Pop en Politiek: Wat valt er te kiezen voor muziekliefhebbers? Pop en Politiek: Wat valt er te kiezen voor muziekliefhebbers?

De partijstandpunten over popmuziek op een rijtje gezet

, Steven Stoffers

De grote thema's bij de Tweede Kamer-verkiezingen van 2017 zijn de zorg, veiligheid en immigratie. Daar gaan de debatten over en de meeste analyses in de krant. Maar wat zijn de standpunten van de belangrijkste politieke partijen als het gaat om popmuziek, cultuur, genotsmiddelen en muziekonderwijs? We zetten het voor je op een rijtje.

Op 15 maart mogen we beslissen wie er de komende vier jaar, als het een beetje meezit, de dienst uitmaken in Nederland. Een belangrijke keuze die je goed geïnformeerd moet maken. Om dat te doen kun je bijvoorbeeld de Partijwijzer invullen om te weten welke partij net zo denkt als jij over de Europese Unie, referenda of pensioenen. Of je kijkt de praatprogramma's en tv-debatten waar de lijsttrekkers van nu (bijna) allemaal langskomen. Daar zal het echter vooral gaan over de grote speerpunten van deze verkiezingscampagne: veiligheid, immigratie en gezondheidszorg.

Maar hoe denkt de politiek over popmuziek en alles daaromheen? We hebben de standpunten van de zeven grootste partijen (volgens recente peilingen) over popmuziek en cultuur even voor je op een rij gezet. We hebben tevens het programma van Partij voor de Dieren onder de loep genomen, omdat popmuziek daar expliciet in genoemd wordt.

Nog beter geïnformeerd worden? Omdat het lastig is je vertegenwoordigd te voelen door iemand die 20 jaar ouder is dan jij, nodigen we vanaf 2 maart de Lijsttrekkers van de Toekomst uit in 3voor12 Radio: politici jonger dan 35 jaar die volgens de peilingen een grote kans hebben om na de verkiezingen in de Tweede Kamer te komen. Dezelfde zeven partijen als in het overzicht hieronder ontvingen een uitnodiging, alleen de PVV besloot (na herhaaldelijk aandringen) niet mee te doen. Heb je een vraag voor een specifieke Toekomstige Lijsttrekker? Stel hem hier, dan proberen we hem in de uitzending voor te leggen.

Lijsttrekkers van de Toekomst in 3voor12 Radio

2 maart: Niels van den Berge (1984, Groenlinks)
6 maart: Henk Nijboer (1983, PvdA)
8 maart: Anne Kuik (1987, CDA)
9 maart: Rob Jetten (1987, D66)
13 maart: Dennis Wiersma (1986, VVD)
14 maart: Sandra Beckerman (1983, SP)

Cultuurbeleid / -subsidies

Op het gebied van cultuurbeleid en -subsidies valt zeker iets te kiezen. De PVV, VVD en het CDA willen geen extra geld voor kunst en cultuur. GroenLinks, D66, SP, PvdD en PvdA juist wel. De PvdA hangt daar als enige een bedrag aan in het partijprogramma: zij willen jaarlijks 100 miljoen extra reserveren. Uit berekeningen van het Centraal Planbureau blijkt dat ze daarmee echter niet de grootste inveteerder zijn (zie standpunten hieronder).

Alle partijen lijken het er over eens dat de regionale spreiding van de subsidies beter kan, maar er bestaan flinke verschillen over het soort cultuur dat subsidie verdient. De PvdA, PvdD en SP richten zich bijvoorbeeld expliciet op ‘popmuziek’, waar bij het CDA de nadruk vooral op cultureel erfgoed ligt. Klik op de rode balk hieronder om een samenvatting van de standpunten per partij te lezen.

Lees de cultuurstandpunten, samengevat per partij:

PVV

'Geen geld meer naar ontwikkelingshulp, windmolens, kunst, innovatie, omroep enz.' 

VVD

De VVD is ervan overtuigd dat de door hen ingezette bezuiniging op cultuursubsidies heeft gewerkt. Zie bijvoorbeeld: ‘We bezoeken steeds meer musea, poptempels en musicals omdat het aanbod zich meer toespitst op onze vraag. Meer en meer richt de cultuursector zich op de bezoeker in plaats van de subsidieverstrekker. En dat is goed.’ Ze beloven dan ook geen extra investeringen, maar ‘met dezelfde hoeveelheid subsidies meer cultuur’. Kunst en cultuur worden in het programma vooral tegen bezoekersaantallen afgezet. Grote namen zoals Rembrandt van Rijn, Rem Koolhaas, Armin van Buuren, het Concertgebouworkest en de Nederlandse Opera trekken toeristen naar Nederland en ook buiten landsgrenzen bezoekers. Dat wil de VVD in stand houden. Verder moet de overheid moet zich zo neutraal mogelijk opstellen ten opzichte van cultuur en inwoners laten bepalen wat wel en niet een kans verdient. De Geefwet met gunstige belastingregels voor culturele instellingen moet worden voortgezet. Trekt een instelling meer bezoekers en is de verwachting dat dat zo zal blijven? Dan lagere subsidie, zodat het geld elders kan worden gebruikt. Bij verdeling van het geld moet Raad van Cultuur niet alleen rekening houden met kwaliteit, maar ook met regionale spreiding. Aan instellingen die rijkssubsidie krijgen wordt gevraagd het ontvangen subsidiebedrag te vermelden op het (entree)kaartje, zo mogelijk met het aantal bezoekers.

GroenLinks

Wil ‘flink extra geld investeren in bijvoorbeeld productiehuizen, presentatie-instellingen, festivals en broedplaatsen om innovatie en talentontwikkeling te stimuleren’. Daarnaast is de partij tegen btw-verhoging op kunst. De verdeling van de subsidies moet volgens GroenLinks wel op de schop: de grote nadruk op de eigen inkomstennormen moet worden afgeschaft en de verdeling kan efficiënter. Met name wat betreft de wirwar tussen rijk, provincie en gemeente. De overheid moet bovendien met gemeenten afspraken maken over investeringen in cultuurcentra, ateliers en kunstexperimenten in kwestbare wijken om deze wijken aantrekkelijker te maken. Een voorwaarde voor subsidieverlening moet zijn dat instellingen kunstenaars behoorlijk belonen. GroenLinks heeft verder drie zeer concrete ideeën. 1. Iedereen die 18 jaar wordt, krijgt een ‘kunstvoucher’, wat jongeren moet stimuleren naar kunst op zoek te gaan en bovendien een extra, betrouwbare geldstroom is voor instellingen. 2. Er moet een ‘kunstenaarsvisum’ komen: kunstenaars van buiten de EU mogen zich in Nederland vestigen om het kunstklimaat te verlevendigen. 3. Instellen van een Nationaal Museum, met aandacht voor het slavernijverleden, koloniale verleden en de geschiedenis van migratie in Nederland.

CDA

Het CDA belooft geen extra geld voor kunst en cultuur, maar gaat voor een ‘betere spreiding van cultuurmiddelen, waarbij er o.a. wordt ingezet op het meer rechttrekken van de verdeling van Rijkssubsidies aan culturele instellingen.’ Hiermee wordt regionale spreiding en een ‘goede balans tussen amateurs en professionals’ bedoeld: ‘tussen de lokale fanfare en de topmusici van het Koninklijk Concertgebouworkest, tussen de regionale herkenbaarheid van het streekmuseum en de internationale faam van de Rijksmusea’. Daarnaast zet het CDA vooral in op het behoud van cultureel erfgoed: ‘waardevolle monumenten en kerken, kunstwerken, archieven, documenten en boeken’. Daarom moet voor particulieren het onderhoud van waardevolle rijksmonumenten fiscaal aftrekbaar blijven. Over moderne kunst of popmuziek valt niks te lezen in het partijprogramma.

D66

Bij D66 neemt cultuur een aanzienlijk groter deel in van het programma dan bij de andere partijen. Ze gaan in het partijprogramma dan ook vol op het orgel wat betreft de cultuurbezuinigingen van de laatste twee kabinetten: ‘Er is niet alleen in het vet gesneden, het mes is te vaak tot het bot gegaan. D66 wil daarom gericht investeren in het herstel van cultuur. Daarbij houden we het versterkte ondernemerschap en de verwerving van steun van publiek uiteraard vast.’ Er moeten gericht geïnvesteerd worden in ‘kwaliteit met internationale uitstraling, zoals toporkesten en beeldbepalende toneel- en dansgezelschappen’. Maar ook ‘moeilijke producten’ en ‘kwetsbare vernieuwende cultuuruitingen’ moeten ondersteund worden. Daarnaast wil D66 ‘gericht investeren’ in talentontwikkeling zoals productiehuizen en beurzen voor kunstenaars, architecten en ontwerpers. D66 deelt met GroenLinks de subsidie-eis dat kunstenaars fair beloond moeten worden, met CDA de zorg om het cultureel erfgoed dat zij in een publiek-private vorm willen bekostigen en met VVD het idee dat de kosten voor tentoonstellen omlaag kunnen als de overheid garant staat  voor kostbare kunst (dan hoeven er geen dure verzekeringen afgesloten te worden). De regionale spreiding van Kunst en Cultuur kan beter volgens D66, daar zal het Rijk beter in moeten overleggen met provincies.

PvdA

Volgens de Partij van de Arbeid valt de waarde van cultuur vaak niet in geld uit te drukken, maar ze beloven wel ‘jaarlijks 100 miljoen extra te investeren in kunst en cultuur’. Het is daarmee de enige partij die in het partijprogramma een harde financiële toezegging doet wat betreft cultuur. (In de doorrekening van de programma’s van het Centraal Planbureau valt te lezen dat D66 en SP eveneens 100 miljoen per jaar beschikbaar stellen voor cultuur en GroenLinks zelfs 200 miljoen.) Ze zien met name hoe makers door de cultuurbezuinigingen in de verdrukking zijn gekomen en stellen ook een subsidie-eis van goed werkgeverschap in, plus ‘collectief onderhandelde minimumtarieven voor zzp’ers’. Daarnaast wordt er geïnvesteerd in kunstopleidingen. Het publieke stelsel voor kunst en cultuur kan en moet efficiënter volgens de PvdA, waarbij het rijk de regio’s moet ondersteunen. Culturele instellingen moeten op zoek naar nieuw en diverser publiek en de PvdA ziet hiervoor met name festivals als ideaal vehikel. De PvdA wil ‘popmuziek nadrukkelijk behandelen als zelfstandige kunstvorm in het cultuurbeleid’: ‘Op het gebied van pop, urban en dancemuziek kent ons land aansprekende internationale successen. Meer aandacht voor de breedte van de popmuziek en de ontwikkeling van talent en nieuwe aanwas voor de top is nodig om nieuwe nationale en internationale successen te kunnen vieren. Hiervoor reserveren we extra middelen.’

SP

De SP wil extra investeren in onder andere theaters, festivals, orkesten en musea. Zo willen ze voor elkaar krijgen dat kunstenaars kunnen leven van hun werk en kunst weer dichter bij de mensen komt te staan: kunst en cultuur mag niet alleen voor een kleine elite zijn. Ook de SP wil dat landelijke subsidies beter verspreid worden over de regio’s. Daarnaast heeft de SP een paar interessante praktische ideeën. 1. De partij wil een Popfonds oprichten om de Nederlandse popmuziek te stimuleren en promoten. Er moet bovendien meer Nederlandse muziek op de publieke radio en tv te horen zijn. 2. Ze willen harde wetten wat betreft het doorverkopen van tickets. 3. De Rijksmusea moeten minimaal één dag in de week gratis toegankelijk worden. 4. De partij wil net als GroenLinks een Nationaal (Historisch) Museum, maar focust daarbij meer op gedeelde grondwaarden en geschiedenis van politieke instituties dan op migratie.

PvdD

De Partij voor de Dieren is in het algemeen kritisch op de cultuurbezuinigingen van de afgelopen jaren. Die hebben volgens de partij ‘de gezondheid en de toegankelijkheid van kunst, cultuur en erfgoed danig in gevaar gebracht’. Ze willen daarom herstel van ‘het hart van een vrije samenleving’. Hiervoor moet er structureel meer geld gaan naar kunst, cultuur en erfgoed. Ze willen net als de meeste partijen een betere regionale spreiding van de cultuursubsidies (niet al het geld naar de Randstad) en pleiten (net als de SP) voor één weekdag waarop alle musea gratis zijn. De PvdD richt zich vervolgens expliciet op popmuziek: popmuziek moet een volwaardige plek krijgen in het cultuurbeleid, o.a. binnen het Fonds Podiumkunsten. Er moet meer aandacht komen voor de inkomenspositie van muzikanten en het ministerie van Economische zaken moet de export van Nederlandse popmuziek efficiënt ondersteunen. Net als de SP willen ze woekerprijzen bij doorverkoop van concertkaarten aanpakken.

Drugs en alcohol

Hoe wenselijk of onwenselijk ook: roken, alcohol en drugs zijn onlosmakkelijk met popmuziek en festivals verbonden. Vrijwel alle partijen zetten in op voorlichting en een meerderheid is voor regulering en legalisering van softdrugs. GroenLinks en D66 gaan hier het verst in, door ook bepaalde drugs die nu als harddrugs gezien worden te willen toestaan.

SP, GroenLinks en PvdA willen bovendien standaard testpunten voor (hard)drugs inrichten, bij dancefeesten bijvoorbeeld. De VVD trekt de grens bij wiet en hasj en wil hard optreden tegen drugsoverlast. Maar het CDA gaat nog een stap verder en wil op termijn zelfs alle coffeeshops sluiten. Het standpunt van de PVV blijft een educated guess. Klik op de blauwe balk hieronder om een samenvatting van de standpunten per partij te lezen.

NOS: Tweede Kamer stemt in met regulering wietteelt

Lees de drugsstandpunten, samengevat per partij:

PVV

Ook over drugs en alcohol wordt met geen woord gerept in het verkiezingsprogramma van de PVV. Het blijft dus gissen naar het standpunt in deze kwesties voor de komende vier jaar. De huidige fractie stemde 21 februari in ieder geval wel tegen de regulering van de wietteelt. In 2012 waren de PVV en D66 echter de enige partijen die tegen de verhoging van de minimumleeftijd voor het kopen van alcohol en tabak stemden. Daarvoor lag volgens de PVV namelijk de verantwoordelijkheid bij de ouders en niet bij de overheid.

VVD

De VVD stemde tegen het voorstel van D66 om de wietteelt te reguleren, omdat ze vonden dat het beter kon. Want de partij is wel degelijk voor een slimmer beleid rondom softdrugs. Ze kiezen echter voor een harde lijn: coffeeshops die overlast geven moeten direct dicht en drank- en drugsrijders mogen er niet met een taakstraf vanaf komen maar moeten direct de gevangenis in. Jongeren moeten al vroeg geïnformeerd worden op het gebied van alcohol, tabak en drugs, zodat ze ‘later zelf een keuze kunnen maken voor een gezonde leefstijl’. De huidige minimumleeftijden voor tabak en alcohol moet worden behouden.

GroenLinks

Niet alleen softdrugs, maar ook XTC en paddo’s moeten volgens GroenLinks worden gelegaliseerd. Verkopers van softdrugs moeten altijd een vergunning hebben en aan strenge kwaliteitseisen voldoen. Harddrugs blijven illegaal, maar de politie moet zich richten op verkopers, niet op eindgebruikers. Die eindgebruikers moeten bovendien weten wat ze innemen en hun drugs kunnen testen bij 'grootschalige evenementen zoals technofeesten’. Tegelijkertijd wil GroenLinks het gebruik van verslavende middelen ontmoedigen door middel van voorlichting aan jongeren én hun ouders.

CDA

Het CDA ziet geen enkele heil in legalisering van de productie van softdrugs, omdat ‘het overgrote deel van de in Nederland geproduceerde softdrugs bestemd is voor de export’. Legaliseren leidt zo slechts tot normalisering van drugsgebruik. Het aantal coffeeshops moet omlaag, tot álle coffeeshops dicht zijn, en illegale verkoop hard aangepakt. Bezit van harddrugs moet niet meer gedoogd worden: het is strafbaar en dat moet gehandhaafd worden.

D66

Volgens D66 is gereguleerde productie en verkoop van ‘bepaalde typen (soft)drugs’ noodzakelijk, omdat alleen zo gebruikers weten wat ze binnenkrijgen. Hier wordt in ieder geval wiet en hasj mee bedoeld, maar waarschijnlijk ook XTC omdat eerder in het programma gewaarschuwd wordt dat er jaarlijks mensen sterven aan vervuilde pillen. Volgens D66 heeft iedereen recht op genot en is drugsgebruik een individuele keuze, maar is het de taak van de overheid om gebruikers al jong voor te lichten over gevaren en gebruik bovendien te ontmoedigen, zoals dat ook bij tabak en alcohol gebeurt.

PvdA

De PvdA deelt het standpunt van D66 wat betreft hasj en wiet: teelt moet legaal worden om de sterkte en kwaliteit ervan te kunnen controleren en drugsbendes wind uit de zeilen te nemen. Het levert bovendien accijns op. Harddrugs blijven verboden, maar het moet standaard mogelijk worden om die te laten testen op ‘dancefeesten en in uitgaansgebieden’.

SP

Ook de SP is voor regulering en legalisering van de teelt en verkoop van softdrugs. En gebruikers van MDMA, XTC en paddo’s moeten hun drugs kunnen testen bij mobiele testpunten. Voorlichting moet zich vooral toespitsen op verslavende middelen en zou vanaf groep 7 tot en met het voortgezet onderwijs gegeven moeten worden, dit geldt dus ook voor tabak en alcohol.

PvdD

De Partij voor de Dieren wil gebruik en productie van softdrugs legaliseren en dat de overheid ervoor zorgt dat de samenleving goed wordt voorgelicht over de risico’s van softdrugs en hoe het verantwoord te gebruiken. Als je wil stoppen met roken, moet hulp daarvoor gedekt worden door het basispakket van je zorgverzekering. En reclame voor alcohol of tabak moet verboden zijn op alle publieke zenders.

Muziekonderwijs en cultuureducatie

Jong geleerd is oud gedaan. Voor oudere generaties muzikanten was muziekles op school vaak de eerste keer dat ze een instrument bespeelden, maar inmiddels is muziekonderwijs al lang niet vanzelfsprekend meer. De SP, PvdA, D66, PvdD en GroenLinks lijken daar iets aan te willen doen met structureel meer geld voor muziek- en/of cultuuronderwijs. Het CDA ziet hiervoor met namen een rol weggelegd voor het verenigingsleven. De VVD en PVV hechten er weinig belang aan, als je op hun partijprogramma afgaat. Klik op de groene balk hieronder om een samenvatting van de standpunten per partij te lezen.

Lees de cultuureducatiestandpunten, per partij:

PVV

Over onderwijs wordt niet gerept op het a4-tje van de Partij voor de Vrijheid. We moeten daarom aannemen dat onderwijs in het algemeen en muziekonderwijs in het bijzonder vallen onder ‘enz.’ bij punt 7 op het verkiezingsprogramma: ‘Geen geld meer naar ontwikkelingshulp, windmolens, kunst, innovatie, omroep enz.’

VVD

Bij de VVD ligt de focus in het onderwijs met name bij ‘harde’ vakken als taal en rekenen. ‘Muziekonderwijs’ of ‘muziekles’ komen in het partijprogramma niet voor. Wel willen ze dat ‘cultuurinstellingen meer samenwerking zoeken met onderwijsinstellingen om cultuuronderwijs vorm te geven’. Dat lijkt echter vooral tot doel te hebben om cultuurbudget uit te sparen, want ‘in de financiering van het cultuuronderwijs willen wij dat de onderwijsinstellingen leidend zijn in plaats van cultuurinstellingen’.

GroenLinks

GroenLinks wil ‘structureel meer geld beschikbaar stellen voor cultuur- en muziekonderwijs en beeldende vorming’. Jongeren moeten volgens de partij kennis kunnen maken met kunst en cultuur en zelf creatief aan de slag kunnen.

CDA

Het CDA investeert niet zozeer in muziekonderwijs, maar meer in buitenschoolse muziek- en cultuuractiviteiten, door in iedere gemeente een ‘jeugdsport- of jeugdcultuurfonds in het leven te roepen’. Geen kind mag hierbij buiten de boot vallen, voor kinderen uit huishoudens met lage inkomens moeten voorzieningen als muziekles in natura worden aangeboden.

D66

D66 zet vol in op cultuur- en muziekonderwijs. Ze willen investeren in specifieke kunstvakken, vakdocenten en cultuur-uitjes, die bovendien ook in het kader van andere niet-culturele vakken gedaan kunnen worden: voor biologie moet men naar een natuurmuseum kunnen. Dit komt samen in de klinkende one-liner: ‘Geen kind verlaat wat ons betreft de middelbare school zonder het Rijksmuseum te hebben bezocht.’ Cultuuronderwijs begint, net als aandacht voor sport, digitale vaardigheden en gezond leven, wat D66 betreft al vanaf twee jaar, in zogenaamde brede buurtscholen (kindcentra).

PvdA

Ook de PvdA is ambitieus wat betreft cultuuronderwijs en belooft zelfs expliciet extra geld voor muziekles. ‘Cultuur nemen we volwaardig op in het curriculum van middelbare scholen, zodat het ook een plek krijgt bij vakken als taal, rekenen en geschiedenis.’ De prioriteit voor de PvdA ligt hierin bij het VMBO, omdat daar de meeste winst te behalen valt. Net als het CDA steunt de PvdA een zogenaamd ‘jeugdcultuurfonds’ zodat kinderen uit een gezin met minder geld de kans hebben om deel te nemen aan culturele activiteiten.

SP

De SP legt eenzelfde nadruk op de deelname aan culturele activiteiten door kinderen uit gezinnen met een lager inkomen. Daarnaast willen ze dat er in elk leerjaar structureel lesuren aan cultuureducatie worden besteed en dat ‘dans en muziek, drama, literatuur en beeldende kunst zoveel mogelijk door vakdocenten worden gegeven’.

PvdD

De Partij voor de Dieren noemt muziekeducatie expliciet en stelt dat zowel basisscholen als middelbare scholen en middelbaar beroepsonderwijs hiervoor een vaste plek moeten vinden in het lesprogramma. Daarnaast moeten gemeenten ook hun steentje bijdragen om ervoor te zorgen dat iedereen mee kan doen aan cultuur.

Andere interessante punten voor de popmuziek:

In sommige partijprogramma’s kwamen we standpunten tegen over downloaden en auteursrecht die een extra vermelding waard zijn, omdat ze direct te maken hebben met de manier waarop popmuziek in Nederland gemaakt of beleefd wordt. Die stippen we hier voor de volledigheid nog even kort aan.

GroenLinks vindt dat de energie die nu in de handhaving van het downloadverbod gestoken wordt beter kan gaan naar het moderniseren van het auteursrecht in Europees en internationaal verband. Omdat het downloadverbod volgens hen ingaat tegen de privacy van gebruikers, maar ook omdat er alleen op die manier een balans gevonden kan worden tussen de belangen van makers, gebruikers en remixers.

Ook D66 vindt dat het Europese Auteursrecht tegen het licht gehouden moet worden omdat, zeker online, artiesten en makers een oneerlijk klein deel van de opbrengst ontvangen.

Volgens de PvdA moeten jonge makers überhaupt beter voorgelicht worden over welke rechten ze hebben, zodat ze weerbaarder zijn tegen exploitanten. Bovendien moeten die rechten aangepast worden, onder meer door een 'uitzonderingsclausule te schrappen waarop mediaconcerns zich nu nog kunnen beroepen bij het niet uitbetalen van inkomsten van inkomsten uit exploitatie van auteursrechtelijk beschermd werk'. 

De SP zegt dat een auteur altijd zelf moet kunnen beslissen onder welke voorwaarden zijn werk wordt verspreid. Een verbod op downloaden mag niet leiden tot een heksenjacht op individuele gebruikers, maar alleen diegenen die er commercieel van profiteren moeten worden aangepakt.

Ook de Partij voor de Dieren wil het auteursrecht moderniseren, zodat muzikanten en filmmakers een redelijk deel van de winst krijgen van de platforms die hun inhoud aanbieden. Denk aan: YouTube of Spotify. Bovendien moet er onderzoek komen naar nieuwe betaalmodellen voor deze kunstuitingen.

Dus ja, er valt zeker wat te kiezen

Op 15 maart vinden de verkiezingen voor de Tweede Kamer plaats. Schoten je door het lezen van dit artikel nog vragen te binnen voor de Lijsttrekkers van de Toekomst? Stel ze dan via dit formulier, dan kunnen wij ze in de uitzending voorleggen. 

Nu op 3voor12