3voor12 Utrecht

Bo Menning’s solodebuut North Star Runaway voelt als ode aan Noord-Amerika

Tweestrijd tussen donkere emoties en de comfort zone

Na zes bandalbums brengt Aestrid-voorman Bo Menning voor het eerst muziek uit onder eigen naam. North Star Runaway bevat tien liedjes, allemaal geschreven, gespeeld, opgenomen én gemixt door hemzelf.

Multi-instrumentalist en songwriter Bo Menning is vooral bekend van de Utrechtse rockband Aestrid, wiens muziek de laatste jaren een bijzondere scheidslijn bewandelt tussen 90’s emo, postrock en alt-country. Hierbij valt op hoe intiem Noord-Amerikaans de muziek van de band is gaan klinken. Dit is geen toeval, maar een sterke invloed van Menning’s muzikale mentor en vriend, de Canadees Bob Lanois. De broer van de bekendere Daniel Lanois was een begenadigd geluidsingenieur, producer en ontwerper van studioapparatuur. In 2014 nam Aestrid het album No Map Or Address met hem op en de hechte vriendschap die ontstond zorgde ervoor dat ze twee keer per jaar terugkeerden naar Canada om op te treden. Lanois drukte Menning op het hart, “neem op met alles wat er in je omgeving te vinden is: een slecht mobieltje, bijna kapotte laptop of een verouderde 4-track cassetterecorder uit oude tijden. Als je het maar vastlegt!” Tussen 2009 en 2021 deed hij precies dat, met in het achterhoofd dat zijn solodebuut een country folk album ging worden.

Opgedragen aan de recentelijk overleden Lanois, is het uiteindelijk geen country folk album geworden. Maar het heeft een onmiskenbare kleine dorpssfeer, gedomineerd door radiosamples, omgevingsgeluiden en stukjes interview die nergens anders vandaan kunnen komen dan Noord-Amerika: een desolaat vacuüm van onontkoombaar verdriet, verlies en emotionele claustrofobie. Tegelijk voelen intieme klanken van zang, synthesizers en drumcomputers ook aan als een warme deken van filmische soundscapes vol 80’s nostalgie - de comfort zone. Het is precies die tweestrijd tussen donkere emoties en warme deken die dit album zijn complexiteit meegeven.

Verder inzoomend op de muziek vind je een grabbelton aan stijlen tussen de verschillende tracks. De ijle 80’s synthpop van opener ‘Let’s Go to Hell’ maakt plaats voor mooie, maar soms onrustige ambient in ‘Up in the Motor Hills’ en afsluiter ‘Farewells on the Outskirts’. In ‘Lanark Lands' zorgen synths en gitaar voor een prachtige shoegaze inkleuring waar Menning’s stem plotseling begraven ligt onder de muziek. De meer schetsmatige gitaarballads klinken het meest lo-fi en rauw, maar het zijn ook de liedjes die de meeste ruimte laten voor experiment. Op één van die ballads - ‘Factoria’ - wordt het intro zelfs gedomineerd door een luide gitaardrone. Het resultaat zou niet aan moeten voelen als een album, maar het knappe is dat dit wel zo is. Een ‘conceptalbum’ in sfeer, gedragen door Menning’s breekbare en dromerige stem, 80’s nostalgie en de aanwezigheid van Noord-Amerika. Altijd de geest van zijn vriend, Bob Lanois!

#news
Laatste nieuws en artikelen van 3voor12