Mister and Mississippi was eigen sound zat Mister and Mississippi was eigen sound zat

En vond redding in sciencefiction

, Tekst: Jeroen Sturing | Foto's: Dorien Hein

Geen akoestische gitaar, maar een Tame Impala-achtige toetspartij. Geen gestripte drumkit, maar een volwaardig drumstel. En hoor ik nou een basgitaar? Ja, er is nogal wat veranderd op de nieuwe plaat van Mister and Mississippi. Derde plaat Mirage is de plaat waarmee de Utrechters zichzelf opnieuw uitvonden. En dat was nodig, want de band dacht zelfs aan stoppen.

Er is alweer zes jaar voorbij sinds de band bij elkaar wordt gezet op de Herman Brood Academie. Er is een directe chemie en in rap tempo wordt er gewerkt aan een debuutplaat. Die komt uit bij V2 Records, nog voordat de vier überhaupt afstuderen. Het titelloze debuut wordt een succes. De band tourt langs toonaangevende clubs en festivals en wint prijzen. Tijdens het touren werken de net-twintigers aan de tweede plaat, die nóg beter en succesvoller moet worden dan de eerste. Het blijkt een schier onmogelijke taak. Ondanks een zeer aardige opvolger waarop een grootser geluid wordt gebracht, vallen de twintigers van de roze wolk waarop ze zweefden. De albumverkoop slinkt, evenals het aantal boekingen. Hoe verder?

Op een winderige woensdag in februari in Kanaleneiland zitten ze er alle vier. Gelukkig: ze zijn er nog. Maar, wie zitten er nu tegenover ons? De ooit liefelijke folkpoppers hebben een stevige transformatie ondergaan en zijn op nieuwe plaat Mirage zo goed als onherkenbaar. Traditionele instrumenten als de akoestische gitaar en een gestripte drumkit zijn ingeruild voor bakken vol elektronische effecten en synthesizers. De basgitaar is gevonden en drummer Samgar Jacobs kan zich uitleven op een fatsoenlijke, volwaardige drumkit. Referenties als Sigúr Ross en Bon Iver gaan niet meer op. Invloeden voor de nieuwe sound laten zich na het luisteren van het album snel raden: The Cure, The Smiths en Tame Impala. Sleutelplaten: The Queen Is Dead (The Smiths) en Disintegration (The Cure), maar ook Dancing in the Dark van Bruce Springsteen. Tijdens het gesprek neemt vooral gitarist Danny van Tiggele het voortouw. Zangeres Maxime Barlag vult aan waar nodig en gitarist Tom Broshuis loopt met liefde leeg over het door hem ontwikkelde nieuwe geluid. Samgar lijkt er niet veel zin in te hebben en knikt vaak enkel goedkeurend.

Band-CV Mister and Mississippi

- 2013: Naamloze debuutalbum, 3FM Award voor Beste Nieuwkomer, Edison-award Alternative, SXSW, Eurosonic Noorderslag, Lowlands, 3voor12 Album van de Week, 3FM Megahit (Same Room, Different House), clubtour
- 2014: Eurosonic Noorderslag, SXSW, Pinkpop
- 2015: Album ‘We Only Part to Meet Again’, Eurosonic Noorderslag, clubtour
- 2016: Theatertour
- 2017: Album 'Mirage', clubtour

De overgang van folkpop naar indie/new-wave was vooral géén stijlbreuk omdat ze het eens totaal anders wilden. Het was een natuurlijk proces, benadrukt de band waar ze kunnen. Danny: “Na de tweede plaat zijn we in kleine setting naar een huisje op de Veluwe gegaan om te schrijven. De bedoeling was om terug te gaan naar het minimalistische van de eerste plaat, omdat we voelden dat we de folk-sound niet nog een stapje groter konden maken. We haalden veel inspiratie uit die laatste Sufjan Stevens-plaat (Carrie & Lowell, red.) en hadden wel een idee wat we wilden.” Eenmaal thuis blijkt geen van de vier tevreden met het resultaat. Danny: “Het was het gewoon niet. We merkten allemaal dat we onze sound eigenlijk wel zat waren. Toen begonnen we na te denken over het hoe en of we verder moesten.” (tekst loopt verder na foto.)

“In eerste instantie schrokken we van de nieuwe demo's"

Maxime komt er in het jaar schrijfpauze achter dat de succesperiode schade heeft achtergelaten. ”Je raakt jezelf kwijt en wordt onzeker. Na de tweede plaat moet je toch even iets harder aan de kar gaan trekken om hetzelfde te bereiken. De achtbaan gaat keihard door. Je kunt geen stap terugnemen om na te denken. Dat heeft z’n effect.” Als de band duizelig uit de spreekwoordelijke achtbaan is gestapt, denkt het na over haar positie in het Nederlandse muziekcircuit. “Voor ons gevoel was de tweede plaat erg anders dan de eerste en ook gewoon de perfecte opvolger. Het was erg schrikken dat het publiek dit niet zo zag. Dat boekingen uitbleven was een teleurstelling. Het werd een gevalletje te klein voor het tafellaken, te groot voor het servet." Danny: “We waren nog geen headliner en niet meer nieuw. We moesten een plekje vinden in een voor ons wankele en nieuwe wereld.”

Donkere wolken pakken zich samen boven de band, maar als stille kracht en gitarist Tom besluit te gaan jammen in zijn ouderlijk huis in Groenlo, klaart de lucht voorzichtig op. Hij kijkt daar naar sciencefictionfilms uit de jaren tachtig en pielt wat op z’n gitaar. Het resultaat neemt hij mee naar Utrecht. ”In eerste instantie schrok ik van de demo’s van Tom”, geeft Danny toe, “maar toch voelde het direct vertrouwd”. Pardoes is het even verloren enthousiasme en plezier weer terug. Maar hoe haal je in vredesnaam inspiratie uit sciencefictionfilms? Tom keek bijvoorbeeld naar Blade Runner, Alien en de Space Odyssey-reeks Tom: “Als ik zo’n film kijk blijf ik meestal nog een dag in die sfeer hangen. Dat neem ik onbewust mee als ik een liedje schrijf. Iets in die soundtracks en de mysterieuze, naargeestige sfeer in die sciencefictionfilms vond ik echt heel cool.” (tekst gaat door naar video)

Om sciencefiction in de plaat terug te horen, heb je geen fantasie nodig. De enigszins liefelijke zanglijntjes van de vorige platen zijn verdwenen, samenzang zoals op het vorige werk zit er ook amper in. Berlag maakt gebruik van effecten waardoor ze qua klank soms meer in de buurt komt van een robot. Ook in de tracklist zitten aanwijzingen genoeg. ‘HAL9000’ klinkt als een Bon Iver-achtige titel, maar is genoemd naar een slimme computer uit de film 2001: A Space Odyssey uit 1968. Verderop in de tracklist vinden we ‘Pulsar’: een ster die elektromagnetische straling uitzendt. Op Mirage klinkt Mister and Mississippi frisser en spannender dan ooit. Die spanning voel je in de hele plaat en knapt pas uit elkaar op ‘Interstellar Part II’, waar de band opzichtig flirt met techno. Spacey synthpartijen domineren niet alleen in dit prijsnummer, maar eigenlijk in de hele plaat. Melodieuze baslijnen zijn het resultaat van veelvuldig luisteren naar new-wave, de toetsen doen veelvuldig denken aan Tame Impala.

Nu de platen zover uit elkaar liggen, wordt de liveshow interessant. In maart opende de band al voor Warpaint, een op bas georiënteerde band die zomaar als voorbeeld kan hebben gefungeerd bij het maken van Mirage. De vraag is hoe de twee verschillende werelden live worden gecombineerd. Maxime en Danny tegelijk: “Niet!” Danny: “We gaan vooral de nieuwe plaat spelen, misschien een paar nummers van het tweede album die er net in passen. Andere nummers van het debuut hoor je in een nieuw jasje. Zo blazen we eigen nummers nieuw leven in.”

Deze nieuwe sound moet de band een definitieve plek in de het Nederlandse popcscene gaan opleveren. “We willen aan de top blijven, we weten nu hoeveel tijd en energie dat kost. Er was twijfel. We waren opzoek naar een nieuwe gemene deler: muziek waarin we alle vier ons ei kwijt konden. We moesten wel even de neuzen dezelfde kant op krijgen, en hebben ook meer discussie gehad dan ooit. Dat is gezond: na een teleurstelling moest alles even op scherp worden gezet. Nu kunnen we weer jaren vooruit.”

Te zien: Mister and Mississippi, donderdag 6 april 2017 @ De Helling (uitverkocht).

nu op 3voor12