"Dit voelt echt weer gewoon als een bandje" "Dit voelt echt weer gewoon als een bandje"

Singer-songwriter Stefan ’t Hooft over de doorstart van Walker Diver

, Tekst: Chris Bernasco | Foto’s: Jelmer de Haas

Op 14 mei presenteert de Utrechtse poprockband Walker Diver in dB’s zijn nieuwe album ‘MK III’. We spreken frontman Stefan ’t Hooft over liedjesschrijven, doorstarten, lesgeven en waar het bij muziekmaken werkelijk om gaat.

Stefan ’t Hooft (1973) is in een prima stemming als we hem in Het Gegeven Paard spreken boven een kop koffie. De afgelopen jaren was de Utrechtse singer-songwriter, tevens docent aan de Nederlandse Popacademie in de Domstad, muzikaal voornamelijk actief als gitarist in The Light Brigade. Maar na bijna negen jaar relatieve stilte kan hij nu bijna niet wachten om met zijn vernieuwde band het podium op te gaan. Op 14 mei presenteert Walker Diver het nieuwe album MK III in dB’s.

Je komt oorspronkelijk uit Brabant, sinds 2001 woon je in Utrecht. Hoe was het om in die tijd in de Domstad te arriveren?
“Ik kwam naar Utrecht voor de liefde, om samen te wonen met mijn vriendin, mijn huidige vrouw. Ik had in Tilburg Engels gestudeerd en had rondom Breda en Roosendaal al veel in bands gespeeld. Mitch (zie kader, red.) was daarvan de belangrijkste. In Utrecht rolde ik in het muziekwereldje en leerde ik in heel korte tijd heel veel mensen kennen. The Yearlings, Sandusky, Paper Moon, Pondertone; ik vergeet er waarschijnlijk honderd op te noemen. In elk geval begon ik in die tijd als solo-artiest onder de naam Walker Diver.”

Als ik geen liedjes schrijf, ben ik niet compleet.

Stefan 't Hooft

CV Stefan ’t Hooft

1973 geboren in Vlaardingen (ZH)
1988-1998 gitarist-liedjesschrijver in diverse West-Brabantse bands
1998-2001 lid van indierockband Mitch: de band maakt twee albums en speelt onder meer in voorprogramma Travolta’s, Soulwax en Grandaddy
2001 verhuist naar Utrecht
2001-heden solo als Walker Diver
2006-heden docent Nederlandse Pop Academie (NPAC), Utrecht
2009-2015 gitarist in The Light Brigade

In 2004 debuteerde je met White Knuckle Ride, in 2008 volgde Junior Blues. Wat gebeurde er daarna?
“In 2008 deden we wel de optredens om Junior Blues te promoten, maar daarna was ik even klaar met bandjes. Normaal ben ik een veelschrijver. Ik werk altijd een hoop ideeën voor nummers uit, pas daarna ga ik kiezen. Van tien liedjes houd ik er gemiddeld eentje over, want soms wordt een middelmatig liedje door een bepaalde hook juist heel goed. Maar na die optredens stond ik een tijdlang droog. Verschrikkelijk. Er kwam niets uit. En als ik geen liedjes schrijf, ben ik niet compleet. Gelukkig zocht mijn oude muziekmaat Gerton Govers uit Mitch juist een leadgitarist voor zijn band The Light Brigade. Dat was een way out. Alleen gitaar spelen haalde de druk van de ketel. In die periode werd ik ook serieuzer over mijn werk als docent aan de Popacademie. Ik beschouwde het niet meer als iets dat ik min of meer tijdelijk deed terwijl ik ‘eigenlijk’ popartiest was.”

Helpt je baan als popdocent je bij je eigen muziek?
“In de eerste plaats zijn er veel overeenkomsten: in beide gevallen treed je op. Je klas is als je publiek. Je moet het zien te boeien en entertainen. Maar het belangrijkste is dat ik aan de Popacademie mijn twee passies kan combineren: muziek en lesgeven. Ik ken de valkuilen uit de praktijk, dat helpt om studenten te begeleiden bij waar zij tegenaan lopen. Andersom inspireren de studenten mij weer enorm. Toen ik dus een tijd vastzat met mijn eigen muziek, werd ik op een dag aangestoken door een live-optreden van één van hun bands, een Arctic Monkeys-achtige act. Door hun enthousiasme en pure spelplezier zag ik weer waar het uiteindelijk voor mij om gaat in de muziek.”

Je klas is als je publiek. Je moet het boeien en entertainen.

Stefan ’t Hooft

De afgelopen jaren trad je ook solo op. Is dat een groot verschil met een bandoptreden?
“Met alleen zang en gitaar is het intiemer, dat merk je aan de reacties. Soms komt er bijvoorbeeld na een optreden iemand naar je toe om te vertellen wat een bepaald nummer met hem of haar doet. Met een bandoptreden heb je dat niet zo. Maar het bloed kruipt toch waar het niet gaan kan: samenspelen is het fijnste, tenminste als je echt chemie hebt, zoals nu. Met naast Jelmer de Haas, die er vanaf het begin bij was, twee nieuwelingen, allebei van de Popacademie: Yassir Oostrom op gitaar en backing vocals en Evert Smit op bas. Ze kunnen stuk voor stuk heel goed in dienst van het liedje spelen. Dit voelt echt weer gewoon als een bandje.”

Walker Diver discografie

2004 White Knuckle Ride
2008 Junior Blues
2017 MKIII

Veel nummers van MK III gaan over mensen die een deur achter zich dichtslaan en een nieuwe opendoen.

Stefan 't Hooft

Welke ontwikkeling laat MK III zien ten opzichte van de twee eerdere Walker Diver-albums?
“Mijn belangrijkste inspiratie komt nog steeds van bands als Hüsker Dü, Big Star, Elvis Costello, The Replacements: ambachtelijke melodieuze poprocksongs met behoorlijk wat energie. Maar MK III is wat minder traditioneel dan de voorgangers. Een Amerikaanse sound, gecombineerd met Engelse puntigheid, dat is wat me voor ogen stond. En ik zou het geen conceptplaat willen noemen, maar er zit toch een soort rode draad in: veel nummers gaan over mensen die een deur achter zich dichtslaan en een nieuwe opendoen. Overigens wil ik dat de luisteraar zelf de betekenis van mijn liedjes kan invullen, het moet niet te duidelijk zijn.”

Welke ambitie heb je nu met Walker Diver?
“Met Mitch heb ik hoogte- en dieptepunten meegemaakt. Prima recensies, heel veel optredens, in het voorprogramma van Grandaddy, The Travoltas. Maar het gekke is: het werd steeds minder leuk. We werkten ons uit de naad, maar hielden geen cent over. En ook geen tijd om aan nieuwe liedjes te werken. Terwijl dat bij mij altijd voorop stond, vanaf mijn zeventiende of achttiende al. Nu gaat het bij Walker Diver dus puur om de muziek en het samenspelen.”

Te zien: Walker Diver, 14 mei 2017 om 16.00-19.00 @ dB’s, Utrecht (albumpresentatie)

www.walkerdiver.com

nu op 3voor12