Op 25 september ligt het tweede soloalbum van Diggy Dex in de winkels: Mayonaise voor de Ziel. Tijd om eens met deze Hollandse rapper te gaan praten. Over oprechte hiphop, de Nederlandse scene, Sinterklaasgedichten, toeval en relativeringsvermogen.

We treffen Koen Jansen, alias Diggy Dex, op een vrijdag net voor het middaguur in een Amsterdams café. Op het Spui, op steenworp afstand van zijn huis. De van oorsprong Amersfoortse rapper woont namelijk alweer zo’n 5 jaar in de hoofdstad. Voor een studie Antropologie & Management, die hij tot vreugde van zijn moeder inmiddels heeft afgerond. Terwijl buiten de regen in bakken omlaag stort, bestelt hij een tosti Hawaï en een koffie verkeerd.

Heeft Diggy Dex de Domstad de rug toegekeerd voor meer dan een studie? Met het uiteenvallen van succesvolle hiphopacts de Stropstrikkers en Illicit, zouden we bijna denken dat de Utrechtse hiphop in de gevarenzone zit. Diggy denkt echter van niet. “Hiphop leeft echt in Utrecht. Misschien wel meer dan in Amsterdam.” Het uiteenvallen van de twee genoemde acts vindt hij spijtig, maar niet onverklaarbaar. “Het is logisch dat de afzonderlijke leden ook willen shinen. Het is moeilijk in een groep, ook financieel gezien. Wat dat betreft ben ik blij dat wij van de D.A.C. (hiphopformatie De Amersfoortse Cooperatie, red.) nog steeds echt een hechte vriendengroep zijn.”

Over vrienden gesproken: onlangs zagen we Diggy opduiken in de nieuwe clip van collega’s Spacekees en Jiggy Djé, ‘Is het dan zo kut’. Meer dan een vriendendienst, zo blijkt. “Naast het rappen houd ik mij ook bezig met het maken van muziekvideo’s, zoals deze. Een vriend van me staat achter de camera; ik ben meer van het bellen en het regelen. Dat doen we onder de naam Marcus & Heinz. Dit reclamebureau bestaat al langer, maar is onlangs een muziekafdeling gestart: Marcus & Heinz Music. Daaronder is ook mijn nieuwe cd uitgebracht.”

Dat brengt ons bij de aanleiding van dit gesprek, Diggy’s nieuwe album ‘Mayonaise voor de ziel’. Zijn tweede solo-plaat, na bijdragen in samenwerkingsverbanden als De Profeten en D.A.C. Ook al is de rapper nu solo, zichzelf muzikaal onderscheiden is voor hem geen hoofddoel. “In the end wil ik gewoon vette muziek maken. Of het nu een chanson of een partytrack is: ik moet erachter staan, het dope vinden. Ik heb bij dit album wel meer dan bij mijn vorige nagedacht over de hele sound, hoe het allemaal in elkaar overvloeit. Dat komt ook omdat er dit keer veel minder producers bij betrokken waren (Skiggy Rapz, Syce One en Diggy Dex zelf, red). We zaten goed met elkaar op één lijn. Verder staat er in vergelijking met vroeger veel meer zang op deze plaat. Echte liedjes. Artiesten als Spinvis en Stef Bos kan ik daarom erg waarderen. Hiphop is sowieso bekrompen, Nederlandstalige hiphop vooral. Omdat dat toch volgens een bepaalde stramien werkt. Er zijn nog niet echt dingen zoals ik maak.”

De rapper kan niet goed uitleggen wat maakt dat zijn werk buiten dat zogenoemde ‘stramien’ valt. “Ik weet niet... Je gevoel erin leggen ofzo. Dat mis ik vaak wel bij andere rappers. Een beetje persoonlijkheid. Dat hoeft niet altijd, maar ik vind het wel iets toevoegen. Als rapper moet je meer zijn dan die dude die joints smoket op de straathoeken. Ik heb in die zin natuurlijk wel makkelijk praten, omdat ik gewoon uit een burgerlijk kutdorp kom en ouders heb die gestudeerd hebben. In Rotterdam zie ik gasten waarvan ik denk: die vinden mij echt een blanke nerd.”

Makkelijk praten of niet; in vergelijking met sommige andere rappers, zoals Raymzter, houdt hij zijn teksten erg bij zichzelf. Het lijkt een vorm van zelftherapie, maar Diggy heeft zijn luisteraars wel degelijk wat te vertellen. “Alleen, ik wil het ze niet opdringen. Daar hou ik echt niet van, mensen die je vertellen wat je moet vinden. Dit is kut en dat is kut... Ik heb de behoefte niet om te preken. Het is allemaal zo relatief.“

In het nummer 'Wie vertelt' vertelt Diggy Dex dat hij altijd al de beste wilde zijn, vroeger al. Toch kiest de zelfverklaarde streber ervoor om in het Nederlands, de taal van een ontzettend klein land, te rappen. Hij ziet dat niet als een belemmering. “Alles wil ik groot en zoveel mogelijk. Maar ik ben realistisch genoeg om in te zien dat Engelstalig voor mij gewoon niet gaat werken. Ik kan prima Engels, dat is het niet. Zo kunnen mensen die goed kunnen vertellen, nog niet direct goed rappen. Ik heb het altijd in het Nederlands gedaan, dat was een soort logisch ding. Op de middelbare school kwam ik bij Hux B. (later met Diggy Dex in De Profeten en D.A.C., red.) in de klas. Toen hoorden we Osdorp Posse. Lachen, dachten wij, dat gaan we ook proberen. Een beetje freestylen groeide uit tot teksten schrijven. Nederlands was makkelijk, daar hoefde je niet zo over na te denken.”

Net zo vanzelfsprekend is de manier waarop Diggy de hiphop is ingerold. In het laatste nummer van zijn nieuwe album, 'Dezelfde spijt', zegt hij eigenlijk niet te weten waarom hij in de hiphop is beland. Dat hij op een zeker moment die keuze heeft gemaakt, en daar eenvoudigweg maar bij is gebleven. “Het had eerlijk gezegd ook zo iets anders kunnen zijn. Ik ben wel muzikaal opgevoed, met gitaar- en drumles. Maar had ik niet bij Hux B. in de klas gezeten dan was het denk ik niet zo gelopen. Dat is gewoon zo gegroeid. Maar hee, het beviel goed, dus.” Misschien was het toch net wat minder toevallig dan hij het doet voorkomen, want ook met schrijven was de kleine Diggy al vroeg bezig. “Al op jonge leeftijd, ik was een jaar of vier, kwam ik erachter dat Sinterklaas niet bestond. Toen mocht ik van mijn moeder meedoen met de grote mensen. Mocht ik Sinterklaasgedichten schrijven. Dat was vet. Ik ging helemaal los op die shit.”

Dat was het verleden; wat brengt de toekomst? “Over tien jaar wil ik een paar classic albums hebben gedropt. Echt een paar vette teksten. Minimaal. Daarbuiten hoop ik dat ik nog aan het optreden ben. Maar realistisch gezien... Ik ben nu net 28 geworden. Op mijn 38e zitten mensen daar niet meer op te wachten, weet je wel. Def P. (Osdorp Posse, red.) stopt ermee en Extince... eh.” (Lacht.) “Nou ja, er is een houdbaarheidsdatum.” Hij denkt ook liever wat minder ver vooruit. “Ik ben bewust bezig om in Nederland een belangrijke positie in te nemen. Opgezwolle heeft een ‘positie’, Ali B. heeft een ‘positie’... Ik maak gewoon mijn ding. Ik wil sowieso naar het punt toe dat ik minimaal twee keer per week aan het optreden ben en dat mijn shit veel wordt gekocht en gedraaid.”

Diggy Dex’ CD Mayonaise voor de ziel ligt op 25 september 2008 in de winkels.