Groningen kent al sinds de jaren tachtig een mooie metal-traditie. Met bijvoorbeeld de opkomst van de new wave of British heavy metal werd de band Vortex een belangrijk speerpunt. De metalscene in de stad werd door de jaren heen groot. Tegenwoordig kennen we veel blackmetalbands en zijn we goed in doom. De muziek mag harder en extremer, maar ook de helden van weleer blijven nog steeds in de belangstelling staan. Wat vooral altijd is gebleven is de onderlinge sfeer, de trouw, en de passie voor de muziek. Bij jong en bij oud, en bij alles daartussenin.

Een eigen metalcafé

Waar tref je elkaar als metalheads? Je gaat naar een kroeg met de muziek die bij je past. Dat betekent voor Groningen op dit moment Metalcafé De Witte Wolf. Uitbater, en zelf ook metalhead, is Michelle Bouma. Middels een crowdfunding, een paar weken nadat ze afgestudeerd was voor de studie vrijetijdskunde, kon ze in 2016 in de Oude Boteringestraat de deur en de tap openen van haar eigen metalcafé. De Witte Wolf was in de stad gesignaleerd, de zwarte schapen waren welkom. Het café werd meteen een begrip, de lokale metal-gemeenschap had weer een thuis.

Er zijn steden in Nederland waar een metalkroeg niet zou gaan werken, wellicht. In Groningen wel, de scene is altijd heel sterk hier. Sowieso al vanaf de jaren tachtig. Er zijn voorbeelden van metalcafés die na een paar jaar de deuren alweer moest sluiten. Daar werkte het niet. De scene hier is gevestigd, metal leeft hier al jaren.

Tegenwoordig is De Witte Wolf te vinden aan het Gedempte Zuiderdiep. Helaas is sinds de verhuizing in september 2020 het café tot dusver nog niet een dag open geweest. We weten waarom. Het publiek is het café echter nog erg trouw. Michelle: “Ik heb een loyaal publiek want deze heeft meer dan dertienduizend euro ingezameld voor het café om deze periode door te komen.” Die loyaliteit is een terugkerend thema in dit verhaal, maar ook het woord respect hoor je heel vaak. “Er komt hier van alles, maakt niet uit waar je vandaan komt. Zoals mensen in een nette blouse die van het werk komen, maar ook de mensen met leren jassen en de echte metaloutfits. Het is allemaal om het even. Ik durf wel te zeggen dat er niet een meer respectvolle scene is dan de metalscene. Er is nooit gezeik hier, er is nooit ruzie.” 

In De Witte Wolf is er ook ruimte voor live-acts. Bands die het verdienen een podium te krijgen. Maar ook zonder een instrument of microfoon maak je kans metalmuzikanten te zien. Van een bepaalde band van naam bijvoorbeeld kun je verwachten dat er na een repetitie enkele heren de weg naar het café heel goed weten te vinden. De naam van die band is Vortex.

Pioniers

Vortex is de bekendste heavymetalband uit Groningen. De band is nooit wereldberoemd geworden, maar met name is de band een legende bij onze oosterburen. Vortex kun je vooral zien als een belangrijke aanjager van het genre new wave of British heavy metal. De band kende veel wisselingen en enkele periodes van inactiviteit, maar heeft lang bestaan. Officieel zal de band niet meer onder de naam Vortex verder gaan. Dit komt door het overlijden van gitarist Martjo Brongers in december 2019. Het trieste feit was landelijk nieuws. Zanger Jurjen Tichelaar zegt over het afscheid: “Martjo en ik hadden de afspraak dat als één van ons twee zou komen te overlijden of zou moeten stoppen onverhoeds, dat die naam dan weg zou zijn. We hebben allebei wel een periode meegemaakt dat één van ons twee niet bij de band was, maar dat werkte nooit volledig. Vooral in Duitsland was dat iets wat niet kon.” Gitarist Orion Roos vult aan: “We maken nu een doorstart als MetalBats.” De band gaat onder die naam nummers spelen uit de Vortex-catalogus die in de regel niet aan bod kwamen tijdens de live-optredens. 

Vortex bestond veertig jaar, in oktober 2019 werd dat nog groots gevierd in Vera. Het was uitverkocht, er kwamen zeker ook jonge mensen. Dat verbaasde de band wel een beetje, maar het is wel een teken dat de scene nog springlevend is, en dat een nieuwe generatie metalheads de oudere generatie een warm hart toedraagt. Het is uiteraard heel sneu dat er geen Vortex meer zal zijn, maar fans kunnen zich nog verheugen op MetalBats én er is nog één allerlaatste nummer onder de naam Vortex opgenomen in februari 2020. Vanaf de komende zomer is de single verkrijgbaar, maar vanaf 24 april 2021 is de clip al te bewonderen. Het nummer Horrible Dolls is een eerbetoon aan Martjo.

Genres in ontwikkeling

MetalBats

MetalBats

Wat opvalt binnen de scene is dat de metalheads in de loop van de tijd meer gewend zijn geraakt aan hardere muziek. Orion Roos zegt hierover: “Hardere genres zijn meer in opkomst gekomen. Maar ook Vortex is in de loop der jaren doorgegroeid qua ontwikkeling en stijl.” Michelle draait in De Witte Wolf naast de golden oldies veelal death metal, thrash metal, en black metal. Vanaf de tweede helft van de jaren ‘80 waren er veel ontwikkelingen op het gebied van metal. Wellicht dat je verwacht dat metal conservatief is, maar dat zal je nooit kunnen beweren als je ziet wat voor stromingen en subgenres zijn ontstaan in de loop van de tijd.

In Groningen was er in het begin van de jaren tachtig al sprake van kruisbestuivingen. Een belangrijke rol was weggelegd voor oefenruimte complex Het Viadukt. Mensen uit verschillende scenes troffen elkaar daar, en leerden van elkaar. Met als gevolg wellicht dat de metal stroming ook in de jaren negentig sterk bleef. De scene werd continu gevoed en bleef in leven, uiteraard gesteund door het feit dat Simplon en Vera metalacts bleven boeken en vanwege kroegen als De Ster. Had je in de jaren tachtig bands als Steel Against Steel, Leader en Galaxy; aansprekende acts uit Groningen vanaf de jaren ‘90 waren onder andere de death/thrash-metalband Katafalk en death metal band Cantara.

De grens over

Farer

Farer

De boom van de metalscene kent op dit moment voortdurend nieuwe vertakkingen en interessante uitlopers. In Groningen heb je, net als overal in de wereld, nu ook bands die weer meer extreme muziek zijn gaan maken, die grensoverschrijdend bezig zijn. Progressieve genres, zoals doommetal, worden verder uitgebouwd en de mogelijkheden worden verkend. Markant voorbeeld is de band Farer. Oorspronkelijk een stonerrockband met de naam Menhir. Maar als Farer gaan de twee bassisten en de drummer van de band muzikaal gezien meer op avontuur. Doommetal wordt geïnjecteerd met noise. Ook hier zijn liefhebbers voor te vinden, al zijn de aantallen minder groot dan toen ze als toen ze Menhir iets meer regulier bezig waren. Frank de Boer, zanger/bassist van Farer, zegt hierover: “Ik word erg geprikkeld door muziek die door anderen weer op het randje worden gevonden, experimenteel of avantgarde. Farer is nu spannend, het is iets nieuws en eigens.” Het is voor sommigen moeilijk deze nieuwe uitingen te plaatsen: “Het is extreme muziek, er zijn genoeg mensen die het leuk vinden, maar het is wel een niche binnen een niche. We hebben veelal positieve reviews gehad over Monad, ons album van vorig jaar. Een enkele recensent kon er niks mee.” Wat je wel merkt is dat de muziek door de echte liefhebber wereldwijd wordt gevonden. “Als niche kun je de hele wereld bereiken.” 

Dit wordt ook bevestigd door de eigenaren van het Groningse Tartarus Records. Tartarus brengt verschillende stijlen duistere underground muziek uit - gelimiteerd - op cassettebandjes en op elpee. Richard Postma en Gerald Timmermans hebben een sterke band met metalmuziek, niet alleen als label CEO's, maar ook als muzikant, bijvoorbeeld bij Ortega en Suffering Quota. Wat Richard betreft is er verder ook nog een verleden als programmeur bij Simplon. De meeste klanten van Tartarus komen niet direct uit Groningen of directe omgeving. Richard: “Wij doen het beter buiten Nederland dan binnen Nederland. En dan echt drastisch meer. Het aantal klanten binnen Nederland is minder dan vijf procent.” Mensen uit Groningen supporten het label echter wel, en kopen er t-shirts van. Daarbij brengt Tartarus elk jaar minstens één album uit van een lokale band.

Het ritme van de stad

Onhou

Onhou

De heren van Tartarus Records zien heel duidelijk dat de kwaliteit van de huidige bands uitstekend is. Aan de andere kant ervaart Richard de scene nog wel wat als zoekende: “Twintig jaar geleden hadden we hier heel veel deathmetal. Daar werd uiteindelijk toch heel lang aan vastgehouden, en daar is op zich helemaal niks mee, maar je kunt wel merken dat er daarna weinig kwantitatieve groei is geweest. Er is kwalitatief niks aan de hand, integendeel, maar de aanwas is minder.” Gerald vindt ook dat de kwaliteit meer bovengemiddeld goed is: “Het zou sieren dat er meer bands bij zouden komen, want dat komt ook uiteindelijk nog meer ten goede aan de kwaliteit.”

Bands die er op dit moment bovenuit springen? Onhou en Ortega zijn bovengemiddeld goede doombands. Gerald: “Je hebt een sterke basis hier in Groningen. Je hebt een rijke geschiedenis van metal- en punkbands, daardoor leeft het nog steeds goed in de stad. In al dat soort bands zitten veteranen die weten hoe het moet, en daar pluk je de vruchten van.”

Het publiek is er ook zeker nog wel, metal leeft. Een ander kenmerkend feit in Groningen is nog altijd ook het ritme van de stad. De regelmatige aanwas van studenten blijft een bijzondere rol vervullen. Richard: “Binnen de extreme muziek is er een hoog gehalte aan relevantie, maar ook urgentie.” Die urgentie ontstaat ook omdat de omloopsnelheid van bandjes hoog kan liggen. “Qua beleving vernieuwt de binnenstad meerdere keren per jaar. Als je je nauw verbindt aan de binnenstad, dan ga je daarin mee wellicht.” Het is helemaal niet gek om te stellen dat bandjes daarom ook vaak kort bestaan. 

De nieuwe aanwas van studenten is ook iets wat gevoeld wordt als iets verfrissends. Daarvoor gaan we nog even terug - voor de afsluiting - naar De Witte Wolf. Michelle: “Het publiek hier rouleert elk jaar, dat is zo leuk aan Groningen. Je hebt elk jaar nieuwe internationale studenten die komen, en elk jaar leer je dus ook nieuwe mensen kennen.” Zo zit er altijd beweging in de scene en bij het publiek. Nooit een saai moment, dus. De metalscene vernieuwt, maar aan de andere kant voelt het juist ook altijd weer als heel erg vertrouwd.

 

 

Met dank aan Gert Plas/Poparchief Groningen