Aafke Romeijn heeft nooit geschroomd om haar innerlijke wereld op tafel te leggen. Op Ultraviolet, haar nieuwste album, vervlecht ze persoonlijke trauma’s, rouw en mentale gezondheid, verpakt in gelaagde, melancholische synthpop.

Ultraviolet, dat op 15 maart verscheen, is gemaakt in samenwerking met de Belgische songwriter en producer Alex Callier. Wat al snel opvalt: het album  is doordrenkt van het thema verlies. Het is een ode aan Romeijns overleden vriend Daan Gielis. Het nummer ‘Huilen’ — ”We  huilen, maar we huilen samen, dus het is oké” — zet de toon: verdriet is hier geen eenzaam proces, maar iets collectiefs, bijna troostend. Er is geen verheven poëzie, geen poging om het lijden mooier te maken dan het is. Romeijn schrijft direct; zonder opsmuk. Het titelnummer ‘Ultraviolet’ past in deze lijn. “Als dit een regenboog is, dan ben jij ultraviolet”, zingt Romeijn. Ultraviolet licht is onzichtbaar, maar het is er wel—dat is rouw in een notendop: iemand is fysiek weg, maar blijft op een onverklaarbare manier altijd aanwezig. Dan is er nog ‘Lichtblauw’, waarin Romeijn opnieuw kleur en licht inzet om herinneringen vorm te geven. De ‘jij’ is zo licht als een voorbijdrijvende wolk in de hemel. Het is haast een soort verstilde nostalgie. “Misschien komt dit wel nooit meer terug”, herhaalt ze, alsof ze zichzelf probeert voor te bereiden op een definitief afscheid.

Naast rouw is een ander groot thema op Ultraviolet mentale gezondheid, en hoe controle en loslaten zich tot elkaar verhouden. ‘Blij’ is een verfrissend eerlijke kijk op psychofarmaca: “Gelukkig is er nu een medicijn, vier pilletjes per dag en ik ben blij.” Hier schuilt ironie in; de blijdschap wordt als een chemische balans gepresenteerd, maar de vraag is of deze blijvende voldoening biedt. De tekst speelt met het idee van geluk als iets maakbaars en conditioneels. ‘Monotoon’ gaat over een ander aspect van die mentale strijd: de rust van voorspelbaarheid. “Ik wil alle muren in dezelfde kleur, dezelfde kamer achter elke deur”, zingt Romeijn. Het is een verlangen naar structuur, naar een wereld waarin alles in vaste patronen verloopt en het hoofd eindelijk stil kan zijn. Het nummer heeft iets beklemmends, alsof die voorspelbaarheid uiteindelijk ook een gevangenis wordt. De spanning in de contrastrijke teksten is ook terug te vinden in de productie: nummers als ‘Twijfel’ en ‘As’ creëren een etherisch gevoel, terwijl de strakke, repetitieve ritmes in ‘Distel’ en ‘Weg’ het verlangen naar structuur perfect vangen.

In ‘We Zijn Zo Jong’ — een eerbetoon aan de Belgische muzikant en schrijver Luc De Vos — wordt tijd gezien als een eindeloze zee: “Er is nog een zee van tijd en kans op de volgende prijs”, zingt Romeijn. Daar tegenover staat ‘Opties’, waarin tijd juist een vijand lijkt: “Alles moet vandaag, morgen is het al te laat.” Hier is geen geduld, geen rust—alleen de drang om vooruit te stormen, omdat stilstand gelijkstaat aan achteruitgang. En dan is er nog ‘Achter De Bomen Het Bos’, dat een soort middenweg lijkt te bewandelen. Er zit een besef in dat alles uiteindelijk verdwijnt (“Alles gaat voorbij, alles, ook ik en jij.”), maar het wordt niet met paniek of haast gebracht. Van de eindeloze mogelijkheden van de jeugd tot de onvermijdelijke eindigheid van alles: Romeijn lijkt met haar teksten te suggereren dat, net als verlies, ook tijd niet slechts één ding is; het is een gevoel, een druk, iets om na te jagen of te omarmen.

Wat Ultraviolet sterk maakt, is dat het nergens dramatisch of overdreven aanvoelt. Romeijn schrijft over haar ervaringen met depressie en rouw zonder zelfmedelijden, zonder grote statements. Haar teksten zijn subtiel, soms wrang, soms hoopvol, maar altijd eerlijk. Waar ‘Huilen’ troost biedt in gezamenlijk verdriet, laat ‘Ultraviolet’ zien hoe verlies blijft hangen in de hoeken van het dagelijks leven. Waar ‘Monotoon’ het verlangen naar structuur bezingt, roept ‘Opties’ juist de angst voor stilstand op. Dat maakt dit album zo krachtig: het is geen eenduidig verhaal, maar een verzameling emoties die naast elkaar mogen bestaan. Romeijn zingt in ‘Weg’ dat alles wat ze ooit zei, maakte en betekende zal verdwijnen, maar paradoxaal genoeg blijft Ultraviolet zelf bestaan—een album dat voor altijd beluisterd kan worden. Misschien schuilt daarin een zekere troost: juist in het loslaten ligt een vorm van blijven.

inhoud niet beschikbaar

We kunnen de inhoud van deze embed niet tonen, omdat deze strijdig is met de door jou gekozen cookiesettings.

cookiesettings aanpassen