Dollkraut is niet bang voor stilstand Dollkraut is niet bang voor stilstand

‘Sommige innovatie vind ik niet zo cool’

, Atze de Vrieze

Vol verbazing keek Pascal Pinkert een tijdje geleden naar een documentaire uit 1967 die Holy Ghost People heet. Het is een zwart-wit document van een spirituele kerkgemeenschap in de Verenigde Staten. ‘Sterker nog: die mensen beschouwden religie als een geneesvorm.’ Het werd de titel van zijn tweede album. Dit weekend draait Dollkraut op DGTL.

Het is inderdaad een intrigerende film, Holy Ghost People, waarin mensen in tongen praten, buiten zinnen dansen en zingen en zelfs patiënten behandelen met een levende slang. ‘Scary! Hoe mensen zover kunnen komen. Ik zet me er niet tegen af hoor, het fascineert me gewoon.’ Het fascineert hem waarschijnlijk nog het meest, omdat Pascal Pinkert zelf zo’n beetje de meest nuchtere muzikant van Nederland is. Hij is de droogkloot uit het Oosten, wars van alle hipheid en pretenties van de stad waar hij nu woont, Amsterdam. Begin met hem bijvoorbeeld over het befaamde dertigers-dilemma, en hij begint aan een typische Dollkraut-formulering: ‘Ah, quarter life, hebben we wel genoeg bereikt. Daar ben ik totaal niet mee bezig. Ik denk dat ik een mate van relativering heb met betrekking tot de eeuwigheid. Wat zeg je, ben ik na mijn dertigste pas gedebuteerd met een album? 2010, of nee, je hebt gelijk, 2014. Ja, toen was ik wel dertig.’

Dat debuut heette Schimanski’s Black Lullabies en het was een heel eigenwijze elektronicaplaat, geïnspireerd door oude soundtracks, half-verstaanbare synth wave en de Duitse crimi Tatort. Ja, echt. Het bleef altijd een soort cultplaatje en Dollkraut brak er nu ook weer niet groots mee door, maar het lukte hem wel echt van de muziek te leven. Hij bleef dj, maar vormde ook een band, waarmee hij tot ver buiten de landsgrenzen speelde. ‘Met als hoogtepunt een festival in Zuid-Frankrijk, vorige zomer. We stonden op piek-time in een bomvolle tent. Er klom iemand op het podium, en die hebben we maar een koebel in handen gegeven. Zo’n sfeer.’ Dollkraut viel ook op bij Parisienne Jennifer Cardini, een dj met een voorliefde voor duistere wavepop. ‘Die vroeg me of ik nog muziek had voor een nieuw sublabel dat ze wilde opzetten, gericht op meer luistermuziek. Ze vond het te gek wat ik gemaakt had. Ik heb er verder niet al te lang over nagedacht, dit klonk als een goed idee.’

Dollkraut op Catch 2017

Hetzelfde pad slaat Dollkraut nu nog wat verder in op Holy Ghost People, inderdaad vernoemd naar die documentaire over reli-fanatici. Op dat album verfijnt hij zijn sloppy, slordige geluid, met veel galm over zijn stem en eindeloze vertraging op de drums. ‘Er zijn niet veel drummers die echt goed met zo’n swing kunnen spelen’, zegt hij. ‘Het lijkt soms net of het er naast zit, zo laat is de timing. Drummers vinden dat vaak moeilijk, vooral om het vol te houden. Nog ingewikkelder is het om dat met twee drummers te doen. Mijn eigen stem heb ik dit keer voor het eerst gelaagd opgenomen, een soort meerstemmige versie van mezelf. Dat geeft een vol geluid. Hoe dan ook wilde ik het goed aan het kraken krijgen, productioneel. Ik hou heel erg van de producties uit de jaren zeventig. Hoe wij het nu zien hadden ze destijds allerlei beperkingen, er was geen computertechniek, je moest werken met tape. Dat type geluid wil ik voort laten leven. Stilstand is achteruitgang zeggen ze, maar daar ben ik het niet mee eens. Sommige innovatie vind ik niet zo cool.’

Alle nuchterheid ten spijt blijkt Dollkraut overigens wel een romanticus. Neem nou de hoes van zijn nieuwe album, waarop een mysterieus naakt meisje je aanstaart, weergegeven in rood, groen en geel licht, spooky en sexy. ‘Het beeld is gemaakt door Stevie Anderson, een artiest waar ze bij mijn label vaker mee werken. Hij kwam met deze foto’s, en eigenlijk kwam ik er pas in het laatste stadium van het maakproces achter dat die dame zijn vriendin is. Saillant detail, toch? Dat vond ik eerst ook, maar daarna dacht ik: ik snap het wel, als je een muze hebt wil je die tonen. Of ik zelf ooit een muze heb gehad? Ja, die heb ik nu. Er staat op mijn album een nummer dat ‘Red Girl’ heet. En ja, mijn vriendin roodharig. En heel knap om te zien. Overigens hebben vrouwen in mijn leven vaak een leidende rol. Ze leren me vaak om geduld te hebben. Als je gepassioneerd bezig bent, vergeet je soms om even stil te staan en twee keer na te denken. De vrouwen in mijn leven laten me keer op keer zien dat dat vaak wel zinnig is.’

Morgen staat Dollkraut op DGTL in Amsterdam. Als dj.

nu op 3voor12