Best Kept Secret: het grote zaterdag-blog Best Kept Secret: het grote zaterdag-blog

Met o.a. The Vaccines, Hookworms, Matthew E. White, Mourn, Sue the Night, Temples, Of Monsters & Men, Rhodes, Cho en Cheatahs

, Tekst: Timo Pisart, Norbert Pek, Atze de Vrieze, Sjoerd Huismans, Cecile van Wijnsberge, Jenny Janssens en Tom Stienen, foto's: Ben Houdijk, Atze de Vrieze, Jostijn Ligtvoet

Best Kept Secret: het grote zaterdag-blog

Met o.a. The Vaccines, Hookworms, Matthew E. White, Mourn, Sue the Night, Temples, Of Monsters & Men, Rhodes, Cho en Cheatahs

Tekst: Timo Pisart, Norbert Pek, Atze de Vrieze, Sjoerd Huismans, Cecile van Wijnsberge, Jenny Janssens en Tom Stienen, foto's: Ben Houdijk, Atze de Vrieze, Jostijn Ligtvoet ,

Niet alleen de bovenkant van het affiche, maar juist ook de onderkant en de kleinere namen van Best Kept Secret zijn de moeite waard. Wat zijn de beste nieuwkomers en welke hypes vallen door de mand? In dit Best Kept Secret-blog stellen we je dagelijks voor aan the best of the rest.

Kiasmos: geen zorgvuldige set, wel heel mooie liedjes
We eindigen de zaterdag niet met een banger, maar met een uurtje heerlijk wegzweven. Kiasmos, Ólafur Arnalds’ ambient technoproject met Janus Rasmussen, is vannacht de dromerige afsluiter van Stage Three. De IJslander en zijn kompaan van de Faroër Eilanden laten even op zich wachten, maar dat maakt het publiek eigenlijk alleen maar hongeriger. Ze beginnen met bekendste track ‘Looped’, de fraaie sfeer in die song slaat meteen over. Zeker als de IJslandse vrienden van Of Monsters and Men ze komen versterken op percussie. Een wat raar euforisch moment eigenlijk, zo helemaal aan het begin van de set.

Sowieso kun je nauwelijks van een set spreken. Van spanningsopbouw moet Kiasmos het niet hebben, het gaat om de kwaliteit van hun Moderat-light composities met vaak de minimalistische piano waar Ólafur Arnalds om bekend staat. Het klinkt allemaal superscherp en atmosferische visuals maken het plaatje compleet. ‘Held’ wordt bijvoorbeeld begeleid door beelden van de wilde IJslandse natuur. Ook een wonderschoon nummer, maar die (soort van) drop halverwege voelt een beetje goedkoop.

Dat doen de twee nieuwe tracks die ze daarna spelen beter. Minder rechttoe-rechtaan wat betreft beats en voor het eerst meer op de club dan op de koptelefoon gericht. Arnalds en Rasmussen eindigen vervolgens wel degelijk met een straf stuk techno, mooi om te zien hoe ze er zelf in opgaan en het publiek opzwepen. Rasmussen springt op het laatst zelfs van de draaitafel. Toch even een Avicii-momentje in een set die het andere uiterste van het dance-spectrum bestrijkt. (Sjoerd Huismans)

The Vaccines maakt een vol veld dolgelukkig
Als de band het podium betreedt, jaagt er al een breed gedragen zindering over het veld en vanaf andere podia komt nog menigeen in volle sprint aanrennen. Het is meteen duidelijk: The Vaccines is een naam waar veel bezoekers naar toe hebben geleefd. Het wordt ook snel duidelijk dat de Londense band verschillende manieren heeft om het veld in te pakken. Natuurlijk in de hoogste versnelling met ‘Wreckin’ Bar’ en het nieuwe ‘Handsome’ maar ook met een paar anthems die breed worden gedragen. ‘Wetsuit’? Volop meegezongen. ‘I Always Knew’? Idem dito. The Vaccines is grotendeels in staat om een overtuigende festivalset neer te zetten.

Het pijnpunt zit in het midden. Natuurlijk krijgt het materiaal van de laatste plaat de ruimte, maar daarop is de band zoekende. Justin Young heeft de stem niet voor een slick popnummer als ‘Minimal Affection’. Daar moet soul bij. Maar The Vaccines wil meer zijn dan een uptempo rockband. Soms gaat dat mis, maar de vier heren zijn vanavond zeker met een overwinning bezig. Er is al een ruime zak dikke hits verzameld die stuk voor stuk werken. Ook een jongeling als ‘Dream Lover’ wordt al warm onthaald. Jammer dat de lelijke knettervolle productie van een ‘Handsome’ ook live doorklinkt. Dan liever de feestelijke afsluiters van het debuut: ‘If You Wanna’ en ‘Norgaard’. Dan is The Vaccines heer en meester en klopt alles. (Norbert Pek)

Hookworms dreint en deint
"Straks vlieg ik er overheen hoor!", roept een opgewonden jongen voor aanvang van de show van Hookworms in de Stage Four-tent. Wie houdt van heavy komt prima aan zijn trekken op deze editie van Best Kept Secret, maar als je hoopte op furie à la Metz of dynamiek als bij John Coffey druip je bij Hookworms teleurgesteld af. Het geluid van de vijf Britten is wel degelijk loodzwaar, maar in plaats van opzwepend is het eerder hypnotiserend bedoeld. Het is drone en kraut en psychedelica en noise, op intrigerende en uitzinnige wijze verweven, maar je merkt dat een deel van het publiek nog wacht op die uitblijvende climax. Wanneer je je daar overheen weet te zetten en de band halverwege de set een klein beetje gas terug neemt, zak je gemakkelijk weg in de deining.

De hysterische galmende schreeuwzang en spookhuisorgeltjes van frontman MJ nestelen zich op een waterbed van stuwende bas en drums. Toegankelijk is het geenszins; dit is duidelijk bedoeld om de luisteraar tegelijkertijd te bedwelmen en te steken. Uiteindelijk krijgt Hookworms de tent met zich mee in z'n flow, alle hoofden op de voorste rijen deinen als één op en neer. Die jongen die zin had in crowdsurfen en circle pits is waarschijnlijk halverwege afgehaakt, maar de rest van de tent bleef gelukkig staan voor een portie hoogwaardige psychedelica. (Cécile van Wijnsberge)

 Als Best Kept Secret een mascotte had, dan luisterde hij naar de naam ‘Larry Gus’. De Griek die in zijn eentje het begrotingstekort zou kunnen wegdansen, is gepromoveerd van het kleine Stage 5 vorig jaar, naar de 2 deze editie. Een opwaardering die goed uitpakt, want het staat vol in de tent. Nog voor de beste man ook maar een zweetdruppel heeft gelaten, wordt zijn naam al luid gescandeerd. Dat gaat over in nog harder gejuich als de aanzienlijk slankere Gus het podium betreed. Koddig als altijd, want als een malle staat hij weer wazig in zijn microfoon te praten, beats de tent in te pompen en naar hartelust op zijn drumstel te rammen.

Maar laten we eerlijk zijn: het verrassingselement is er helemaal van af. Voor een handjevol diehards die vooraan staan, is het óf compleet nieuw, óf moet het de fanclub zijn van Gus zelf. De rest komt pas los op het moment als hit 'The Night Patrols' wordt ingezet. Het is absoluut geen slecht optreden, maar een deel van Gus' kracht zit in het bizarre en het vervreemdende. Daarvoor leent een podium als de 5 zich veel beter doordat je er daar meer bovenop zit. Hier slokt de 2 de Griek een beetje op. Grexit? Dat blijft, net zoals het land zelf, nu nog even in het ongewisse. (Jenny Janssens)

Ongewassen Chilenen Föllakzoid laten zich niet zomaar wegspelen
Zo zo, Balthazar staat flink te vlammen op het hoofdpodium. Niet alleen hebben ze hier in Hilvarenbeek een semi-thuisvoordeel, ze zorgen er ook voor dat hun geluid tot achter op het veld reikt. Indrukwekkend. Maar denk je dat die vier ongewassen Chilenen van Föllakzoid zich daardoor van hun koers laten brengen? Natuurlijk niet. Deze krautrockband moet het niet hebben van zijn songs, maar van de grooves en de lange adem. Tegen de tijd dat Balthazar vier liedjes achter de kiezen heeft, beëindigt Föllakzoid pas het eerste stuk.

De band bestaat uit vier man. Natuurlijk hebben drummer en bassist de meest dienstbare taak, zij leggen de basis. Daar overheen klinken space geluiden uit de synth, waarna die gitarist met zijn omgekeerde pet en lange sluike haar mag excelleren. Hij rammelt zorgvuldig getimede effecten uit zijn gitaar. Met rollende ogen wisselt hij korte, elektronisch klinkende chops af met juist lange wah-wah slierten. Het zijn als het ware coupletten en refreinen. Met hun kersverse album III gaan ze nog wat meer de diepte in, met langere nummers en meer elektronica. Het komt de liveset ook ten goede, al hadden we ze sommige stukken nog liever tot een half uur uit zien bouwen. (Atze de Vrieze)

Funky Kindness gedroomde afsluiter voor de 5
De 5 heeft het hele weekend de taak om een alternatief te bieden voor de acts op het hoofdpodium. Kindness mag het aan het eind van de zaterdag opnemen tegen Noël Gallagher. Een zware taak zo klinkt het, maar de Britse band rondom mastermind Adam Bainbridge gaat vol goede moed de strijd aan. En met succes, want wat gebeurt er veel tijdens het optreden van dit funky zestal. Al vanaf het eerste nummer is het raak. De band heeft op de voorgrond twee goedlachse vrouwen met dijken van stemmen en in Bainbridge een frontman met hypnotiserend flexibele benen. Stil blijven staan als publiek is onmogelijk. Maar dit blijkt ook voor de band zelf lastig, het podium is na vier nummers al een grote dansruimte voor de muzikanten. Wanneer de zanger dan ook deze barrière doorbreekt gaat het feestje echt los. Hij klimt over de barrière en zingt zijn nummers verder op de vloer. Maar wat doe je als de zanger naast je op de vloer staat te springen? Juist. Dan spring je mee. Iedereen volgt en de sfeer vult de tent binnen no-time.

Om het compleet te maken is de bassist ook nog eens jarig. Om dit te vieren wordt een grote mashup aan eigen nummers en covers ingestart. Het begint met kraker Gee Up die overgaat in Womack & Womack’s 'Teardrop', dan vertraagt naar Stevie Wonder’s 'Happy Birthday' en in hetzelfde tempo terugvalt op 'Gee Up'. Een groter feestje heeft Stage Five nog niet gekend dit festival. Oh, en dan was er nog die jongen die ergens aan het begin een jointje naar de zanger gooide, nadat die vertelde dat hij vanuit de zaal een wietwalm rook. Natuurlijk beloont Kindness dit vriendelijk. De jongen blijkt Yannick Verhoeven van Cairo Liberation Front te zijn, hij mag het laatste nummer meedansen op het podium en rammen op de koebel. Iedereen is in een volledige extase, geen traan wordt er gelaten om het gemis van Gallagher. (Tom Stienen)

Shoegazehelden Ride: venijn in kop en staart
Zoals gezegd begint Best Kept Secret zich meer en meer te profileren als hét festival waar je je oude shoegazehelden nog eens aan het werk kan zien. Gisteren zagen we The Jesus and Mary Chain een best overtuigend optreden geven, vandaag is het de beurt aan Ride. De Britten maken een imponerende opkomst met ‘Leave Them All Behind’, een van hun bekendste liedjes die meteen tot bijna tien dromerige minuten wordt uitgerekt. De groep uit Oxford houdt het tempo er aan het begin goed in met onder meer het hard gazende ‘Seagull’ van debuutalbum Nowhere uit 1990. Daarna komt de klad toch een beetje in het optreden met langzame songs die de tand des tijds wat minder hebben doorstaan.

Het optreden kabbelt door, weliswaar op een prettig zweverige manier met de dubbele zang en gitaar van Mark Gardener en Andy Bell als vaste basis. Het duurt eigenlijk tot grootste hit ‘Vapour Trail’ tot het vuur er weer in komt. Het publiek begroet de song met gejuich. De sfeer blijft erin tot afsluiter ‘Drive Blind’ ontaardt in een overweldigende dosis white noise zoals je het tegenwoordig zelden meer hoort. Fijne sound, fijn einde, maar toch blijft hangen dat Ride per saldo maar een paar songs heeft die echt in de geschiedenisboeken zijn beland. Hopelijk speelt Bells vroegere Oasis-bandgenoot er vanavond wat meer. Hij zal er vast niet voor blijven hangen. (Sjoerd Huismans)

Speelse house met plaagstootjes bij Kane West
Ja hoor, hij draait hem gewoon. 'Let’s go dancing. NO! Fiet fuut kaboem, trrrr'. Dat de jonge Brit humor heeft, wisten we al door zijn artiestennaam, maar zeker ook door die remix die hij maakte van een track van Tiga en Audion. Anderhalve minuut duurt deze ongein, en dan pas mogen we daadwerkelijk dansen. Het is een lollig momentje in de set van de enige house-dj van de middag, op Stage 4 bij St. Paul. Kane West is een aanstormende dj en producer uit de PC Music stal rond Sophie, QT, A G Cook. Om die kliek hangt een beetje een novelty sfeertje, een soort van quasi-intellectuele ironie. Maar Kane West is simpelweg een heel frivole, speelse house-dj. Hij draait veel eigen producties, waarin van alles gebeurt. Opvallend hoe luchtig alle tracks zijn die hij draait. Wat een verschil met Mike Mago, die ook house met vocalen draaide, maar dan veel meer pushy, opdringerig. Dat werkte overigens ook prima zo in de nacht, maar dit is precies wat deze middag wel kan gebruiken. Leuke, getalenteerde gast, horen we vast meer van. Nu maar hopen dat zijn grote bijna-naamgenoot niet vervelend gaat doen. Laat die twee elkaar maar nooit tegenkomen op een awardshow. (Atze de Vrieze)
Best Kept Buurtfeestje bij Cho
Kun je ordinair feestvieren op een credible festival als Best Kept Secret? 'Misschien wel hè'? Als het iemand lukt is het Cho, de rapper die met die drie woorden zijn eerste echte hit scoorde en zo een stapje dichterbij die 'Rolex-watch in elke kleur' kwam. Op BKS staat hij op Stage Four, het allerkleinste podiumpje waar niet zelden het grootste feest wordt gevierd. Vandaag vergelijkt de Amsterdamse rapper de sfeer met 'een achtertuinfeestje, je weet wel, met allemaal leuke buren en zo'. Inderdaad, de sfeer is gemoedelijk en uitgelaten. Vooraan staan een paar tieners die al Cho's teksten met hem mee rappen, achteraan evenveel veertigplussers die zich met een geamuseerde blik op het hoofd krabben. Overal op het zanderige veldje gaan op commando de vuistjes in de lucht en wordt er flink gebounced. Een enkeling waagt zich zelfs aan een onversaagde crowdsurfpoging.
 
Cho zelf heeft het ook goed naar zijn zin, en is lekker bezig. "Ik ben best wel bekend geworden met een liedje, maar ik heb ook nog heel veel andere leuke liedjes." Zo is 'Workshop' een zeer bounceable versie van Kris Kross' klassieker 'Jump' en is 'SKUUURT!' een echte Atlanta-track die zowel muzikaal als tekstueel refereert aan Young Thug. Cho's dj Jean Jeansen laat gunshots over het veld knallen. Shit is gewoon on fire. Maar we komen eigenlijk allemaal voor die ene die natuurlijk voor het laatst wordt bewaard. 'Misschien Wel Hè?!' is onweerstaanbaar, zelfs de beveiliging mompelt stiekem mee. Waar het BKS-publiek soms wat apathisch kan zijn, is het hier misschien wel voor het eerst dit weekend echt heel erg gezellig. Kan Cho in een half uurtje van Best Kept Secret een rasechte block party maken? Oh jazeker. (Cécile van Wijnsberge)
Temples: psychedelische sensatie uit de UK heeft de interactie geheel niet nodig
Het is alleen al een opvallend totaalplaatje: de Britse heren van Temples op Stage One, alle vier gehuld in een fabuleuze sixties outfit. Frontman James Bagshaw spant de kroon met zijn vrolijke krullen vintage paillettenjasje. 

De interactie met het publiek is matig, terwijl op de performance van de band niks aan te merken is. Alle nummers van Temples zijn stuk voor stuk van hoogstaande kwaliteit en worden strak ten gehore gebracht. Dan pakt Bagshaw zijn Gretsch-gitaar erbij. Hij kondigt een nieuw nummer aan, ‘Volcano’. Dat maakt niet echt indruk. Ook bij het andere nieuwe nummer ‘Henry’s Cake’ lijkt het publiek niet echt los te komen, terwijl deze een stuk spannender in elkaar zit. Bij bekendere nummers als ‘Keep In The Dark’ en ‘Shelter Song’ is er een vlaagje van enthousiasme te bespeuren, die helaas maar van korte duur is. Zonde, want dit is dé kans om te dansen. De weinige interactie doet echter niet af aan het sterke optreden. Echt moeite lijken ze er niet voor te hoeven doen, Temples komt alleen om even een setje te spelen. En dat doen ze zeker goed. Een klein hoogtepunt vindt plaats aan het eind van de set, als de zon voor het eerst vandaag helemaal doorbreekt tijdens het outro van ‘Mesmerise’. (Jenny Janssens)

St. Paul & The Broken Bones overdondert en raakt overdonderd
Een zestal Amerikaanse muzikanten loopt het podium op. Als blijkt dat de frontman er niet tussen zit, is het al snel duidelijk; dit zijn dus ‘The Broken Bones’. Na een kleine vijf minuten aan soulvol jammen, stapt een jolig ventje in pak en schoenen voorzien van een gouden hak het podium op. ‘St. Paul’ is gearriveerd en dan hebben we het niet over de host van Stage 4, maar de frontman van een formatie die in drie jaar tijd veel voor elkaar heeft gekregen. Met slechts een studioalbum op zak hebben St. Paul & The Broken Bones al tweemaal geopend voor The Rolling Stones en tourt de band nu door Europa.

Na de jamsessie wordt duidelijk waarom deze soulband in een kort tijdbestek een enorme live-reputatie heeft bereikt; de kwaliteiten van de zanger zijn ongekend. Al rammelend met zijn vingers en schuddend met zijn benen, laadt hij zich op voor de ene uithaal na de andere. Tijdens nummers als ‘Dixie Rothko’ en ‘Like a Mighty River’ laat Paul een bereik horen waar menig mond in het publiek van open valt. Het verhaal dat hij heeft leren zingen in de kerk in Alabama verklaart zijn zwarte sound en gospelachtige manier van performen. Het publiek beloont zijn vocalen direct met gejoel en meermaals met oorverdovend applaus. De langste ovatie naar de zanger toe werkt duidelijk overdonderend. Het geluid dat richting het podium gaat is zo overweldigend dat er een pauze in de set ontstaat. Paul lijkt niet te weten wat hem overkomt en lacht verbouwereerd naar de drummer. Zowel de band als het publiek zullen met veel verwondering aan het optreden terug denken. (Tom Stienen)

Cheatahs spelen alsnog een aangename shoegazeset
Vorig jaar is het Cheatahs met een prima debuutalbum op zak niet gelukt om in Hilvarenbeek te spelen. De geplande show werd na het printen van de programmaboekjes alsnog geannuleerd. Nu is de Engelse band er toch bij en wordt er weinig tijd verspild. Met gesloten ogen en een enorme batterij aan pedalen voor de gitaren werken de vier Britten de setlist af. De dromerige zang, de muur van gitaarwerk en de harde drums op de achtergrond vormen samen een aangenaam geheel. De wall of sound die shoegaze definieert is indrukwekkend.

Pauzes worden gedurende het optreden zoveel mogelijk vermeden, bijna alle numers lopen in elkaar over. Door de continue stroom aan muziek en rustige manier van performen kent het optreden niet echt hoogtepunten. Maar presteren doen de Cheatahs constant. Het publiek geniet en sluit zo af en toe ook de ogen om meegenomen te worden. Dat de band bijna tien minuten te vroeg de gitaren neerlegt zorgt niet voor verontwaardigde gezichten. Het was een lekkere shoegazeset en de bijna volle Stage Five is blij dat de Cheatahs er alsnog bij zijn dit jaar. (Tom Stienen)

Dansen op afstand bij Future Brown

Voor producerskwartet Future Brown loopt de Stage Three-tent al snel redelijk vol; na een beste maar weinig uitdagende set van Noel Gallagher heeft het publiek wel zin in een echt feestje. De diepe bassen en schelle snares van Future Brown's grime beats werken uitnodigend. Toch gaat het er in de tent niet erg wild aan toe. Gedanst wordt er, maar het viertal krijgt het publiek niet massaal aan het bewegen. Dat komt mede doordat ze er zelf bij staan alsof ze staan te wachten op een patatje speciaal. Gelukkig komt al vrij snel in de set 'Wanna Party' langs, een single met lekker veel boss bitch attitude en vocalen van de jonge hyperapper Tink. Dit brengt er wat meer beweging in, maar het blijft een beetje dringen met z'n vieren achter die draaitafel. We horen een beetje Drake en een bijna onherkenbaar stukje Sean Paul, maar nooit genoeg om echt te kunnen profiteren van die hits. De beats zijn hard en diep, soms industrieel en futuristisch. Het is wellicht wat te donker en te weinig opzwepend voor deze setting. De meegebrachte emcee weet nog wel wat reactie uit het publiek te ontlokken: 'When I say Future, y'all say Brown!' De afstand blijft wat te groot, er wordt weinig op het publiek ingespeeld of überhaupt gelet vanachter de tafel. Ook het publiek heeft niet bijster veel aandacht voor de muziek, maar kiest ervoor om gewoon lekker op z'n eigen level te blijven dansen. Zo viert iedereen in de tent vanavond zijn eigen privéfeestje. (Cécile van Wijnsberge) 

Catalaanse pubers Mourn schreeuwen zich over zenuwen heen
De piepjonge rammelrockband Mourn uit Barcelona maakte indruk op de afgelopen editie van Eurosonic. Dus mogen de drie Catalaanse meisjes (15, 18 en 18, de één kan schreeuwen, de ander zingen en de derde speelt bas) en jongen (op drums) het gaan proberen op Stage Five van Best Kept Secret. Die liedjes op de vorig jaar verschenen debuutplaat zitten goed in elkaar. Zo doet 'Gertrudus, Get Through This' sterk aan Sonic Youth ten tijde van Daydream Nation doet denken - maar dan met twee Kim Gordons. Of het grungy 'Otitis', het nummer dat voorlopig het best blijft hangen. Sleater-Kinney en PJ Harvey hebben ook duidelijk invloed gehad.

Daar tegenover staan dan weer iets te veel zompige, langzame songs in driekwartmaat. En de nerveuze podiumpresentatie. Ze vertellen dat ze eigenlijk zebra's en giraffes hadden verwacht en dat ze de liedjes op school schreven. Tussendoor leggen ze uit wat de Catalaanse titel van een nieuwe song betekent. "Infectie, of zo. Het is een raar nummer." Ze hebben ook een nummer getiteld 'Boys are Cunts', maar die slaan ze even over. Dan is het al tijd voor de afsluiter, "mijn favoriet, omdat ik lekker mag schreeuwen. Dat is nodig, want ik ben best wel gestresst voor een show." Het is aandoenlijk, doch niet heel overtuigend. Mourn moet live nog heel wat meters maken. Dat komt wel goed, het is absoluut een veelbelovend stel brulboeien. (Sjoerd Huismans)

Applescal maakt Best Kept Secret klaar voor de nacht
Je kunt van Pascal Terstappen alias Applescal rustig zeggen dat ie goed bezig is. Vier albums bracht hij uit, stuk voor stuk vol mooie, warmbloedige house en techno. Het laatste verscheen afgelopen maand en heet For. Toch lieg je ook niet als je stelt dat Applescal in al die jaren altijd een beetje in de luwte gebleven is. Zeker als je het vergelijkt met twee recente smaakmakers die uit zijn Atomnation stal kwamen: David Douglas en Weval. Diezelfde schijnbare tegenstelling geldt ook voor de set van Applescal hier op Best Kept Secret.

De nacht staat voor de deur, en voor wie de Britpop van Noel Gallagher toch een beetje belegen vindt is Stage 4 een heel goed alternatief. Applescal is een man met smaak, met een oor voor fijnzinnige, aangename techno. Het type dat men hier wel bij Best Kept Secret vindt passen. Maar het begin van zijn set is ook wat onopvallend, met een steady beat zonder al te veel gekkigheid. Halverwege de set begint de toeloop steeds groter te worden en heeft hij een paar mooie, meer uitgesproken tracks in petto, waaronder een oudje voor jazzy house-liefhebbers, van Beanfield ft Bakja. Een aangenaam startpunt voor de nacht. (Atze de Vrieze)

Of Monsters And Man Man Man
De hitsingle ‘Little Talks’ kwam drie jaar geleden precies op het goede moment voor Of Monsters And Men. Mumford & Sons was doorgebroken en IKEA-kasten werden fluitend in elkaar gezet met Edward Sharpe & The Magnetic Zeros op de achtergrond. In dat straatje opereert het IJslandse negental dat vanmiddag op het Best Kept-hoofdpodium staat. Specifieker, de nummers drijven op de sterk percussionele optochtfolk. Het geroffel en de bijbehorende hey- en wohooo-koortjes dienen dan voor een onvergetelijke feestlijkeheid te zorgen. Ook al zijn de bandleden in het zwart gekleed en ook al stralen ze niet per se joie de vivre uit. Maar de zon is doorgebroken en overal op het veld doen hippiemeisjes hun niets-aan-de-hand-dansje.

Nummers van het debuut kennen aardig wat bijval. De mannelijke en vrouwelijke zang worden afgewisseld zoals Angus en Julia Stone het doen, al doet de murmelende Ragnar Þórhallsson aardig onder voor de scherpere Nanna Bryndís Hilmarsdóttir. Het tergende, echter, is het volstrekte verbod op originaliteit die de band lijkt te hebben. Elke keer dat getrommel, dan weer die blazers erin, die deinende basdrum, de koortjes. En dat een uur lang. It can make a good man turn bad. Tel erbij op dat nieuwe plaat Beneath The Skin ook nog matig songmateriaal heeft en de band besluit om de akoestische sound te vergasten met een lelijke elektrische laag. Gelukkig wordt ‘Little Talks’ wel met bravoure én trompetsolo gespeeld. Maar het is too little too late. Een band om horendol van te worden. (Norbert Pek)

Matthew E. White heeft weinig bite
Matthew E. White ziet er uit als de ultieme hippie, alsof de broer van The Dude een jaartje in een caravan in het bos heeft gewoond om 'in contact te staan met de natuur'. Grappig dus dat hij en zijn bandleden vandaag allemaal in zakelijk pak zijn gestoken, met de vouw netjes in de broekspijpen gestreken. Met volledige band komt het volle geluid van zijn laatste album Fresh Blood fantastisch tot zijn recht. Muzikaal wordt er geknipoogd naar seventies soul, funk, folk en country, en dat alles wordt overgoten met een mellow California-sausje. Toch is het wellicht wat te mild vanmiddag: we hebben White wel eens gejaagder zien spelen, en ook meer contact zien maken met het publiek. Dat pakte beter uit dan vandaag in de grote tent, waar het publiek vrijwel compleet stil staat, en dat terwijl White's muziek zich best tot een dansje leent. Die cover van Velvet Underground's White Light, White Heat is een aardige woordgrap, maar wel een stuk minder scherp dan het origineel. Een beetje bijten doet White pas op het laatst, bij 'Rock & Roll Is Cold', de eerste single van Fresh Blood. Zijn bandleden zingen zoete oh la la's, en precies op het moment dat er een als hairmetalband verkleed vrijgezellenfeest nog slaapdronken de tent binnen loopt, predikt White over de zielloosheid van rock 'n roll. Van dat kleine beetje venijn hadden we vanmiddag wel iets meer willen zien, maar met senang wakker worden is ook weinig mis. (Cécile van Wijnsberge)
Sue the Night opent aanstekelijk, maar niet spetterend
Het is nog vroeg, maar voor Sue the Night een prima tijdstip om het publiek langzaamaan wakker te maken als opener van Stage One. ‘’Vorig jaar stond ik nog daar, te kijken naar Pixies en The War On Drugs’’, zegt zangeres Suus de Groot van Sue The Night, wijzend naar een plek in het publiek. De trotse twinkeling in haar ogen verraadt dat ze zich gelukkig prijst met het feit dat ze hier nu met haar eigen band staat.

De set kabbelt rustig voort, tot een echt hoogtepunt komt het helaas niet. De cover van Blondie’s ‘Heart Of Glass’ komt niet helemaal goed uit de verf, op een paar momenten laat de stem van De Groot haar in de steek. Meest recente nummer ‘Fools Gold’ doet het prima, maar steekt helaas ook niet echt uit boven de rest van de set. Aan het enthousiasme van de frontvrouw ligt het zeker niet. Meerdere malen doet ze haar uiterste best om het publiek mee te krijgen, maar helaas zonder al te veel resultaat. "Als zij zingen ‘look ahead’, roepen jullie ‘forward’!" Een tevergeefse poging, slechts een klein deel van het publiek pikt het op. Wellicht is het toch te vroeg op de dag, of waren ze liever ergens anders geweest. Maar de band heeft ook weinig bagage om écht indruk te kunnen maken. (Jenny Janssens)
Singer-softwriter Rhodes sure shot voor grote festivals
Na de show van OneRepublic op Pinkpop vorige week riep ik vertwijfeld uit: let the freaks back in! Waar zijn de intrigerende frontmannen, de rare vogels, de gevaarlijke gekken op het podium? Hier op Best Kept Secret is daar gelukkig geen gebrek aan. Alleen al op de eerste dag zagen we The Libertines, Pissed Jeans en The Pop Group. Dag 2 opent met het tegenovergestelde van die weerbarstige acts: de aaibare singer-softwriter Rhodes. Met amper een paar singles op zak hangt platenmaatschappij Sony er al flink aan, en als je hem hier aan het werk ziet, snap je wel waarom. Rhodes is een keurig geschoren jongen met een overtuigende stem en een oerdegelijke band, ergens tussen Coldplay en Kodaline, die zijn sentimentele schrijfsels vol overgave kracht bij zet, het hoofd theatraal naar achteren klappend. “Never let gooooooooo, close your eeeeeeeeeyes.” Deze jongeling noteren we met potlood voor Pinkpop 2016. En oh ja, Lowlands, daar zien we hem ook al. Sure shot. (Atze de Vrieze)

nu op 3voor12