In gesprek met EKKO-programmeur Eduard Versteege In gesprek met EKKO-programmeur Eduard Versteege

"Het is niet zo simpel dat als je 2000 euro neerlegt, die artiest bij je komt spelen.”

, Interview: Niels Spinhoven en Marc van der Laan / Foto: Paul van Dorsten

In gesprek met EKKO-programmeur Eduard Versteege

"Het is niet zo simpel dat als je 2000 euro neerlegt, die artiest bij je komt spelen.”

Interview: Niels Spinhoven en Marc van der Laan / Foto: Paul van Dorsten ,

Op 8 januari 1986 opende EKKO zijn deuren en dus viert het podium aan de Bemuurde Weerd sinds begin dit jaar haar 30-jarig verjaardagsfeestje. Voor ons is het een goede reden voor een uitvoerig gesprek met één van sleutelfiguren uit de EKKO-organisatie: programmeur Eduard Versteege.

Goed en wel is het EKKO-jubileum niet de enige reden om Eduard Versteege te spreken. Het werd namelijk ook wel eens tijd. Het laatste fatsoenlijke interview met 3voor12/Utrecht dateert alweer van 2011. EKKO heeft zich sindsdien rap verder ontwikkeld als poppodium. Hetgeen in 2015 beloond wordt met in een nominatie voor een IJzeren Podiumdier in de categorie Beste programmeur voor Versteege. Hij grijpt naast de prijs, maar het is niettemin terecht om hem te vragen wat hij precies zo goed doet.

Voor Versteege komt de nominatie niet als een totale verrassing. Hij legt uit: “Op zowel concert als op dancegebied staan we er goed op bij het publiek. Ik denk dat de identiteit van EKKO superhelder is en dat de programmering, ondanks dat het van punk naar elektronica gaat, wel het soort scherpte heeft waar mensen naar zoeken en die inspireert. Ik denk dat ik daar, samen met het programmateam, Jacob Hagelaars en Marco Muhring (die laatste vertrok onlangs naar Friendly Fire, red.) een flinke bijdrage aan heb geleverd. Dat valt blijkbaar op.”

Rondhangen bij Azotod
Eduard Versteege groeit op in De Meern. Hij hangt in zijn tienerjaren vaak rond in cultureel centrum annex poppodium Azotod. Hij heeft daar een vrijwilligersbaantje als hij André Baars leert kennen. Baars zet in die periode festival deBeschaving in Leidsche Rijn op poten. Hij wekt daarmee de interesse van Versteege, want: “...als er in je dorp een popfestival uit de grond wordt gestampt, dan wil je daar natuurlijk wel bij zijn.” Baars vraagt Versteege om bij de eerste editie te helpen met de artiestenbegeleiding. In de voorbereidende vergaderingen die Versteege bijwoont gaat het vaak over de programmering. Versteege: “Ik voelde me bij die bijeenkomsten steeds vrijer om mijn mening te geven en ideeën te opperen voor bands. Dat viel hun ook wel op.” Het tweede jaar is Eduard Versteege één van de programmeurs en uiteindelijk neemt hij de programmering van deBeschaving helemaal over. “Ik vond het machtig interessant om te doen. Ik bedoel, je eigen festival samenstellen en een balans te zoeken tussen bekende en minder bekende artiesten waarvan ik vond dat ze wel groot zouden moeten worden.” Het antwoord verraadt een zekere mate van zendingsdrang. Versteege herkent dat wel. “Ik was altijd geïnteresseerd in veel muziek. Voor mijn vrienden stelde ik verzamel-cd’tjes samen, ook al zaten die daar zeer waarschijnlijk helemaal niet op te wachten. Je bent gewoon fan van bepaalde muziek. Dan wil je toch dat andere mensen dat ook horen?”

Er zijn vast vele aanleidingen voor de ontluikende liefde voor popmuziek bij de jonge Eduard Versteege geweest, maar een muzikale opvoeding is er daar geen van. Hij kijkt terug: “Ik was thuis wel degene die de muziekverzameling van mijn ouders het meest beluisterde, maar heel uitzonderlijk was die niet. Clapton, Stones, Beatles, vrij standaard eigenlijk. Pas vanaf het moment dat ik zakgeld kreeg, stapte ik op mijn fietsje en ging naar de Music Shop in De Meern. Terwijl mijn moeder lekker boodschappen ging doen, luisterde ik daar singletjes. Dan had ik drie kwartier om te besluiten welke ik wilde. En de week daarna weer.”

De Music Shop
Op zijn 15e krijgt Versteege in diezelfde Music Shop een bijbaantje. Om wat geld te verdienen na het afbreken van een studie Commerciële Economie (“geen reet aan”) gaat hij er later zelfs een half jaar fulltime werken. Versteege omschrijft die tijd als ‘supermooi’. “In dat halfjaar heb ik zoveel oude en nieuwe muziek leren kennen. Je moet je voorstellen: ik zat met de Oor pop-encyclopedie in de hand cd’tjes te bestellen.” Het scepterzwaaien in een cd-winkel bevalt zo goed dat Versteege besluit dat hij zijn eigen platenzaak wil. Hij begint een retailopleiding maar komt er lopende die studie achter dat het leuk is, zo’n eigen zaak, maar dat er geen droog brood mee te verdienen valt.

Eduard Versteege en PR-medewerker Maartje van Doorn in 2007

Hé, er komt wat vrij. Is dat niet iets voor jou?’. Eind 2007 stuurt André Baars Versteege een sms. Baars is op dat moment directeur bij EKKO en de programmeur, Joep Smeets, heeft aangekondigd over te stappen naar 013. Versteege besluit te solliciteren. Baars neemt ‘m aan. Hij belandt in een organisatie in rep en roer. Versteege: “EKKO stond er niet zo florissant voor. André haalde er op dat moment de bezem door, maar veel maatregelen waren niet heel populair onder de vrijwilligers. Het afschaffen van de halve prijs-regeling voor de biertjes voor het personeel was nog wel het meest tegen het zere been. En toen nam hij op een belangrijke functie ook nog eens een jongen van buiten aan.” Terwijl juist EKKO staat voor die leeromgeving met doorgroeimogelijkheden voor de vrijwilligers. Het ongenoegen binnen EKKO over de situatie ontgaat de kersverse programmeur niet. “Er was een soort anti-houding tegen André en ik voelde me in het begin niet heel erg welkom. Er werd vrij sceptisch gereageerd op mijn komst. Eerst zien dan geloven, dat gevoel. Je kunt daar heel lang over praten, maar de beste manier om ermee om te gaan is gewoon hard werken. Laten zien dat jij ook het beste voor hebt met EKKO. Maar dat kost wel even tijd.”

Inwerkperiode
Baars geeft Versteege een duidelijke opdracht mee: een breder en groter publiek trekken. EKKO moet minder een podium worden voor enkel de muziekkenner door ook bekendere bands neer te zetten. Terugkijkend vindt Versteege dat hij die eerste periode niet per se geslaagd is in het bereiken van dat doel. “Grote bands gingen gewoon naar De Helling, want die konden daar meer tickets verkopen." De programmeur herinnert zich die eerste maanden bij EKKO als zeer intensief. “Ik ben er tamelijk bleu ingestapt en heb zelf moeten ontdekken dat veel dingen niet zo werkten als ik dacht. Ik heb mijn inwerkperiode wel nodig gehad, voor zover ik al ingewerkt ben. Het was meer van: hier is de nieuwe programmeur en dan begint je mail te ratelen. Je leert wel snel hoe verschrikkelijk afhankelijk bent van je netwerk. De boekers moeten een goed beeld hebben van jou en je zaal. Je moet eerst vertrouwen winnen. Pas dan krijg je wel die bands. Het is niet zo simpel dat als je 2000 euro neerlegt, die artiest bij je komt spelen.”

Keuzes maken
Hoe maakt een EKKO-programmeur zijn keuzes uit het grote aanbod dat op hem afkomt? Versteege noemt het in eerste instantie intuïtie, maar nuanceert dat vrijwel direct. “Ik denk dat er wel degelijk veel informatie is waar ik beslissingen op baseer. Hoeveel Spotify-luisteraars heeft een band? Welke boeker komt ermee? Op welke festivals ze hebben gestaan? Hoeveel vrienden van je liken ze op Facebook? Welke musicblogs hebben erover geschreven? Op basis van dat soort info kan ik wel een goed idee krijgen bij of het hier zou kunnen werken.” Versteege maakt onderdeel uit van een programmeursteam en hakt daarbinnen de knopen door. Maar alleen als het echt nodig is. Liever leunt hij op de expertise binnen zijn team of op de die van connaisseurs buiten EKKO. Hij noemt de religieuze spoken-word band Listener uit Arkansas als voorbeeld. “Ik kreeg die band twee jaar terug aangeboden. Ik had er nog nooit van gehoord maar kwam er al vrij vlot achter dat Lennaert (Meijboom, red.) van The Village ze eerder had gezien. Hij vertelde me dat het een onwijs populaire band is. In een vrij obscuur subgenre, dat wel. Als Lennaert zegt dat ik die band op een dinsdagavond gewoon moet boeken, dan doe ik dat. En zoiets komt wel goed, blijkt.”

Kort geleden stapte bij TivoliVredenburg programmeur Johan Gijsen op. Er kwam geen vacature in de krant. Was die er wel geweest, dan zou Versteege serieus hebben overwogen om te solliciteren. Want: “Wat Johan daar deed, helemaal met Le Guess Who?, dat zijn wel de dingen die me interesseren.” Lachend: “Maar ja, die vacature was er niet hè?” Hij snapt de onderliggende vraag en vervolgt: “Ik denk dat ik hier nog goed op mijn plek zit. Ik denk dat ik nog wel redelijk scherp ben en dat ik zeker nog wel een tijdje mee kan. Ik heb geen haast. Maar op den duur wordt het ook wel weer tijd voor mezelf om andere dingen te gaan doen, en of dat een stukje verderop is of in een andere stad is... ik weet het niet. Ik heb niet de ambitie om een eigen festival te willen starten, maar ik zou graag binnen de popmuziek willen blijven werken en op een andere manier bezig zijn met artiesten en podiumkunst. Maar meer wil ik er nu nog niet over kwijt.”

De stad in
Hij is een stuk concreter over zijn ambities met EKKO. Hij wil vaker weg van de Bemuurde Weerd. De stad in. Hij noemt het voorbeeld van Woodlum, het bluesrockfestival dat EKKO samen met The Village twee keer organiseerde op het erf van Houtzaagmolen de Ster in Lombok. “Ik geloof dat de concertbeleving daar beter van wordt. Ik denk dat je americana het beste in de molen kan zien en een punkband in ACU. Het publiek van nu vraagt ook om concerten op bijzondere locaties. En het is ook leuk voor de EKKO-organisatie, van vrijwilligers tot promotie en productie. Het is mooi om met je team naar zo’n bijzonder moment toe te leven.”

Hij besluit het gesprek met zijn grootste zorg: de moeilijkheid om in de gemeente Utrecht dingen buiten de bestaande podia te organiseren. “Woodlum gaat dit jaar niet door en één van de redenen is dat de organisatie niet snel genoeg duidelijkheid van de gemeente krijgt over hoeveel mensen op het molenerf mogen. Ik vind het een voorbeeld van waar de gemeente eigenlijk zou moeten ondersteunen in plaats van tegenwerken.” Vers Vermaak loopt met de Stekkerfeesten keer op keer tegen vergelijkbare problemen aan. Versteege heeft respect voor zoveel wilskracht. “Ze blijven vechten voor een mooiere stad. Die wilskracht heeft niet iedereen die met creatieve ideeën rondloopt. En die mensen zijn er genoeg. Die denken: ‘Dan doe ik het wel in Amsterdam of Eindhoven.’. Ontzettend zonde. Dat kan toch niet de bedoeling zijn?”

Te zien? Genoeg! EKKO viert heel 2016 jubileumfeestjes met bijzondere topacts, zoals Cultfarm invites Sadar Bahar op zaterdag 7 mei, Weval + Applescal op 4 juni en Woods op zaterdag 25 juni. Hou hun jubileumpagina in de gaten en bezoek het speciaal opgerichte Uitgeverij EKKO voor interviews, muziekverhalen, foto-reportages, columns en meer.

nu op 3voor12