35 JAAR ACU: als een soort extra huiskamer 35 JAAR ACU: als een soort extra huiskamer

Een portret van ACU-vrijwilliger Inge

, Tekst: Niels Spinhoven / Fotografie: Edward Bos

35 JAAR ACU: als een soort extra huiskamer

Een portret van ACU-vrijwilliger Inge

Tekst: Niels Spinhoven / Fotografie: Edward Bos ,

Politiek Cultureel Centrum ACU bestaat 35 jaar. De komende weken zullen we de ACU, haar vrijwilligers en bezoekers leren kennen in een serie artikelen onder de naam ’35 JAAR ACU’. Vandaag deel 2 uit deze serie, waarin we kennis maken met vrijwilliger Inge.

Een portret van ACU-vrijwilliger Inge

Politiek Cultureel Centrum ACU bestond afgelopen lente maar liefst 35 jaar en dit is ook op de burelen van 3VOOR12/Utrecht niet onopgemerkt gebleven. De komende weken zullen we de ACU, haar vrijwilligers en vaste bezoekers in het (najaars)zonnetje zetten met een serie artikelen. Deel 2 uit deze serie ’35 jaar ACU’ is een portret van vrijwilliger Inge.

Het is vrijdagmiddag drie uur en daar is Inge, waarmee ik afgesproken heb. De ACU opent om zes uur en de gordijnen zijn nog dicht waardoor het schemerig is in de ruimte die verder wat naargeestig ruikt. De geur van schoonmaakmiddel legt het af tegen die van verschraald bier. Inge is wat hees, want ze heeft een late bardienst achter de rug. Daarbij gebruikt ze haar stem verkeerd, maar dat weet ze.

Cement
Een paar maanden na het kraken van de Auto Centrale Utrecht in 1976 werd Inge geboren in Geleen. Toen ze in ’99 in Utrecht ging studeren, besloot ze vrijwilligerswerk te gaan doen bij de Voedselcoöperatie en later bij het Strowis-hostel, de zusterorganisatie van ACU. Op die manier is ze bij de ACU terecht gekomen. Deze organisatie draait op een groep van een kleine dertig vrijwilligers, waaronder geluidstechnici, programmeurs, barpersoneel en figuren die het cement vormen tussen deze verschillende groepjes. Inge hoort bij die laatste categorie.

Moeite om afstand te nemen
Ze is het type dat altijd en overal werk ziet dat nog moet gebeuren. En daarmee ook het type dat werk als aan magneet aantrekt. “Ik heb veel klussen hier al vaak gedaan en ik weet dus hoe ze werken. Bijvoorbeeld waar het knopje voor het zaallicht zit, hoe je een bandje programmeert en hoe de koffiemachine moet worden ontkalkt. In een snel wisselende of te krappe vrijwilligersgroep ben je dan al snel vraagbaak.” Op z’n minst. Tel daar ook nog een groot verantwoordelijkheidsgevoel en het feit dat Inge boven ACU aan de Voorstraat woont bij op en je kan je voorstellen dat ze soms wat moeite om wat afstand te nemen. “Ik heb moeten leren om ‘nee’ te zeggen. Soms bellen bandjes die ’s avonds spelen overdag aan of ze hun spullen vast kunnen komen brengen. Ik snap dat, maar verwijs ze tegenwoordig sneller door naar de programmeur of naar de openingstijden van de ACU in plaats van daar elke dag veel tijd aan te besteden.”

Over het antwoord op de vraag waarom deze bezwaren geen reden zijn voor haar om ermee te stoppen moet ze lang nadenken. Uiteindelijk komt ze tot de conclusie dat het bestaan van ACU voor haar belangrijker is dan die kleine dagelijkse ergernissen. “We zijn altijd open, we hebben het druk en bezorgen veel mensen een leuke tijd. ACU is een bijzondere plek en we krijgen het met z’n allen wel voor elkaar. Dat geeft nog steeds een kick en heel veel voldoening.”

Zelf de slingers ophangen
ACU staat bekend als een podium waar veel punkrock wordt geprogrammeerd. Inge houdt niet van punk, maar weet dat veel programmeurs er liefhebbers van zijn. Als je zelf leuke bandjes kent, of een idee hebt voor een goede avondprogrammering, dan staat het je vrij die band- of dansavond te gaan regelen. “Dat is de charme van ACU. Je krijgt hier als medewerker meteen veel verantwoordelijkheid en het is aan jou om daar goed mee om te gaan. De ACU is hierdoor een broedplaats voor nieuwe ideeën en biedt de ruimte om daarmee te experimenteren. Je kan slagen, maar je kunt hier ook op elegante wijze mislukken. In het verleden had ACU drukbezochte dubstepavonden en Balkanfeesten, nog voor het populair werd.“

Niet eng, vreemd en vies
Inge heeft sinds ’99 wel dingen zien veranderen. “ACU is nu elke dag open, je hoeft niet meer aan te bellen zoals vroeger.” Inge herkent zich niet in de drempel die velen tegenwoordig ervaren bij het bezoeken van de ACU. “Er is geen dresscode en we weigeren niemand. Het zal je alleen niet in dank worden afgenomen als je met een hamburger binnenkomt, maar ACU is niet eng of vreemd. Ook niet vies.” Niet als het aan haar ligt in ieder geval.

Andere veranderingen zijn de prijzen van consumpties. “Het pand is nu eigendom van Stichting Voorstaete en de hypotheek moet elke maand worden betaald. We moeten dus wel zorgen dat we genoeg mensen binnen krijgen. Er klaagde een keer iemand over de bierprijs: “twee euro voor een biertje? Bij de ACU? Vroeger was het vijftig cent!” Hij zei ook nog ‘het ACU’, dus het was een oude bekende.” Dat vraagt om wat uitleg. “Dat stamt uit de begindagen. ‘De ACU’ zou te logisch zijn geweest, de het komt voort uit een soort tegendraadsheid. Echte ACU-veteranen herken je aan de ‘het’.”

Als we ons gesprek afgerond hebben, ga ik meteen door naar mijn tweede afspraak. Als ik Inge even later bel voor de photoshoot, vertelt ze dat ze de tussenliggende tijd heeft gebruikt om het voorraadhok op te ruimen. Stilzitten in ACU is mogelijk, maar niet als je Inge heet.

nu op 3voor12