Arcade Fire's Everything Now meer dan een spectaculaire mislukking Arcade Fire's Everything Now meer dan een spectaculaire mislukking

Canadese band levert het Album van de Week

, Ralph-Hermen Huiskamp

Billboards langs de snelweg, Russische spambots die worden ingezet en meer marketing trucs, flink wat videoclips voordat er überhaupt een album is, een headline tour langs de Europese festivals: de nieuwe Arcade Fire is een van de grootste releases deze zomer.

Laat het maar meteen gezegd zijn: Everything Now is een teleurstelling. Maar op de een of andere manier lijkt het nog bedoeld ook. De gelijknamige single en openingstrack was de eerste die naar buiten kwam en voorspelde veel goeds. ABBA op stadionformaat, aanstekelijke kitsch, die te gekke sample uit een Kameroense culthit en een break die gesampled applaus overtreft: het geluid van een volle festivalweide die al meezong voordat het nummer überhaupt ooit een keer in het openbaar te horen was geweest. Alsof de band lachend zijn spierballen rolde. En dan vierden ze er ook meteen het thema van het album: alles is tegenwoordig beschikbaar. Een overvloed aan informatie, alles moet hapklaar zijn voor consumptie, het liefst op elk moment van de dag. Dat komt op het hele album terug, vrij letterlijk ook: halverwege de plaat hoor je supermarktgeluiden en het piepen van een kassa.

De tweede track die loskwam klopte de hype nog verder op. De opgefokte synthesizers in 'Creature Comfort' tegenover de cartoonesk vrolijke riff, een haast maniakaal klinkende Régine Chassagne en een ongemakkelijke tekst over jonge mensen en suïcide: een bizar geheel dat nog werkt ook. Pas bij de derde track die de buzz rond het album moest oppompen kwamen er scheurtjes in de verwachtingen. Van ‘Signs of Life’ zijn eigenlijk vooral de laatste dertig seconden goed, als er geen flauwe kreetjes geslagen worden of halfbakken retro-raps klinken. Onverwacht ontstaat er toch nog een groove, een best goede zelfs, heel erg 70’s New York. Het is vooral ook de promocampagne die in de weg gaat zitten van de muziek. Normaal gek om een act te verwijten, maar gezien het onderwerp van het album zijn al die uitingen op socials onlosmakelijk verbonden met de ervaring van de muziek. Hoe langer de campagne duurde, hoe meer die in een uitgekauwd post-ironisch geheel veranderde. Nepproduct na nepproduct werd gelanceerd, neprecensies gepubliceerd, quotes uit interviews en artikelen uit de context getrokken en als promo ingezet. Semi-slimme meta-grapjes werden gemaakt. Waar Arcade Fire altijd al precies op de grens van te balanceert, gingen ze er nu over. Coolheid veranderde in betweterigheid.

tekst gaat onder video verder

Discografie Arcade Fire

2004: Funeral
2007: Neon Bible
2010: The Suburbs
2013: Reflektor
2017: Everything Now

En toch overleeft Everything Now het allemaal. Best knap, zelfs met dat middenstuk met als draken ‘Infinite_Content’ (een countryballad van Arcade Fire hoorden we nog nooit, en blijken we ook niet te willen horen) en het ronduit stomme ‘Chemistry’ met zijn ‘I Love Rock & Roll’ riff en vreugdeloze ska-blazers. Een deel van het slagen komt voor rekening van Thomas Bangalter, helft van Daft Punk, die het album produceerde. Een ontsporende opvuller als 'Infinite Content' (let op het ontbreken van de underscore, niet de countryballad dus), stijgt onverwacht boven zichzelf uit als uit de kapot getrokken gitaren een stel violen opstijgt. En op het onopvallende ‘Good God Damn’ spits je de oren, doordat de bas die klinkt alsof hij losjes voor het eerst gespeeld wordt.

Meest fascinerend zijn toch vooral begin en eind van de plaat. Het theatrale intro en outro met bewerkingen van de titeltrack, de openingtracks 'Everything Now' en 'Creature Comfort', maar uiteindelijk vooral het slotstuk. ‘Put Your Money On Me’ klinkt als een depressieve Abba track in slow motion. Een steriele drum, elektronica en verdwaalde blazers die er in en uit schuiven, een Carpenter horror synth die het hele nummer doordendert en dan Win en Régine die teneergeslagen een relatie proberen te redden die al verloren is. Op ‘Chemistry’ wordt geld nog gebruikt om stoer mee te doen, hier heeft het iets wanhopigs. Alsof het over een album gaat dat al verloren is.

Met de afsluiter valt zelfs alle lelijkheid op zijn plek. Als het hele album gaat over hoe de band meer en meer vreugdeloos worstelt met hoe alles maar in een zo makkelijk mogelijk te consumeren vorm gegoten moet worden ("Hey, country is nog altijd gigantisch in de VS: we maken een country track! Hey, rap is groot, ik probeer ook te rappen! Hey, de retromania is nog altijd in volle gang, we gooien wat sirenes uit jaren zeventig films erin en wat herkenbare riffs!"), geven ze het op het einde op. ‘We Don’t Deserve’ gaat helemaal nergens heen. Het album begint als een feest van prikkels, en eindigt in een murw gebeukte, monotone opgave. Ze gaan het niet eens meer proberen allemaal bij te benen. ‘Burn it all down, and bring the ashes to me.’ En doordat het einde weer overloopt in het begin van de plaat, houdt het nooit op. Telkens weer blij om wat er tegenwoordig allemaal kan en is, telkens weer kapot over hoeveel er wel niet is en hoe het je om de oren wordt geslingerd.  

nu op 3voor12