Sinds jaar en dag is Kaderock vaste prik in de Haagse festivalagenda. Dit jaar vieren we alweer de 26e editie van het uit de kluiten gewassen buurtfeest in en rondom Musicon. De insteek van het festival is iets anders dan de voorgaande jaren: de festivaldagen zijn verdubbeld (op de vrijdag was er een beperkter, maar niet minder leuk programma) en ook in de populariteit van de artiesten lijkt geïnvesteerd. Zo staan onder andere 4B2M, Hang Youth en Sophie Straat op de planken op de zaterdag. Het verslag van die dag, lees je hieronder.

Waar op de vrijdag oude rotten en jong talent het podium aan de Soestdijksekade betraden, staat de zaterdag van Kaderock in het teken van een brede programmering. Voor elk wat wils  zogezegd, van keiharde metal tot hiphop en van smartlappen tot punk. De dag begint echter traditiegetrouw met het allernieuwste talent, als Ready to Play de opener van het buitenpodium presenteert. Dit jaar is dat Driftwood. 

"Zijn jullie een beetje wakker Kaderock?", vraagt zangeres Jomie voor de band 'Fortunate Son' van CCR inzet. Wat opvalt zijn het dikke geluid van de band en de brede lach op het gezicht van bassist Tobias. Driftwood warmt het publiek op met een serie covers, aangevuld met eigen nummer 'Sinner'. Dat niet alle eindjes even strak zijn, is de band vergeven. De zangeres staat vol zelfvertrouwen achter de microfoon en vindt zelfs tijd voor een goedbedoeld advies aan het publiek: 'zorg dat je water drinkt en smeer je in.' Terecht, want het is warm en zonnig.

Driftwood

Driftwood

STiCKFiGS begon ook ooit bij Ready To Play, maar is inmiddels uitgegroeid tot een volleerde poppunkformatie die zowel in als buiten Den Haag podia onveilig maakt. Wel een onprofessionele, zeggen ze zelf, want als zanger/gitarist Sam een snaar breekt, blijkt hij geen extra gitaar bij zich te hebben. Gelukkig weet bassist Eelco met de nodige shoutouts en een bluesje in A het publiek prima te vermaken. Als de band weer compleet is, volgt een set met energieke poppunk waarbij met name 'Remember', dat de band opdraagt aan een recent overleden vriend, indruk maakt. Als halverwege het nummer de bas en de drums plots wegvallen en Sam door blijft spelen, voelt dit als een passende metafoor voor de leegte die het verlies van een vriend achterlaat. Tijd om daar heel lang bij stil te staan, hebben we echter niet, want STiCKFiGS is nog niet klaar. De rest van Nederland kan komend najaar kennismaken met STiCKFiGS, want dan doet het trio mee aan de Popronde.

En dan is het tijd voor The Röyal Glit samen met The Horny Horns. Blaas of Glory maakte hardrockcovers uitgevoerd door een fanfare populair en metalcoverbands bestaan al sinds metal begon. Op het buitenpodium komen deze werelden samen. Want de synths in 'Jump' kunnen natuurlijk ook best door toeters worden gespeeld, om maar wat te noemen. Wat volgt is een set vol hardrockcovers, van Poison tot Guns 'n' Roses, die vakkundig worden uitgevoerd maar de knipoog missen die bands als Steel Panther en de Memphis Maniacs de nodige meerwaarde geven. Een bezoeker vraagt zich af of hij per ongeluk op een personeelsfeest is beland, maar stiekem is het ook best leuk om 'Unskinny Bop' weer eens te horen.

Binnen is YoungRubbi degene die het festival mag openen (omdat de ons beloofde Ready to Play bands schitteren door afwezigheid). De nu-metal met een emo-twist is er een die we wel vaker hebben gehoord en toch is de act interessant. Sowieso door de rapkwaliteiten van de in Goeree-Overflakkee geboren muzikant, want in tegenstelling tot sommige nu-metal artiesten van weleer, is Ruben Steens wel een goede rapper. Je hoort de invloeden van trap en andere hedendaagse hiphopstromingen door in de vocalen, zonder dat het een trucje of iets gejats lijkt. Daarnaast is de artiest inhoudelijk ook sterk. Overwegend zijn de songs van YoungRubbi lichtelijk wereldcynisch en bij vlagen ronduit depressief, maar er zit her en der ook een sterke boodschap verstopt. Neem nou het nummer 'Miljonair Hunting', waarin de rapper oproept tot het kapotmaken van het grootkapitaal (iets dat we vandaag nog wel meer gaan horen). Tel daarbij op dat de band van YoungRubbi ook een aardig nootje kan spelen en de eerste show binnen in Musicon is gelijk een goede. Later op de dag valt Ray Fuego uit en mag de band het nog een keertje dunnetjes overdoen op het carousselpodium. Daar zien we YoungRubbi zonder shirt nog crowdsurfen over, misschien wel, de grootste menigte bij dat podium die dag. Al met al zal de artiest een geslaagde dag hebben. 

Stickfigs

The Röyal Glit & The Horny Horns

YoungRubbi

Om klokslag 15.00 uur is er een duidelijke publiekscheiding te ontwaren. Een deel van het publiek blijft in de volle zon buiten staan in opwachting van Prins S. en diens mekkers. Maar een ander deel van het publiek snelt naar binnen om een vol uur Heath te ervaren. Je kunt met recht spreken van een ervaring, want in de broeierige Musicon-donkerte weten de Heath-leden feilloos het publiek mee te nemen in een heerlijke kaleidoscopische trip. Nummers van rond de 10 minuten; daar draait Heath haar mondharmonica niet voor om. De psychedelische rock van het Haagse gezelschap vindt vrijwel automatisch aansluiting bij het publiek en er wordt bijkans sjamanistisch gedanst. Heath weet tot het eind te boeien en krijgt alle handen op elkaar. Knap werk voor een band waar momenteel slechts twee singles van uit zijn. De band lijkt nu al de vruchten te plukken van een prima live-reputatie, thans totaalervaring.

Terwijl Heath het binnenpodium bedwelmt, worden buiten door Pat Smith de "Haagse geweldenaren" van Prins S. en de Geit aangekondigd op het hoofdpodium. Het mag duidelijk zijn dat alle optredens van het drietal (en soms duo) de afgelopen jaren hun vruchten afwerpen in hun thuisstad, want het staat barstensvol en het trio kan meteen op applaus rekenen.

Prins S. en de Geit is precies zo'n band die je op 15.00 uur 's middags nodig hebt om het publiek in beweging te krijgen. Er wordt - zoals we van het drietal gewend zijn - van begin af aan gedanst, gesprongen en gezongen. Na een kwartiertje vrolijkheid is het tijd voor wat emotie. Gitarist Marne Miesen is er na een lange tijd ernstig ziek te zijn geweest weer bij. Dat wordt niet uitgelegd en dat hoeft ook niet, want het publiek bestaat uit kenners. Als hij opstaat krijgt hij een daverend applaus. Zoals we op eerdere shows al zagen is 'Zwarte Sneeuw', gewijd aan de gitarist, een emotioneel beladen nummer voor zowel de band als het publiek. Meteen na dit nummer slaat de stemming weer om en kunnen we onze heupjes opwarmen op 'Gastenlijst'. Verder komen onder andere 'Anouk Mag Ik Een Vlaflip', 'De Duck' en 'Als Punk Geen Muziek Is' voorbij. Prins S En De Geit sluit in koor af met publiekslieveling 'Kinderboerderij' en dan zit het er weer op. Gaat dit ooit echt vervelen?  

Door naar de carrousel, waar Pom al enthousiast staat te springen. Het is gezellig bij het kleinere podium en het groepje publiek lijkt zich uitstekend te vermaken. Pom is energiek en speelt toegankelijke indierock over alledaagse onderwerpen. Dat zangeres Liza van As door het springen en dansen de microfoon soms niet helemaal weet te vinden en niet alle noten haalt, hindert niet. Met het zonnetje in de lucht en een biertje in de hand geniet het publiek van de energie van het fuzzpoppende vijftal.

Heath

Prins S. en de Geit

We nemen even een pauze van het activisme met het Nijmeegse 4B2M. Enthousiast dansend en springend wordt begonnen aan het eerste nummer, 'I Like To Be Alive'. Wat ook de enige tekst van het nummer blijkt te zijn. Na een paar, sterk in tempo verschillende en daardoor moeilijk dansbare, nummers zit de sfeer er nog niet helemaal in. Dat is duidelijk te merken aan het publiek dat de gesprekken met elkaar interessanter vindt dan wat er op het podium gebeurt. De 4 brothers from 2 mothers op het podium lijken zelf helemaal op te gaan in elkaar en hun muziek. Af en toe wordt er onderling een grapje gemaakt, maar die komen niet verder dan de buhne. Na ongeveer een half uurtje zien we dat er toch hier en daar voorzichtig wordt gedansd op de harde drums, bas en synths die door de speakers komen. Het publiek komt er een beetje verward vandaan. Waar hebben we naar gekeken?

Wederom staat er een band met een activistische inslag op de planken van Musicon. Sterker nog, misschien wel de meest activistische band van Den Haag. Samenscholing-overlevers Toprot stonden een week geleden ook al op Sniester en mogen deze week Kaderock verblijden met hun kneiterharde crustenpunk. Spreekstalmeesters De Sissies kondigen de band aan als "anti-alles" en in zekere zin klopt dit ook wel. Het viertal is onder andere tegen: politie, hippies, yuppen, politie, het krijgen van kinderen en politie. Ook wordt er opgeroepen tot zelfbestuur in het gelijknamige liedje dat wordt opgedragen aan al de lokale politici die tegen De Samenscholing hebben gestemd en zodoende de stad hebben beroofd van een van de puurste broedplaatsen die er was. 

Het publiek vreet uit de handen van de band, voorin wordt gemosht en achterin gaat er een fles Ketel 1 jenever rond bij nauwelijks twintigjarigen. Toprot is een stukje minder grappig dan Hang Youth, dat later op het buitenpodium speelt, maar qua energie en boodschap is de situatie aardig vergelijkbaar. Daarbij komt dat de band best wel strak is en de liedjes best goed in elkaar zitten. Gitarist Ian Houting kenden we al uit G.O.D, dus we weten al dat hij goed kan spelen, maar ook bassist Quincy betrappen we her en der op een spannend basloopje. Iets wat niet punk-eigen is, werd de eerste bassist van de Sex Pistols immers niet vervangen door Sid Vicious omdat hij te goed speelde? Al met al geeft Toprot een goede show.

4B2M

Toprot

Producer Francis Locadia vraagt op het carousselpodium of Kaderock klaar is voor MOVNT OLYMPVS. Wat volgt is een wat tam applaus, het publiek is op zijn zachts gezegd niet massaal naar het derde podium van het festival getrokken om de Haagse supergroep te zien. Dat is zonde want voor de enkeling die wel bij het podium staat, is de show misschien wel het hoogtepunt van de dag. De wat ruimtelijke, gruizige beats in combinatie met de ijzersterke vocalen van Jojo WavyIll MaterialOme Guus en Cobra (vroeger Clitbangers) zijn vanaf het eerste moment spot on. Daarbij is de energie van het vijftal ongekend, zelfs voor een mak groepje mensen wordt er kneiterhard voor gezorgd dat de show overkomt. Dit is ook de reden dat het optreden behoort tot de beste shows van het festival. Een festival waar MOVNT OLYMPVS misschien een vreemde eend in de bijt is en zeker niet matcht met het publiek, maar iedereen die de act niet heeft gezien, is zelf de verliezer.

Het Amsterdamse psychedelische stonerrockkwartet Temple Fang zuigt met één fuzzy riff de donkere Musicon-zaal vol. In navolging van Heath is ook deze band een meester in uitgesponnen, warme en groovende rock, al neigt Temple Fang meer naar prog met een lekker gruizig stonerrandje. Even voelde Musicon even als concertzaal 013 op een Roadburn-dag. Dat is ook niet verwonderlijk, want Temple Fang mag met recht een Roadburnband worden genoemd. Ze speelde er in 2019 en is graag geziene gast op soortgelijke festivals zoals Desertfest, Sonic Whip en Soulcrusher. Het valt op hoeveel bekijks Temple Fang trekt. De binnenzaal is en blijft vol terwijl de thermometer buiten boven de 20 graden stijgt. De Amsterdammers hebben er zelf zichtbaar plezier in en er wordt met overgave gespeeld. Het was een louterend uurtje voor zowel publiek als band. Heel fijn. Meer van dit soort bands graag.

De hedendaagse smartlappen van Sophie Straat zijn inmiddels geen goed bewaard geheim meer maar eerder een beproefd recept. Op zijn typisch Amsterdams (er staat zelfs een fles Salmari op het podium) maakt de zangeres een statement tegen velerlei problemen in de wereld. Zo wordt 'Hey Yvonne' opgedragen aan alle "kankerracisten" en is 'Papa' een protest tegen corpsballen en een oproep tot justice voor de overleden Belgische student Sanda Dia. Ook de koning en Johan Derksen krijgen een veeg uit de pan. Dit alles overwegend op de walsmaten van een klassieke smartlap. Tussen de nummers door neemt Sophie de tijd om het publiek over de achtergrond van de songs te vertellen en het mooie eraan is, is dat de muzikant zich echt opwindt. Het meest uit zich dit tijdens het inleidende praatje van 'Mooier Als Je Lacht', over seksuele intimidatie en geweld waar vrijwel elke vrouw in Nederland mee in aanraking komt/is gekomen. Hier wordt de zangeres werkelijk woest om en roept ze zichzelf tot de orde.

Bij 'Wat Is Het Kut Om Agent Te Zijn' mag de jonge fan Coco het podium op en het nummer meezingen, activisme tegen politiegeweld kan niet vroeg genoeg worden bijgebracht. Na een klein uurtje waarin met pridevlaggen wordt gezwaaid en er verschillende catchy protestsongs langskomen, sluit de band af met het tweeluit 'Vrijheid, Gelijkheid, Zusterschap' en 'De Stad Is Van Ons', een apotheose waarin bij het laatste nummer zelfs een drum n' bass-break verstopt zit. Sophie Straat leert ons allemaal een iets beter mens te zijn. Dit gebeurt met sterke songs, niet alles hoeft mooi of zuiver te zijn, als de boodschap maar goed is. 

MOVNT OLYMPVS

Temple Fang

Sophie Straat

Op het hoofdpodium is het tijd voor Hang Youth, voor menig festivalbezoeker het hoogtepunt van de dag. De zon is achter het podium gezakt en de rookmachines staan volle bak aan. We zijn er klaar voor. “We hebben er vijftig voor jullie!” kondigt frontman Abel aan. En niets is minder waar; in de zestig minuten die ze hebben, belicht het gezelschap zijn antikapitalistische boodschap van alle kanten in korte geweldsexplosies die zes seconden tot anderhalve minuut duren. Het is zoveel, dat je nauwelijks tijd hebt om na te denken over hoe het muzikaal allemaal in elkaar zit. Als je dat toch doet, hoor je dat de bandleden weten wat ze doen. 

Een show van Hang Youth is 50% comedy en 50% punk, legt de frontman uit. Er valt dan ook genoeg te lachen. Maar vergis je niet: er is ook nog steeds een hoop om boos over te zijn, zoals het sluiten van De Samenscholing ("Jullie burgemeester is echt een kankermongool"), boeren, fascisme en kapitalisme. En wat is een betere manier om daarmee te dealen dan in de moshpit die al bij het eerste nummer wordt ingezet en niet meer ophoudt?

Het publiek zingt mee met nummers als ‘Je Haat Geen Maandag Je Haat Kapitalisme’, ‘Steek De Mona Lisa In De Fik’ en ‘Belastingdienst’. Abel vraagt een groep vrouwen op het podium om ‘Mannen’ te zingen, duikt het publiek in om te crowdsurfen en draagt ‘Jij Bent KK Mooi’ op aan voorzitster van de Haagse Stadspartij Fatima Faïd die hij nog kent van het woonprotest in Amsterdam. Er is een boel aan de hand en het publiek vindt het fantastisch.

Wat kun je verwachten van de lompe, meedogenloze midtempo deathmetal van het Leidse Graceless? Welnu, meedogenloze midtempo deathmetal. Lekker dik ingerold in de traditie van Obituary, Benediction en Bolt Thrower. Graceless verstaat de kunst van het weglaten en zet de snijtanden met graagte in de kransslagader van het genre. Diepe grunts, scheurende gitaren, dikke drums en dito baswerk: Graceless beheerst het volkomen, maar beperkt zich eveneens daartoe. Het ongepolijste beukwerk is niet ieders kopje thee, maar de zaal blijft goed gevuld terwijl de Graceless-orkaan over het publiek raast. Het publiek is echter kritisch. Daar waar de één op blastbeats hoopte, zo klaagde de ander over de algehele bruutheid. Het is niet makkelijk om als deathmetalband mensen het naar de zin te maken. Maar goed, dat hoort dan ook een beetje bij het genre. Het lijkt de Graceless-heren overigens niet te deren. Zij zien headbangende hoofden, duivelshoornhanden en moshpits vanaf het podium. Het blijkt een prima motivatie te zijn onder het hak- en sloopwerk dat Graceless uitrolt over het publiek. Met het nieuwe album Chants From Purgatory heeft Graceless ook nog eens vers voer voor de hongerige deathmetalroedel afgeleverd wat gretig aan flarden wordt gereten. Platgewalst vertrekken we hierna naar buiten om ons te laven aan de laatste act.

Zonder Urban Dance Squad was er geen Rage Against the Machine of Red Hot Chili Peppers geweest. Zo, dat lucht op. Of dit helemaal waar is, weten we niet, maar feit is dat het gezelschap met zijn groovende mix van rap en rock een niet te onderschatten invloed heeft gehad op deze bands en het crossover-genre. UDS bestaat al heel lang niet meer, maar rapper Rudeboy en DJ DNA hebben toch nog eens de koppen bij elkaar gestoken om de legendarische (ja, we zeggen het) muziek van de band nog eens live te brengen. En wat blijkt: zowel de nummers als Rudeboy hebben na al die jaren nog niets aan kracht ingeboet. ‘Demagogue’ klinkt nog even fel als toen, net als ‘Good Grief’, en ‘Happy Go Fucked Up’. Dat Rudeboy even lijkt te denken dat hij in Rotterdam staat, zien we door de vingers.

Niet alleen de oudgedienden overtuigen; ook de drie jonge muzikanten die zij hebben meegenomen dragen flink bij aan de stevige grooves die de band over ons uitstort. De afsluiter van Kaderock 2023 overtuigt en doet ons beseffen dat UDS veel te snel is gestopt. Aan de andere kant, de Red Hot Chili Peppers bestaan nog steeds en die hebben sinds Blood Sugar Sex Magic geen fatsoenlijke plaat meer uitgebracht. Dus misschien moeten we op een avond als deze gewoon blij zijn met wat UDS ons heeft gegeven, wat ons meteen bij het enige kritiekpuntje brengt: het optreden had nog veel langer mogen duren.

Hang Youth

Hang Youth

Graceless

Rudeboy Plays Urban Dance Squad

Rudeboy Plays Urban Dance Squad