Muse is een intense band. Bombastische songs, verregaande concepten en theorieën achter elk album, extravagante tours met special effects en rondvliegende drones: het trio is uitgegroeid tot een van de grootste rockbands van hun generatie door alles groots aan te pakken. Maar na meer dan twintig jaar ben je daar ook wel eens klaar mee. Dus na het duistere Drones was het op nieuw album Simulation Theory tijd voor iets heel anders: 'Eerlijk? Die drones waren een fucking ramp.'

Voor sommige fans was het misschien even schrikken: in mei 2017 bracht Muse 'Dig Down' uit. Een los liedje. Zou er een album aankomen? Misschien wel, misschien niet. De drie schoolvrienden Matt Bellamy, Dominic Howard en Chris Wolstenholme zaten nog in de studio om meer losse liedjes op te nemen, en te zien waar het schip strandt. Voor iedere andere band is dat de normaalste zaak van de wereld, maar niet voor Muse. Muse-albums worden geboren als volledig volgroeide volwassenen in maatpak: de band sluit zich wekenlang op in de studio met een groots concept als leidraad, en komt pas weer naar buiten als de plaat helemaal af is en van begin tot eind een coherent verhaal vertelt. Maar na meer dan twintig jaar dat, werd het tijd voor een luchtigere aanpak.

Dat resulteert in een album dat nog veel meer verschillende geluiden incorporeert dan Muse al deed. Simulation Theory gaat alle kanten op: 'Propaganda' combineert op bizarre wijze trap beats, een uitgesproken Prince-achtige funkmelodie én akoestische slide-gitaar met Matts monsterachtig vervormde stem. 'Break It To Me' heeft zowaar iets nu metal-achtigs, maar wel met een intens melancholische bridge. 'Get Up and Fight' opent als een eurodanceliedje uit de jaren nul - ja, echt - om vervolgens over te slaan in een episch rockrefrein. Als Chris zegt dat dit album 'van alles wat' is, lult hij niet uit zijn nek.

Bassist Chris legt uit: 'De eerste drie of vier liedjes die we maakten waren echt bedoeld als standalone songs. Het idee van een album kwam pas veel later. Met de manier waarop wij werken heb je de komende twee, drie jaar van je leven eigenlijk altijd al in kaart gebracht: je maakt het album, je promoot het album, je gaat op tour. Dat is niet erg, maar na de Drones tour besloten we om iets meer tijd voor onszelf te nemen. Niet om te verdwijnen en nooit meer muziek te maken, maar om het op een iets andere manier aan te pakken. Misschien was het wel mogelijk om een paar losse shows te spelen en een klein beetje op te nemen, in plaats van meteen een hele tour te doen. Dus speelden we een paar shows in Amerika die niet per se aan een album gelinkt waren, en gingen we met een nieuwe aanpak de studio in.'

Muse

Opgericht in 1994 in Teignmouth, Engeland

Matthew Bellamy - zang, gitaar
Dominic Howard - drums
Chris Wolstenholme - bas


1999 Showbiz
2001 Origin of Symmetry
2003 Absolution
2006 Black Holes and Revelations
2009 The Resistance
2012 The 2nd Law
2015 Drones
2018 Simulation Theory
 

Tekst loopt door na de video.

Tegelijkertijd had die aanpak voor wat uiteindelijk Simulation Theory zou worden ook een externe reden: 'We zijn terecht gekomen in een tijdperk waar mensen op een nieuwe manier naar muziek luisteren. Ons idee was altijd dat als we op tour gingen met een nieuw album, we eigenlijk alle liedjes op dat album ook live wilden spelen. Maar bij Drones merkten we dat mensen niet meer alle liedjes van het album kennen. Liedjes die ik persoonlijk misschien wel de sterkste van het album vond maar die niet per se waren uitgebracht als singles. We hebben veel gepraat over hoe dat zou kunnen komen. Er ligt nu minder nadruk op albums, mensen gaan niet meer zo diep graven. Ze luisteren via Spotify naar de top tracks, en dat zijn de liedjes die gedraaid worden op de radio, de singles. Dus we dachten: hoe kunnen we ervoor zorgen dat alle liedjes belangrijk worden? Dit leek ons een goed moment om gewoon naar de studio te gaan en een liedje op te nemen, een liedje uit te brengen, en niet te veel na te denken over hoe het onderdeel zou moeten worden van een album. We konden gewoon doen wat we wilden! Als iets een elektronisch gospelnummer leek te worden, zoals 'Dig Down', dan lieten we dat gewoon gebeuren.'

Cabin fever

Dat was bevrijdend, aldus Wolstenholme. 'Zeker. En veel leuker, ook. Het gaf ons de kans om nieuwe dingen te proberen. Sommige liedjes zijn vrij traditioneel opgenomen, waarbij we met z'n drieën in de oefenruimte het liedje helemaal uitzoeken en het dan in de studio opnemen als live band. Andere liedjes kwamen juist heel anders bij elkaar: we stuurden bestanden over de Atlantische Oceaan, downloadden dingen thuis en voegden er kleine beetjes aan toe. Dat waren liedjes die van de grond af in de studio werden opgebouwd, in plaats van dat ze geboren worden in de oefenruimte.'

'Het ergste aan het maken van een album is de cabin fever, de claustrofobie die je soms krijgt. Het is heel intens: je wordt wakker, je eet je ontbijt, en je gaat direct de studio in. Daar zit je dan de hele dag. Dat is prima voor een periode, maar als je er weken, maanden zit, en je werkt aan twaalf songs tegelijk, verlies je het perspectief. Je luistert maar je hoort eigenlijk niks: “Ik heb dit nummer nu al duizend keer gehoord, ik heb geen idee meer of het goed klinkt”. In de vroege jaren probeerden we dat op te lossen door woonstudio's te vinden en daar ook te slapen, maar dat maakte het eigenlijk erger. Later namen we bijvoorbeeld twee weken op in de ene studio en twee weken in de andere, en sliepen we in hotels. Dan kun je na een dag in de studio tenminste nog uit eten of naar een bar, en heb je nog een fractie van een normaal leven.'

Inmiddels is de band verspreid over de planeet, met frontman Matt in Los Angeles en Chris nog steeds in Engeland: 'Dit album hebben we op zoveel verschillende plekken opgenomen. Matt heeft een busje in zijn tuin waar hij een studio in heeft zitten, ik heb dingetjes thuis opgenomen. We konden werken terwijl we een normaal leven hadden. Je hoeft je niet te voelen alsof je vier maanden in een gevangenis zit.'

'Mensen kennen niet meer alle liedjes'

Nachtmerrie

Drones was dan ook een claustrofobisch album, met donkere geluiden en dystopische thema's. 'Het zou moeilijk zijn geweest om nog donkerder te gaan dan Drones, zonder een heel deprimerende band te worden.' En niet alleen het album was zware kost, ook de Drones World Tour was heftig: meer dan 130 shows in arena's over de hele wereld, met echte rondvliegende drones boven de hoofden van het publiek en de band. 'Eerlijk? Die drones waren een fucking ramp. We willen altijd iets doen wat mensen nog nooit eerder hebben gezien, en niemand had ooit eerder drones meegenomen op een tour. Dus eigenlijk was het systeem dat we gebruikten er nog niet helemaal klaar voor. De eerste weken waren een absolute fucking nachtmerrie.' De bokkige drones hadden dramatische gevolgen, vertelt Chris half lachend: 'Ik heb er twee tegen mijn hoofd gehad. Tijdens een show was ik het refrein van 'Supermassive Black Hole' aan het zingen, en toen vloog er eentje tegen mijn gezicht. En een keer tijdens een soundcheck viel er een drone zo uit de lucht bovenop mijn hoofd. Ze zijn best licht en gaan niet enorm snel, maar het plastic aan de onderkant brak op mijn hoofd. Daar stond ik dan, met een enorme vliegende globe in plaats van een hoofd.'

'We willen na elk album altijd een totaal andere kant op. Dus het resultaat is dat Simulation Theory een stuk opwekkender klinkt. Ik zou het niet “licht” noemen, want het heeft nog steeds intense momenten. Maar vooral de melodieën en de teksten die Matt zingt zijn vrolijker. Er zitten nog steeds duistere thema's in, maar het is het soort muziek waarop je misschien wel wilt dansen, you know?'

Het nieuwe album van Muse, Simulation Theory, komt uit op 9 november via Warner.