COPPERSKY kiest voor jams, grooves en dynamiek COPPERSKY kiest voor jams, grooves en dynamiek

’Als mensen er voor open staan, willen wij ze wel laten spacen’

, Tekst: Freek Liebrand | Foto’s: Tjerk Koekkoek

Op 22 februari verschijnt Orbiter, de langverwachte derde plaat van COPPERSKY: een aanleiding om eens bij te praten met de heren. We spreken af in Springhaver met de broertjes Robert-Jan (bassist) en Martijn (gitaar) voor speciaalbiertjes en een goed gesprek over analoge shit, sci-fi obsessies en de nieuwe koers van de band.

advertentie

Er komt een nieuwe plaat aan, hoorde ik. Orbiter. Waar komt die sci-fi link vandaan? Is dat een jeugd-broers-dingetje?

Martijn: “Ja, eigenlijk wel. Als we met z’n drieën, de broers in de band, naar de kroeg gaan dan hebben we het altijd over superingewikkelde science-fictiondingen waar we eigenlijk geen reet van snappen. De kosmos bijvoorbeeld. Van ‘wist je dat er misschien nog een planeet buiten de Kuiper belt ronddraait’ enzo, dat soort dingen. Dat fascineert ons heel erg. De afgelopen twee nieuwe Alien-films bezochten we met z’n drieën en na afloop in de kroeg zitten we dan allemaal theorieën te bedenken. We zijn daar wel een beetje nerds in.”

Robert-Jan: “Orbiter als titel slaat vooral ook op Eriks vertelwijze. Hoe hij om onderwerpen heen roteert. Vaak is het fictie of een indirecte manier om een verhaal mee te vertellen. We hebben blijkbaar een cyclus van drie jaar. Het was maart 2016 toen we de vorige plaat uitbrachten. Onze debuutplaat was in 2013. Orbiter komt 22 februari 2019 uit. Drie jaar is wel lang, kwamen we achter. Het eigenlijke idee was om het nog later uit te brengen, maar het voelde niet goed om het materiaal nog langer te laten liggen.”

Martijn: “Op een gegeven moment hadden we het gewoon. Dit is het. De hele vibe was compleet. We hebben één nummer gekozen om in de studio te gaan ‘uitjammen’. De andere nummers houden we open voor live interpretatie. Bij een optreden kunnen die ook een jam van tien minuten worden. Dat kan makkelijk met die nummers, maar op het album wilden we sterke nummers.”

Waarom jammen jullie zo graag?

Martijn: “Een paar jaar geleden toen ik DeWolff voor het eerst zag, dacht ik: dit is gewoon het allerbeste aan muziek maken. Dat je niet een nummertje van drie minuten speelt en ja, klaar bent, wat we trouwens ook heel graag doen, Maar toen ik dat zag, dacht ik: dat wil ik. Dat het zo door blijft grooven. Ik zag laatst een live-filmpje van Rory Gallagher, uit de 70s. Hij speelde een kwartier lang hetzelfde. Iedereen was echt in een trance. Wat zij toen deden in de 70s, die jams van een halfuur, dat is wat wij nu ervaren in van die technoclubs. Dat doorstampen. Dat tribal-achtige. Dat je in zo’n ritme komt en er helemaal in opgaat. Met dat lange nummer op de plaat hebben we dat gevoel ook gecreëerd. Dan leggen Robert en Ray zo’n vette groove neer en dan gaan we daar helemaal in op. Dat zou live gewoon een kwartier of twintig minuten kunnen zijn. Als mensen er voor open staan, willen wij ze wel laten spacen.”

"Wanneer je ieders idee een kans geeft, ontdek je de allervetste dingen voor een nummer"

 

Dat is ergens wel een interessante combi in jullie muziek. Ik hoor ook wel punkrock roots in jullie songwriting. Klopt dat? Grooves en jams combineren met punkrock roots, of hoor ik dat verkeerd?

Robert-Jan: “Na die tweede plaat zijn we veel meer classic rock en rock ’n’ roll gaan luisteren. Met het nummer ‘Bankrupt / Backchannels’ hebben we een beetje onze route die kant op gevonden. Maar ik heb nooit echt punk geluisterd. Ik denk dat Ray en Martijn het meeste punk luisteren.”

Martijn: “Ik was een enorme fan van 90s Amerikaanse Hüsker Dü en Fuzagi enzo. Ik vond dat zo vet, die energie die zij er in brachten. Eén van onze turning points was niet dat we nu dachten: ’we gaan 70s rock maken’, maar we gaan rock maken die superdynamisch is. Toen ik de nummers op de vorige plaat schreef, had ik helemaal niet dat idee van dynamiek in mijn hoofd. Het was gewoon gáán.”

Robert-Jan: “Vroeger hadden we twee gitaristen, nu hebben we één gitarist die alle melodie moet opvullen. Dat geeft veel meer ruimte en dat hoor je ook. Mensen geven dat ook terug.”

Martijn: “Toen we de nieuwe kant op wilden, hebben we echt besloten om met z’n vieren te zijn en bewust die keuze gemaakt. Robert is de Jimmy Page op bas, gewoon de lead. Dus ik doe wat meer rythm-achtige dingen, zeg maar wat Malcolm Young in AC/DC doet. En Ray is een soort van anker. Supersteady. Hij heeft heel goed overzicht. Wij zijn best wel wild: komen met wilde ideeën en hele moeilijke tellingen en rare shit. Door ieders ideeën een kans te geven, ontdekken we dingen die je zelf niet voorzien had, maar wel het allervetst zijn voor het nummer. Door een idee van Pablo van de Poel, die onze plaat opnam, hebben, we bijvoorbeeld een stukje halftime in ‘Dressed in Wool’ toegevoegd. Dan komt voor mij opeens alle energie vrij in het nummer.”

Hoe zijn jullie bij Pablo van de Poel gekomen?

Martijn: “We kennen Pablo, Robin en Luca van DeWolff al een tijdje. We vonden die analoge vibe heel cool. En de platen die Pablo had opgenomen, vonden we zó vet klinken. Dus wisten we dat we met hem wilden werken. Dat is wat deze plaat nodig had. Pablo vond onze demo heel vet en wilde het graag doen. Hij liet weten dat hij een weirde plaat wilde maken. Dude, doe alles wat je wil! En toen zijn we gewoon los gegaan. Heel veel gitaren zijn door synthesizers heen gehaald. Hij heeft daar echt een batterij aan weirde apparaten staan die niks met classic rock te maken hebben.”

Robert-Jan: “De bas is sowieso op twee amps opgenomen en soms op drie. Eén van de amps, of nou ja amps, was een Hammond. Zo’n Lesley kast met een roterende speaker. Dan hoor je orgelsounds maar dat is eigenlijk de baslijn. Dat doe ik nu live ook.”

Martijn: “Ook een mooi voorbeeld: Pablo had een idee voor een drumbeat. Dus we hadden twee microfoons naast het drumstel gezet, Duvel-glazen gevuld met water, condooms om de microfoon heen. Toen lieten Robert en Erik die microfoon heel langzaam in het water zakken. Zeg maar stereo: de ene ging omhoog, de andere naar beneden. De nieuwe plaat is precies geworden wat het moet zijn, hoe wij de muziek voelen.”

Wanneer is 2019 geslaagd?

Martijn: “Ik denk dat we nu zo’n vijfentwintig tot dertig shows in het voorjaar hebben staan. Als we dat kunnen verdubbelen in het najaar, dat zou een mooi doel zijn. Hopelijk Reeperbahn Festival in Hamburg. Eigenlijk zou ik aan het eind van 2019 wel een nieuwe plaat willen hebben. Dat we het hebben liggen.”

Te zien: COPPERSKY speelt 15 maart in Dordrecht, 31 maart in Den Bosch en 12 april in dB’s, Utrecht (meer shows volgen). De nieuwe plaat Orbiter verschijnt 22 februari.

Tags
#nieuws
Laatste nieuws en artikelen van 3voor12 Utrecht