VNPF luidt noodklok: "Veiliger programmeren 'doodsteek' voor podia en talent" VNPF luidt noodklok: "Veiliger programmeren 'doodsteek' voor podia en talent"

"Straks moeten mensen voor popmuziek naar Spotify"

, Ingmar Griffioen

VNPF luidt noodklok: "Veiliger programmeren 'doodsteek' voor podia en talent"

"Straks moeten mensen voor popmuziek naar Spotify"

Ingmar Griffioen ,

Er is steeds minder plek voor talentvolle bands bij poppodia. Nieuwe aanwas moet het veld ruimen voor een minder risicovolle programmering. Dat concludeert de Vereniging Nederlandse Poppodia en Festivals (VNPF) uit het eigen onderzoek 'Poppodia in Cijfers 2012'. "Wij zien de gages toenemen en de programmering afnemen", vertelt directeur Berend Schans. Hij waarschuwt voor een glijdende schaal door veiliger programmering, waardoor "steeds meer zalen dicht moeten en speelplekken verdwijnen. En waardoor we de nieuwe De Staat straks niet meer in het clubcircuit vinden en mensen voor popmuziek naar Spotify moeten."

In 2012 zijn door 52 poppodia 1.541.375 kaarten verkocht voor 4.891 verschillende popconcerten met in totaal 10.873 live optredens. De gezamenlijke omzet bedroeg €103,1 miljoen. Volgens de onderzoekers is het gemiddeld aantal popconcerten en clubavonden per poppodium vorig jaar wederom afgenomen: sinds 2009 daalde dat van 110 naar 94 concerten in 2012. Het rapport maakt verder onder meer melding van daling van de publieksinkomsten per poppodium. Maar resumeert: "Ondanks deze trend wisten de poppodia bezoekaantallen (ruim 3,3 miljoen bezoeken) op peil te houden, door gemiddeld meer bezoekers per concert te trekken." In de nachtprogrammering liep het aantal bezoekers per clubavond verder terug.

Cijfers: eigen inkomsten, stijgende kaartprijs, programma
De eigen inkomsten kwamen vooral uit kaartverkoop (33%), horecaomzet (26%) en inkomsten uit besloten verhuur, sponsoring en overige (12%). Poppodia besteden gemiddeld een derde van hun geld aan programma, een derde aan personeel en de rest aan onder meer huisvesting (12%) en inkoop horeca (7%). De totale programmakosten van de poppodia daalden in 2012 met bijna 9% ten opzichte van 2011 en de gemiddelde kosten per programma met 5,5% sinds 2010. Opnieuw steeg de gemiddelde entreeprijs per bezoek in een jaar tijd, namelijk met 2,3% ten opzichte van 2011. Het publiek betaalde in 2012 per bezoek gemiddeld €12,87 (excl. btw) voor een kaartje.

Waarom nu?
Opvallend genoeg trok de VNPF de afgelopen jaren ook telkens aan de bel over zaken als veiliger programmering en (dalende gages voor) Nederlandse bands. Waarom is het nu dan drievoortwaalf? "Dit proces is al een tijdje gaande. De reden dat we er nu over beginnen is dat in 2013 de bezuinigingen pas echt ingezet zijn. Het Rijk bezuinigt waardoor er minder geld naar het gemeentefonds gaat en daardoor wordt het gemeentebeleid steeds slechter. Ik krijg uit de sector, kleine uitzonderingen daargelaten, veel te horen dat het slecht gaat. In maart 2014 zijn er bovendien gemeenteraadsverkiezingen en ik vermoed dat het op korte termijn niet beter wordt."

Wat zijn de risico's?
Volgens Schans komt met deze lijn een belangrijke taak van poppodia in gevaar: "Het programmeren van leuke, kleine bands die op termijn kunnen doorgroeien naar andere podia. Ik denk dat we door veiliger te programmeren op een glijdende schaal terecht komen, waarin steeds meer zalen dicht moeten omdat ze niet te exploiteren zijn. Het gevolg is dat speelplekken verdwijnen en artiesten zich straks niet meer kunnen presenteren. En waardoor we de nieuwe De Staat op den duur niet meer in het clubcircuit vinden." Schans vindt de Nijmeegse groep, die net de derde plaat presenteerde, het perfecte voorbeeld van een band die via het clubcircuit doorbrak. "Zij zijn op een organische manier doorgegroeid van de clubs, naar de festivals en zelfs Lowlands en Pinkpop." Hij chargeert bewust: "Straks moeten mensen voor popmuziek naar Spotify."

Het gaat op dit moment trouwens vrij goed met popmuziek in Nederland, nuanceert de VNPF-directeur. "Ook dankzij regelingen als het Podiumplan en exportsubsidie, maar dat is allemaal weg, stuk voor stuk wegbezuinigd. Met name artiesten worden daar de dupe van, want het werkt in de hele bedrijfstak door. Zo ontvangen ze ook minder auteursrechten. Het is een negatief sneeuwbaleffect."

Waarom kiezen podia voor een veiliger programma?
Podia zien zich geconfronteerd met meer lasten en druk op de inkomsten, onder meer omdat subsidies wegvallen. Nederlandse poppodia hebben volgens het rapport nog steeds last van stijgende gages, werkgeverslasten en huisvestingskosten, terwijl de publieksinkomsten en horecabestedingen teruglopen. "De entreeprijzen stijgen al een aantal jaren sneller dan de koopkracht. De stijging van entreeprijzen is bovendien groter dan bij andere vrijetijdsbestedingen, waardoor de concurrentiepositie van poppodia op de vrijetijdsmarkt niet beter wordt." Daardoor is de concurrentiepositie van poppodia ten opzichte van andere cultuurinstellingen als theaters, musea en bioscopen verzwakt, concludeert de VNPF.

De organisatie signaleert dat het merendeel van de organisaties tijdig heeft ingespeelde op de teruglopende publieksinkomsten en binnen de financiële kaders weet te blijven. Wel worden ze zo "gedwongen risico's te mijden in de programmering, minder en goedkoper te programmeren, meer inkomsten uit besloten verhuur te realiseren, te reorganiseren en te besparen op vast personeel. Zo zijn er weer meer vrijwilligers ingezet." Die maatregelen leiden volgens de VNPF op korte termijn tot resultaat, maar zullen "de kansen voor nieuw talent en artistiek innovatieve programmering in de weg zitten. Op de lange termijn is dit schadelijk voor de positie van de poppodia als belangrijke deelsector van de podiumkunsten."

Oplossingen?
Het rapport maakt ook gewag van de toename van het aantal verhuuractiviteiten en andere disciplines als film, theater en poëzie in poppodia (in 2012 goed voor 17% van de totale publieksactiviteiten). Liggen daar geen mogelijke oplossingen? "Daar ben ik eerlijk gezegd vrij somber in. Er zijn legio kansen, maar dan moeten we met de sector en de overheid om de tafel en dat doe ik graag hoor. Gemeentes willen dat we meer ondernemen, maar we verdienen al zo'n 80% eigen inkomsten." (bij grote podia bedraagt dat 77 tot 90%, terwijl kleine en middelgrote podia 59-61% zelf verdienen. De rest komt voornamelijk uit gemeentesubsidie, IG). "De bezuinigingen zijn niet gebaseerd op analyses of onderzoek, maar op beeldvorming: 'doe je toch een kwartje op de bierprijs'. Terwijl aan de gevestigde orde als schouwburgen en musea, die toch maar 20% eigen inkomsten binnenhalen, niet getornd wordt."

Het aantal popconcerten op andere locaties als muziekscholen, theaters, cafés, maar ook evenementenhallen en stadions is eveneens gegroeid. Is dat goed nieuws voor Nederlandse bands? "Heel goed, daar zijn we ook niet tegen", antwoordt Schans met gevoel voor sarcasme. "Maar ik vind het soms wel gek dat Schouwburgen zo de concurrentie aangaan met poppodia, ik denk dat je dat juist in overleg met elkaar zou moeten doen."

Bij de VNPF zijn alle belangrijke poppodia van Nederland aangesloten, waaronder de tien grote podia, zoals Paradiso, Tivoli en 013. Het hele rapport is hier te downloaden.

nu op 3voor12