Wanneer Aziz als kersverse volwassene begint te rappen, durft hij nog niet over zijn eigen waarheid te schrijven. Mettertijd begint die waarheid steeds meer aan hem te trekken. Een waarheid die zijn positie in zijn omgeving, de islamitische gemeenschap, drastisch zal veranderen, maar er wel voor zorgt dat hij écht kan zijn wie hij is en als artiest zijn eigen verhaal kan delen. We praten met hem in TivoliVredenburg, een plek die hij zelf omschrijft als een tweede thuis.

Wanneer ben je begonnen met muziek maken?
“Ik denk in 2017, rond mijn achttiende. Ik heb taal altijd al heel mooi gevonden en ben er gek op. Zo kwam ik erachter dat ik best goed ben in teksten schrijven en ook in rappen. Destijds had ik mezelf nog niet echt gevonden, dus ik maakte ook andere muziek. Het was meer straat en minder inhoudelijk: ik durfde nog niet echt mezelf te zijn. Daar ben ik toen snel vanaf geweken en begon meer politieke teksten en persoonlijker te schrijven.”

Hoe lang heb je gewerkt aan de muziek op dit album?
“Rondom de coronapandemie ben ik begonnen met schrijven, dus het echte schrijfproces loopt sinds 2020. Vaak begon ik met schrijven, maar stopte ik even gauw weer. Tijdens dat proces schreef ik dus wel, maar vaak dacht ik: “Dit ga ik toch nooit uitbrengen, dit kan niet.” Ik twijfelde om als compromis misschien de halve waarheid te vertellen zodat ik mijn omgeving tevreden kon blijven stellen, maar in 2022 heb ik die knoop doorgehakt. Sindsdien bleef ik er continu mee bezig en stond het plan voor het album er.”

“Als reactie op mijn verhaal waren er mensen die zeiden: ‘Eigenlijk mogen wij jou nu doden, omdat je het geloof hebt verlaten.’”

Het album Kafir is persoonlijk en kwetsbaar. Wat maakte dat je durfde te gaan schrijven over ongelovig zijn?
“Op een gegeven moment kwam ik tot de realisatie dat als ik echt mensen wilde raken, ik als artiest mijn waarheid moest spreken. Als je dat maar half doet, of überhaupt niet, dan kun je niet écht impact maken. Dat was ook een pijnlijke waarheid voor mezelf: ik moest kiezen, wil ik mijn droom als artiest waarmaken of mijn omgeving tevreden houden? Dat is een dilemma dat jarenlang in mijn hoofd speelde. Ik was ook geïnspireerd geraakt door het boek Ik Ga Leven van Lale Gül, waarin ze vertelt hoe zij hetzelfde pad bewandelt als ik van plan was.”

Je album gaat over ex-moslim zijn, jezelf afzetten tegen het geloof en het systeem dat daarbij komt kijken. Hoe zag jouw opvoeding eruit in dat geloofssysteem?
“Het is niet zo dat we thuis hele strenge regels hadden. Als kind moest ik bijvoorbeeld wel op zondag naar de moskee voor islamitische les of algemene dingen, zoals meedoen aan Ramadan. Op een gegeven moment was ik nooit meer aan het bidden en dan kreeg ik heel soms een opmerking dat ik echt zou moeten bidden. Nooit echt streng, dus wat dat betreft viel het mee. Wat ik echter wel merkte, was dat de schaamtecultuur heel prominent is in de islamitische gemeenschap. Als je niet meer bidt of meedoet met andere rituelen is het beter om dat achter gesloten deuren te houden. Je moet je houden aan de rol die je is opgelegd, waardoor het voor mij soms leek op een soort sitcom. Je moet gewoon normaal doen en niet opvallen.”

Waardoor besefte je dat je niet meer geloofde?
“Toen ik 15 was wilde ik juist een betere moslim zijn. Ik vroeg me af: ‘Ik ben wel moslim, maar waar geloof ik dan eigenlijk in? Ik doe dit puur omdat ik zo ben opgevoed.’ Toen ben ik meer gaan leren over het geloof, door Hadiths te bestuderen en de Koran echt goed te lezen. In plaats van dat het me bevestiging gaf, schrok ik juist van alles wat ik leerde. Hoe meer ik las en erover leerde, hoe minder ik erin begon te geloven. Het was de realisatie dat dit iets was wat ik helemaal niet wilde.” Het was eng en ook heel eenzaam. In het begin probeerde ik de teksten die ik las te rijmen met mijn eigen principes. Dan maakte ik een aangepaste interpretatie of ging ik teksten zoeken die wel aansloten bij mijn eigen waarden. Maar ik kreeg door dat ik mezelf een beetje aan het gaslighten was en daarmee kwam het besef dat ik er gewoon niet meer in geloofde en er helemaal alleen in stond. Ik was toen 16, een jaar verder.”

Het lijkt me lastig om juist met het doel om een betere moslim te zijn, en voor de gemeenschap dus een beter beeld te willen neerzetten, erachter te komen dat dit niet is wat je bent. Zijn er mensen met wie je bent gaan praten hierover? Hoe reageerden zij?
“Ja, ze reageerden heel heftig. Ik heb van alles gehoord. Mensen die ineens zeggen: ‘Eigenlijk mogen wij jou nu doden, omdat je het geloof hebt verlaten.’ Dat zijn dan familie en vrienden in mijn directe omgeving die het soms lacherig zeggen, maar tegelijkertijd ook serieus zijn. Toen ik het aan een familielid vertelde, reageerde hij met: 'Als je mijn zoon was, had ik je gelijk omgelegd'. Het is zwaar. Je stelt je heel kwetsbaar op en zo’n reactie komt dan nog veel harder aan op dat moment. Dat heeft voor veel onzekerheden en mentale problemen gezorgd. Ik heb altijd het gevoel gehad dat ik nooit echt goed genoeg was en daardoor was ik bang dat ik mensen teleur zou stellen.”


Wat betekent het voor jou dat je die gevoelens op papier hebt kunnen zetten en dit album hebt kunnen maken?
“Het was heel eenzaam omdat ik niemand kende die hetzelfde had; het is gewoon niet bespreekbaar. Maar ik bedacht ook dat er meer mensen moeten zijn die dit herkennen, misschien ook op andere manieren, wanneer je bijvoorbeeld queer bent binnen de islamitische gemeenschap. Toen stelde ik me het beeld voor van duizenden mensen met dit verhaal. Hetgeen dat ik zelf nooit heb gehad, de herkenning, kan ik nu door middel van muziek beschrijven. Dat was een hele grote motivatie voor me. Als artiest heb ik een droom en ik moet die waarheid in mijn muziek kwijt kunnen. Ik hoop de moed te kunnen bieden om niet de rol die mensen je geven te accepteren en echt voor je eigen vrijheid op te durven komen, hoe moeilijk dat ook is. Het is een lange, eenzame en pijnlijke weg, maar uiteindelijk is al het gezeik het wel waard. Dat denk ik als ik kijk naar hoe ik me nu voel in vergelijking met jaren terug: het besef dat ik nooit meer dat masker hoef te dragen en nooit meer die rol hoef te spelen. Het is heftig dat heel mijn familie het nu weet, maar ik kan nu voor het eerst zijn wie ik echt ben.”

Is dit het eerste moment dat je echt open bent over ongelovig zijn?
“Mijn directe familie wist het al. In het begin was dat wel even wennen, maar ze werden steeds milder en dat is heel fijn. Maar dit is voor het eerst dat echt iedereen het weet, heel mijn buurt. In Overvecht is het helemaal een ding. Ik krijg telefoontjes uit het buitenland van mensen die boos op me zijn. Het is gek maar ik had het wel verwacht, want dat is hoe het gaat in de Marokkaanse gemeenschap. Al helemaal met de schaamtecultuur.”

“Ik hoop mensen de moed te kunnen bieden om je gegeven rol af te wijzen en voor je eigen vrijheid op te komen, hoe moeilijk dat ook is”

Merk je er wat van als je op straat loopt?
“Ik ben sinds de release niet meer in Overvecht geweest. Ik heb veel verkapte (doods)bedreigingen gehad. Mensen die zeggen: ‘We pakken je als we je zien in Overvecht, groetjes, je buurman.’ Familieleden zeiden dat het maar beter is als ik niet naar Overvecht kom. Ik wil mijn ouders er ook niet mee opzadelen. Op het internet lopen allemaal gekken rond, je weet nooit wat er kan gebeuren, dus je kunt beter maar het zekere voor het onzekere nemen. Ik had dit soort bedreigingen ingecalculeerd, maar het moment dat je het echt meemaakt is dat echt bizar. Uiteindelijk heb ik ook niets verkeerds gedaan. Ik heb gewoon mijn waarheid gesproken en probeer voor mijn vrijheid op te komen.”

Je hebt het album op 5 mei uitgebracht. Zit daar een speciale reden achter?
“Ja! Bevrijdingsdag sloot perfect aan bij de afwerking van het album en voelde ook logisch. De albumcover heb ik bij de Domkerk bij het bevrijdingsbeeld geschoten. Wat is nou beter dan dit album te releasen op een dag die in het teken van vrijheid staat? Uiteindelijk is het wel de essentie om het belang van vrijheid te kunnen benadrukken.”

Wat is is de gedachte achter de albumcover en de boodschap ervan? 
“Het is helaas de realiteit in veel islamitische landen dat de doodstraf staat op ongelovig zijn. Je kunt in deze gemeenschap nog steeds niet helemaal open zijn hierover. Het lijkt op loskomen van een sekte, wat ook heel moeilijk is. Mensen hebben het idee dat jij het hun leven moeilijk maakt, terwijl ik simpelweg niet geloof. Het is alleen een kleine verandering in iemands wereldbeeld. Het kan confronterend zijn om te horen dat hoe jij de wereld ziet, niet is hoe een ander hem ziet. Ik heb ook het woord ‘kafir’ gebruikt als titel, wat ‘ongelovig’ betekent. Het heeft een zeer negatieve lading en is de laagste rang binnen de islamitische gemeenschap. Door dit woord als titel te gebruiken, heb ik de betekenis omarmd en laat ik zien dat ik voor mijn vrijheid sta. Noem me ongelovig, noem me maar wat je wil. Zelfs al zou de dood ervoor nodig zijn, is het het nog steeds waard om te zijn wie je wilt zijn.”

Je omschrijft TivoliVredenburg als een tweede thuis. Waarom is deze plek zo belangrijk voor je?
“Het is echt een veilige plek voor me geweest bij het vinden van mijn eigen identiteit. In 2019 begon ik hier te werken en kwam ik in aanraking met muziek, maar bijvoorbeeld ook voor het eerst met drank en uitgaan. Ik ontdekte een nieuw leven vol kunst en cultuur. Het was voor het eerst dat mensen mij accepteerden om wie ik ben en niet om wat ik geloof of juist niet geloof. Voor het eerst kreeg ik te horen dat mensen mij als persoon leuk vonden. Ik ben heel dankbaar dat ik dit heb mogen vinden. Het is speciaal om op een werkplek een familie te vinden waarvan je weet dat ze er altijd voor je zullen zijn, wat er ook gebeurt. Zo’n ijzersterk vangnet hebben, heeft me de kracht kunnen geven om deze sprong te maken.”

Hoop je hier ook een keertje te staan?
“Oh ja, dat ga ik zeker doen! Dat is sinds mijn eerste shift in de Ronda mijn gedachte geweest en het doel dat ik wil bereiken. Dat het gaat gebeuren weet ik zeker, de datum kan ik je alleen nog niet zeggen.” (lacht)