Het sneeuwt flink buiten wanneer het publiek bij het theater aankomt. Ze laten natte schoenafdrukken achter op het tapijt in de ontvangsthal, waar veel van hen met een warme kop koffie wachten totdat ze de zaal in kunnen.
New Orleans in Nederland
Terwijl het publiek de zaal betreedt speelt er oude swingmuziek op de achtergrond. Het publiek bestaat overheersend uit oudere mensen, wellicht laat de muziek van de band hun denken aan hun eigen jeugd en hun vaders en moeders. ''Nou, dat wordt nog ouderwets'' zegt een man in het een van de rijen.
De lichten en de achtergrondmuziek dempen plotseling, en de band, een zestal muzikanten in zwarte pakken, witte overhemden en zwarte strikjes, betreden het podium. Zonder al te veel poespas zetten ze een kort stukje swingmuziek in, een teken van wat er komen zal. Een groot deel van het repertoire bestaat uit swing- en dixiemuziek van trombonist Chris Barber, maar ook nummers van Duke Ellington komen gaandeweg voorbij. De roots van deze stijlen zijn te vinden in New Orleans, de grootse muziekstad in Louisiana.
Daarna begint de échte set, en direct hoor je de virtuositeit van de muzikanten. Drummer Frits Landesbergen, ''de motor van de band'' in de woorden van trompettist Keesjan Hoogeboom, houdt moeiteloos de band op het juiste tempo en vormt met bandleider en bassist Adrie Braat een ijzersterke ritmesectie. Ook de hoorns vullen elkaar goed aan, en Peter Kanters geeft het geluid een iets scherper randje met zijn gitaar- en banjoakkoorden. Het klinkt vrijwel alsof je de radio op Bevrijdingsdag in 1945 aan hebt gezet.
Jazzmuziek is natuurlijk niet compleet zonder improvisatiemomenten op het podium, en ook vandaag is daar ruimte genoeg voor. Peter Kanters is de eerste die zijn moment daarvoor krijgt. Na ieder stukje vult de zaal met een daverend applaus, en maakt de desbetreffende muzikant een kleine buiging richting het publiek. Soms wijzen ze na een stukje spelen naar elkaar op een manier van ''Dat doet 'ie even hoor!''
Eenentachtig jaar bestaan
''Happy new year!'' zegt Keesjan Hoogeboom in de microfoon zodra hij het publiek voor het eerst toespreekt. Hij vertelt verder dat de band dit jaar eenentachtig jaar bestaat. De band zet daarna een stuk dat inmiddels zo'n honderd jaar oud is. Ieder applaus is luider dan het vorige. Naast swingnummers worden er ook bluesy nummers gespeeld, waardoor je even een beetje kan bijkomen van de snellere stukken.
Na een aantal nummers komt bassist Adrie Braat naar de microfoon toe. ''Chris Barber speelde ook contrabas, wie wist dat?'' vraagt hij aan het publiek. Hij zet een vlakke hand boven zijn ogen en tuurt de zaal in. Hier en daar gaan een aantal handen omhoog. ''De contrabas wordt in Nederland ook een hondenhok genoemd'' gaat Adrie verder. ''Dit nummer heet dan ook 'Doghouse Blues’''. Het is een vrij bescheiden nummer, maar makkelijk om in te komen. Een oudere meneer geniet er blijkbaar van, en tikt met zijn wandelstok mee op de maat van de muziek. ''Adrie in zijn hondenhok!'' zegt Keesjan na afloop.
Levensgevaarlijke solo
Na een pauze van twintig minuten betreden het publiek en de band de zaal weer, en gaat de show verder. ''Iemand uit het publiek vroeg of wij 'Magnolia's Wedding Day' willen spelen'' zegt Keesjan Hoogeboom. Trombonist Bert Boeren knipt met zijn vingers mee op het ritme van de muziek, en iets verder in de zaal zwaaien twee vrouwen in hun stoelen mee. Ook speelt de band 'Tea For Two', wdat meer weg heeft van cool jazz.
Dan komt Frits Landesbergen van achter zijn drumstel met een sleebel in zijn handen. Dat blijkt een schijnbeweging, het beltegoed gaat hij niet gebruiken. Behalve Frits verlaat heel de band het podium, waarna hij een fantastische drumsolo inzet. Zijn handen vliegen heen en weer, letterlijk zelfs wanneer hij zijn drumstokken aan de kant legt en met de palmen van zijn handen verder speelt. Frits speelt helder en gedreven, en wanneer de solo tot zijn einde komt, is zijn drumkit even niet te horen door het volume van het applaudisserende publiek.
Na de solo speelt de band nog een aantal nummers. Het komt maar zelden voor dat een nummer aangekondigd wordt, wat de vaart erin houdt. Gedurende de gehele show heeft het publiek op hun stoel gezeten, maar tegen het einde aan durft één mevrouw toch op te staan en mee te dansen. Een staande ovatie en veel buigingen van de muzikanten volgen, maar nadat een man ''We want more!'' roept, speelt de band toch nog even een stukje van de klassieker 'When The Saint Go Marching In'. Keesjan, die zo nu en dan korte stukjes heeft gezongen in een aantal nummers, zingt nu iets langer mee, evenals het publiek. Dan komt de show tot zijn einde. Het is inmiddels donker geworden, en buiten ligt een nieuwe laag met sneeuw.