public-pas. Caren: “Ze gaan er bovendien veel op uit: we hebben zo’n 60 à 70 programma’s per maand in de selectie en daar komen 50 tot 100 leden naartoe. Het beginpunt: er zijn zó veel te gekke programma’s in Amsterdam, maar te weinig mensen die ervan op de hoogte zijn. Mensen met drukke levens zouden best vaker naar theater of dans willen, maar als je dan eindelijk eens een avond vrij hebt, waar begin je dan? Je gaat niet alle bijlages lezen, waarschijnlijk ga je alsnog naar een bekende voorstelling of gewoon naar de film. Mensen met een Public-pas moeten kunnen vertrouwen op onze selectie. Zo kan je plots terechtkomen in het Ostadetheater bij makers die net van de academie komen en grenzen opzoeken, iets vernieuwends doen. Die verdienen volle zalen.”

Onder meer Jessy Lanza (26-4), Islam Chipsy (28-4), The Space Lady (6-5), Homeshake (13-5), Porches (17-5), 18+ (19-5) en Empress Of (16-6) staan de komende maanden via Subbacultcha in De School. 

nu op 3voor12