The Last Shadow Puppets: “Ik zie een spook! Zag je ook een spook?” The Last Shadow Puppets: “Ik zie een spook! Zag je ook een spook?”

En andere zinnige quotes van Alex Turner en Miles Kane

, Atze de Vrieze

The Last Shadow Puppets: “Ik zie een spook! Zag je ook een spook?”

En andere zinnige quotes van Alex Turner en Miles Kane

Atze de Vrieze ,

Echt? Was dit het? Ik trek de deur van de suite achter me dicht. Of het goed ging, luidt de vraag. Nou, om eerlijk te zijn niet, nee. Hoe is het toch mogelijk dat Alex Turner - een van de grootste en meest verfijnde woordjongleurs van de hedendaagse popmuziek - zo moeilijk tot een inhoudelijk gesprek te bewegen is? Of überhaupt tot een gesprek?

Het zit zo: Alex Turner en Miles Kane hebben een album gemaakt. Net als acht jaar geleden, toen Turner met zijn Arctic Monkeys de redders van de Britpop waren en Miles Kane een onbekend pikkie uit Liverpool met zijn eigen bandje, The Rascals. Hun gezamenlijke project heette The Last Shadow Puppets en was een ode aan de georkestreerde popmuziek, zoals we die kenden van de vroege Scott Walker albums. Met Miles Kane was het een kennismaking, voor Turner was het de eerste keer dat hij kon laten zien dat hij meer in zijn mars had dan snelle gitaarsongs van de straat. Sterker nog: als je nu die oude Last Shadow Puppets plaat terug hoort, blijken er al heel wat vooruitwijzingen te zitten naar het latere Arctic Monkeys werk.

Ik kan niet anders zeggen dan dat ik Turner hoog heb zitten. Miles Kane niet per se, die drijft me te veel op testosteron. Een mannetje is het, een uitslover. Zeker op het podium, waar ie zichzelf overschreeuwt en vervalt in grote-mannen-gebaren die hem niet zo staan. Gevoel voor humor, dat heeft ie wel, en charisma ook, en kennelijk werkt de balans met zijn oude vriend Alex Turner voor hem heel goed. Turner was van oudsher zo’n beetje het tegenovergestelde van zijn vriend: zo precies en uitgesproken als ie schreef, zong en speelde, zo flegmatiek stond ie altijd op het podium. Naar binnen gekeerd, moeizaam.

Nachtuil
En: hij was een lastige prater. Dat was al duidelijk toen ik hem voor het eerst sprak, in de Heineken Music Hall, als het derde album Humbug net uit is. Alex Turner kan overweldigend zwijgen en welgemeende, langgerekte 'eeeeh's' uitstoten, en het liefst laat hij het woord aan zijn bandgenoot Jamie Cook. Hij is bleek en lijkt zijn ogen niet te kunnen focussen op objecten verder dan tien centimeter afstand. Het gekke is ook: het lijkt wel alsof ie geen enkele visie heeft op zijn eigen werk. Het begint al bij een makkelijke vraag: waarom spelen bijna al je liedjes zich ’s nachts af? Het antwoord: “Oh, is dat zo? Dat is me nooit opgevallen.” Veel verder dan de bevestiging dat hij toch wel een beetje een nachtuil is, komt het niet. 

Twee jaar later lijkt Turner zowaar bijgeleerd te hebben. Hij zit recht overeind, lacht af en toe. Het is een lekkere zomermiddag op het achterterras van Paradiso. Turner draagt een Leonard Cohen T-shirt onder zijn zwarte leren jasje, en zijn haar is lang. Hij heeft een zonnebril op, maar wel een waar je doorheen kunt zien dat hij zijn gesprekspartner aankijkt. Pure winst. Hij vertelt over de nieuwe invloeden in zijn werk, over hoe hij aan zijn beeldspraken komt, over dat het persoonlijk lef vergde om langzamere nummers te maken. En toch: nog steeds begint hij elk antwoord met een wazig 'I don't know really, I suppose’, ook als hij het antwoord wel degelijk weet. Nee, echt wereldschokkende inzichten levert het niet op, zo’n half uurtje, maar er is in elk geval een soort stijgende lijn. 

50s kuif
Een kwartier voor het interview scharrelde vanmiddag Turner al door de gang van het Hoxton hotel aan de Herengracht, een behoorlijk chique tent waar het duo een afgesloten ruimte op de begane grond tot zijn beschikking heeft. Turner heeft zijn haar tegenwoordig in een vettige 50s kuif, de kraag van zijn lange jas staat omhoog, en hij belt. Hij mompelt, maar ach, het is een privé gesprek, dus dat mag. Zijn telefoon legt hij neer op het moment dat ik de kamer in stap. Daar zit ook Miles Kane, die tegenwoordig gemillimeterd haar heeft. Het maakt zijn hoekige neus nog wat hoekiger. “Hoe gaat het?”, vraag ik. “Goed”, zegt Turner. “Goed. 1-1 gelijkspel.” Hij legt de cd van Lucas Hamming opzij, die hij kennelijk even eerder gekregen heeft. “Ken je hem, Lucas Hamming?” Meteen dat volle Sheffield accent: Looeeeekes Hemmin-g. “Ja, die ken ik wel”, zeg ik. “Hele aardige gast.” “Maar zijn muziek is niet te pruimen?", grapt hij. "Wil je tussen ons in zitten?”

Een moment later zitten Turner en Kane onderuit gezakt in een leren stoel, wijdbeens, comfortabel achterover geleund. Ik haal een LP van Isaac Hayes uit mijn tas, bedoeld als luchtige ijsbreker. Hot Buttered Soul, een absolute klassieker van de georkestreerde popmuziek, met bovendien een waanzinnige hoes: het kale hoofd van Hayes van boven gefotografeerd, een grote gouden ketting om zijn nek. Het is een plaat die alles heeft: de songs, de arrangementen, de coolheid. En volgens Owen Pallett, de man die de meeste arrangementen maakte voor het nieuwe album Everything You’ve Come To Expect, omschreef het als een plaat die deuren opende in het creatieve proces. “We hebben een heel aantal arrangementen herschreven na een Hot Buttered Soul luisterbeurt”, zegt hij in de begeleidende bio. 

“Ehm, ik pass deze even naar Alex”, zegt Kane op de vraag of deze plaat alles heeft waar je als muzikant naar streeft. “Ik ben de Isaac Hayes van ons tweeën”, grapt Turner, terwijl hij zijn coolste blik op zet. “Maarre, eigenlijk zijn referenties aan andere muziek niet zo belangrijk dit keer. Het zou kunnen dat we Hot Buttered Soul een keer geluisterd hebben. Het zou kunnen. Het zou kunnen dat we iets gemaakt hebben zoals het op Walk On By klinkt.” Maar vind je het een goede plaat, Hot Buttered Soul? “Weet je, toen we acht jaar geleden ons eerste album maakte, was al die georkestreerde muziek nog nieuw, nu is het allemaal ingezonken.”

De grote onbekende
Op zich fair enough natuurlijk. Je wilt als muzikant gezien worden als een onafhankelijke geest. Hoe dieper de invloeden weggezonken zijn in je eigen werk, hoe meer er van jezelf in zit. Acht jaar geleden waren die invloeden nauwelijks te verbergen. Ze waren nog jong, en Miles was echt nog niet meer dan ‘die andere jongen’. “Ja, dat klopt wel ja”, zegt Miles Kane. “Ik was de grote onbekende die zichzelf heel graag wilde bewijzen.” Turner: “Of het voor mij een belangrijke plaat was? Met Miles aan mijn zijde had ik het zelfvertrouwen om nieuwe paden in te slaan. Op het podium wist ik dat mensen toch alleen maar dachten: wie is die gemaskerde man naast hem?”

“Ik weet het nog precies: het was 26 februari 1998. Ik weet de exacte datum, omdat het een dag voor, nee na Miles’ verjaardag was. Hij stond op een ladder om de kerstversiering weg te halen. Ik vroeg of hij hulp nodig had. Nog voor ik aan het eind van mijn zin aanbelandde, gleed hij van de trap naar beneden, zijn handen en voeten los van de trap, zoals je dat op het podium aan West End zou doen. Hij gaf me een stevige handdruk en zei: ‘Hello, jolly nice to meet you, Miles Kane’. Ik zei: ‘dat klinkt als een jazzman’. ‘Nee’, antwoordde hij. ‘Maar op een dag zal mijn complete expressie door de hoorn lopen.’ Ik zei: ‘misschien Miles, wil ik wel de man zijn om je daarmee te helpen.’ Daar gaat deze reis over.”

Nep-anekdote
Los van het feit dat niemand natuurlijk op 26 februari kerstversiering naar beneden haalt, is Miles Kane jarig op 17 maart. Goed, een lulverhaal dus. Maar ik zie wel even de sprankeling in Turners woorden ontstaan, precies zoals ie op deze nieuwe plaat weer zinnen oplepelt als deze: ‘There’s a set of rickety stairs in between my heart and my head and there isn’t much that ever bothers going up them.’ Of deze: ‘Baby we ought to fuck seven years of bad luck out the powder room mirror.’ De manier waarop hij deze nep-anekdote opdist is ook zo’n soort spel van woorden, dat niet hoeft te voldoen aan de regels van de waarheid. Enfin, je hebt er alleen niets aan. Terwijl Turner lang en hartgrondig gaapt, doet Miles Kane een poging de aanloop naar The Last Shadow Puppets te schetsen. “Ik speelde een beetje gitaar op het Arctic Monkeys nummer 505. Misschien is daar de vonk overgeslagen.” Turner: “I’ll spark YOU off in a minute!”

Tot zover de inleidende schermutselingen en tot zover de min of meer interessante antwoorden. Over de manier hoe ze samen muziek maken zegt Turner: “Vaak ontstaan ze als Miles met een gitaar begint te spelen. Soms reageert hij op mij, soms ik op hem. Hij houdt trouwens het wereldrecord ‘langste G majeur akkoord gespeeld in een balearic ritme’. Gevestigd in Nigeria.” Over de arrangementen: “We hebben een keer met een strijkkwartet in de studio gewerkt, maar dat werkte niet.” Miles: “Het klonk wel goed, maar het paste niet op de plaat.” “We vinden zelf het titelnummer het beste dat we gemaakt hebben. Wat er pacifisch zo goed aan is? Haha, pacifisch, specifiek. Haha. Nee. Je kijkt nu alsof je denkt: waarom vinden jullie in godsnaam DAT nummer zo goed?” Giechel giechel, schmier schmier. Turner maakt een binnensmonds grapje, waar Kane hard om moet lachen. 

Mwhuhahahaha
Dan doet Turner een serieuze poging om in te gaan op de vele verwijzingen naar bekende popsongs in het titelnummer, van Lee Hazlewood’s Summer Wine naar The Beatles’ Honey Pie naar Bowie’s Diamond Dogs. “Nou ja, The Beatles was niet expres, Bowie natuurlijk wel”, zegt Turner. "Bowie is een..." Hij zet aan voor een zin die na drie woorden al niet meer te verstaan is, en wordt dan onderbroken door Miles Kane die over mijn schouder wijst. “He! Ik zie een spook! Zag je ook een spook? Ik zag net een hoofd zonder lichaam eronder, maar nu is het weg. Echt het was heel gek.” Alex en Miles duiken ineen, blazen hun lichamen op en laten een gezamenlijke bulderende lach los. “Mwhuhahahaha. Mwhuhahahaha. Mwhuahahaha.”

Eigenlijk is dit wel precies wat je zo langzamerhand mocht verwachten van een ontmoeting met Alex Turner, en misschien ook wel van Miles Kane. Misschien moeten we er maar een einde aan maken, nietwaar? “Ja, misschien moeten we dat doen.” Alex Turner staat op, glimlacht beleefd en zegt: “Dankjewel. Ga je vanavond nog iets leuks doen?” “Nou ja, Tame Impala speelt.” “Oh wat leuk, Tame Impala is hier?” “Ja, heel leuk.” 

Lees ook het al even goed gelukte interview van dagblad Trouw. En hier is het kut-interview met het Amerikaanse Spin magazine, waar Miles de journaliste op de kast jaagt door haar mee te vragen naar zijn kamer. Aanschouw ook de waanzinnige chemie bij Studio Brussel

Prijsvraag
Wie coverde The Last Shadow Puppets op Glastonbury?

Kaarten winnen voor Lowlands? Stuur dan het antwoord op de bovenstaande vraag, plus je naam, adres, geboortedatum en telefoonnummer naar 3voor12-prijsvraag@vpro.nl met als onderwerp 'LL16 Last Shadow Puppets'. Je maakt kans op twee vrijkaarten voor het hele festival. De winnaar wordt vanavond in 3voor12 Radio bekend gemaakt, van 21:00 tot 00:00 op 3FM.
Let op: alleen antwoorden die voor maandagavond 21:30 zijn ingestuurd dingen mee.

Nu op 3voor12