Het eerste buitenfestival in twee jaar tijd valt met zijn neus in de boter. De NDSM-werf gonst van de lentezon op de eerste dag van DGTL 2022. Dan blijkt dat we met zijn allen een beetje roestig zijn: hoe doe je dat ook alweer, met zijn allen een dance-festival van de grond tillen? Kunnen we het nog?

Het zijn stiekem de allerleukste dj’s: degene die eruit zien alsof ze ook gewoon bij de gemeente of de bibliotheek zouden kunnen werken, maar waarvan je weet dat ze heel wat meer uurtjes in de Panoramabar hebben doorgebracht dan jij met je hippe zonnebril. We kijken naar Tama Sumo. De Berghain resident staat met een grote glimlach mee te kijken over de schouders van levenspartner en b2b-genoot Lakuti, een grote zwarte vrouw met een heerlijk zomerhoedje. Het is halverwege de middag, ze draaien luchtige house gemixt met zware disco en de tent waar het duo staat te draaien puilt uit. Dat is ook niet zo gek, want het is een van de twee ‘kassen’ die DGTL rijk is: tenten met een doorzichtig dak, waardoor het lijkt alsof je buiten staat. Want zeg nou zelf: wie wil er met dit weer in een donkere loods staan?

Dat is een beetje de achilleshiel van DGTL vandaag: het festival is gebouwd op de weerbarstigheid van het paasweekend. Het heeft hier ook weleens ijskoud gewaaid of geregend, dus elke tent is overdekt. Alle 20.000 bezoekers moeten warm en droog kunnen dansen. Gevolg van die opstelling is nu dus dat de eerste uren van de dag het publiek niet bepaald evenwichtig verdeeld is. Bij Tama Sumo en Lakuti is het nu zo druk dat je nauwelijks kunt bewegen, terwijl het bij de andere podia nog tam of zelfs leeg is. Een uurtje eerder was het India Jordan die in dezelfde tent het eerst de boel aan de praat kreeg. Dat is een nieuwe naam aan het dj-firmament, die aan het begin van de coronacrisis met een hyperenergieke banger ‘For You’ kwam. Die track moest de dansvloeren in vuur en vlam zetten, maar dat viel natuurlijk in duigen. Goed om hen hier dus aan het werk te zien. Zonder schroom: waar in bijna alle tenten rustig opgebouwd wordt, geeft India Jordan meteen vol gas.

Massa-migratie

En dan begint het grote zoeken. Want de kas is inmiddels geen aangename plek meer om te vertoeven, de loodsen zijn nog leeg. En zelfs het kleinste podium van de dag is nog niet ‘aan’. Daar staat Rroxymore in een bijna leeg zaal vinnige techno te draaien, en even later veteraan Luke Vibert met een grijzende stoppelbaard. Hij is een beetje slordig aan het draaien, moet naar AAA-hits als ‘Go’ en ‘Flat Beat’ grijpen om de mensen vast te houden, maar slaagt daar wel in. Met een lompe dub-klapper bouwt hij een bruggetje naar Mala. Maar de namiddag is een tikkeltje frusterend voor wie wel wil dansen. Het gros van de bezoekers is nog in terrassfeer, grote groepen vrienden trekken als kuddes olifanten dwars door de dansvloer, en iedereen weet: massamigratie is slecht voor de dansvloervibe. Hoe doen we dat ook alweer, met zijn allen een dansfeest van de grond tillen? Hoe werkt die dynamiek van 20.000 mensen op een groot terrein met muziek van alle kanten? Waar zijn we met zijn allen van afhankelijk? Van de dj’s, ja, maar ook van het weer, en van het collectief indalen van alcohol en drugs. En dat duurt lang vandaag.

Dan maar even voor de core DGTL ervaring: &ME en Rampa, een duo dat al vaak opdook op dit festival en altijd publiekslieveling is. Na de vinnige rave-finale van nieuwkomer TSHA in de grote tent gooien zij het tempo fors omlaag. Het zal een bpm’etje of 115 zijn, niet veel meer. Hun techno heeft ruimte voor flarden vocalen en aangename minimale melodielijnen. Steeds weer laten ze de kick weg, om hem pas na lang teaser met opzwellende percussie weer terug te geven. Het is een beproefd recept dat heel goed werkt in zo’n grote tent, maar na een halfuurtje ken je het trucje wel. 

Het is inmiddels 19.00 uur geweest en grote loods begint zijn waarde te bewijzen. We verruilen de zon voor de maan: Vooraan bij Sonja Moonear vind je de beste clubsfeer die hier op het festival te vinden is. Het is er donker, er is ruimte om te dansen, je kunt zien wat de dj doet. Sonja Moonear is in Nederland bepaald geen gevestigde naam, maar een rookie kun je de 44-jarige Zwitserse ook niet noemen. Ze draaide veel in de underground van Geneva en kwam internationaal in de klapper bij mensen die Ricardo Villalobos willen boeken. Ze draait ook veel met Craig Richards, de Brit die vanavond dit podium afsluit. Moonear draait vrij minimalistische techno, maar niet van dat slappe pruttelspul. Heel punchy en stoer, lekker om even goed door te pakken. Een house plaatje er tussen, een hyper-remix van ‘Age Of Love’. Echt een eye-opener hoe zij de zaal bezig houdt. Jammer dat het soundsystem in deze ruimte niet de hele zaal goed vult, iets verder in de ruimte word je minder bevangen door de muziek.

Mensen zijn ook vol op doortocht naar die andere hal binnen de grote loods: het Generator podium. Het hardste podium van DGTL wordt vandaag geregeerd door dames. Eerst SPFDJ, en dan de Amsterdamse queen, Ki/Ki. Wat een slayer is zij toch, maar altijd met gevoel. Ki/Ki houdt van hard en snel, maar ook van trance-melodieën en ademmomentjes. Ideaal voor zo laat op een festivaldag. Het is een glorieus moment voor haar, en mooi om nog maar eens bevestigd te zien hoe snel zij uitgegroeid is tot een absolute publieksfavoriet. Ook hier is het vrijwel onmogelijk dicht bij de booth te komen, maar Ki/Ki’s uitstraling reikt wel tot een meter of vijftig. Echt opvallend hoe natuurlijk DGTL erin geslaagd is in een paar jaar tijd een omslag te maken in de man-vrouw-verhouding op de podia. Op vrijwel elk moment van de dag zijn er vrouwelijke of non-binaire artiesten te zijn op plekken die er toe doen.

Sonja Moonear heeft intussen haar laatste plaat opgelegd (ze draait vinyl), en Nicolas Lutz, de dj-partner van Craig Richards, geeft haar geen applausmomentje. Dat is een goede beslissing. In plaats van de boel stil te leggen of over te schakelen op een heel andere eigen stijl - wat je vaak hoort op zo’n festivaldag - mixt hij gewoon zijn eerste plaat in op die van Sonja Moonear. Dat versterkt het clubgevoel dat in de Filter-area heerst. Niet omkijken, doordansen. Richards (Fabric-veteraan) en Lutz (Uruguyaan, wereldburger) stonden afgelopen najaar ook al samen op Breakfast Club in Radion, toen vier uur en non-stop verslavend. Ook nu leiden ze DGTL voortreffelijk naar zijn eindje. Ja, je kunt je neus nog even binnen steken bij Laurent Garnier, die zijn epische trance-techno ding doet, of naar Ki/Ki die de vuisten in de lucht heeft. Maar uiteindelijk hebben Richards en Lutz het meest aangename kleine feestje in de slotuurtjes van deze DGTL.

Ja hoor, we kunnen het nog. Dit was een van de eerste keren dat weer zoveel mensen op elkaar botsen, langs elkaar schuurden en met versufte koppies naar hun kluisjes en de pont doolden. DGTL heeft altijd al het grote pluspunt dat iedereen na maanden binnen zitten weer zin heeft om naar buiten te gaan, na twee jaar drooglegging voelt deze editie extra welkom. Op naar de festivalzomer.