Kijk nog eens goed in het blokkenschema van Best Kept Secret. De Two heeft een geel kleurtje meegekregen. De Casbah kleurt rood. The Secret blauw. Geinig detail, omdat De Staat precies op die stages drie shows in corresponderende kleuren doet. Driemaal een totaal eigen stemming en setlist, en daarmee zijn ze eigenlijk de vierde headliner van Best Kept Secret.

Torre Florim is in de ban van AI. De laatste videoclip van De Staat maakte hij ermee, in interviews praat hij er graag over, en stel nou dat je ChatGPT vraagt: ‘Je bent de zanger van een Nederlandse rockband die al tien jaar erg populair is. Je band staat bekend om hun creatieve benadering van rockmuziek en hun uitstekende liveshows. Voor jullie volgende release wil je graag groots denken. Het moet een conceptalbum worden dat uit drie delen bestaat, alledrie anders maar thematisch met elkaar verbonden.’ Dan suggereert ChatGPT zeer treffend: ‘Kleuren: Het eerste deel draait om rood, het tweede deel om blauw en het derde deel om geel, waarbij elke kleur een andere gemoedstoestand en betekenis vertegenwoordigt.’ Verhip, laat dat nou precies het concept zijn dat De Staat het afgelopen jaar uitwerkte. Rood is boos en hard, geel is dansbaar en geinig, blauw introspectief en emotioneel.

Niet direct een mindblowing concept, maar het is een interessante manier voor de band om verschillende mogelijke toekomsten te onderzoeken, en De Staat zou De Staat niet zijn als ze zich er makkelijk vanaf zouden maken. Dus is de presentatie van Red, Yellow, Blue net zo ambitieus als we gewend zijn van de band die ooit al een hele machine op het podium meezeulde, next level in the round shows speelde, vernuftige camera-gimmicks meenam naar de stage, en oh ja, geschiedenis schreef met een behoorlijk majestueuze Lowlands-headliner-show. De Staat splitst zich dit weekend op Best Kept Secret in drieën, met drie totaal verschillende shows met totaal verschillende setlists en totaal verschillende vibes.

Vrijdag: geel op Stage Two

Er mag gedanst worden. Nee, er móét gedanst worden. Dat is het devies van de eerste show, Geel op vrijdagnacht na twaalf in de Two-stage. Het is eigenlijk nog het meest een De Staat-show zoals je ze kent. Met de koddige dance-off tussen Rocco en Torre in ‘Pikachu’, een gigantische lift waarmee Torre tweemaal de lucht in vliegt, een groot geel lichtgrid dat reageert op de songs (een groot vraagteken bij ‘Who’s Gonna Be The GOAT?’), gele gordijnen, giga-opblaasballen en gele streamers die in de lekker lompe nieuwe track ‘Bombti’ door de zaal schieten. En zoals Torre roept voor ‘Get On Screen’: ‘Je kent het gezegde: wie niet springt is een lul!’

In het gele uurtje kun je ook liedje na liedje het De Staat-DNA beter ontleden: hakkelige, excentrieke grooves die net geen shuffle te noemen zijn, graag met geinige backbeat. Daar prikken gitarist Vedran en synthman Rocco bijna kolderieke melodieën doorheen met panfluitsamples en gitaarlijnen die zo ver zijn vervormd dat ze buitenaards klinken. Maar hier openbaart zich ook al de zwakte van dit kleurenconcept: als je een uur lang songs in dezelfde mood speelt, dreigen ze weg te zakken in een uniforme gele brei die schreeuwt om een vleugje rood of blauw.

Setlist

  1. Danger
  2. Peptalk
  3. Input Source Select
  4. Numbers Up
  5. Down Town
  6. Make The Call, Leave It All
  7. Round
  8. Peace, Love Profit
  9. Build That, Buy That
  10. Pikachu
  11. Get On Screen
  12. Bombti
  13. Who’s gonna be the goat

Zaterdag: blauw op The Secret

Dat geldt niet voor de twee andere shows. Bij die blauwe show, nog geen twaalf uur later op de veel kleinere The Secret-stage, zit de dynamiek in de details. Het is een show zonder fratsen, waar Torre nauwelijks grapjes maakt en de band zijn innerlijke Radiohead kanaliseert met een extra drummer (voor de connaisseur: Bram Hakkens!) als spiegelbeeld van Tim van Delft.

Die introspectieve, emotionelere liedjes van De Staat trekken normaliter niet zo de aandacht, maar samen in een set blijken ze juist bomvol muzikaliteit en spanning te zitten. ‘Take Root’ krijgt in de tweede helft opeens nineties house synth stabs, 'Devil’s Blood' heeft een bulderend drumoutro, Rocco trekt dreigende horrorstrings uit zijn knoppenkastjes in ‘Someone To Be’ en wat zijn de ambient soundscapes die Vedran uit zijn pedalen tovert geweldig cool. Dan kan ook juist het verstilde liefdesliedje ‘She’s With Me’ (solo door Torre gespeeld met omlaag gestemde gitaar) opvallen, en dan maakt ‘Phoenix’ met zijn apocalyptische break nog meer impact.

Setlist

  1. Take Root
  2. Devil’s Blood
  3. Someone to Be
  4. Firestarter (cover van The Prodigy)
  5. One Day
  6. She’s With Me
  7. Luther
  8. Running Backwards into the Future
  9. Phoenix
  10. What Goes, Let Go

Zondag: rood op The Casbah

Maar op z’n best is De Staat natuurlijk wanneer er een rode waas voor de ogen trekt. Zondag barst de Casbah zo’n beetje uit elkaar en dan blijken er wel vijftig tinten rood te zijn: van de overstuurde hooligan-tune ‘Look At Me’ tot het razendsnelle trashy ‘Ah, I See’, van het huppeltje van ‘Head On The Block’ tot de hele korte venijnige gitaarsolo in ‘Help Yourself’. Tussen de golfplaten van de Casbah blijkt de band opeens meer DNA te delen met de holbewonersrock van Viagra Boys, en dan is elke song weer een rode lap voor de vele bronstige stieren die klaar zijn om te knallen.

Dat gebeurt dan ook: de ene crowdsurfer buitelt over de ander (hey makker, pas op dat je die lampen niet uit het plafond schopt! Pas op dat je je schoenen niet verliest! Pas op dat je niet met je blote voeten in die kolkende razernij valt want dat overleven je teentjes niet!). Compleet gekkenhuis, en in drie kwartier beuk je tegen meer zweterige ontblote bovenlijven aan dan op een gemiddeld seksfeest. Legendarische show, deze mag in de boeken. De eerste avond klonk Torre Florim nog verbaasd en vragend: ‘Ik vind het wel leuk, geloof ik?’ Vandaag brult hij: ‘Godverdomme, Best Kept Secret, ik heb het fucking naar mijn zin.’

Setlist

1. Look At Me
2. Ah, I See
3. Danger
4. Burning The Flag
5. Help Yourself
6. Me Time
7. Paying Attention
8. Head On The Block
9. Witch Doctor
10. Kitty Kitty