Henrik Schwarz en het Metropole Orkest: 'Night of the Proms is de Antichrist' Henrik Schwarz en het Metropole Orkest: 'Night of the Proms is de Antichrist'

Duitse dj en producer in gesprek met dirigent over aankomende shows en album

, Ralph-Hermen Huiskamp

DJ’s die samenwerken met orkesten. Het gaat vaker faliekant mis dan goed. Kickdrums uit 808’s die vervangen worden door pauken en strings die door een strijkerssectie gedaan worden: meestal verzandt het in een zompig geheel. Henrik Schwarz doet met het Metropole Orkest en dirigent Jules Buckley het dan ook anders. 'Zo'n David Guetta met twintig superhotte violistes, dat is gewoon bullshit'.

Wie de Duitse dj en producer Henrik Schwarz langer volgt, weet dat hij al jaren opvallend veel samenwerkt met muzikanten buiten de dancewereld. Zo maakte hij albums en deed hij cluboptredens met jazzpianist Bugge Wesseltoft en nodigde hij samen met Frank Wiedemann (helft van Âme) onder de naam Schwarzmann tal van muzikanten uit op het podium om te improviseren. Die improvisatie is altijd een belangrijk ding voor Schwarz. Ook als hij solo live optreedt op een dancefestival, wil hij de vrije hand houden. Een database met duizenden samples, loops en beats rangschikt hij live zo dat er altijd weer nieuwe dingen ontstaan. Het lijkt altijd om de vrijheid van het moment te gaan. Het tegenovergestelde van met een orkest werken, bijvoorbeeld. Maar zo zegt hij al snel: ‘Uiteindelijk gaat het vooral om energie. Bij componeren is het als een batterij: je slaat de energie op in de bladmuziek die er uit moet komen als het gespeeld wordt. Op het podium improviseren is niet anders. Je gaat een risico aan met het publiek of andere muzikanten. En als het lukt komt er energie vrij’.

Fiets van de lokale dealer op de brug
Ruim voor een maand voor shows in Tilburg en Enschede verblijft bij Schwarz het Metropole Orkest, in de studio van het gezelschap. We hebben een week om het nieuwe album op te nemen. Het lijken wel kantoortijden, we zijn maandag om negen uur begonnen,’ lacht de Duitse dj als hij samen met Jules Buckley, dirigent van het orkest, in het kantoor van die laatste gaat zitten. Schwarz pielt nog even wat op de vleugel in het kantoor, Buckley schept op over de voetbaltafel die er tegenover staat. ‘Eigenlijk moeten we het interview pas na een potje tafelvoetbal doen. En ik kan je alvast waarschuwen. Henrik woont in Berlijn, dus die ga je nooit verslaan.’

Buckley kan het weten, want de twee brengen samen nogal wat tijd door voor dit project. ‘Henrik levert mij MIDI-files aan met zijn composities en wat audio. Aan de hand daarvan maak ik de arrangementen. Vaak alsnog op gehoor op de audio, want die computerbestanden bestaan uiteindelijk vooral uit pagina’s met duizenden zwarte noten. Een computer is veel te precies daarin, uiteindelijk werkt je oor toch anders. Maar buiten dat wil ik altijd met artiesten brainstormen. Ik neem dan een blocnote mee en kom thuis langs. Ik schrijf alles op wat me opvalt. Dat kunnen letterlijke quotes zijn, maar ook een beeld dat ik opvallend vind. Voor dit project hadden we het bijvoorbeeld over een specifiek geluid. Alsof 25 bamboestokken een glimmende aluminiumplaat raken. Henrik had bedacht dat met de achterkant van de strijkstokken na te bootsen, maar daarvoor is het Metropole Orkest een veel te luidruchtig orkest. We moesten een plan B verzinnen, en dat was overduidelijk de Nederlandse stadsfiets. Uiteindelijk hebben we voor 15 euro een fiets gekocht van de lokale dealer op de brug en er wat aan geklust. Misschien dat iemand tijdens de optredens zijn fiets wel herkent, haha. Goed, die zetten we dan gewoon in de albumcredits.'

Night of the Proms als Antichrist
Het klinkt allemaal niet als het steeds populairder wordende ‘dj met orkest-concept’. Dat is het ook niet. ‘We hebben hier veel over gepraat,’ zegt Schwarz. ‘In de jaren tachtig kreeg je hetzelfde natuurlijk met rock en klassiek. Vreselijk. Ik schrijf nu gewoon stukken speciaal voor een orkest.’ Buckley haakt in: ‘Night of the Proms is voor mij de Antichrist van de orkestrale wereld. Samen met David Garrett, ooit een enorm gerespecteerd solist, waarvan je weet dat iemand ooit tegen hem gezegd heeft: "David! Je bent een knappe gast, je kan snel spelen. Jij kan stadions vullen!" En nu speelt hij Guns N' Roses op zijn viool. Zo is het ook als het gaat om dance met orkesten. Mensen verwachten met dit project misschien ook dat wij die wereldberoemde dj gaan coveren. Lokale zangers die de vocals doen, iets bombastisch, schreeuwend publiek. Ik geloof dat David Guetta zoiets deed op Amsterdam Dance Event. Ze hadden van te voren al een heel orkest opgenomen en voor de show hadden ze twintig  super hotte 16-jarige violistes neergezet die dan playbackten. Je moet het maar checken, het is totale bullshit, Maar het schept wel het beeld van wat elektronische muziek met een orkest is. Het is hetzelfde als X-factor, waar in een hoekje drie strijkers zitten en je een heel symfonie-orkest hoort. Of bij popoptredens, waar een orkest met een clicktrack meespeelt over opnames van 60% van hun optredens. Het zaadje waarmee het bij ons allemaal begon, is de compositie. Het enige dance-eraan, is de mentaliteit. Een track is bijvoorbeeld eigenlijk een loop van zes minuten, die constant verandert. Zo'n concept komt uit de elektronische wereld. ’

Ego-ding
Voor het Metropole Orkest is de samenwerking een goede manier om met een jonge componist samen te werken. ‘Orkesten zijn honderden jaren geleden niet uitgevonden als conservatieve instituten. Dat lijkt tegenwoordig vergeten. Man, vroeger werden er met stoelen gegooid bij uitvoeringen. Er waren fucking rellen bij Stravinsky. Orkesten moeten die verantwoordelijkheid weer pakken. De ontwikkeling van kunst gaat niet om wat mensen meten leuk vinden. Als het niet meteen resoneert, dan moet je gewoon volhouden. En het hoeft echt niet complex te zijn, daar mogen we ook best van af binnen de gecomponeerde wereld. Melodie is echt niet erg. Dat hoogdrempelige is vaak ook een ego-ding.’ Schwarz voelt een zelfde drang. ‘De meesten van ons in de elektronische muziek hebben geen muzikale opleiding gehad. Daarom gebruiken wij ook machines. De scene heeft de neiging om dit soort samenwerkingen altijd af te schuiven als prestige, maar het is noodzaak. We moeten de volgende stap zetten. Tuurlijk, onderweg vallen we wel eens als we stappen proberen te zetten, maar we moeten vooruit. En ik ben er van overtuigt dat het publiek dit ook aankan. Elektronische muziek is zo experimenteel, zonder dat het overcomplex hoeft te zijn. Wat wij doen is hele rare shit maken, en dat verstoppen tussen de kickdrums. Ik geloof echt dat die mindset ook kan helpen bij dit soort projecten, in deze hoek. Bovendien, in een wereld waar alles sneller en sneller is, voelen mensen het gewoon als wij met zo veel mensen zo ongelooflijk veel tijd en energie steken. Daar heb je geen stroboscoop of knipperlicht voor nodig.'

Het Metropole Orkest en Henrik Schwarz treden woensdag 14 juni op in Tilburg, en op donderdag 15 juni in Enschede.

Nu op 3voor12