De geldingsdrang van Kippie De geldingsdrang van Kippie

“Ik wilde geen rapper zijn”

, Tekst: Joost van Beek | Foto’s: Paul van Dorsten

De Utrechtse straatrapper Kippie gaat hard. Sinds februari brengt hij consequent videos uit, in mei volgde een EP waarvan dit najaar de opvolger alweer moet verschijnen. Een lang gesprek over serieus artiestendom, de scene in Utrecht en (natuurlijk) de straat.

Een jongen – hij zal een jaar of elf zijn – tuurt door de ruit van lunchroom Tissier in Overvecht. Hij herkent het kort opgeschoren achterhoofd aan de andere kant van het glas. Twijfel. HIj durft niet naar binnen. Het vergt wat overtuigingskracht van z’n oma, die met de fiets tussen de benen op haar kleinzoon wacht, maar even later loopt hij op zijn hoede naar een tafeltje in een hoek van de zaak. “Ben jij Kippie?” vraagt hij aan de jongen die hij zojuist herkende. “Ja, toch! Wil je een pica?” Verlegen: “Ja, als dat mag.” Samen gaan ze naar buiten. Oma krijgt een hand, legt de twee daarna vast.

Dit soort ontmoetingen heeft de Utrechtse rapper Kippie, in het dagelijks leven Karim (23), steeds vaker. Eigenlijk vooral buiten Utrecht, zegt hij, want in Overvecht kennen ze hem wel. Neem de poolparty in een dorp bij Maastricht, waar hij zijn eerste optreden gaf. Zodra ‘ie binnen was, wilde iedereen met hem op de foto. Chaos. “Dat was wel een gekke show, ik zeg je eerlijk. Ik stond op een podium naast het zwembad. Af en toe sprong er iemand in, werd ik helemaal nat. Ze rapten al mijn pokoes mee, die mensen kenden al mijn teksten. Als ik mijn microfoon zo deed…” (hij balt een vuist en kantelt die naar voren) “… hoorde ik gewoon mijn teksten door het publiek gaan. Ik zeg je eerlijk, van tevoren twijfelde ik. Kennen die mensen daar mij wel?”

(Tekst gaat verder na foto)

Toegegeven, die populariteit verbaast me. Kippie verscheen pas een paar maanden terug op onze radar, zijn carrière is nog piepjong. Aan de andere kant, vorig jaar al dook hij op op tracks met rappers als Kevin, Sevn Alias en Mula B. Jongens die een grote schare volgers hebben.

"Ik vond dat ik een hossel liet liggen"

 

Vanaf februari dropt Kippie in rap tempo videos, de eerste reeks geschoten tussen de grijze hoogbouw van Overvecht. We zien een straatrapper vol geldingsdrang, met een agressieve, kortademige flow. Zijn teksten staan bol van wietzolders, drugshossels, stadsjungles en eurobiljetten. Tegelijkertijd horen we een jonge twintiger, gevormd door de straat, die verlangt naar een rustiger bestaan: op zoek naar geluk. Op zijn eerste EP Djezja – dit voorjaar verschenen – laat hij ander kanten van zichzelf zien. Luister naar de single ‘Marina’, dat is in de kern een aanstekelijk popliedje waarin hij droomt van een villa aan het strand. Het liedje gaat inmiddels richting anderhalf miljoen Spotify streams. Djezja stond veertien weken in de Album Top 100 zonder dat er een label aan te pas kwam. Ja, hij is best tevreden over het bereik van die eerste EP. “Maar de volgende tape moet sowieso het dubbele pakken, dat heb ik in mijn hoofd. Als ‘ie het dubbele pakt, ben ik tevreden.”

Kippie komt niet helemaal uit het niets. Een paar jaar terug dook hij al op in sessies naast straatrappers als Lijpe en Ismo. “Ik wilde helemaal geen rapper zijn,” zegt hij nu over die periode. En waar zij doorgingen verdween Kippie uit beeld. Voor hem was rap nooit meer dan een hobby. “Eerlijk gezegd, ik begon weer met rap om doekoe te verdienen,” zegt hij, lachend. “Om als iemand die kán rappen, dat dan niet te gaan doen... Ik vond dat ik een hossel liet liggen. Ik dacht: ‘oké, 1 miljoen streams, dat is vijf-, zesduizend euro. Bro, dat moet ik makkelijk kunnen halen. Laat me hosselen!’ En doordat ik weer muziek ging maken, ontwikkelde ik me als artiest, begrijp je? Op mijn volgende tape zing ik bijvoorbeeld over trapbeats. Hoe verder ik kwam met de tweede tape, hoe vaker ik dacht; mensen moéten deze shit gewoon horen. Al pakt 'ie tien streams, dit moet naar buiten.” Juist, hij is gretig.

‘Oke, nu is hij echt een rapper’
Die gretigheid maakt hem extreem productief. Het vervolg op zijn eerste EP is inmiddels goeddeels af. Het zegt ook veel over de vruchtbaarheid van de Nederlandse hiphop an sich, want het kost onderhand een fulltime baan om de scene te volgen. Als opkomende rapper moet je je constant laten gelden om hogerop te komen, maar tegelijkertijd is de onderlinge gunfactor hoog en zijn de lijntjes kort. Kippie kent sommige jongens nog van vroeger, anderen benadert hij via Instagram. Voor zijn tweede EP zat hij in de studio met 3robi, Henkie T van SBMG en Boef, inmiddels een nationale superster. “Je moet gewoon connecten met andere rappers. Zeggen ‘Ey bro, ik voel je! Laten we een pokoe maken.’ Veel rappers zijn koppig, maar je moet je niet schamen. Nee heb je, ja kan je krijgen. En van al die rappers reageerde Boef het snelst. In vijf minuten.”

Voor de duidelijkheid, ik denk niet dat ik vandaag spreek met een gewiekste opportunist die ineens besloot om de microfoon op te pakken. Hiphop is een deel van zijn leven, sinds zijn vroege jeugd al. Hij kijkt dan veel clips, leest over rappers, kent alle teksten van Tupac uit zijn hoofd. ”Echt, ik luisterde al naar Tupac toen ik twee was. Hij kan je raken, alleen al met een zinnetje. Pac zegt: ‘wat er ook gebeurt, blijf gewoon doorgaan’. Tegenslagen horen bij het leven, tegenslagen zijn alleen maar motivatie. Ik denk dat je als kind jouw kracht uit muziek kan halen. En dat deed ik ook.” Vanaf een jaar of elf begint hij met woorden te spelen. Hij schrijft over wat hij op straat ziet, over de verhalen waar zijn broer mee thuiskomt, probeert het te laten rijmen.

Nu neemt Kippie zijn carrière bloedserieus. Hij plant alles in nauw overleg met zijn manager Vincent Akachar die twee jaar de manager van Lijpe was, en nu ook de Utrechtse rapper TonyTony onder z’n hoede heeft. Samen maken ze de carrière van Kippie: 'Marina' werd extra gepusht met een duurdere video, geschoten in Casablanca. De eerste EP moést 1 miljoen streams halen: “Ik had met Vinnie afgesproken: ‘Luister als ‘ie geen millie raakt moeten we een andere weg inslaan. Mijn oude fans houd ik tevreden met trap en hiphop, nieuw publiek probeer ik te bereiken met muziek die nieuwe voor me is. Poppy en toegankelijk, maar niet te commercieel. We wisten van tevoren dat 'Marina' het goed ging doen.” En het lukte. “De vorige tape gaf me erkenning als artiest. Mensen denken ‘oké nu is hij echt een rapper’."

“Producers in Utrecht moeten meer openstaan voor mensen in hun omgeving"

De scene in Utrecht is dood
We praten over de hiphopscene van Utrecht. Nee, het gebrek aan een scene. Als rapper kun je nu beter elders zijn, Kippie pakt al zijn studiotijd in Rotterdam. “Dat is het Atlanta van Nederland”, zegt hij. “Op straat hoor je daar alleen maar Nederlandse hiphop uit auto’s komen. Ik hoor daar ook mijn eigen tracks het vaakst. De producers zitten daar, er zijn straten met acht studio's. Als er zeven bezig zijn, dan zegt de achtste: ‘Kom maar binnen, ik heb nu toch niks te doen.’ Dat is hier anders. “De scene in Utrecht is dood. Ik denk dat er veel jong talent is in Overvecht. Producers in Utrecht moeten wat meer openstaan voor mensen in hun omgeving. Gooi gewoon een berichtje op Instagram: ‘Luister ik heb een studio hier in Utrecht, opkomend talent kom langs, laat zien wat je kan.’ Ik denk dat er in Overvecht wel tien rappertjes zitten, jonge jongens die wat kunnen met hun muziek. Die kans wordt hen nu niet gegeven. En was ik Vinnie niet tegengekomen, dan had ik die kans ook niet gehad.”

Zijn doelen leggen druk op het succes van alles wat hij uitbrengt, maar Kippie vindt dat hij daardoor groeit als artiest. In de studio is hij een perfectionist: “Ik denk dat producers wel een beetje gek van me worden. En Vinnie is nog tien keer erger. ”Een voorbeeld: “Ik kan het woord ‘straat’ niet altijd goed uitspreken. Als ik het in een zin zeg…soms komt het er gewoon niet goed uit. Misschien komt het door de ‘r’ in straat, je weet toch? Dan kan ik hem twintig of honderd keer opnemen,maar hij moet er goed op. ”Lachend: “En het woord straat komt gewoon vaak voor in mijn teksten.”

(tekst gaat verder na foto)

"Als je uit mijn omgeving komt, moet je zo min mogelijk emotie tonen."

'Je moet echt zijn mattie'
“Iemand zei ooit tegen mij: ‘het zijn de dingen die je niet kiest, die je maken.’ De plek waar je opgroeit en je familie. De straat heeft mij gemaakt tot wie ik ben.” Hij leerde er dat hard werken wordt beloond. “En eerlijkheid duurt het langst. Dat speelt echt op de straat, als je niet eerlijk bent gaat het meestal heel snel fout. Wat je geeft krijg je terug.”

Straatrap als manier om de straat te ontvluchten, het is een paradox waar bijna elke straatrapper mee te maken krijgt: “Ik denk dat iedereen op straat gewoon liever rust in zijn hoofd heeft en lekker naar zijn werk wil gaan, dan dat ‘ie op straat leeft en met hoofdpijn geld verdient. De meesten lukt het ook niet echt goed. Ze voelen dat dit het enige pad is. Kijk, er was een periode dat ik wel opties had, ik kon naar school gaan. Maar die kansen heb ik verpest. Nu kan ik of naar links of naar rechts, begrijp je? Rap is mijn rechte pad. Gewoon, positiviteit.”

“Mensen weten dat het echt is wat ik zeg. Dat vind ik ook een van mijn sterke punten. Negentig procent van de rappers zijn niet wat ze zeggen dat ze zijn. En dan zijn er mensen op straat, die echt in dat leventje zitten, die daar naar luisteren. Die kijken op tegen iemand die er niks van weet. Ik vind dat echt fucked up man. Dat is ook die Tupac-gedachte: Je moet echt zijn mattie, of je moet die shit niet rappen. De straat wordt sowieso zwaar misbruikt." Zelf wil hij altijd dicht bij de straat blijven staan. “Je moet geen ‘rapper-rapper’ worden. Van: ‘Ik heb shows, ik neuk wijven, ik pop flessen in de club.’ En dat dan honderd pokoes lang. Hoe ver ik ook kom met muziek. Ik wil altijd die rauwheid van de straat blijven brengen.“

Nog even terug naar die eerste EP. In het nummer ‘Gaan Er Komen’ toont Kippie zich opvallend kwetsbaar. Het liedje gaat over zijn worstelingen, het gebroken gezin waar hij vandaan komt, een vader die aan de crack zit. Er spreekt strijdlust uit; ook al duurt het lang, ook als is het moeilijk, ‘we gaan er komen’. “Als je uit een omgeving zoals die van mij komt, dan moet je zo min mogelijk emotie tonen. En om dan precies het tegenovergestelde te doen voor heel Nederland, dat is moeilijk. Uiteindelijk moet je je openstellen als artiest. Hoe groter je wordt, hoe meer mensen van je willen weten. Dan kan je laten zien wat je hebt meegemaakt, wat invloed op je leven heeft gehad. Dat wordt steeds makkelijker. Je ontwikkelt je gewoon.”

De tweede EP van Kippie is zo goed als af en moet binnenkort verschijnen.

nu op 3voor12