Het Eindhovense duo Doodswens is een internationale hype, en dat met nietsontziende black metal. Debuutalbum Lichtvrees klinkt als een paniekaanval van 36 minuut 24, en dat is precies wat het is. Over extreme paniekaanvallen waardoor je dood wilt, een thuissituatie waardoor je liever dakloos bent, een ouder verliezen, en hoe ze verbinding vonden in de armen van de black metal community.

De eerste indruk van gitarist/vocalist Fraukje van Burg? Een vrolijke Brabo, gezellig keuvelend op weg naar haar woonboerderij, superwarm en gastvrij. Niets dat verraadt dat ze een strot als een boormachine heeft. Totdat je de oefenruimte instapt, een soort kale metalkerker die eruit ziet als het decor van een Saw-film. ‘Om in de sfeer te komen,’ giechelt ze. Hier ergens moet ook de bottenverzameling liggen, die de band uitstalt op het altaar dat ze bij iedere show optuigen. Bij wijze van ritueel, omringd met kaarsen en saliebladeren. Wervels, schouderbenen, een stel kaken, schedels, ja, ook een echte mensenschedel. Aan de keukentafel, gebogen boven een dampende kop koffie, grinnikt Fraukje. Tegenover haar zit drummer Inge van der Zon. Fraukje: ‘Zet maar niet in het interview hoe we daaraan komen, dat is hartstikke illegaal.’

Goed, Doodswens dus, een Eindhovense band die zich de afgelopen jaren ontpopte tot een internationaal fenomeen. Dat terwijl Fraukje (21) en drummer Inge van der Zon (25) nog maar net zijn afgestudeerd van de Metal Factory, de Herman Brood Academie van de metal scene. Daar ontmoetten ze elkaar in 2017, en in no-time was er de EP Demo 1 op een Tilburgs label, een gig op het toonaangevende heavy muziekfestival Roadburn, en vanuit daar ging het in de zevende versnelling. Nu is er ook een debuutalbum op het invloedrijke Finse heavy metal label Svart Records, dat innige banden onderhoudt met Roadburn. Lichtvrees wordt lovend ontvangen. Door de niche pers én de Volkskrant, die een jubelende recensie schreef. Zet het allemaal op een rijtje, en Inge krijgt meteen een brok in d’r keel. ‘Als je het zo opnoemt raakt het me weer keihard hoeveel mooie mensen mooie dingen voor ons doen’, zegt ze. ‘Onze muziek is zo persoonlijk dat we het nauwelijks willen delen. Maar het raakt zoveel mensen, dat we het maar blijven delen. Ze begrijpen het, die emotie die erachter schuilt, zelfs voordat we het verhaal begonnen te delen in interviews.’

Luister naar Lichtvrees, en je begrijpt precies waar ze op doelt. De uitgebeende composities, de brute blastbeats, het kille gitaarspel, en dat geschreeuw van Fraukje, dat door merg en been gaat. Alsof het uit hun tenen komt, het dagboek van iemand die op de bodem van de put ligt en zich afvraagt hoe die er in godsnaam óóit nog uit moet komen. Het is muziek die een kleine trigger warning behoeft, juist omdat het zo menselijk voelt, zo gruwelijk oprecht. Maar wat daarachter zit? Hou je vast, het is nogal een verhaal.

(Tekst loopt door na de video...)

Doodswens

Discografie

Bestaat uit: Fraukje van Burg (zang/gitarist) en Inge van der Zon (drummer)

2019 - Demo 1
2021 - Lichtvrees

Inge: ‘Ik heb voor mijn gevoel al drie levens geleid’

Laten we beginnen bij Inge, de drummer. Een frêle vrouw met zwart haar, een piercing op haar jukbeen, doodskopjes op haar panty. Ze begon gelijktijdig met Fraukje aan de Metal Factory, en drie maanden nadat het semester was begonnen, zakte Inge door het ijs. Haar vader stierf, uit het niets, leek het. ‘Aan malaria,’ zegt ze, nog steeds ongelovig. ‘Ik kom uit de Bollenstreek, in de buurt van Leiden. Mijn vader was de voorzitter van Bloemencorso, werkte met allerlei bollentelers en ging wel vaker op reis voor zijn werk. Tijdens een werkbezoek aan Oeganda is hij gebeten door een malariamug. Meestal slik je daar pillen voor, maar hij wilde dat niet. Ze zijn supersterk – je kunt ervan gaan hallucineren – en hij was héél straight edge. Geen druppel alcohol, nooit gerookt, geen drugs, hij was daar echt standvastig in. Meer mensen van die reis hadden die pillen niet genomen, maar die gingen naar de dokter. Hij niet. Hij was eigenwijs, héél eigenwijs.’

Diezelfde Bloemencorso-directeur (en voormalig VVD-wethouder) vormde in haar kindertijd – echt waar! – de brug naar de heavy metal. Haar vader was een Harley Davidson-fanaat, een man die zijn dochter eerder achterop de motor zette dan dat ze kon lopen. Toen Inge een jaar of vijf, zes was checkten haar ouders haar maandenlang uit school zodat ze in Amerika konden road trippen. ‘Dan gingen we naar meetings en conventies’, zegt Inge. ‘De motor-community en de metal-community gaan hand in hand. Patches, leer, gitaren en harde muziek, dat was er van vóór ik me kan herinneren. Op die conventies waren altijd superveel bands. Dan wees ik nooit naar de gitarist, maar de drummer. “Mama, moet je kijken!”’ Op mijn negende begon ik met drummen.'

Toen ze met Doodswens begon, heeft ze haar vader ook nog een opname laten horen. "Hij zei: moet ze nou echt zo hard schrééuwen?!" Ze gnuift. Die vader was dus nogal een tegenstrijdige persoon. Inge: ‘Dat was het rare. Toen hij overleed heb ik zo ontiegelijk veel BV’s geërfd dat de notaris en de boekhouder ook het overzicht kwijt waren. Hij was een hele slimme man, maar zo zakelijk, streng en straight-edged. Geen gezellige man, totaal niet. Er zat een gigantische emotionele afstand tussen ons. In het half jaar nadat hij stierf, toen de klap kwam, ging ik daar echt aan onderdoor. Toen schakelde de schoolleiding de zorgcoach in, omdat het echt niet langer ging. Ik weet nog dat ik dacht: “Hoe moet je je voelen over iemand die er niet is, als je ook niet meer weet hoe je je voelde toen hij er wél was”?’

Vallen, opstaan, opnieuw

Opnieuw. De afgelopen jaren had ze namelijk alles al een keer opgebouwd. From stratch, ook. Inge heeft een nogal ‘bewogen’ jeugd gehad, zoals ze het zelf noemt. Als twaalfjarige begon ze keihard te rebelleren. Vanwege die vader, die thuis met ijzeren vuist regeerde, en met wie ze het constant aan de stok kreeg. Met haar moeder. En met zichzelf. Als kind had ze altijd morbide fascinaties, was ze een buitenbeentje dat liever "rituelen" deed dan tikkertje. ‘Toen ik black metal vond op de basisschool voelde dat als: “Wow, dit ben ik.” Die overweldigende muziek, de teksten, alles klopte. Op de middelbare ging ik van het pad af. Ik denk juist hierdoor: je bent te anders, en dat weet je van jezelf, maar in je pubertijd wil je erbij horen. Groepjes overal, bij welke hoor jij dan? Ik zweefde altijd overal tussen; de computernerds, de goths en de metalheads, maar ook de populaire meiden. Maar daardoor was ik mezelf kwijt. Achteraf denk ik dat ik onbehandelde ADD en depressie had. Thuis was een duistere plek voor mij, dus op een gegeven moment kwam ik daar amper. Ik sliep liever in een kraakpand dan thuis, op straat, of bij random mensen die ik net in de kroeg had leren kennen.’

Door die jaren heen was black metal meerdere keren haar reddingsboei. Eerst als tiener, toen ze zichzelf na een diepe depressie herpakte, weer serieus begon te drummen en satanisme vond. (‘Mensen vinden dat doodeng omdat ze denken dat we met roodgloeiende ogen staan te bidden tot Satan. Maar je bidt niet tot de duivel, maar jezelf. Het is heel individualistisch’). En ook een paar jaar later, toen ze net op de Metal Factory zat. ‘Toen mijn vader stierf ben ik keihard op mijn bek gegaan. In de drie jaren daarna waren Fraukje en Doodswens mijn redding. En ook de Metal Factory zelf: het vangnet dat daar was, dat was ik niet gewend, de schoolleiding, mijn klasgenoten. Het was voor de eerste keer dat iemand zei: “We gaan professionals inschakelen waar je mee kan praten. Toen was ik het ze wel verplicht om alles op een rijtje te krijgen.’

Alles, het is nogal wat. Tijdens de show gaan alle sluizen open: 'Alles wat er nooit mocht zijn, dat is er dan.' Datzelfde hoor je op het album. Het emotionele dieptepunt daarvan zit helemaal aan het begin, bij de tweede track, ‘Onplaatsbaren’. Een opmerkelijk nummer, weinig meer dan een sample van een dakloze junk die scheldend over straat loopt: “Donder op man, geef me een kogel, laat me dood zijn. Dan ben ik eindelijk verlost van dit rotleven.” Herkenbaar, knikt Inge. Ze vonden het fragment in een NPO documentaire. ‘Zo voelde het voor mij, toen ik net op de Metal Factory zat: meteen met de deur in huis vallen, de grond brokkelt weg onder je voeten, en vanuit daar moet je alles opbouwen. Dit is geen typische metalshit, geen donker-doenerij. Dit is een échte man, dit is zijn échte leven, en dat komt van héél diep.’ 

(Tekst loopt door na de foto...)

Fraukje: Hyperventileren in de coulissen

En dan Fraukje van Burg, de vocalist/gitarist. Of zij zich daarin herkent? Jazeker. Zij zat in de derde klas toen ze tegen de vlakte ging. Dat jaar kwam alles heel dichtbij: twee mensen uit haar directe omgeving pleegden zelfmoord, eerst een vriendje van een vriendin, toen haar mentor leraar. ‘En ik begreep zo goed dat ze dat deden’, vertelt ze. ‘Zelf zat ik ook heel diep. Mijn angststoornis hield me in alles tegen. Op het ergste punt kon ik maanden niet naar school omdat ik hele intense paniekaanvallen had, die uren duurden en me compleet verlamden. Ik heb al sinds kinds af aan emetofobie: de angst om over te geven. Later kwam ik erachter dat die angst een projectie is, dat ik eigenlijk bang ben om niet weg te kunnen.’

‘Volgens mij is dat gelinkt aan mijn geboorte.’ Fraukje werd geboren met een hartstilstand, nadat ze stikte in het geboortekanaal. Die ervaring zit in haar onderbewuste gebrand, denkt ze. ‘Het gevoel van vastzitten, bij spannende dingen steekt dat steeds de kop op. Bij spreekbeurten, bij optredens, dan ga ik knock-out. Steeds voel ik die angst: “Mensen kijken, ik kan niet weg.”’

‘Die angststoornis is héél aanwezig. In het dagelijks leven gaat het nu wel. Maar met optredens? Gewoon niet, eigenlijk. Eerst was het zelfs tijdens optredens verschrikkelijk, nu is het vooral van tevoren. De weken voordat we op Roadburn speelden ben ik dagelijks wakker geschrokken met paniekaanvallen. De avond voor de show lag ik hyperventilerend in bed: “We gaan [festivaldirecteur] Walter nú een bericht sturen, we cancelen het.” Op een podium kun je niet weg, en dat is mijn allergrootste angst. Dat komt er allemaal uit op het podium. Waar Lichtvrees over gaat, dat beleef ik op dat moment. Een confrontatie met mijn demonen.’

Hoe het daarna voelt? ‘Alsof je de wereld aankunt. Voor een uurtje, dan. Maar ik weet ook: de volgende keer gebeurt het gewoon wéér.’ Die symboliek hoor je terug in het album, vooral in de teksten van het tweeluik ‘Lichtvrees I’ en ‘Lichtvrees II’. ‘We hebben allebei onze demonen,’ zegt Fraukje. ‘Die proberen we te accepteren. Niet te verslaan, maar te accepteren. Omdat het zo wéér fout kan gaan. Als je dat weet, kun je je erop voorbereiden. De naam Lichtvrees heeft een dubbele betekenis. Het slaat op de tijd dat ik niet meer naar buiten durfde door die paniekaanvallen. Maar ook op iets anders. Als je héél diep zit, en er komt een sprankje positiviteit, dan durf je het nauwelijks aan te nemen, omdat je niet wilt worden teleurgesteld. Maar je moet dat licht juist wél leren aannemen, en niet bang zijn dat er weer tegenslag komt.’

(Tekst loopt door na de foto...)

Stigma

Vandaar ook de naam Doodswens. Fraukje: ‘We willen het stigma eraf halen.’ ‘Ik heb het gevoel dat ik dat woord áltijd al in mijn hoofd had, maar niet durfde uit te spreken’, valt Inge bij. ‘Uit de angst dat iedereen meteen aan alle alarmbellen trekt, dat je wordt opgenomen, voor gek wordt uitgemaakt. Dat wil je ook niet, je wilt het erover hebben.’ 

In je eentje zulke heftige gevoelens rondtorsen? Niets is eenzamer. Maar naarmate ze ouder worden, beseffen ze dat veel mensen daarmee worstelen. Het lijkt alleen niet zo, doordat veel mensen het niet durven te bespreken. Inge: ‘Altijd vrolijk doen, doen alsof het goed gaat, alleen je succesverhalen vertellen. Achteraf zijn dat de meest ongelukkige mensen. En de minst empathische mensen, inderdaad, je hebt gelijk: want wat zij zichzelf niet toestaan, dat mag een ander ook niet.’

Een dorp vol gelijkgestemden

Des te belangrijker is de black metal scene voor ze. Die in Nederland is internationaal gerespecteerd, en nog steeds piepklein, verspreid over steden als Leeuwarden, Groningen en Tilburg. ‘Je moet zo’n show maar net weten te vinden, zo’n underground gig van een vage band uit Denemarken in een shitty café dat niet aan Facebook aankondigingen doet.’ Fraukje lacht. Ze ontdekte die scene als dertienjarige. ‘Via een vet edgy vriendje: spraypainten op de kerk in Dinteloord, Burzum-covers spelen in het lokale jeugdcentrum, dat soort dingen. Hij liet me undergroundbands horen zoals Lifelover, en depressive suicidal black metal.’ En in de jaren erna dook ze steeds dieper, sprong ze steeds vaker in haar eentje op de trein naar shows. ‘Mijn eerste black metal show was In 2015: The Black Ritual Fest in The Little Devil. Gelijk underground, in een gerespecteerd café in Tilburg, waar veel black metal bands spelen staat. Toen heb ik zoveel mensen ontmoet. Toen wij voor het eerst een Doodswens gig hadden, was onze show daar ook. En al die mensen die ik over de jaren heen heb verzameld, die waren daar. Heel dat dorp samen.’

Die community is heel hecht. Inge: ‘Daar mag je gewoon zeggen: hoe gaat het met je? Nou, fucking slecht! Als je dat voelt of denkt, dan kun je het net zo goed hardop zeggen.’ Dat is misschien wel het paradoxale van die scene: van buitenaf lijkt het kil en ruw, maar dat is het allesbehalve. Inge: ‘Nee joh, juist de meest gevoelige jongens zitten in de black metal scene. Juist met het idee: als je niet door de metal, de donkere haren, de logo’s en de spikes kan heen kijken, dan begrijp je het gewoon niet.’ Selectie aan de deur? ‘Precies! Dan hou je automatisch een handjevol mensen over in een subcultuur vol met de meest lieve, zachtaardige types.’

In zekere zin heeft Doodswens zich omringd met gelijkgestemden. Mensen die niet langer voortvluchtig willen zijn voor hun donkerste gevoelens, eenzaamheid en angst, maar dat proberen te omarmen als deel van het leven. Inge kijkt peinzend. ‘Het maakt mijn leven echt makkelijker om deze gevoelens te mogen uitdrukken,’ zegt ze. ‘En de gigs brengt me heel veel goeds. Dit mogen delen met een groot publiek maakt dat je je minder eenzaam en verloren voelt. Ons thema is altijd verbinding in de duisternis. Zodat je er samen langzaam uit klautert.’