“Ik hoop liever tien keer een dubbeltje te verkopen dan één keer een euro” “Ik hoop liever tien keer een dubbeltje te verkopen dan één keer een euro”

Winnaar Gouden Kei ambieert goede, laagdrempelige metalscene

, Tekst: Marc van der Laan / Foto: Niek Heemskerk

“Ik hoop liever tien keer een dubbeltje te verkopen dan één keer een euro”

Winnaar Gouden Kei ambieert goede, laagdrempelige metalscene

Tekst: Marc van der Laan / Foto: Niek Heemskerk ,

Vorige maand is de Kei van Utrecht uitgereikt, de jaarlijkse prijs voor personen die iets bijzonders binnen de amateurkunst in de provincie Utrecht doen. Winnaar van de Gouden Kei 2009 is Jerry van Vliet uit Zeist, programmeur en manusje van alles van de maandelijkse Metalnights in De Peppel. Een gesprek over de prijs, de Metalnights en de metalscene.

Winnaar Gouden Kei ambieert goede, laagdrempelige metalscene

Jerry van Vliet, programmeur en manusje van alles van de maandelijkse Metalnights in De Peppel in Zeist, won vorige maand de Gouden Kei 2009. De jury roemde zijn betrokkenheid, creativiteit, maar bovenal zijn passie. Want Jerry heeft een doel: goede, laagdrempelige metalscene in de regio krijgen.

 

Het juryrapport was lovend maar gaf niet heel exact aan waarvoor je genomineerd was. Hoe zit dat?
 
"Zo’n jaar of tien, vijftien geleden hadden we een vrij actieve metalscene in Utrecht. Die mensen kwamen regelmatig bij elkaar op DIY-avonden (de Utrechtse Pit-avonden, red.) die door één of meerdere mensen werden georganiseerd en waar iedereen op af kwam. Die zijn opgehouden en daarna was er eigenlijk niet echt een plek meer. Dat probeer ik weer een beetje terug te krijgen door het organiseren van de Metalnights: dat we een leuke scene krijgen waar iedereen elkaar kent en waar de drempel om in te stappen laag is. Het maakt daarbij niet uit of je in een bandje zit of alleen maar gezellig een biertje wilt drinken en naar goede muziek wilt luisteren.
 
Vanaf het begin, zo’n twee jaar geleden, zijn we bezig gegaan met hoe we die avonden het beste konden aanpakken. Waar liggen kansen en hoe kunnen we mensen aan ons binden? Dat proberen we met een stempelkaart: je betaalt een standaardprijs van zeven euro, de tweede keer drie euro vijftig, de volgende keer weer zeven en uiteindelijk krijg je een gratis kaartje. Allemaal klantvriendelijke acties om meer bekendheid te krijgen. We hebben ook de eerste vrijdag van de maand als vaste avond geïntroduceerd. Mijn inzet voor die vaste avond was een reden om mij naar voren te schuiven voor de kei van Utrecht.”
 
Je hebt onderzoek gedaan onder je bezoekers. Wat zijn de belangrijkste uitkomsten?


“Er bleek uit dat ons publiek jong en werkend is. De leeftijd schommelt tussen de achttien en vijfentwintig jaar, we hebben helaas nog steeds weinig jeugd. Het leuke was wel dat ze van Vleuten – De Meern tot Veenendaal naar ons toe komen. Mensen uit Utrecht komen vaak met het openbaar vervoer. Als reactie daarop hebben we het aantal bandjes teruggeschroefd van drie naar twee. Het is namelijk wel eens voorgekomen dat we een avond organiseerden waarbij het gelijk bij de eerste band al uitliep en mensen die voor de hoofdact kwamen halverwege weg moesten omdat de bus vertrok. Dat kun je eigenlijk niet maken. Je ziet nu wel dat mensen weten dat we op een vaste avond in de maand zitten. Dat heeft dan wel tot gevolg dat in januari, dan is er een stop, mensen op het antwoordapparaat stonden met 'Er is toch een Metalnight?'.”
 
Wat zegt dit over de andere speelmogelijkheden in de provincie, is De Peppel de enige plek voor metal?

“Het begint steeds schaarser te worden. De podia hebben het niet allemaal even breed, dat zie je door de wijzigingen in de programmering. Er zijn een paar plekken waar nog wel steeds metal wordt geprogrammeerd. De Bastille (in Schoonhoven, red.) is een podium waar ook stevige avondjes plaatsvinden maar niet met de regelmaat als in De Peppel. En dan zijn er podia zoals Tivoli waar tours langs komen maar in die riante positie zitten wij niet. Die budgetten hebben wij niet en voor grote bands is het ook niet interessant om een klein dorp aan te doen.”
 
Welke soort bands en genres willen de bezoekers zien?

“Toch wel traditioneel eigenlijk. Death metal en trash metal zijn blijvend, ongekend populair.”
 
Ga je daar nog tegenin door tegendraads te programmeren en nieuwe dingen neer te zetten?

“Het zou een beetje saai worden als we alleen maar dat programmeren, de muziek is veel breder dan dat en je moet ook ander publiek bedienen. Ik probeer de subgenres een beetje af te gaan. Ik ben er wel achter dat de heel extreme genres niet zo goed lopen. We hebben een grindcore avond gehad waar een beperkt publiek op af komt en waar ze toch een hele goede band krijgen. Te extreem denk ik dan.”
 
Hoe is het eigenlijk met de provinciale metalscene, welke bands moeten we in de gaten houden?

“Er zijn wel bands met potentie. Hymir vind ik een hele sterke band. Dat bleek ook wel doordat ze in de finale van de Clash of the Titans zijn gekomen. Er staat wat spannends te gebeuren met een band uit Amersfoort die zich gelijk op een hoog niveau kan presenteren. Wat ik verder erg leuk vind is Martyr, dat zijn Heavy Metal gasten. Die waren eigenlijk gestopt, zijn weer op een reünietour gegaan en hebben heel selectief een aantal podia afgedaan. Toen ik ze sprak en vroeg wat ze gingen doen was het antwoord: 'We gaan niks meer doen, zo af en toe een show daar blijft het bij'. Inmiddels hebben ze weer vijf nieuwe nummers opgenomen en zijn ze al weer heel Europa doorgecrossed. Geweldig! En Detonation is een band die live z’n mannetje staat.”
 
Je bent ook een website begonnen, 'Hard uit het Hart'. Heb je dat meteen twee jaar geleden gedaan bij het begin van de Metalnights?


“Ja. Ik heb hem opgezet om de bands binnen de provincie Utrecht zichzelf te laten promoten. Daarmee kon ik ook een beetje uitvinden welke bands bereid zijn om iets extra’s te doen naast het sturen van een mailtje met 'Hoi wij zijn een bandje, wij willen graag spelen'. Ik kreeg van best wel wat bandjes met regelmaat te zien 'we hebben weer een optreden hier, we hebben weer een optreden daar'. Dan zie je dat ze er energie in steken om verder te komen.”
 
Er is een bedrag van 3.000 euro verbonden aan het winnen van de Gouden Kei. Heb je al een idee wat je met dat geld gaat doen?


“Ja, dat is heel duidelijk voor mij. Uit de enquetes komt naar voren en dat zien we ook op de avonden, dat er te weinig jeugd is in De Peppel. En 'jeugd' zijn voor mij scholieren, van veertien of zestien jaar, vanaf het moment dat je uit mag gaan tot jong werkenden. Ik wil van de standaard deurprijs van zeven euro een stuk wegnemen voor scholieren om daarmee de drempel te verlagen. Op die manier hoop ik liever tien keer een dubbeltje te verkopen dan één keer een euro.”
 
Op 5 juni organiseren jullie het Hard uit het Hart festival in De Peppel, wat staat er op het programma?

“We hebben een open inschrijving gehad waarbij alle bands die op de website staan via de MySpace zijn benaderd of ze wilden spelen op dit festival. Uit de 25 tot 30 die daarop gereageerd hebben heb ik een keuze gemaakt. Die bands hebben allemaal 50 kaarten gekregen die ze zelf kunnen verkopen. Het geld mogen ze in hun eigen zak steken. We organiseren voorafgaand aan de bands nog een netwerkborrel. Programmeurs en allerlei andere mensen die op enige wijze met muziek te maken hebben zijn daarvoor uitgenodigd. En die mogen zichzelf ook nog steeds uitnodigen via info@harduithethart.nl of info@peppel-zeist.nl. Dat mogen bijvoorbeeld website designers, fotografen, boekers of geluidstechnici zijn. De netwerkborrel is tussen acht en negen en daarna begint de eerste band te spelen.”
 
Het eerste Hard uit het Hart festival met Blowtorch, Mattock, Zenith of Abolition en Noizgate vindt plaats op vrijdag 5 juni 2009 in De Peppel in Zeist. Na de zomer verhuizen de Metalnights in De Peppel naar de eerste zaterdag van de maand.

nu op 3voor12