Enrico Ekio Toledo, 29 jaar, geboren en getogen in Utrecht. Hij is onder andere pedagogisch medewerker, kunstenaar en samen met Jenneke van Wijngaarden het kloppende hart van De Dorpsacademie in Wilnis. Maar je zult hem misschien ook kennen als rapper. Of is hij in de vergetelheid geraakt? Want kijk je op zijn artiestenpagina op Spotify, dan vind je welgeteld één track van hem terug: ‘Kwijt’. Zijn we hem helemaal kwijt? Komt hij terug? Of is hij nooit weggeweest?

Ha Enrico, laten we met de deur in huis vallen. Omschrijf jezelf eens in één woord.
“Gecompliceerd. Ik vind mezelf leuk, maar soms ook best vermoeiend. Van nature ben ik een pessimist, zowel in mijn werkende als mijn persoonlijke leven. Het is altijd een gevecht. Ik ben geboren in Utrecht en daar altijd blijven wonen, maar niet altijd thuis. Als kind kreeg ik met jeugdzorg te maken. Daardoor heb ik in verschillende internaten gewoond en is die persoonlijke aard ontstaan. Dat was het begin van een zoektocht naar wat ik kon doen om mezelf te uiten.”

Hoe deed je dat?
“Ik was een creatief kind. Hield van dansen, zingen en acteren. Dat vond ik echt tof om te doen. Maar ik was ook een gevoelig kind, al verbloemde ik dat door stoer te doen. Dansen en zingen was destijds niet stoer voor jongens. Als ik dat op school vertelde werd ik uitgelachen, dus dat heb ik dat altijd onderdrukt. Ik was hartstikke onzeker, soms nog steeds, en dat onderdrukken heeft daar zeker mee te maken. Ik was heel bang dat ze me raar vonden en dat ik buiten de boot zou vallen. Ik was een moeilijke jongen en had zowel thuis als op school veel problemen. Zo werd ik bijvoorbeeld opgehaald met een taxi om naar een psychiater te gaan, terwijl de kinderen in mijn klas dat niet hadden. Toen was ik acht jaar. Als je op die leeftijd al het gevoel hebt dat je anders bent, ga je je vanzelf apart voelen. Daarom stopte ik alles zover mogelijk weg om maar de harde jongen te zijn.”

“Ik houd van real en ben altijd op zoek naar iets waar ik helemaal achter sta, iets waar ik trots op ben”

Ekio

Je werkt bij De Dorpsacademie, een culturele broedplaats in Wilnis die thuiszittende kinderen een creatieve dagbesteding biedt. Is dat een plek die jij als kind miste?
“In zekere zin wel, ja. De Dorpsacademie is een plek waar bijna alles kan. Ik had me daar denk vrij genoeg gevoeld om mijn creativiteit kwijt te kunnen. We proberen daar heel erg een familiegevoel neer te zetten. Het moet veilig zijn en iedereen moet kunnen doen wat hij of zij wil. Jenneke en ik laten veel van onze eigen emoties zien. Daarnaast verkleed ik me ongeveer drie keer per week. Als de kinderen mij met een gekke pruik zien lopen, geeft ze dat de vrijheid om dat ook te doen. Verkleden is trouwens iets wat ik als kind heel leuk vond om te doen, maar ook iets wat ik toen nooit in het openbaar zou durven.”

En hoe is dat nu? Kun jij inmiddels helemaal jezelf zijn?
“Zeker, al heel lang. Dat gevoel dat ik niet mezelf kon zijn, is weggegaan rond mijn veertiende. Toen leerde ik Yesper (Willienees red.) kennen op het internaat. Ik tekende altijd graffiti en hij was destijds al druk bezig met rappen. Ik ontdekte dat je creativiteit met stoer zijn kon combineren. Zo kon ik mezelf dus eindelijk uiten zonder dat het schadelijk was voor mijn imago.”

Hoe belangrijk is Yesper voor jou geweest?
“Superbelangrijk! Waarschijnlijk was ik links- of rechtsom ook wel gekomen waar ik nu sta. Maar Yesper heeft mij geholpen en de inspiratie gegeven om het daadwerkelijk te doen. Hij is tot voor kort heel belangrijk geweest in het proces.”

Tot voor kort?
“Even vooropgesteld dat hij nog steeds heel belangrijk voor me is. Yesper is veel autonomer. Ik vind het proces van schrijven, opnemen en optreden heel tof. Alles daaromheen trekt mij minder. Denk aan beats maken en opnames mixen. Daar heb ik ook té weinig aandacht aan besteed. Hij deed dat wel. Heel veel tracks die we samen hebben gemaakt hadden niet bestaan zonder Yesper.”

Jullie werken dus niet meer samen?
“We zijn officieel gestopt als Ekio & Yesper. We hebben heel lang samen muziek gemaakt, zo’n veertien jaar. Het is denk ik onontkoombaar dat je op een gegeven moment anders naar dingen gaat kijken, ook op muziekgebied. Hij luistert naar andere muziek en wordt door andere dingen geïnspireerd. Dan ontstaat er een soort kloof en matcht het als duo niet meer. We zijn in een paar jaar tijd heel geleidelijk uit elkaar gegaan.”

Dus na veertien jaar Ekio & Yesper allebei solo?
“Klopt. We hadden allebei nog nooit iets alleen gedaan. We wisten niet zo goed hoe dat voelde. Toen hij met De Willietape kwam, was Willienees echt een feit. Daar genereerde hij ook een kleine aanhang mee, dus het is logisch dat hij dat is gaan uitbreiden. Ik was daar niet per se een onderdeel van, los van dat ik meeging als back-up MC. Maar ik gun hem alles! Als er iemand is die hem het grootste succes gunt, ben ik het. Ik weet hoe hard hij werkt en hoe belangrijk het voor hem is, dus no doubt about that. Hij is mijn broer.”

En hoe zit het met jouw solocarrière? Behalve ‘Kwijt’ staat er niks online van je. Hoe komt dat? 
“Dat is lastig te zeggen. Misschien is dit een kunstenaarsdingetje. Daar bedoel ik mee dat ik de lat heel hoog leg. Soms verbaas ik mij over dingen die tegenwoordig worden uitgebracht. Het is zo liefdeloos en gemakzuchtig gemaakt. Ik houd van real en ik ben altijd op zoek naar iets waar ik helemaal achter sta, iets waar ik trots op ben. Het komt er denk ik gewoon op neer dat ik erg kritisch ben.”

Of is dat die onzekerheid waar je het eerder over had?
“Misschien wel, ja. Misschien ben ik soms gewoon een onzekere motherfucker. Maar dus vooral kritisch en daardoor blijf ik vaak in het proces steken. Dat proces bestaat uit een aantal stappen. Ik weet welke stappen ik moet nemen, maar die duren te lang. Dan blijft het liggen en vind ik de track niet meer tof genoeg. Zulke dingen zullen nooit het licht gaan zien, waardoor ik niet zichtbaar ben.”

Zichtbaarheid is toch juist heel belangrijk voor een artiest?
“Klopt. Als ik een show speel en mensen horen iets wat ze tof vinden, kunnen ze dat nergens terugvinden. Dat is eigenlijk het slechtste wat je kunt doen als artiest. De mensen die je hebt gepakt bij je show, raak je weer kwijt doordat ze je niet kunnen vinden. Gelukkig zie ik bij optredens toch altijd veel bekende gezichten. Ergens doe ik dus toch iets goed.”

“Op dit moment ben ik ben vooral veel aan het schrijven en aan het zoeken naar wat bij me past. Eigenlijk ben ik mezelf helemaal opnieuw aan het ontdekken. Ik ben wel van plan om alles wat ik heb liggen ook daadwerkelijk uit te brengen. Het is een puzzel. Ik zoek nog alleen nog de juiste mensen die daaraan kunnen bijdragen.”

Bon Sjef zei daar onlangs iets over in gesprek met ons, namelijk dat hij vindt dat er te weinig wordt samengewerkt in de Utrechtse hiphop wereld. Ben je het met hem eens?
“Daar ben ik het helemaal mee eens. Hij is daar trouwens zelf wel heel goed mee bezig. Door hem heb ik ook vaak nieuwe mensen leren kennen. Bijvoorbeeld door de jamsessies die hij organiseert bij dB’s. Via Bon Sjef ben ik toen op schrijverskamp geweest. Hij organiseerde dat samen met Brumando om te werken aan een nieuwe plaat en vroeg aan mij of ik langs wilde komen om een track te maken. Het was heel fijn om daar te zijn. Ik heb het schrijverskamp aangegrepen om heel veel te schrijven. Iets dat ik overigens sinds de uitbraak van het coronavirus al doe.”

Had je jezelf dat van tevoren voorgenomen?
“Nee, dat is ontstaan. De coronacrisis heeft ervoor gezorgd dat ik makkelijker schrijf, gek genoeg. Makkelijker dan voorheen. Omdat ik het nu zo vaak doe, is er op een gegeven moment een soort formule ontstaan die voor mij werkt. Ik vind mijn teksten nu ook beter dan eerst. Je hebt er altijd een goudmijntje tussen zitten. Dan vraag ik mezelf weleens af hoe ik dat heb kunnen verzinnen. En ik denk dat je laatste tekst altijd je beste is. Ik heb het idee dat ik weer op een lekker level zit.”

“Mijn werk is volwassen geworden, net als ik.”

Ekio

Wanneer kunnen we dan weer iets verwachten van je?
“Dat is lastig te zeggen. Ik weet vaak niet de juiste tools bij elkaar te vinden om daadwerkelijk iets uit te brengen. Daarnaast komt het kritische aspect weer om de hoek kijken. Voordeel daarvan is, dat als mijn nieuwe album er straks is, het wel helemaal is zoals ik het wil. Er slingert dan nergens iets rond waar ik mij voor schaam."

“Misschien heeft het met een bepaalde drive te maken. Ik ben nooit muziek gaan maken om beroemd te worden of om een bepaalde status te bereiken. Ik vind het vooral heel erg leuk om te doen. Natuurlijk is er een moment geweest dat je droomt van Paradiso. Maar ik heb er altijd dingen naast gedaan, zoals school en werk. Ik wilde toch een stukje zekerheid opbouwen. Het is heel lastig om dat allemaal met elkaar te combineren. Misschien dat het daarom niet altijd lukt.”

Heb je spijt dat je nooit vol voor de muziek bent gegaan?
“Dat denk ik niet. Mensen zeggen altijd, hoe cliché het ook klinkt, als je iets wilt, dan moet je ervoor gaan. En ik denk dat zo is met alles in het leven. Als je iets wilt bereiken, moet dat je hoofdtaak zijn. Ik vond mijn groeien als mens en als kunstenaar minstens net zo belangrijk. Maar je kunt ook muziek maken uit liefde, en dat is wat ik doe. Ik kan niet zonder muziek. Ik vind optreden het allerleukste wat er is. En voor optreden heb je repertoire nodig. Dat heb ik wel, maar het is nergens terug te vinden. Soms baal ik er wel van. Ik heb het idee dat ik veel kansen heb laten liggen. Misschien omdat ik er nalatig mee ben omgegaan, of omdat ik mezelf niet helemaal op de voorgrond durf te zetten. Ik zou willen dat ik daar beter in was. Het valt andere mensen ook op dat er nergens iets van mij online staat. Mensen zeggen ook dat ze het jammer vinden. Ik krijg veel goede feedback op mijn optredens en mijn muziek.”

Motiveert dat ook?
“Zeker. En dit gesprek is voor mij ook een goed reflectiemoment. Vroeger was het mijn droom om een eigen cd te hebben. Dat is nu misschien wat achterhaald, maar ik wil weer shit gaan uitbrengen. En eerlijk gezegd ben ik zo enthousiast over mijn nieuwe materiaal, dat ik niet kan wachten om het te delen. Mijn werk is volwassen geworden, net als ik.”

Dus we zijn je niet helemaal kwijt?
“Zeker niet! Muziek is zo’n groot onderdeel van mijn leven. Daar blijf ik altijd mee doorgaan. Door corona merk ik hoe erg ik het podium mis, zowel als bezoeker als artiest. Ik kijk uit naar de tijd dat ik weer mag optreden, zodat ik kan laten zien waar ik het afgelopen jaar aan gewerkt heb. Hopelijk tot snel!”