ESNS15: De Top 30 van Eurosonic 2015 ESNS15: De Top 30 van Eurosonic 2015

Belgen Oscar & The Wolf hoogtepunt Eurosonic

, Ingmar Griffioen, Ralph-Hermen Huiskamp, Sjoerd Huismans, Tim van de Steen, Atze de Vrieze, Tomas Delsing en Bas van Duren

ESNS15: De Top 30 van Eurosonic 2015

Belgen Oscar & The Wolf hoogtepunt Eurosonic

Ingmar Griffioen, Ralph-Hermen Huiskamp, Sjoerd Huismans, Tim van de Steen, Atze de Vrieze, Tomas Delsing en Bas van Duren ,

Eurosonic is afgelopen, dus tijd om de balans op te maken. De redactie van 3voor12 heeft drie dagen en nachten door Groningen gefietst om bijna geen show te missen. Uit alle verslagen hebben we een Top 30 gedestilleerd. Oscar & The Wolf stond een aantal maal in het blokkenschema en heeft de harten van de redactie gestolen met hun met r&b doorspekte dreampop.

1. Oscar & The Wolf pakt Vera in
Oscar & The Wolf heeft inmiddels half Belgie al lang en breed platgespeeld. Het debuutalbum vol dreampop doorspekt met r&b dat afgelopen jaar uitkwam deed het goed daar, maar aan de rij voor Vera en het enorm enthousiastme waarmee de band begroet wordt te zien hebben ze hier inmiddels ook al een aardige fanbase opgebouwd.

Volkomen terecht, blijkt al vanaf de eerste seconden. Als de zanger zich in gouden glitterjasje het podium opstort en als opener een stuk of wat pirouettes draait heeft hij de rockbunker van Groningen al voor zich gewonnen. Het belangrijkste wapen dat de band in huis heeft is dat er in elk nummer een slepend element zit. Dat kan in de synthesizers zitten, of in een haperende drum, maar net zo goed in de zang, waarbij de zanger er een sport van lijkt te maken zo min mogelijk te articuleren maar nog wel verstaanbaar te blijven. En ondertussen wisselen de gitarist en de drummer elkaar af in dansbare accenten. Alles met een enorm plezier. De toetsenist schatert het soms uit om de pasjes die de zanger uit zijn mouw schudt.

Dat plezier op het podium, versterkt door bijna alleen maar sterke nummers slaat over op de stampvolle zaal. Handen in de lucht wanneer er om gevraagd wordt, dansen wanneer er een four on the floor klinkt, en joelen om meer als het klaar is. En die toegift komt er. Natuurlijk hun inmiddels bekende cover van Freed From Desire, en gewoon hun prijsnummer Strange Entity nog een keer. De zaal is inmiddels al wat leger, maar het feest is er niet minder om. De boekingen van buiten Belgie zullen nu ook wel binnenstromen. Bekijk hier ook het interview van Atze de Vrieze met Max Colombie van Oscar & The Wolf. (Ralph-Hermen Huiskamp)

2. Seinabo Sey pakt sfeervol Grand Theatre volledig in
Al na het eerste nummer trakteert de Zweedse R&B-zangeres Seinabo Sey het publiek op een vette knipoog. Vanaf dat moment kan haar optreden eigenlijk niet meer stuk. Ze zingt met haar lage stem vooral popnoirachtige pianoballads, die door drie bandleden worden aangevuld met diepe beats en andere minimale elektronica. Een mysterieuze sfeer is het resultaat. Ergens tussen North Sea Jazz en Pitch in, als het ware.

Gekleed in een uitbundig rood gewaad ziet Sey er geweldig uit. Het is duidelijk dat de show volledig om haar draait; de drie kleurloze bandleden zijn wel zeven of acht meter naar achter weggemoffeld. In het sfeervolle Grand Theatre komt een show als deze natuurlijk perfect tot zijn recht. De lichtman mag een halfuurtje losgaan en creëert scherpe contrasten met fel blauw licht.

Seinabo Sey presenteert zichzelf ogenschijnlijk wat afstandelijk, maar blijkt gaandeweg toch een open boek. Als aankondiging van de ballade 'You' zegt ze bijvoorbeeld: 'This song  is about my tragic non-existent love life.' Aaaaaaaah. Dat liedje komt duidelijk binnen bij de bezoekers. Jammer is het dan weer dat hit en afsluiter 'Younger' eigenlijk het minst uit de verf komt - vooral door de kenmerkende sample tijdens het refrein, die wel erg hard staat. Toch maar richten op North Sea Jazz dan, of de meer elektronische nummers een iets minder lullig live-jasje geven. (Sjoerd Huismans)

3. James Bay is geboren voor grote festivals
Terwijl sommige van zijn collega's het hier moeten doen met een klam keldertje of een krap kroegje, staat James Bay bij zijn eerste optreden op Nederlandse bodem meteen in een flinke festivaltent. 'Niet slecht voor een eerste keer,' concludeert hij zelf, en hij laat zich allerminst intimideren. Verbazingwekkend hoe gemakkelijk hij de achterste rijen weet te bereiken met zijn zelfverzekerde gitaarpop. Af en toe heeft hij een flinke bluesy uithaal, soms ook ruimte voor een snik. Op de eerste rij staat een meisje met precies zo'n hoed als James. Zij eet nu al uit zijn hand, en hij weet precies wat hij daar in moet stoppen om nog veel meer hongerigen te lokken.

Deze zanger past namelijk perfect in de eindeloze reeks conservatieve mainstream gitaarpop-acts die Engeland momenteel uit knalt. Niet credible en al helemaal niet vernieuwend, wel gemaakt voor het grote succes. Deze James Bay is artistiek gezien nog een stuk minder spannend dan concurrenten George Ezra, Hozier en Ed Sheeran, maar hij heeft wel een enorme power in zijn performance. Met name de tweede helft, vanaf de kalme oude single 'Let It Go' (in Engeland een bescheiden hitje), tot aan de hit 'Hold Back The River', een song over hoe het jachtige leven dat gekoesterde vriendschappen onder druk zet. Universeler krijg je ze niet. (Atze de Vrieze)

4. Years & Years heeft hits & hits & hits
Een buzz rond een jonge band is altijd tricky. De lat schuift met de verwachtingen een stuk omhoog, de druk wordt al snel onredelijk hoog voor de band. De uitverkiezing tot dé act voor 2015 door de BBC zette het Engelse Years & Years in een klap bij iedereen op de radar. Niet gek dat de band in een stampvol Simplon veel te lang soundcheckt en nerveus over het podium drentelt voor aanvang.

Die zorgen blijken niet voor niets. Tijdens de show is er nog steeds iets mis met de monitoren. Althans, op de gekste momenten zit de zanger er naast, terwijl hij juist tijdens de allerlastigste uithalen en loopjes er bijna virtuoos boven op zit. Misschien is het ook een kwestie van kilometers maken. En dat gaat wel lukken, want het kan niet lang duren voordat deze band op alle festivals en podia staat. Want in de krappe 45 minuten dat ze spelen, zitten minstens vijf hits. Met een mengelmoes van nineties r&b en UK-garage vist de band in een steeds drukker beviste vijver, maar weinig acts hebben zo'n radiovriendelijke sound én zo veel live potentie. Zelfs die Bruce Hornsby-achtige ballade halverwege is raak. Als die bibbers uit z'n stem verdwenen zijn staat weinig ze meer in de weg nog jaren en jaren mee te gaan. Ach, met die bibbers vast ook wel. (Ralph-Hermen Huiskamp)

5. Ontwapenend Ibeyi geeft een bijzondere tweeling-act
Tweeling. Dat is wat Ibeyi betekent in het Yoruba, een oude taal die behoort tot het gelijknamige West-Afrikaanse volk, waarvan afstammelingen in Cuba zijn terechtgekomen. De Frans-Cubaanse tweelingzussen Lisa-Kaindé and Naomi Diazzijn proberen de cultuur van hun vader in stand te houden. Dat doen ze vanavond op een bijzondere manier.

Bijzonder, omdat hun combinatie van traditionele muziek en hitgevoelige minimalistische electropop nergens gimmicky aanvoelt. Na een verlegen begin vertellen de twee zussen tussen de nummers door over hun afkomst (in aanstekelijke Kwik, Kwek en Kwak-stijl) en manen ze het publiek tot dansen. En met succes: 'River' (bekend van die fraaie onderwaterclip) wordt zelfs al met gejuich begroet. Op een gegeven moment wordt het zelfs nogal melig op het podium als ze bijna de slappe lach krijgen om het flesje water dat ze moeten delen.

Ze wisselen het af met spiritueel geladen a capella intermezzo’s – helaas enigszins verstoord door iemand met een hardrock-ringtone. Ook verder vullen ze de arrangementen minimalistisch in met piano, elektronische beats en extra ritmes op zowel cajón als het eigen lichaam. Het is zowel authentiek als hitgevoelig, een knappe combinatie. Benieuwd waar we de tweelingzussen gaan tegenkomen. Voor het doorsnee poppubliek is Ibeyi wellicht te obscuur, maar de spannendere festivals van Europa zijn bij dezen gewaarschuwd. (Sjoerd Huismans)

6. Jake Isaac is de eerste nieuwe held van Eurosonic 2015
Er staat een immense rij bij de Vera voor de Londense singer/songwriter Jake Isaac. Zijn reputatie is hem blijkbaar snel vooruit gesneld, sinds hij tijdens de afgelopen editie van Glastonbury de EP War Child uitbracht, met daarop de hit Long Road. Maar dat is lang niet het enige goede liedje dat hij heeft, zo blijkt al in de eerste minuten van zijn show. Hij heeft zijn band thuis gelaten en begint met een verstild pianoliedje. Dat gaat nog goed ook. De bezoekers manen elkaar tot stilte, al gauw kun je een speld horen vallen in de overvolle Vera. Best indrukwekkend om te zien, zeker omdat Isaacs indrukwekkende soulstem zo alle ruimte krijgt.

De muziek die hij maakt heeft verder weinig met soul te maken, eerder is het een soort Ben Howard-achtige folkpop. Radiovriendelijk en heel geschikt voor de zomerfestivals, bovendien toont Isaac zich in tegenstelling tot Howard ook nog eens een crowdpleaser pur sang. Stukje Bob Marley, geen probleem. Als hij even later ook nog Bonnie Raitt covert wordt het wel erg zijig, maar gelukkig heeft hij prijsnummer Long Road dan nog achter de hand. Wij hebben genoeg gehoord, dit is een ster. (Sjoerd Huismans)

7. AURORA fenomeen in wording
Bijna exact een jaar geleden stond in Grand Theatre de toen nog onbekende Ier Hozier te spelen. Hoe het hem later is vergaan, is bekend. De act die vandaag op hetzelfde podium alle aandacht krijgt, heeft de potentie om ook Heel. Groot. Te worden. Act in kwestie de band rondom de pas 18-jarige Noorse Aurora Aksnes. De kleine blondine heeft een oude ziel, getuige de heftige verhalen die zij bezingt, maar in haar maniertjes zit een stuk kinderlijkheid die je dan weer wel van een tiener verwacht. Zo is ze zichtbaar onder de indruk van de enorme drukte en is het moeilijk voor haar om haar armen stil te houden; gaat het over sterren, dan rijst ze haar ledematen naar boven en gaat het over rennen met wolven, dan is stilstaan geen optie. Waar AURORA, gewapend met haar gouden stem, gitarist, twee toetsenisten en drummer, in het begin nog in de indiefolkhoek zoekt, gaat het gaandeweg richting theatrale darkwave met kerkorgels, kathedraaldrums en heel haar ziel en zaligheid in die prachtige stem. De jaren 80-invloeden hangen in de lucht, zeker met het eerder genoemde 'Running With The Wolves' dat qua songtitel al niet veel meer Kate Busherig had kunnen zijn. Het moment is echter de toegift: een nóg minimalistischere versie van David Bowie's 'Life On Mars' waarbij ze vrij snel de tekst vergeet. Een man in het publiek kraait de woorden uit en AURORA herpakt zich. Alle aanwezige harten worden gestolen en er gloort een bijzonder hoopvolle toekomst voor deze Noorse jongedame. En die tweet dat ze in Amsterdam speelt? Die vergeven we haar. (Bas van Duren)

8. Jack Garratt verrast als elektronische singer-songwriter

Op basis van zijn single 'Worry' zou je verwachten dat Jack Garratt de zoveelste Ed Sheeran volgeling op dit festival is. Hij heeft zelfs een volle, rossige baard om de connectie te verstevigen. Hoewel: dat liedje van hem heeft wel een aangenaam eigenwijs haakje, en dat blijkt de voorbode van een nog veel eigenwijzer oeuvre. De Brit stoeit veel met elektronica, en zijn set houdt eerder het midden tussen James Blake, Chet Faker en Jeff Buckley.

We horen gebroken beats, zware bassen en geconcentreerde uithalen, het lijkt erop het hij van alles improviseert, voortdurend duikt hij weg voor zijn eigen melodieën. Soms een beetje te veel, maar vooruit. De kunstmatige sterrenhemel in het sferische (ja ja, bolvormig) Infoversum overweldigen hem duidelijk, maar het is toch wel typisch dat hij er geen romantisch feestje van maakt. Ja, deze Jack Garratt deugt wel, en met die potentiële radiohit 'Worry' op zak zou hij zomaar eens een heleboel mensen in aanraking kunnen brengen met iets dat ze nog nooit eerder gehoord hebben. (Atze de Vrieze)

9. Catfish and the Bottlemen stadiongroots in De Spieghel
Inschattingsfout om Catfish and the Bottlemen in dit krappe zaaltje neer te zetten? Met zes singles op rij en debuutalbum Balcony hebben de Welshe Britpoppers immers een Euroborgwaardig publiek bereikt. Terwijl de rij bijna de Peperstraat uit slingert, en binnen De Spieghel helemaal ontwricht is...staan in een steeg buiten naast het pand vier Britse jochies rustig peukjes te roken. Eenmaal binnen beginnen ze hard met de normaal toch melodieuze troef Rango. Als vier overenthousiaste knapen, die vervolgens stranden door geluidsproblemen. Maar ze vliegen er gauw weer in voor het meer pakkend gezongen Pacifier (dat zo op een Gem- of Arctic Monkeys-plaat zou passen).

Zanger en geboren Aussie Van McCann heeft een meeslepende swagger in zijn stem, die Kathleen en de meisjes hier het hoofd op hol brengt. Wat tempowisselingen maken het nog pakkender en de samenzang in de refreinen snappen ze ook. Zijn zang, de pose en vooral die songs; ja dit heeft alles in zich om echt groot te worden. Meisjes op de eerste rij in bandshirt die alles woordelijk meezingen? Ook check. De vraag is nog of het Kooks groot of Arctic Monkeys groot wordt, maar de sound is vast op stadiongrootte in de Spieghel, zeker in het Kensingtonesque Cocoon. Ze brengen vanavond alles stevig rockend. En het klopt: je krijgt er geen speld tussen (hooguit effectbejag). Live hebben ze net wel dat randje en niet die vullers. Met alle zes singles plus een prima afsluiter (Tyrants) pakt Catfish het publiek volledig in. De vraag is alleen waarom ze voor zo weinig zieltjes stonden en wanneer ze terugkomen om de buzz op een nieuwe clubtour en op de festivals te verzilveren. (Ingmar Griffioen)

10. Kiasmos: componisten veroveren de dansvloer met de nieuwe wildernis
IJslandse componist Ólafur Arnalds gaat het even helemaal anders doen. Niks geen piano's, weelderige strijkkwartetten en subtiele elektronica. Aangevuld met Janus Rasmussen wil hij de dansvloer op als Kiasmos.

Los zijn bijna alle tracks in de set de moeite waard. Warme, open producties met nu en dan wat industriële samples er over heen. Denk Moderat, of soms zelfs de tunes die Gui Boratto al jaren niet meer uit zijn mouw geschud krijgt. Als geheel voelt het daarom ook wat gedateerd. Zeker in combinatie met de langzaam bewegende natuurbeelden die ze uit de beamer slingeren. Dat is toch al wel best een poosje niet zo tof meer. De vraag is of mensen hier nou nog echt op zitten te wachten. Zeker als het niet even een kippenvel, terugschakel moment in een set is, maar een uur lang. Het antwoord vanavond is in elk geval ja. Met gemak krijgt het duo het Grand Theater in beweging. En dat zullen ze vast nog wel een jaar vol houden als ze de festivals en clubs langs gaan. (Ralph-Hermen Huiskamp) 

11. Varken voor bassist blijkt goede ruil voor Bombay
Bombay. Simpelweg Bombay. Dat is de nieuwe naam van de Nederlandse indierockband Bombay Show Pig. “Met de nieuwe plaat en een nieuwe bassist slaan we een nieuwe richting in. Het voelt goed om de naam aan te passen”, zei Mathias Janmaat tegen 3voor12. De online vindbaarheid is er niet bepaald op vergroot en heel sprekend is de nieuwe naam ook niet. Maar toch: muzikaal is het gloednieuwe materiaal van Bombay erg tof, zo blijkt vanavond in De Spieghel. De band speelt de songs puntig en verbeten, Janmaat springt een paar keer van het podium af en de microfoonstandaard heeft wel eens een rustiger avond gehad. 

Nieuwe single Slow Motion (en dit nummer) kenden we al. De andere songs sluiten daar naadloos op aan. Bijvoorbeeld het uitstekende Bored, waarop de invloed van Tjeerd Bomhof goed hoorbaar is. De op Britse leest geschoeide indie rockt nog een stuk harder dan voorheen en er zit inderdaad meer lijn in de muziek, zoals Janmaat zelf al aangaf. Een derde muzikant erbij (bassist Gijs Loots, die dit jaar overigens al debuteerde op Best Kept Secret) zorgde blijkbaar niet voor meer lagen in de muziek, maar eerder voor een steviger fundament dat live zeer welkom is. De band gelooft in de nieuwe songs: alleen oudje Sharp Like komt nog langs. Dat vertrouwen is terecht. (Sjoerd Huismans)

12. Moullinex springt in gat dat Whitest Boy Alive
 achterlaat
“Ja, het is moeilijke muziek. Met dingen als Disco en New Wave.” De presentator heeft het maar moeilijk met Moullinex, die het een paar tellen later allemaal haarfijn uitlegt: “It’s just music to dance to.” Een half jaar geleden kwam de Portugees Luis Clara Gomes in Nederland pas echt voor het eerst op de muzikale radar, met een fijne remix die hij maakte van Röyksopp & Robyn’s Again. Een remix ja, want ondanks de drie man sterke liveband die vandaag het Grand Theatre laat dansen, is Moullinex een producer en DJ. Voor de liefhebber: zijn Boilerroom set van vorig jaar is zeer de moeite waard.

In Groningen vanavond geen lang uitgesponnen houseplaten, maar puntige nu-discoliedjes zoals ook Aeroplane en 2 Bears ze maken. Opzwepend en strak als The Whitest Boy Alive ook was op het podium en net als bij die laatste is dansen onontkoombaar. Opschrijven voor Pitch en Lowlands dan maar? Met potlood dan, want er moeten wel nog wat dingetjes gebeuren: zo kakt het tempo nogal in tijdens de langere instrumentale breaks en zijn die lange pauzes als drummer en bassist van plek ruilen (waarom wordt niet duidelijk) erg irritant. Maar alles is snel vergeven: als meezing-oorwurm Take My Pain Away wordt ingezet staat het hele Grand Theatre weer met een grote grijns. "Tell me you're here to staaaaaaaaaay!" Moullinex ga je deze zomer nog wel tegenkomen. (Tomas Delsing)

13. Spidergawd is de reïncarnatie van Led Zeppelin, Kyuss en Motorpsycho
Ze staan geafficheerd als Noorse superband en met twee Motorpsycho-leden valt dat te billijken. Spidergawd is wel veel meer dan een Motorpsycho-zijproject, zanger-gitarist Per Borten is een meer dan waardige frontman bijvoorbeeld. Gezegend met een dijk van een heavy metal-stem bovendien en een Josh Homme-pose. En dan is er nog saxofonist Rolf Martin Snustad, die een jazzy stoomboot blaast over het ritme van de bas. Maar je kunt niet ontkennen dat de ritmesectie van Motorpsycho een verdomd jaloersmakend duo is. Drummer Kenneth Kapstad en bassist Bent Sæther leggen een groove neer, die de volle Vera doet meedeinen en haarslaan.

Spidergawd heeft het zware seventies hardrock gevoel, de progressieve en hardrock gitaarsolo's, een bluesy rock 'n roll feel en ook zompige stonerjams. Blues For The Red Sun anyone? De Noren smeden zo'n beetje de erfenis van Led Zeppelin, Kyuss, Motorpsycho en MC5 samen tot een verslavend en heavy groovend geheel. En zo zorgt een typische Vera-band voor een vroeg hoogtepunt. Het tweede album Spidergawd II komt eraan en is iets om naar uit te zien, evenals de Roadburn-show. (Ingmar Griffioen)

14. Moodoïd: de plus grande cultband van Eurosonic
Op de tiplijstjes voorafgaand aan Eurosonic prijkte de naam Moodoïd geregeld, als een van de interessantere bandjes in de culthoek. De Franse band (sommige songs hebben Engelse teksten) kwam vorig jaar met de dromerige psychpopplaat Le Monde Möö en eerder met een EP geproduceerd door Tame Impala’s Kevin Parker. Live blijken ze nog heel wat meer in huis te hebben. Glamrocksolo’s, een heerlijke disco-vibe, wilde noise-uitbarstingen en percussie-intermezzo’s. En toch allerminst een allegaartje maar een passend geheel. Denk aan Arcade Fire, Phoenix of TV On The Radio als mogelijke referenties, maar eigenlijk brengt Moodoïd een heel oorspronkelijk geluid.

Frontman Pablo Padovani, die eerder gitaar speelde bij Melody’s Echo Chamber (ook uit de Kevin Parker-schuur), laat zich flankeren door vier Franse schonen in glitterjurkjes. Zelf steekt hij daar in zijn gouden jasje met bijpassende schmink trouwens in het geheel niet schril bij af. Sterker, hij blijkt de absolute ster van de band te zijn, vooral door zijn uitstekende gitaarspel. Opener ‘Je Suis La Montagne’ wordt helaas wat stroef gespeeld, maar nummers als ‘La Lune’ oogsten even later flink applaus. Na de wilde afsluiter ‘De Folie Pure’ schreeuwt het publiek zelfs om meer; dat maak je toch niet vaak mee op een showcasefestival. 'GRANDE!,' schreeuwt een gast vooraan die het hele optreden als een bezetene heeft gedanst. En dat was het. (Sjoerd Huismans)

15. Kuenta i Tambu zet Simplon op z’n kop
In hamsterballen over het publiek lopen. Zwaaien met vlaggen met je eigen beeldmerk erop en blazende CO2-kanonnen. Als je recent bij een optreden van Major Lazer bent geweest, kun je ze allemaal afvinken. Maar wat zou je krijgen als je al die gekte zou schrappen? Als het gewoon weer om de muziek zou gaan, en enthousiasme? Het antwoord: iets dat verdomd veel lijkt op Kuenta i Tambu. Een pompende elektronische basis - Caribische dancehall voert de boventoon, maar ook good ol’ dubstep komt voorbij - afgetopt met geweldig opzwepende live percussie en vocalen: tropical bass uit onze eigen hoofdstad!



Het mag dan zo zijn dat Groningers bekend staan als bovengemiddeld stug, daar is vanavond in Simplon niks van te merken. Vanaf de eerste klanken gaat het los in de zaal. Maar écht los. KiT gaat niet voor de platte festivalexperience of radiohits, maar heeft intussen wel heel goed begrepen waar het om draait: keihard feesten. Vergeet die stomme hamsterbal, niets werkt zo opzwepend als vijf mensen (een DJ en officieel twee, maar eigenlijk vier kopstukken) die zich voor je neus in het zweet werken om jou een mooie avond te geven. Ik kan nog net ontsnappen aan een reus van een vent die tegen alles aanschuurt dat een hartslag heeft, en hoor ‘m met zwaar Gronings accent richting z’n volgende slachtoffer brullen: 'Vind je het ook zo geweeeeeeeeldig?!' Zonder een antwoord af te wachten blaast ‘ie weer keihard op z’n fluitje. Mooi feestje? Allermooiste feestje.
(Tomas Delsing)

16. Rats On Rafts begint gretig van voren af aan
Voor Rats on Rafts staat O'Ceallaigh Irish Pub zo volgepakt dat een Murphy's spiegel naar beneden komt, de bas telkens verstrikt raakt in een microfoonsnoer en bier bestellen alleen via via kan. De Rotterdamse post-punkband hier zien, is dan ook een buitenkansje. Rats On Rafts heeft net het tweede album aangekondigd en keert voor de opvolger van The Moon Is Big terug naar Subroutine Records. De presentatie op 3 april in V11, Rotterdam is al uitverkocht.

Het eerste nummer klinkt als een losse Vampire Weekend-schets met zo'n Afrikaans gitaartje. De tweede is een stuk stuwender en vooral manisch en gelijk hangen ze in hun vertrouwde post-punkgroove en zien we weer een van de beste live-bands van Nederland. Geen 'The Moon Is Big' of 'God Is Dead' vanavond, maar wel 'Jazz', uiteraard in ruim tien heerlijke minuten. Dan doet cultjournalist Richard James Foster een spoken word intro van een fijne nieuwe track. Ja, de Rats zijn weg bij label TopNotch, maar dat een herstart goed kan uitpakken bewezen o.a. Racoon en Kensington al. En ja, dan speel je niet in een vuige bar maar op dit Subroutine-event in een Ierse pub, maar ach, dat is ideaal voorproeven, zo bewees The Ex afgelopen jaar. Rats On Rafts is terug en we willen snel veel meer horen, desnoods met RJ Foster... (Ingmar Griffioen)

17. Sólstafir: filmische, vreemde Viking post-metal in een geiserbad
Atmosferische IJslandse rock 'n roll noemen ze het zelf, de presentator houdt het op atmosferische cowboy metal en Viking post-metal is ook geen gekke. Sólstafir is hoe dan ook een vreemde eend in de Eurosonic, ja zelfs in de IJslandse bijt. De bandnaam (stralende zonnestralen) is zo'n beetje het tegenovergestelde van de sfeer: het weidse, desolate en kille IJsland overspoelt ons in lagen metal en filmische post-rock. Opener 'Ljós í Stormi' duurt bijna een kwartier, waarna in 'Ótta' (titelnummer van de sterke laatste plaat) de post-rockspanning met de brul van Aðalbjörn "Addi" Tryggvason pas echt tot ontlading komt.

Vera krijgt ook de metal-kant van Sólstafir te horen, waarna 'Fjara' het meest meeslepende prijsnummer blijkt. Het oogt bizar en theatraal: de gitarist is een lange Lemmy, de bassist een kleine Dropkick Murphy, de drummer een kruising tussen Rob Zombie en Max Cavalera en de zanger een folky LARP'er met een knotje, die gerust stelt 'We are the greatest partyband in the universe.' Meer ironie, maar Sólstafir kan het hebben. De boog blijft het hele concert subliem gespannen, in het geweld van die laatste extatische track begeeft de hihat het en het desolate eilandgevoel maakt plaats voor een warm geiserbad. Een Eurosonic-ontdekking kunnen we het - na shows op onder meer Roadburn en Paaspop, niet noemen, Sólstafir is wel duidelijk op weg naar de grotere NL festivalpodia. (Ingmar Griffioen)

18. Kate Tempest boeit als een bokser met een boodschap in de Stadsschouwburg
Kate Tempest is 29, je zou het haar niet geven. Ze oogt jong, is een beetje mollig, heeft warrig haar, een gat in haar vale spijkerbroek en draagt geen make-up. Haar band (twee drummers met kleine elektronische set-ups, een zangeres en een toetsenist) speelt een strakke groove voor zij opkomt. Voor ze de microfoon pakt fokt zij zichzelf nog even op, als een bokser die de ring in stapt. De band valt stil en ze begint te spreken.

Het is geen hiphop, haar raps zijn meer spoken word over catchy elektronische beats. Ze spuwt haar teksten fel, eloquent en soms razendsnel in haar platte Britse accent. Het gaat niet om uiterlijk vertoon maar om het brengen van een boodschap. Haar plaat Everybody Down werd in 2014 genomineerd voor de Mercury prijs. Tempest is een poëet, die met haar verhalen in de Stadsschouwburg weet te boeien. (Tim van der Steen)

19. Clap! Clap! werpt Afrobeat, tropical bass en techno in de hyperblender
De Italiaanse producer C. Crisci kwam al voorbij op Lowlands en Pitch, leverde in 2014 een fijne Afrikaanse bass-cocktail af op album Tayi Bebba en ziet nu een volle Simplon voor zich. Clap! Clap! is de naam en het integreren van Afrikaanse ritmes en vocals in een hectische mix van bass, techno en footwork is zijn ambacht. Het gevoel is tropisch (zeker ritmisch) en een beetje alsof je Skip & Die, cumbia, Afrobeat en dance in een blender gooit. Alles door elkaar en het liefst in een manisch tempo, en dat werkt goed. Crisci is beweeglijk en pompt met veel vuistgewapper (hij lijkt een beetje op die razende Fin Huoratron). Bij elke vocal sample gaat hij zelf breed articulerend hard mee. En dat slaat over op die dansvloer.

Boem boemmmm, clap, clap, boemm, pistoolgebaren erbij en alles. Pompeus zijn de beats, maar vol weirde tropicalia ter verluchtiging. Wild en erg veel hak op de tak, maar wat een hak en wat een tak. Damn, dit is gabbersnelheid, hyperritmes met bass, sirene erin en afmaken met Eddie Grant-achtige reggae. Meer Afrikaanse vocals nu in de cocktail, denk Mory Kante on speed. Clap! Clap! weet van geen ophouden, de volgende dj zit al balend achter hem te wachten, maar hij gooit nog even zijn eigen Kuj Yato er in. Dan komt de duizelingwekkende trein eindelijk tot stilstand. Even naar lucht happen en dan hopen op nog een festivalseizoen met Clap! Clap!. Pak die Lowlands-set er ter verduidelijking maar even bij. (Ingmar Griffioen)

20. Eurosonic-herkansing Mapei pakt bijzonder goed uit
Is het een goed teken als je als opkomend artiest een tweede stempeltje kunt zetten op je Eurosonic stempelkaart? Dat valt te betwijfelen, maar Mapei mag ’t vanavond doen. In 2008 was de in Zweden wonende Amerikaanse ook al eens in Groningen, maar zou niet de annalen ingaan als de meest succesvolle act van de lichting waar, onder andere, The Ting Tings en Calvin Harris (!) deel van uitmaakten. 



Dat zou dit jaar weleens heel anders uit kunnen pakken, want nu komt ze niet ‘slechts’ gewapend met een EP, maar heeft ze debuutalbum Hey Hey onder de arm. En dat scheelt een een paar jaar aan zangtraining, lange tijd haar achilleshiel. Want je kunt wel The Shirelles en Rose Royce noemen als invloeden, dat maakt niet dat je vocaal net zo sterk bent. Op dat vlak is er een hoop verbeterd, waardoor nog duidelijker is dat Mapei muzikaal ontzettend veel goede ideeën heeft. De liefde voor slimme elektropop is live wat minder aanwezig, maar daar komen bakken vol soul, hiphop, rap en zwoele R’n’B voor in de plaats. Mapei bestrijkt het hele spectrum van Pharaohe Monch (“Simon Says Get The Fuck Up!”) tot een mierzoete versie van Outkast’s Prototype. Afgelopen zomer kon de Zweedse niet overtuigen in de Lowlands X-Ray, vanavond laat ze zien dat een herkansing helemaal geen gek idee zou zijn. (Tomas Delsing)

21. Dakh Daughters, een zeer curieuze act uit Oekraine
Dakh Daughters uit Oekraine wordt op de website van Eurosonic Noorderslag geïntroduceerd als een freak cabaret band en dat is niets te veel gezegd. De Stadsschouwburg is een passend decor voor dit gezelschap van zeven dames dat een theatrale performance neerzet in de geest van De Kift en Tom Waits ten tijde van zijn album The Black Rider. Ze wisselen veelvuldig van kostuum (van legeruniform tot bontjas), van instrument (van cello en accordeon tot een tweemeterlange hoorn) en van taal (we horen Russisch, Engels, Duits en Frans). Ze kunnen stampen en schreeuwen en krijsen en meteen daarna een heel gedragen en tragisch lied vertolken. Om vervolgens weer los te barsten in een carnavalesk feestnummer. Ze spelen zelfs een Duitstalige versie van 'Zeven Dagen Lang' van de Eindhovense 70s folkband Bots. Hoe komen ze daar nou aan? Misschien waren die destijds marxistisch genoeg om door de Sovjet-censuur heen te komen. Never a dull moment met deze Oekrainse dames, maar de Nederlandse boekers lijken er nog niet voor in de rij te staan. En dat terwijl dit het type act is waar ze op Glastonbury, Sziget of Roskilde wel raad mee weten. Ben benieuwd wie in Nederland zijn nek gaat uitsteken voor Dakh Daughters, by far de meest curieuze act van deze Eurosonic Noorderslag. (Willem van Zeeland)

22. The Staves en Bon Iver, een gouden samenwerking? 
'Yes, we are sinners. Die opmerking over drinken in een kerk doet de nodige wenkbrauwen fronsen in de Der Aa-kerk. Hij is namelijk afkomstig van de drie keurige Engelse zussen van The Staves. En die zijn hier juist perfect op hun plek: mierzoete folkpop, in loepzuivere close harmony gezongen bovendien. De invloeden uit country en Americana zijn ruimschoots aanwezig op debuutalbum Dead & Born & Grown.

Sinds de samenwerking met Justin Vernon a.k.a. Bon Iver – hij produceert de aankomende tweede plaat van de zussen – is het muzikaal gelukkig minder veilig dan voorheen. In de paar nieuwe songs (ook die van de al verschenen EP Blood I Bled) is zijn invloed duidelijk te horen in de bombastische ritmes, lang uitgesponnen akkoorden en zweverige baslijnen.

En dat allemaal tegen middernacht in een kerk, de ambiance is er hoor. Maar dat drinken? Toch beter niet doen. Enkele festivalgangers die nauwelijks meer recht kunnen staan hadden toch beter een dj op kunnen zoeken - dit soort verstilde folkpop komt natuurlijk pas tot zijn recht als iedereen zijn bek houdt. Het zij die bezoekers vergeven, The Staves weet de aandacht gedurende bijna drie kwartier ook niet vast te houden. Daarvoor zijn veel liedjes simpelweg te saai en te braaf. We vestigen onze hoop op Juston Vernon. (Sjoerd Huismans)

23. Polygrains krijgt Simplon na stroeve start aan het dansen
Een producer met Griekse roots en een weelderige baard die elektronische (sample)pop maakt. Geen wonder dat je dan in eerste instantie aan Larry Gus denkt, maar zijn vriend Polygrains blijkt toch uit ander hout gesneden. Niet alleen houdt hij zich een stuk rustiger op het podium, ook in zijn muziek doseert hij de gekte. Dat krijgen in eerste instantie maar weinig mensen mee. Hooguit een mannetje of twintig zijn aanwezig in de bovenzaal.

Maar als het optreden van Batida beneden is afgelopen, stroomt de zolder in rap tempo vol. Dat ziet een verraste Vasilis Moschas pas tussen twee nummers in als hij even opkijkt van zijn apparatuur. Hij speelt nog even een paar mellow electropopsongs, die vakkundig in elkaar zijn geprutst en bovendien mooi hoog en helder gezongen. Maar dan is het toch echt tijd voor de disco, met diepe beats die soms zelfs richting house en techno gaan. En daar bovenop een geweldige samplegekte met onder meer een minutenlange fluitsolo. Vanaf dat moment gaat het los. We zullen Polygrains nooit meer met Larry Gus vergelijken, want dit blijkt een zeer eigenzinnige producer die weet hoe je een set perfect opbouwt. (Sjoerd Huismans)

24. Talisco maakt ondanks radiohit niet veel indruk
De potentiële Milky Chance van 2015, werd al voorzichtig gefluisterd. De Franse band Talisco is vooral bekend van het opzwepende Your Wish, dat momenteel ook in Nederland een aardige hit aan het worden is. Echt een uitstekend nummer met een aanstekelijke gitaarhook en catchy meezingrefrein. De song komt vroeg in de set langs, als derde nummer al. Het publiek was even daarvoor al opgezweept met het dansbare Follow Me. In the pocket, zou je zeggen, maar de nieuwe Milky Chance? Nee.

Daarvoor voegt Talisco toch te weinig toe aan het anno 2015 behoorlijk uitgemolken folkpop-genre (zoals de vlagen deephouse waarmee Milky Chance zich vorig jaar nog onderscheidde). We hebben het allemaal wel een beetje gehoord, inmiddels. Af en toe roept de Franse band zelfs Mumford & Sons-associaties op door de dubbele drums en gitaarriedeltjes. Het moet gezegd, Talisco brengt het allemaal met veel bravoure, soms op het macho af. Maar een andere hit horen we voorlopig niet in het repertoire, en zelfs op Your Wish werd niet bijzonder uitbundig gereageerd door het publiek. We gaan dat nummer de komende tijd veel horen - en terecht - maar verder maakt Talisco hier live nog niet veel indruk. (Sjoerd Huismans)

25. Liefde voor nerveuze troubadour Gavin James in Groninger Forum
“This song is called Nervous, which I am.” Gavin James is een beetje zenuwachtig voor zijn show in het Groninger Forum. Nergens voor nodig. De Ierse singer-songwriter doet hetzelfde als Passenger, mooie liedjes brengen, in zijn eentje met zijn gitaar. Het is muisstil in de zaal als hij speelt, het is hoorbaar dat iemand een leeg plastic bekertje dat op de grond staat omstoot. Enkel mooie liedjes spelen is vaak niet genoeg om een zaal bij de les te houden, gelukkig heeft James ook een aardige dosis humor. Goede songs en flink wat grappen daar tussendoor zorgen ervoor dat hij de zaal in zijn greep heeft tijdens Eurosonic.

James' nummer Book Of Love is de kersverse megahit van 3FM (“Which is mad!”). Als hij het speelt komen telefoons tevoorschijn om het te filmen en stelletjes pakken elkaar vast, het is ook ontzettende knuffelmuziek. Hij springt van het podium om You Don't Know Me van Ray Charles te spelen, onversterkt tussen het publiek. Het is allemaal niet nieuw, wel mooi. Als het slotapplaus klinkt kijkt de 22 jarige troubadour een beetje beduusd en bijzonder dankbaar. Benieuwd hoe lang hij dat blijft doen, we gaan hem veel vaker zien. (Tim van der Steen) 

26. The Common Linnets klaar voor de Pop Prijs
Het zou goed kunnen dat Ilse DeLange en haar Common Linnets morgen de Pop Prijs winnen, maar deze show in de Schouwburg is voor haar veel en veel belangrijker. De Almelose wil zo graag de grens over. Nooit lukte het, en nu is men over de grens ineens geïnteresseerd. “Ik weet niet zo goed welke taal ik moet gebruiken. Laten we maar Engels doen, wel zo professioneel." 
 
Het gebeurde met die nieuwe band, een terugkeer naar haar rootsy basis en 'that little stage called Eurovision Song Contest’. De buitenlandse gasten zien hier een buitengewoon professionele rootsband, met Ilse DeLange als leider, maar ook JB Meijers en Amerikanen Rob en Matthew Crosby en Jake Etheridge zijn prominente aanwezig. Ze zingen allemaal, en ze spelen allemaal gitaar, op sommige momenten zelfs vijf man (plus basgitaar) tegelijk. Dat leidt niet tot een pompeus geheel, maar juist tot een zorgvuldig geweven, vol geluid. De set is professioneel gevarieerd, en alles klopt tot in de details: de nette pakken, de hoge hakken en het opgestoken haar van DeLange, een drummer met clicktrack, zij laten niets aan het toeval over.
 

Toch zit er wel degelijk een soort frivoliteit in de band, dankzij de nerveuze glimlach van de frontvrouw, die even een momentje ontspanning pakt om gedag te zeggen tegen een fan die via Facetime meekijkt. Er zijn plannen voor de toekomst, er zijn zelfs al nieuwe liedjes, een nieuw album moet in mei of juni uitkomen. Boek ons, wij willen spelen, aldus DeLange. Morgen meer. “Ik vond het best een beetje spannend hoor.” (Atze de Vrieze)

27. Dolomite Minor, toch nog een halfuur uitstekende hardrock
Eurosonic 2015 is niet echt de editie van de hardrock. Ook niet het meest levendige genre binnen de popmuziek momenteel, maar bij tijd en wijle zit er natuurlijk nog altijd een steengoed rockduo tussen. Denk aan Royal Blood vorig jaar, die op Eurosonic het begin van een succesreeks inzetten. Geldt dat ook voor de twee Southamptonaren van Dolomite Minor?
 
In elk geval spelen ze een thuiswedstrijd. Een archetypische Vera-band, dit. Ze beginnen al met het steenharde Talk Like An Aztec, meteen een van de beste nummers. Een groovy stoner-achtige riff met onderkoelde, monotone, bijna ongeïnteresseerde zang a la Black Rebel Motorcycle Club. Op andere momenten komt de band meer bluesy uit de hoek, zoals in het slepende Let Me Go, de onverwacht vroege afsluiter van de set. 


De ‘Royal Blood van 2015’ zou te veel eer zijn - daar hebben ze de songs niet voor - maar niettemin is Dolomite Minor absoluut een van de meest veelbelovende rockbands van deze editie van Eurosonic. Die gaan we vaker tegenkomen, bijvoorbeeld op Down The Rabbit Hole. (Sjoerd Huismans)

28. Fossils is de Deense Royal Bloodier
Je moet toch even twee keer kijken bij binnenkomst in de bovenzaal van De Spieghel: twee Denen in de klassieke Royal Blood opstelling. Maar al snel blijkt: Fossils opereert harder, met meer noise en minder gitaarlijnen. Fossils is: distorted bas en drums, wild en een ongenadig tempo. Het duo schuwt ook geen stukje math of punk en gaat van ziedende heavy metal naar halverwege een zZz krautrock drive waar je U tegen zegt. Teksten zijn er niet, wel songtitels als 'Spamtastic', 'Pelvis Crust' en 'Flesh Pillar (...)', dat wat puntiger is, als een serie korte stoten onder het middenrif.

Het middenstuk dreigt even wat eenvormig te worden, maar gaandeweg wordt Fossils harder en feller. De een-na-laatste song 'Raising the Steaks' is nog wat vernielzuchtiger met krijsende bassist en tempowisselingen. Tijd voor een geintje vindt de drummer: 'Do you like 90ies dance, 2 Unlimited? This is our version.' Wow. 'Crack Horse' biedt wederom geen hitparade materiaal, ook niet in nineties-vorm, maar Ray en Anita zullen er zeker van opkijken. Wij gaan even het tweede album Flesh Hammer ophalen. (Ingmar Griffioen)

29. Jacco Gardner terug met nieuw werk en nieuwe band

Dat Jacco Gardner twee jaar terug de 3voor12 Award won, mag best een verrassing heten. De schuchtere jongen met de hoed en het lange haar maakte immers een echte niche plaat: sixties baroque pop, kleine liedjes met delicate arrangementen. Op de internationale podia was Gardner er zeer welkom mee. De opvolger schijnt af te zijn, en vanavond krijgen we een voorproefje.

Wat meteen opvalt: Jacco is zijn hoed en bijna zijn hele band kwijt. Enkel bassist Jasper Verhulst is nog over. Meest opvallende nieuwe gezicht is Frank Maston, een Amerikaan die Gardner kent van zijn label Trouble In Mind, en die zelfs speciaal voor hem naar Nederland verhuisd schijnt te zijn. Maston neemt de toetsen over, waardoor ruimte ontstaat voor een extra gitaar, wat het geluid wat voller maakt.

Wat kunnen we verder opmerken? Nou ja, veel verrassends horen we niet. De nieuwe songs liggen in de lijn van het oude werk, het begin van de set is kalm en wat schuchter, halverwege zit een wat scherpere nieuwe song, en de set sluit met het beste nieuwe liedje: Find Yourself. Jacco Gardner is terug. Hij verbluft niet, maar maakt wel nieuwsgierig. (Atze de Vrieze)

30. Lucas en Gea tijdens Negersonic
(uit het verslag) Voor Eize maakt de komst van piratenduo Lucas en Gea, bekend van hits als 'Steeds weer huil je' en 'Dansen op je bruiloft', Negersonic helemaal af. Het Groningse duo was vanaf de bekendmaking van het Negersonicprogramma gesprek van de dag in Groningen. Local heroes Lucas en Gea in de kelderbar van Vera, daar moet je bij zijn geweest, natuurlijk.

nu op 3voor12