Interview: Rob Kuiphuis over zijn eerste maand als Popradar-directeur Interview: Rob Kuiphuis over zijn eerste maand als Popradar-directeur

"Ik sta er blanco in en ik word niet gehinderd door het verleden”

, Lone Mokkenstorm

Het is een bloedhete zomerdag als we ons naar Popradar begeven. Uit enkele hoeken van het oude schoolgebouw klinkt wat voorzichtig getokkel en gedrum, geluiden die aan zullen zwellen zodra de zon ons vaarwel heeft gezegd. Maar daarvoor zijn we vandaag niet naar Loosduinen gekomen. In een kantoor op de eerste verdieping vinden we Rob Kuiphuis, een maand geleden geïnaugureerd als nieuwe kapitein aan boord van het Popradar-schip. Dat schip is het afgelopen jaar een flink nieuwe koers gaan varen. Hoe is het de Overvener tot nu toe bevallen in de Hofstad? Hoe heeft hij zijn weg naar Den Haag gevonden? En wat kunnen we van hem verwachten als nieuwe directeur van Popradar? Tijd voor een bakkie pleuâh en een broodnodig vragenvuur.

We vinden Kuiphuis in zijn kantoor met een half uit elkaar geschroefd kastje in zijn armen. “Langzaam maar zeker wordt het hier toch mijn eigen plekje”, lacht hij terwijl hij naar de muur gebaart. “Ik heb zelfs al mijn eigen kunst meegebracht.” De pop-veteraan uit Overveen nam 1 juli het stokje over van interim-directeur Bert Winter, onder wiens bewind het voormalige HPC een flinke metamorfose is ondergaan.

"Ik zie vooral kansen om samen te werken."

Overveen

Voor velen leek Kuiphuis wellicht een opvallende keuze, aangezien hij helemaal niet uit de Hofstad komt. Hij vertelt: “Ik woon inmiddels alweer 10 jaar in Overveen met mijn vrouw en kinderen. Het is een mooi plekje en het ligt vlakbij het Patronaat in Haarlem, wat ik een van de mooiste podia van Nederland vind. Natuurlijk ben ik wel eens in Den Haag geweest voor de musea, gevestigde fondsen, demonstraties en concerten bij het oude en nieuwe PAARD — bij festivals als State-X New Forms stond ik vooraan —, maar ik had nooit gedacht dat ik er zou gaan werken. Ik kwam de vacature toevallig tegen toen ik aan het rondkijken was voor een baan, en ben er zelfs na het solliciteren meerdere keren door anderen op gewezen. Het sprak me gelijk aan, vooral omdat het hier zo erg om talentontwikkeling en popmuziek gaat.”

Dat hij geen Hagenees of Hagenaar is, ziet Kuiphuis eerder als een kans dan een belemmering. “Popradar bestaat al zó lang en heeft al zoveel gedaan. Dat heeft vrienden opgeleverd, maar ook vijanden en bepaalde verwachtingen. Ik sta daar helemaal blanco in en zie vooral kansen om samen te werken: ik wil met iedereen praten, kijken wat ze doen en hun ideeën horen. Daarin word ik niet gehinderd door het verleden en dat is erg prettig.”

(Tekst gaat verder onder de foto)

Robs Haagse Muziektip #1: Monomyth

“Deze band vind ik geweldig. Ze maken lekker lange nummers die voortdenderen en dan weer stilliggen, opbouwen en dan langzaam wegebben. Echt heerlijk om met een koptelefoon te ondergaan. En live klinken ze nog lekkerder, trouwens. Ik heb ze al meerdere keren gezien!"

Magic Moon @ Winterfest 2019

Vinyl

Hij mag dan wel nieuw zijn in de Haagse scene, maar nieuw in de popscene is Kuiphuis zeker niet. Voorheen was hij al werkzaam bij diverse poppodia en culturele fondsen. Hoe is die passie voor muziek ooit begonnen? “Dat was eigenlijk pas toen ik tijdens mijn studie bij een vereniging ging die ook als poppodium diende en ik er cassettebandjes-DJ werd.’ Maar mijn echte ‘thuiskom-moment’ met popmuziek kwam toen ik het tijdschrift ´Vinyl´ zag liggen in een Nijmeegse boekhandel met Adi Newton van Clock DVA op de omslag. Ik ben toen alle muziek uit dat tijdschrift gaan luisteren, en dat was eigenlijk het moment waarop ik de alternatieve pop heb ontdekt. ‘Dit is het’, dacht ik. ‘Hieruit wil ik nooit meer weg.’

Ik wilde mijn beroep maken van muziek, maar dat bleek nog niet zo makkelijk. Telkens kreeg ik nét niet een baan bij een poppodium, dus uiteindelijk ben ik in de bouw beland. Dat heb ik 9 jaar gedaan, voordat ik via een omweg weer terugkwam bij de popsector bij poppodium Artquake, de voorloper van podium Duycker in Hoofddorp. ”

"Dit is het’, dacht ik. ‘Hier wil ik nooit meer weg.'"

Tijdens zijn tijd in de bouw is Kuiphuis de muziek wel altijd blijven volgen. “Eigenlijk vond ik het wel lekker, want als je er niet in werkt kan je onwijs zorgeloos van muziek genieten. Later merkte ik dat ik er zo erg in zat dat ik tijdens een concert alleen maar kon opletten wat voor lampen en kassasystemen er werden gebruikt, in plaats van dat ik me volledig overgaf aan de muziek. Dat is inmiddels wel bijgetrokken, hoor. Ik heb nu ook altijd muziek opstaan, het maakt niet uit wat ik doe.”

(Tekst gaat verder onder de foto)

Toeschouwer

Toch is Kuiphuis zelf geen muzikant. “Ik heb eigenlijk weinig muzikaal talent, dus ben ik maar achter de schermen gaan werken. Ik ben altijd toeschouwer geweest en heb dan ook veel bewondering en ontzag voor creativiteit. Of dat nu muziek maken is, schilderen of toneelspelen.”

Zo is hij uiteindelijk ook in de theaterwereld terechtgekomen, waar hij tot voor kort als zakelijk leider werkte. “Ik denk dat de popsector nog veel kan leren van de theatersector en andersom. Je merkt dat de theaterwereld zijn publiek onwijs goed kent. De popsector heeft dat minder, maar is weer heel goed in sociale media en marketing. Het is interessant om de verschillen zo te zien.”

Robs Haagse Muziektip #2: Supersonic Blues

Deze band vond ik op Parkpop echt goed. Strakke set, lekkere sound en een goede naam!

"Ik wil niet in Den Haag binnenkomen om vervolgens maar eens uit te leggen 'hoe het allemaal zit.'"

Nieuwe koers

De brandende vraag is natuurlijk wat Kuiphuis allemaal van plan is met popmuziek in de stad, maar daar is de nieuwe directeur nog wat voorzichtig mee. “Ik denk dat ik er nog te kort zit om daar echt een uitspraak over te doen, ook omdat ik niemand tegen de schenen wil schoppen. Den Haag is een stad met een pop-historie, en dan wil ik niet binnenkomen om maar eens uit te leggen hoe het allemaal zit. Wel merk ik dat ik hier echt de ruimte krijg om een nieuwe koers te varen.”

En als hij dan toch wat dingen moet noemen voor die nieuwe koers? “Ik wil dat de ruimte in het gebouw weer optimaal gebruikt gaat worden en ik wil meer mogelijkheden creëren voor jonge muzikanten. We zijn al een tijdje bezig om te onderzoeken wat er met de zolder gedaan kan worden, bijvoorbeeld.Ook wil ik Popradar een breder imago geven, qua activiteiten én muziekgenres. In gesprekken met anderen merk ik wel dat daar behoefte aan is. Popradar moet een afspiegeling worden van Loosduinen én de stad. Maar of we uitendelijk ook een grotere podiumfunctie kunnen vervullen, durf ik eerlijk gezegd niet te zeggen.”

(Tekst gaat verder onder de foto)

“Popmuziek wordt in Den Haag niet als ‘Het Kwaad’ gezien"

Alarmbellen

Een hoop mooie plannen dus, maar als popcentrum blijf je toch afhankelijk van de gemeente. Wat dat betreft heeft de kersverse directeur wel een goed woordje over voor de stad. “Popmuziek wordt in Den Haag niet als ‘Het Kwaad’ gezien. Bij veel gemeenten gaat er gelijk een alarmbel rinkelen als er teveel jongeren bij elkaar komen, maar hier merk ik juist dat er een positieve houding is. Je maakt als organisatie geen plannen ‘ondanks de gemeente’, maar juist samen met de gemeente.

We zitten nu natuurlijk ook in een belangrijke fase, omdat we in december ons meerjarenplan bij de gemeente moeten indienen. Beneden hangt een whiteboard waarop iedereen zijn ideeën mag posten. Die gaan we direct na de vakantietijd in een paar ideeën gieten die we in het plan kunnen meenemen. Zo krijgt iedereen de kans om mee te denken.”

Hierbij ziet Kuiphuis ook prima waar zijn kennis ligt en waar hij beter aan anderen kan vragen hoe het zit. “Ik ben bijvoorbeeld best benieuwd waarom Son Mieux hier niet oefent, dat is echt zo’n band die je hier moet hebben. Als ze dit lezen: neem contact met me op, want ik ben oprecht benieuwd. Ik kan vanuit mijn torenkamertje natuurlijk best bedenken dat we alle oefenruimtes wit moeten schilderen en dat er designmeubels nodig zijn, maar ik wil ook wel eens weten wat onze huidige én potentiële gebruikers er eigenlijk van vinden.”

Robs Haagse Muziektip #3: Kern Koppen

Ik heb ze ooit nog geboekt in Hoofddorp. Hun plaat ÉÉN vind ik nog steeds erg goed. Ze hebben een lekkere flow en goede teksten. “Lameleven, lamelos” is zo’n zin die echt blijft hangen.”

"Mijn hart zit toch echt in de pop"

Sleazy

Ook wat betreft de ´Haagse scene´ ziet Kuiphuis in dat hij nog veel te ontdekken heeft. “Je hoeft aan mij echt niet te vragen wat we voor de volgende Submarine moeten boeken. Laat mij maar zorgen dat er geld is voor Submarine, dat we allemaal on speaking terms zijn en dat de gemeente ook enthousiast is. Al heb ik natuurlijk wel verstand van popmuziek en ken ik ook echt wel wat Haagse namen.”

Waar luistert de directeur van Popradar zelf eigenlijk naar? “De afgelopen jaren ben ik van hiphop toch weer teruggegaan naar de hoek van gitaarrock. Zo was ik laatst op Loose Ends op het NDSM-terrein en op Klikofest in het Patronaat. Ik hou wel van een beetje sleazy rock ’n roll. Dit jaar heb ik op Grauzone ook Shellac, Blixa Bargeld en The Messthetics gezien, die vond ik echt fantastisch. Maar het mooiste concert vond ik toch wel die van Reinbert de Leeuw. Hij speelde het vroege werk van Satie iin een duinkom op Vlieland tijdens Into the Great Wide Open 2018. Dat was zo breekbaar, zo mooi.

Rob Kuiphuis @ Popradar

Ik vind dat muziek moet vernieuwen, en er is eigenlijk maar weinig muziek die me langer dan een tijdje echt interesseert. Maar als dat dan gebeurt, dan ben ik ook gelijk fan.” Wat dat betreft zit Kuiphuis nu op de perfecte plek. “Als ik ’s ochtends binnenkom, komt er al muziek uit het café. Boven hebben de jongens van de techniek muziek op staan en in de loop van de middag stromen de oefenruimtes langzaam vol. Het voelt echt alsof ik weer een beetje ben thuisgekomen. Drie jaar theater was goed, maar mijn hart zit toch echt in de pop.”

#nieuws
Laatste nieuws en artikelen van 3voor12 Den Haag