Na een paar pogingen met grotere namen, is London Calling terug bij de essentie: de artiesten van de toekomst ontdekken en aan je voorstellen. Zo staan er dit weekend acts zoals Boy Azooga, Snail Mail, Mattiel, Frankie Cosmos en Yungblud: stuk voor stuk acts die na hun weekend in Paradiso Amsterdam in een razend tempo grotere zalen en festivals gaan aantikken. 3voor12 vecht zich door de oververhitte zalen heen om te zien welke artiesten je in de smiezen moet houden.

De kleine zaal van Paradiso is nog uitgestorven, een zeldzaam fenomeen op London Calling. Maar ook op het podium is nog weinig leven te spotten: Rosborough begint namelijk een kwartier te laat op een set van 25 minuten, waardoor hij gelijk de complete, strakke tijdplanning van London Calling grandioos in de soep laat lopen. De rest van de avond en nacht loopt alles nu namelijk steevast uit, dus het blokkenschema kan nu, bij de eerste act, al bij het oud papier. Maar was Rosborough het wachten waard? Neuh. De Ier heeft allerlei stempels op z’n voorhoofd gedouwd gekregen: folkmuzikant, singer-songwriter… Maar vanavond in London Calling zijn het melodramatische gitaren, schreeuwende zang en uiterst oninteressante nummers.

Boy Azooga

‘One, two, to the Para, Paradiso!’ start Boy Azooga in, en binnen een minuut of twee is de belofte die de buzz rondom de band uit Cardiff meedroeg ingelost. Vier goedlachse, extreem sympathieke gasten die nonchalant hun makkelijk in het oor liggende, maar toch slimme nummers de zaal in slingeren. Funky, catchy en groovy, maar met een subtiele, psychedelische inslag, waar duidelijk invloeden van Ty Segall in doorschemeren. Het slaat dan ook al bij de eerste noot aan en het intro van instant-hit ‘Face Behind Her Cigarette’ speelt zich nog de hele avond op repeat af in ons hoofd. Maar de Britse sensatie waar het vandaag écht om draait is zonder twijfel Yungblud. Een intelligente boeking van London Calling: de meest complete act qua mainstreampotentie, met een volle, gelikte sound en een steady fanbase waarvan een stuk of tien leden al uren voor het podium klaarstaan. Het gaat geheid groot worden. Een vliegenstrip à la The 1975 en Circa Waves, die jonge meisjes naar het festival moet lokken en daar lang genoeg vasthouden om andere dingen te ontdekken. Boy Azooga viel bij die superfans bijvoorbeeld al goed in de smaak. Maar maakt dat Yungblud naast een succesvolle boeking ook leuk? Nou, nee. Yungblud is een hyperactieve, glibberende, gladde ‘rapper’ die het hele podium overspringt in zijn welbekende roze sokken. Maar je moet het hem nageven: hij krijgt het publiek op de been, er wordt luid geklapt en gesprongen en meegezongen. En wanneer zijn backing track uitvalt (en daarmee ook die volle sound ineens verdwijnt – oeps!) en zijn show dreigt in het water te kletteren, roepen zijn fans zelfs ‘boe’ op zijn commando.

Yungblud

Wanneer Yungblud zijn laatste nummer instart, staat boven City Calm Down uit Melbourne in een gordijn van nevel al klaar om het estafettestokje over te nemen. Dan is er ineens een gigantische leeftijdskloof te zien in het publiek. De jongelingen vegen beneden de tranen van geluk nog van hun fluorescerend roze shirts, terwijl boven de gemiddelde leeftijd makkelijk de veertig aantikt. Dit is ondanks de instroom van jonge Yungbludfans toch kenmerkend voor de transformaties die London Calling ondergaat: de hippelingen blijven steeds vaker thuis, of sparen hun geld en ontdekkingsdrang liever op voor Best Kept Secret of Down The Rabbit Hole, festivals die London Calling op de hielen volgen en naast nieuwe ontdekkingen ook grotere headliners aan kunnen trekken. Wat blijft er dan over? De oude garde die London Calling al jaren steevast in hun agenda gegrift heeft staan en de mensen die voor specifieke acts komen opdraven.

De vrijdag van London Calling wordt eigenlijk volledig in z’n staande gehouden door vrouwelijk geweld: de een na de andere badass vrouw betreedt het podium. Te beginnen met de garageband Melkbelly uit Chicago die de bovenzaal klaarstoomt voor wat er de rest van de avond volgt. Of ook de Deense band Velvet Volume, die het stokje van Melkbelly overneemt. De drie zusjes Nataja, Noa en Naomi Lachmi stappen glimlachend en glitterend het podium op, om het vervolgens genadeloos in de hens te steken. Ze veroveren het podium, brullen, lonken naar elkaar en battelen met elkaar op hun gitaren.

Velvet Volume

Weinig tijd om hiervan bij te komen hebben we niet, Findlay staat in haar denimpakje in de grote zaal namelijk klaar om deze lijn nog even snoeihard door te zetten. Met een intense blik in de ogen, een stem grommend met een norse blueshouding en dikke riffs laat de Britse zangeres ons meteen weten dat er met haar niet te sollen is. Iedereen die het woord ‘summer body’ gebruikt is kut, evenals iedereen die haar tijd verspilt. Ze fronst, trekt haar wenkbrauwen op en pruilt haar mond om haar punten bij te zetten: met Findlay wil je geen ruzie, dus wanneer zij je verzoekt mee te klappen, weet iedereen niet hoe snel ze bij moeten zetten. De enige die Findlay op haar knieën krijgt is Mattiel, blijkt een paar uur later in de bovenzaal als Findlay vooraan staat en schreeuwt wat voor een fangirl ze wel niet is.

Findlay

Frankie Cosmos

De zangeres van Melkbelly is dan weer dol op Frankie Cosmos, waar ze met een tevreden glimlach van zit te genieten. Evenals de rest van het publiek, want dit is de aandoenlijkste act van de avond. Met haar kenmerkende goofiness, lieflijke hersenspinsels en charmant valse zang stond Frankie Cosmos bijna op de dag twee jaar geleden al in de Sugarfactory. Volgens haar kleine steekproef waren daar precies vijf mensen uit deze stampvolle bovenzaal. Geeft verder niks, want ze is nog steeds dezelfde lovable Frankie, met dynamische, extreem korte liedjes die de zaal omtovert tot een uit de klauwen gelopen huisfeestje. Ze is ongetwijfeld de indiekidbelofte van de dag en had met gemak de grote zaal gevuld kunnen krijgen. Al lijkt deze zaal al overweldigend genoeg voor de verlegen kiddo’s.

Die fandom van Findlay, trouwens? Volledig terecht: Mattiel killt het in de kleine zaal. Alleen al op het gebied van fashion laten zij en haar Peaky Blinders-figuranten van bandleden iedereen mijlenver achter zich. De vinger van Mattiel draait wijzend in het rond, als een bezwering. En daarbij neemt ze per ongeluk ook zichzelf en haar band mee. Gitaren worden tegen microfoonstandaards gewreven, ze danst als bezeten over het podium. Met dit optreden schiet ze in een razend tempo omhoog in de Best Kept Secret-tiplijst, evenals Palm die Mattiels show meteen het podium opsprint op de avond af te sluiten. Het viertal uit Philadelpha laat zich beïnvloeden door alles dat ze tegenkomen: van Japanse pop tot de bossa nova. Het resultaat? Een beroerte in muzikale vorm, zoveel prikkels en ritmeveranderingen dat je met draaikolken in je ogen huiswaarts gaat.

Mattiel

De dingen die op de vrijdag van London Calling al opvielen, blijken op de zaterdag dubbel zo waar. Geen Yungblud vandaag, dus het echt piepjonge publiek ontbreekt. In plaats daarvan is de grootste naam op het programma Rolling Blackouts Coastal Fever, een flinke mond vol uit Australië die als enige act op het festival een uur de tijd krijgt om te spelen. Tegen het eind van de avond speelt de indierockband een verdienstelijke show vol zonovergoten gitaarlijntjes boven een stuwende ritmesectie, tegenover een iets kleiner en ouder publiek dan die springerige Noord-Engelse lad de avond ervoor. Dat betekent niet dat de zaterdag totaal vergrijsd is: er staan geen tieners vooraan te gillen, maar wel zat twintigers en dertigers in de rij voor bands met iets meer edge dan de grootste naam van de dag.

Rolling Blackouts Coastal Fever

En weer zijn het de vrouwen die scoren. Vroeg op de avond is Porridge Radio al een hoogtepunt in de kleine zaal. Ongelofelijk dat deze band uit Brighton vanavond z'n eerste show buiten het Verenigd Koninkrijk speelt. Frontvrouw Dana Margolin schreef haar jangly gitaarpopliedjes in haar slaapkamer, en speelt ze live met vier bandleden, spookachtige My Bloody Valentine-samenzang en een portie pikzwart venijn waar Protomartyr-zanger Joe Casey nog een puntje aan kan zuigen: 'There's nothing on the inside!' Haar stem laat ze soms dreigend grommen, sissen en overslaan, terwijl haar band een duistere postpunkgroove neerzet. Haar energie vonkt en spettert van het podium, ook al is ze in het aardedonker zo goed als onzichtbaar.

Porridge Radio

Hoe anders is de energie van Stella Donnelly, de Australische songwriter die in haar eentje in de bovenzaal op het podium staat, in een sixties mod-jurkje met elektrische gitaar om de hals. Ze vertelt de verhalen achter haar liedjes met een brede glimlach en de timing van een stand-up comedian: over de gierige baas van je oude kutbaantje, of familiekerstvieringen waarbij je aardig moet doen tegen die ene racistische oom. In haar folkrockliedjes hoor je diezelfde droogkomische humor, een hoop herkenbare observaties en een scherpe, heldere stem. Indrukwekkend hoe Donnelly van die komische songs kan schakelen naar een serieus moment. Ze kondigt aan dat haar volgende nummer over seksueel misbruik gaat, de vreselijke gebeurtenis die een vriendin van haar overkwam en hoe afwijzend daarop in haar omgeving werd gereageerd. Een man in het publiek doet er lacherig over, maar die wordt door Stella direct van repliek gediend: 'Sorry, maar dit soort dingen gebeuren, dus we moeten het hier nou eenmaal over hebben. Luister je? Mooi zo.' 'Boys Will Be Boys' is teder en krachtig tegelijk, een withete aanklacht tegen de man die haar vriendin traumatiseerde, en de mensen die excuses maakten voor zijn daad. Aan het einde van het nummer slaakt ze een kleine zucht van opluchting, en schudt ze de zwaarte weer van zich af. Daarop volgt het luidste en langste applaus van het hele festival.

Stella Donnelly

Snail Mail

Er is voorin de grote zaal ook veel liefde voor Snail Mail, het project van songwriter Lindsey Jordan. Op de internationale muziekblogs doen haar indierockliedjes al een tijd de rondte, en aan het eind van de zomer staat ze op Into The Great Wide Open. Gesteund door haar liveband staat ze in de grote zaal van Paradiso. In het echt oogt ze nog jonger dan haar negentien jaar. De zaal is toch een beetje te groot voor haar openhartige songs: achterin blijft het publiek stug doorkletsen. Haar net tegen de toon aan gezongen rocksongs zitten vol onzekerheid en angst, die waarschijnlijk beter voelbaar waren geweest in een meer intieme setting.

Aan het eind van de avond staan er twee bands in de bovenzaal die juist makkelijk de grote hal hadden kunnen vullen. Hoewel, voor Bodega is het wel dringen, maar na drie nummers is het publiek voor de helft ook weer verdwenen. De New Yorkse artpunkband heeft sterke banden met Parquet Courts, en met zo'n aanbeveling krijg je die kleine zaal wel vol, maar dat weegt helaas niet op tegen de bedwelmende hitte. Aan de band ligt het niet, want die is hartstikke leuk. Zes olijke figuren staan op het podium uitgebreid te springen en te dansen – zelfs de drummer zit niet op een kruk, maar staat achter haar drumstel om mee te kunnen hupsen met de band. Met gedeelde vocalen (een jongen op gitaar, een meisje met tamboerijn en sample pads) en flinke scheuten kraut, post-punk, en vrolijke New Yorkse pop-art attitude.

Maar echt duwen, dringen en zweten is het pas bij Snapped Ankles. De rij staat tot onderaan de trap voor deze Londense band, en begrijpelijk, want dit moet je zien. Vier mannen in bizarre kostuums – alsof Chewbacca in een moeras is gevallen – spelen een groovy mix van postpunk, krautrock, dancepunk en gestoorde chaos. Door de rook en felgroene lichtflitsen zie je geen hand voor ogen, alleen grote, harige schimmen met gitaren en het griezelige rode lampje in het oog van de toetsenist. De muziek is al even verwarrend: een onophoudelijke draaikolk van donkere dansbare ritmes en onverstaanbaar echoënde stemmen. Absurd en fascinerend, en voor het eerst in Nederland te zien op London Calling. Maar na deze show moeten er haast wel meer volgen. Is er niet nog een plekje in de X-Ray op Lowlands voor deze monsters?

Snapped Ankles

Snapped Ankles

Het lijkt er dan ook op dat London Calling zijn groove terug heeft gevonden. Op de sterke najaarseditie van vorig jaar viel dat al te zien, en deze eerste van 2018 bevestigt het maar weer eens. Waar het een tijdje leek alsof het festival publiek probeerde te trekken met grotere, gevestigde namen als Allah-Las, Explosions in the Sky en Spoon, komen de publiekstrekkers dit jaar juist uit het jongere buzzbandsegment. Daarbij kan dit festival echt een verschil maken: bands die het online en in hun eigen scene goed doen maar nog niet groot genoeg zijn voor internationale headline shows, zie je hier het eerst. Zoals ook Arctic Monkeys en The xx ooit shows speelden op London Calling, waarvan nu zo veel mensen claimen dat ze erbij waren, dat je er drie Paradiso-bovenzalen mee zou kunnen vullen.

Nu is het voor deze lichting wachten op de volgende grote stap: staat Yungblud over een paar jaar op het hoofdpodium van Pinkpop? Is Bodega echt de nieuwe Parquet Courts? Zet Snapped Ankles straks de X-Ray op z'n kop? Zien we Boy Azooga, Frankie Cosmos of Porridge Radio ooit een podium op Best Kept Secret of Down The Rabbit Hole afsluiten? We gaan het zien, maar als het zo is kun je in ieder geval weer zeggen: 'Ik heb ze ooit op London Calling gezien'.