Een middeleeuws altaartje met een grote kerkbel. Een soortgelijke boog met een lichtgevend gordijn erin, ter linkerzijde. In het midden een balustrade, zo een waar in Verona de toeristen zich verdringen omdat precies dáár Romeo aan gehangen moet hebben terwijl Juliet stond te mijmeren dat een roos ook maar een roos is omdat we haar zo genoemd hebben. Past allemaal bij The Last Dinner Party. Maar het mooiste stuk decor vanavond zijn de macho verhogingen waar we normaal gesproken vingervlugge rockgitaristen op kunnen aanbidden. Als Abigail Morris erop klimt blijkt er een ventilator onder te zitten die haar zilverkleurige rokje omhoog blaast. Een vanity riser met een Marilyn Monroe effect, dat is The Last Dinner Party in een notendop.
‘Misschien beseffen jullie het niet, maar dit is de grootste headline show die we ooit gedaan hebben’, zegt Abigail uitgelaten. ‘En het is nog uitverkocht ook!’ Het is inderdaad snel gegaan in Nederland met de vijf, hun vrouwelijke drang naar voren en hun speelse liedjes over je positie veroveren in een wereld waar mannen altijd de wind in de zeilen hebben. Ze hebben een harde kern van fans die zich graag kleedt in net zulke uitbundige Victoriaanse jurken als de vijf op het podium, en die met heftig articulerende monden alles meezingen. Daaronder zit, getuige de grote regenboogvlag die op het podium gegooid wordt, een deel lesbische community, maar zeker niet alleen. De band biedt geen eenduidig beeld van wat een vrouw zou moeten zijn, maar een heel palet aan mogelijkheden: stoer én sexy, speels én intellectueel, serieus én grappig, sterk én kwetsbaar, in elke mix denkbaar.
Je ziet het allemaal terug in het openingsnummer van de avond (en van de tweede plaat): ‘Agnus Dei’, het lam Gods. ‘Oh here comes the Apocalypse, and I can't get enough of it’, zingt Morris over een zwierende melodie. Het klinkt als een liefdeslied, het voelt als een luchtig grapje, terwijl het wel degelijk het startpunt is van een plaat over een wereld die in de fik staat. Na het bombastische openingsnummer volgt direct het beste liedje van het nieuwe album, ‘Count The Ways’, over de veelzijdigheid van liefhebben. Met haar zelfverzekerde Freddie Mercury moves heeft Abigail tot nu toe de meeste blikken gevangen, maar naast haar pakt leadgitarist Emily Roberts zonder angst de spotlights. Zij staat bekend als de stille in de band, maar haar gitaar spreekt voluit.