Hallo Venray: "Als je geen goede tekst hebt, kun je beter stoppen"

Haagse band dit weekend op Le Guess Who May Day

Atze de Vrieze ,

The War On Drugs, Neutral Milk Hotel, The Black Lips. Het Utrechtse voorjaarsfestival Le Guess Who May Day heeft een niet mis te verstaan programma met ervaren bands. Maar vlak toch ook vooral die ene Nederlandse veteraan niet uit. Hallo Venray bracht met Show dit voorjaar een van zijn beste albums uit. En dat terwijl het al weer ruim twintig jaar geleden is dat de band doorbrak met een sterke show op Pinkpop, met album nummer drie.

Het had ook anders kunnen gaan. Henk Koorn (53) zou eigenlijk het boerenbedrijf van zijn opa overnemen. Dat was wat hem verteld werd, dat hij na zijn studie terug zou keren naar de boerderij in de buurt van Schiedam waar hij een paar maanden woonde en daarna iedere woensdagmiddag na schooltijd heen ging. De familie Koorn was net terug in Nederland, waar Henk het grootste deel van zijn eerste decennium doorbracht. Ineens kwam hij in een andere wereld, waar 'de wegen zo breed waren als de auto's waarin we gewend waren te rijden,' aldus Koorn. "Maar wel met opa, en mijn twee favoriete ooms, familie die we in Californië niet hadden. Daar waren we een eenheid op zich."
 
Die twee ooms, die zijn er niet meer. Koorn staat er bij stil in een van de songs op het nieuwe album, dat in totaal veertien liedjes bevat. Zeven ervan spelen zich af overdag, zeven 's nachts. En het laatste liedje eindigt met het effectpedaal waar het eerste mee opende. Show is een plaat over levenslopen, over kleine observaties in het heden die effect hebben op verleden en toekomst. Koorn kijkt naar mensen die massaal verzuimen in te grijpen als ze iemand in nood zien. En naar dronkelappen in de kroeg. De vraagtekens worden gezet, maar zelden beantwoord: hoe zijn de mensen geworden hoe ze zijn geworden?

Vast onderdak
"Mijn twee ooms waren showroomfiguren," zegt Koorn over 'Favorite uncles', terwijl hij mijmert aan hun graf. "Ken je dat programma nog, waarin mensen geportretteerd werden die zich niets aantrokken van de waan van de dag? Ik houd van mensen die dat doen, ook al is het volkomen van de pot gerukt wat ze doen. Mijn ooms werkten op de boerderij en gingen daar hun gang. Bedenk je wel: het boerenbedrijf is niet zoals nu, dat je achter de computer zit en 120 koeien melkt met een machine. Zij hadden er maximaal dertig, en die melkten ze grotendeels met de hand. Ik ook. Uiteindelijk ben ik natuurlijk niet in het bedrijf terecht gekomen. Er kwam een gitaar tussendoor. Ik zei tegen mijn vader: ik wil niet studeren, ik wil popmuzikant worden. Ik wil het proberen. Hij zei: ok, de komende maanden ga jij optredens voor jezelf regelen, een show in elkaar zetten, kijken hoe ver je komt."

Koorn vertrok naar een kraakpand in Delft en begon te spelen. Tot op de dag van vandaag leeft hij van de muziek, al is Hallo Venray anno 2014 bepaald geen gevierde succesact die grote zalen vol trekt. In het centrum van Den Haag heeft Koorn zijn eigen studio Sahara Sound. Hij woont er vlakbij in een monumentaal gekraakt grachtenpand, goedkoop genoeg om de rekeningen te kunnen betalen. Hij heeft nog altijd die een tikje nasale stem, met een klein randje Californië in zijn accent, maar misschien hoor je dat alleen als je het wilt horen. De laatste jaren vond Hallo Venray een vast onderdak bij het Excelsior label, en de band speelt in een constante bezetting met bassist Peter Konings en drummer Henk Jonkers. "Vroeger dacht ik altijd dat ik de motor van Hallo Venray was," zegt Koorn. "Maar Henk speelt zo goed dat ik niks hoef te doen. Hij heeft de feel, de muzikaliteit en de ervaring. Ik heb daardoor als gitarist de vrijheid om te doen wat ik wil. En Peter, daar kan ik altijd bij terecht als ik een second opinion nodig heb. Hij is een baken."

Goede tekst
"Een liedje schijf ik in vijf minuten. Ik kan vanuit blanco beginnen, en dan komen de ideeën vanzelf," zegt Koorn, die met Bob Dylan Lyrics een komische ode aan goede liedjeschrijvers schreef. Onder andere David Byrne, Radiohead en nota bene David Lee Roth worden genamedropt als mensen die de gave hebben bepaalde situaties in een tekst te vatten. Ook Prince had tussen dat rijtje kunnen staan: Hallo Venray covert zijn 'Controversy' op Show. Hij voegt aan zijn eerste statement een tweede toe: "Een goede tekst is een goed liedje. Als je geen tekst hebt, kun je beter stoppen. Misschien is dat wel het belangrijkste verschil tussen mij en de Haagse school, ik ben meer een schrijver. Ik heb nooit raakvlakken gehad met de andere popmuziek uit deze stad." Die twee statements samengevoegd maken Hallo Venray tot wat het is: vaak schetsmatig en gruizig, maar nooit vluchtig. Al bij zijn allereerste solotour in de jaren tachtig kreeg Henk Koorn het grootste compliment dat hij kon krijgen: "'Dit is het ergste dat ik ooit gehoord heb.' Het was een schrijnend, schurend programma dat ik maakte, vol met twijfels. Om de oppervlakte kon je lachen. Ik heb er nog mee op de Cameretten gestaan." 
 
Cynisme zit er nog steeds in. Neem 'Two feet', de eerste single van Show die wel een ode lijkt aan Koorn's pas overleden held Lou Reed. Een saluut is het niet, bezweert Koorn, want het nummer werd opgenomen voor de Velvet Underground frontman stierf. "The sky is the limit", zingt hij, om daar aan toe te voegen: "When it's lowered." "Ik zie het om me heen zo vaak gebeuren. Mensen maken het zichzelf gemakkelijk, ze lopen de kantjes er vanaf. Met 55% komen we er ook wel. Daar heb ik nooit tegen gekund, ik wil echte passie zien."